Toelichting op de balans

Activa

Vaste activa

Immateriële vaste activa

Immateriële vaste activa zijn investeringen die niet tastbaar zijn. Door wijziging in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) worden de voorbereidingskosten voor grondexploitaties vanaf 2016 geactiveerd als kosten van onderzoek en ontwikkeling. Na maximaal 5 jaar moeten de kosten hebben geleid tot een actuele grondexploitatie dan wel worden afgeboekt ten laste van het jaarresultaat. Het verloop hiervan in 2021 is als volgt:

Bedragen x € 1.000
Omschrijving Boekwaarde
01-01-2021
Inves-
teringen
Desinves-
teringen
Afschrij-
vingen
Bijdragen van derden Duurzame
waarde-
verminder.
Boekwaarde
31-12-2021
Kosten voor onderzoek en ontwikkeling 368 82 316   -107   241

 

Materiële vaste activa

Materiële vaste activa zijn investeringen die een meerjarig nut hebben en in termijnen worden afgeschreven. Onderscheid wordt gemaakt tussen investeringen met een economisch nut en investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut. 
In de toelichting bij de reserves is vermeld uit welke bestemmingsreserves middelen zijn onttrokken voor de (gedeeltelijke) dekking van de afschrijvingen van geactiveerde investeringen.

Investeringen met een economisch nut
Gronden uitgegeven in erfpacht 
Dit betreffen de gronden die in erfpacht uitgegeven zijn, waarvoor jaarlijks een canon in rekening wordt gebracht. Het verloop hiervan in 2021 is als volgt:

 Bedragen x € 1.000
Omschrijving Boekwaarde
01-01-2021
Inves-
teringen
Desinves-
teringen
Afschrij-
vingen
Bijdragen van derden Duurzame
waarde-
verminder.
Boekwaarde
31-12-2021
Gronden en terreinen 4.771           4.771

Overige investeringen met een economisch nut

Investeringen met een economisch nut zijn investeringen die kunnen bijdragen aan het genereren van middelen en/of verhandelbaar zijn. Het verloop hiervan in 2021 is als volgt:

 Bedragen x € 1.000
Omschrijving Boekwaarde
01-01-2021
Inves-
teringen
Desinves-
teringen
Afschrij-
vingen
Bijdragen van derden Duurzame
waarde-
verminder.
Boekwaarde
31-12-2021
Gronden en terreinen * 48.801   3.388       45.413
Woonruimten 461 443         904
Bedrijfsgebouwen 250.334 8.788   5.387 12 912 252.811
Grond-/weg-/water- bouwkundige werken 5.780     376     5.404
Vervoersmiddelen 438 217   72     583
Machines, apparaten en installaties 5.928 307   1.084     5.151
Overige materiële vaste activa 5.057 71   485     4.643
TOTAAL 316.799 9.826 3.388 7.404 12 912 314.909

* Verschil met jaarrekening 2020 betreft correctie bladgroen 48K.


De belangrijkste investeringen in 2021 waren:

 Bedragen x € 1.000
Omschrijving  
 Moerbeigaarde 58 3.473
 Balijhoeve - hoofdgebouw 526
 Huis van Beeldende kunst 810
Zwembad 2.027


De belangrijkste desinvesteringen in 2021 waren:

 Bedragen x € 1.000
Omschrijving  
Aanleg parkeergarage Markt 10 526

Investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven

Dit betreffen de boekwaarden van de begraafplaats (gronden, gebouwen en infrastructurele werken), de afvalinzameling (huisvuilauto’s, overige tractiemiddelen, mini- en ondergrondse containers) en de apparatuur voor het betaald parkeren. Het verloop hiervan in 2021 is als volgt:

 Bedragen x € 1.000
Omschrijving Boekwaarde
01-01-2021
Inves-
teringen
Desinves-
teringen
Afschrij-
vingen
Bijdragen van derden Duurzame
waarde-
verminder.
Boekwaarde
31-12-2021
Gronden en terreinen 1.683           1.683
Bedrijfsgebouwen 1.648     41     1.607
Grond-/weg-/water- bouwkundige werken 2.478     72     2.406
Vervoersmiddelen 272     117     155
Machines, apparaten en installaties 1.180 1   53     1.128
Overige materiële vaste activa 6.628 34   256     6.406
TOTAAL 13.889 35   539     13.385

Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut

Investeringen met een maatschappelijk nut betreffen de investeringen die worden gedaan in met name groen, wegen en kunstwerken. Het verloop hiervan in 2021 is als volgt:

 Bedragen x € 1.000
Omschrijving Boekwaarde
01-01-2021
Inves-
teringen
Desinves-
teringen
Afschrij-
vingen
Bijdragen vanderden Duurzame
waarde-
verminder.
Boekwaarde
31-12-2021
Grond-/weg-/waterbouwkundige werken 20.319 11.525   525 3.590   27.729


De belangrijkste investeringen in 2021 waren:

Bedragen x € 1.000
Omschrijving  
Upgrade Stadshart 2.558
Reconstructie ontsluitingsweg Nutricia 1.507
VTA vervangingsinvesteringen 616
Entree Zoetermeer 1.805
Asfalt verharding 695
Elementen verharding  1.456
Betonnen bruggen, viaducten en tunnels 740


De belangrijkste desinvesteringen in 2021 waren:

Bedragen x € 1.000
   
   
   


De aanleg van het vervoersknoop Bleizo wordt voor een groot deel gefinancierd door bijdragen vanuit de Metropoolregio Rotterdam Den Haag:

Bedragen x € 1.000
Omschrijving  
Investeringsbijdrage MRDH 350
TOTAAL 350

 

Financiële vaste activa

Kapitaalverstrekking aan deelnemingen
De kapitaalverstrekking aan deelnemingen betreft het volgende:

Omschrijving Aantal Nominaal (€) Waarde (€)
NV Bank Nederlandse Gemeenten (BNG Bank) 3.510 2,50 8.775
De Binnenbaan 980 100,00 98.000
Stedin 18.518 480,69 8.901.417
 TOTAAL     9.008.192

Hiernaast bezit de gemeente nog de volgende aandelen die in de balans tegen € 0,00 zijn opgenomen:

Omschrijving Aantal Aandeel Nominaal (€) Waarde (€)
Stedin 116.280 2,50% 0 0
Dunea 387.302 9,68% 5 1.936.510
Dataland B.V. 57.504 Onbekend 0,10 5.750
 TOTAAL       1.942.260

Overige langlopende geldleningen

De overige langlopende geldleningen betreffen de volgende leningen:

Bedragen x € 1.000
Omschrijving 31-12-2021 31-12-2020
Startersleningen 3.635 4.814


In 2021 zijn via het Stimuleringsfonds Vereniging Nederlandse Gemeenten (SVn) geen startersleningen verstrekt. De starterslening is bij aanvang renteloos en aflossingsvrij. Bij voldoende financiële draagkracht wordt vanaf het vierde jaar door de SVn een marktconform rentepercentage gehanteerd gebaseerd op 15 jaar vast en aflossing op basis van annuïteiten. Naast de reguliere aflossingen van € 96.127 werden er in 2021 leningen vervroegd gedeeltelijk of geheel afgelost tot € 1,08 mln.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vlottende activa

Voorraden

Grond- en hulpstoffen

De grond- en hulpstoffen bestaan uit:

Bedragen x € 1.000
Omschrijving 31-12-2021 31-12-2020
Onderdelenmagazijn autowerkplaats afd. Afvalinzameling 89 96
Voorraad dieselolie afd. Afvalinzameling 37 28
TOTAAL 126 124

Onderhanden werk, waaronder bouwgronden in exploitatie

Deze categorie betreft de lopende grondexploitaties. Het zijn de projecten waarvoor de raad de grondexploitatie voor de volledige looptijd heeft vastgesteld.

De grondexploitaties zijn herzien naar de situatie per ultimo 2021. Bij negatieve grondexploitaties is de Voorziening Nadelige complexen op de juiste hoogte gebracht. Dit deel van de voorziening is in de balans in mindering gebracht op de boekwaarde. In de gevallen dat de voorziening hoger is dan de boekwaarde per complex dan gebeurt dit tot de (netto) boekwaarde per complex nihil is. Het restant wordt in dat geval vermeld bij de Voorziening nadelige complexen grondbedrijf aan de passiva zijde. 
In het licht van de huidige marktomstandigheden zijn de materiële vastgoedwaarderingen belangrijke schattingsposten. Er bestaat een wezenlijk risico dat zich materiële aanpassingen kunnen voordoen in de waardering in het volgende boekjaar als gevolg van gewijzigde marktomstandigheden of onvoorziene omstandigheden.

Bedragen x € 1.000
Nr. Complex Boek-
waarde
31-12-20
Voor-
ziening
31-12-20
Balans-
waarde
31-12-20
Boek-
waarde
01-01-21
Investe-
ringen
Winstne-
ing/afsl.
compl. 
Inkom-
sten
Boek-
waarde
31-12-21
Voor-
ziening
31-12-21
Balans-
waarde
31-12-21
5 Dwarstocht 8.103 - 8.103 8.103 252 5 - 8.360 - 8.360
11 Lansinghage -2.328 - -2.328 -2.328 157 -256 4 -2.423 - -2.423
18 Oosterheem 23.560 - 23.560 23.560 2.115 6.696 -16.455 15.916 - 15.916
20 Zegwaartseweg Noord -2.518 - -2.518 -2.518 111 30 - -2.377 - -2.377
22 Gasfabriekterrein Delftsewallen 2.804 2.233 571 2.804 57 - -90 2.771 2.232 539
26 Centrum Oost/Cadenza 1.933 63 1.870 1.933 275 - - 2.208 221 1.987
32 Van Leeuwenhoeklaan 2.623 471 2.152 2.623 144 1.088 - 3.855 - 3.855
37 Boerhaavelaan 882 - 882 882 3 -4 - 881 288 593
42 Palenstein 8.912 8.912 - 8.912 3.099 - - 12.011 12.011 -
44 Tango locatie (vm) 287 287 - 287 10 - - 297 297 -
85 Bladgroen - - - - 317 155 -556 -84 - -84
97 Katwijkerlaantracé -335 - -335 -335 259 740 -1.305 -641 - -641
102 Amerikaweg 47 47 - 47 32 - - 79 79 -
108 Voorweg Noord 2.399 196 2.203 2.399 48 - - 2.447 - 2.447
115 Toverberg -109 - -109 -109 76 33 - - - -
127 Kleurlaan - - - - 308 99 -988 -581 - -581
128 Reigersblauw (DGW) -106 - -106 -106 129 -23 - - - -
129 Plataanhout 190 190 - 190 138 - -369 -41 - -41
130 Markt 10 889 - 889 889 308 - - 1.197 - 1.197
131 Engelandlaan 140 - - - - 158 4 -46 116 - 116
137 Edisonpark                                              - - - - 3.541 17 -186 3.372 - 3.372
  afrondingsverschil -1                

-1

   TOTAAL                                           47.232 12.399 34.833 47.232 11.537 8.584 -19.991 47.362 15.128 32.234


In onderstaand overzicht zijn de geraamde lasten en baten opgenomen van de bouwgronden in exploitatie en het geschatte eindresultaat. De inschattingen zijn gebaseerd op externe makelaarsrapporten en kostencalculaties van derden.

Bedragen x € 1.000
  Boekwaarde
31-12-2021
Lasten Baten Rente Resultaat
TOTAAL grondexploitaties 47.362 53.990 117.435 13 16.070

Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

De uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar bestaan uit:

 Bedragen x € 1.000
Omschrijving 31-12-2021   31-12-2020
a. Vorderingen op openbare lichamen   2.300     1.688
b. Rekening-courantverhoudingen met niet-financiële instellingen   626     245
c. Rekening-courantverhoudingen met Rijk (schatkistbankieren)   80.209     87.209
d. Overige vorderingen:          
          Belastingvorderingen 7.691     4.377  
           Af: Voorziening dubieuze belastingdebiteuren -538     -597  
          Vorderingen bijstand 13.078     13.347  
           Af: Voorziening dubieuze bijstandsdebiteuren -8.816     -9.590  
          Overige vorderingen 12.727     11.080  
           Af: Voorzieningen dubieuze debiteuren -2.507     -2.482  
          Totaal overige vorderingen   21.635     16.135
Afrondingsverschil   -1     -3
TOTAAL   104.769     105.274

Vorderingen op openbare lichamen
De vorderingen op openbare lichamen bestaan uit vorderingen op de volgende openbare lichamen, waaronder gemeenten, gemeenschappelijke regelingen, het Rijk en overige openbare lichamen.

Rekening-courantverhoudingen met niet financiële instellingen
Dit betreft een rekening-courantverhouding met de stichting Stimuleringsfonds Nederlandse Gemeenten (SVn), waar de startersleningen worden geadministreerd. Via deze rekening-courant worden de kosten (beheervergoeding) en opbrengsten van de startersleningen verrekend.

Rekening-courantverhoudingen met het Rijk (Schatkistbankieren)
De wet Schatkistbankieren verplicht decentrale overheden om hun overtollige liquide middelen aan te houden in de schatkist van het Rijk. Het betreft middelen die decentrale overheden niet onmiddellijk nodig hebben voor de publieke taak. Tot een bepaald bedrag (drempelbedrag, gebaseerd op de begrotingsomvang) mogen de decentrale overheden overtollige middelen buiten de schatkist van het Rijk aanhouden.

Onderstaand een overzicht met de drempelbedragen per kwartaal. In geen van de kwartalen is sprake van een overschrijding van het drempelbedrag.

Bedragen x € 1.000
(1) Drempelbedrag 2.942 2.942 7.844  7.844
    kwartaal 1 kwartaal 2 kwartaal 3 kwartaal 4
(2) Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen 442 49 234 31
(3a) = (1) > (2) Ruimte onder het drempelbedrag
2.500 2.893 7.610 7.813
(3b) = (2) > (1) Overschrijding van het drempelbedrag        

Overige vorderingen

De overig vorderingen zijn verdeeld naar categorieën op basis van de aard van de vordering.

Belastingvorderingen
De openstaande vorderingen betreffen de belastingjaren 2011 tot en met 2021. Hiervan is € 0,6 mln. Als dubieus aangemerkt. Voor dit bedrag is een voorziening dubieuze belastingdebiteuren getroffen, die in de balans is verrekend met de betreffende vorderingen.

Vorderingen bijstand
De openstaande vorderingen hebben voornamelijk betrekking op vorderingen op (voormalige) bijstandscliënten. Hiervan is € 8,8 miljoen als dubieus aangemerkt, o.a. door het ontbreken van afloscapaciteit bij de bijstandscliënten of doordat cliënten vertrokken zijn met een onbekende bestemming. Voor dit bedrag is een voorziening dubieuze bijstandsdebiteuren getroffen, die in de balans is verrekend met de betreffende vorderingen. Het percentage oninbare debiteuren is in 2021 met 4% gedaald ten opzichte van 2020, namelijk 67%. Deze daling is grotendeels toe te schrijven aan de kwijtscheldingen in het kader van de toeslagenaffaire en een flinke kwijtschelding van de fraudevorderingen. In 2021 heeft een aanwending i.v.m. oninbaar gestelde debiteuren van in totaal € 1,530 mln. plaatsgevonden, waarvan € 295.000 buiten invorderingen en € 1,235 kwijtscheldingen. Op grond van de debiteurenpositie per ultimo 2021 is € 774.000 aan de voorziening onttrokken.

Overige vorderingen
De openstaande vorderingen betreffen diverse overige debiteuren. Hiervan is € 2,5 mln. als dubieus aangemerkt. Voor dit bedrag is een voorziening dubieuze debiteuren getroffen, die in de balans is verrekend met de betreffende vorderingen.
De grootste posten zijn:

 Bedragen x € 1.000
Omschrijvingen  
Leges omgevingsvergunningen 3.892
Bijdragen in de exploitatielasten scholen 901
Exploitatiebijdrage grondexploitatie- en realisatieovereenkomst (GROK 2021) 1e termijn 1.037

 

Liquide middelen

De liquide middelen bestaan uit kasgelden en banksaldi.

De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel

Het verloop hiervan in 2021 is als volgt:

  Uitkeringen van het Rijk Saldo
01-01-2021
 
Toevoegingen Ontvangen
bedragen
Saldo
31-12-2021
1 ESF subsidie Taal op Maat   54   54
      54   54
           
    Saldo
01-01-2021 
Toevoegingen Ontvangen bedragen Saldo 31-12-2021
           
1 Min. van SZW - ZHC Aan de slag  124   124 0
2 COA Noodopvang   69   69
3 TOZO   1.679   1.679
4 Toeslagenaffaire   755   755
5 Toeslagenaffaire kwijtschelding gem bel   95   95
  Totaal 124 2.598 124 2.598
 
  Uitkeringen van overige Nederlandse overheidslichamen
Saldo
01-01-2021 
Toevoegingen Ontvangen
bedragen
Saldo
31-12-2021
1  MRDH - Zoro busbaan 1.459   1.459 0
2  MRDH - Randstadrail Stadhuis Zoetermeer  614   614 0
3  MRDH - Snelfietsroute Zoetermeer 285   285 0
4  MRDH - Verbeteren afslag A12 Zoetermeer 32   32 0
5  MRDH - Haalbaarheidssubsidie AVLM Dutch Innovation Park 9   9 0
6  MRDH - Innolab structuur Dutch Innovation Park 27   27 0
7  MRDH - Praktische fietslessen 20 10 20 10
8  MRDH - 1e en 2e actualisatie bewegwijzering fiestpaden 32   32 0
9  MRDH - School op Seef 9 8 9 8
10 MRDH - verbeteren verkeersveiligheid schoolomgeving 92   92
11 MRDH - Nutricia fietspad 0  416   416
12  MRDH - brug Nutricia 0  105   105
13  MRDH - Fietspad van Tuyllpark 0  45   45
14 MRDH - Veilig thuis 0 161   161
16 GR GGD Haaglanden 0 21   21
18 Mountainbike route 0 35   35
  Totaal 
2.487 893 2.487 893
 
  TOTAAL 2.611 3.545 2.611 3.545

Overige nog te ontvangen bedragen en vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen

De overige nog te ontvangen bedragen en vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen bestaan uit diverse posten van verschillende aard en omvang. 

De grootste posten zijn als volgt:

 Bedragen x € 1.000
Omschrijving  
Nog te ontvangen  
BCF 2021 20.480
Vooruitbetaalde bedragen  
VRH 4.918
Binnenbaan 1.604

Onder de overige nog te ontvangen bedragen bevinden zich ook vorderingen in het kader van faciliterend grondbeleid. Volgens de notitie grondbeleid 2019 van de Commissie BBV zijn deze onderverdeeld naar de onderstaande categorieën. De verhaalbare kosten betreffen de projecten waarvoor al een anterieure overeenkomst is gesloten. De nog te verrekenen kosten betreffen de projecten waarvoor nog geen anterieure overeenkomst is gesloten.

Bedragen x € 1.000
Omschrijving  
Verhaalbare kosten  
Faciliterend grondbeleid 82
Nog te verrekenen kosten  
Faciliterend grondbeleid 340
TOTAAL 422

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Passiva

Vaste passiva

Eigen Vermogen

Reserves
In de jaarrekening (realisatie) zijn toevoegingen of onttrekkingen aan reserves slechts verantwoord als daarvoor bij de begroting of begrotingswijziging autorisatie door de raad is verleend en voor zover ook nodig en tot maximaal het daarvoor gebudgetteerde bedrag. Uitzondering hierop zijn de volgende resultaatbestemmingen, die in de jaarrekening zijn verantwoord ongeacht de hiervoor begrote bedragen:

  • De aan een aantal reserves toegevoegde inflatie om de betreffende reserves waardevast te houden. De hoogte van de inflatie wordt vastgesteld bij de begroting en de werkelijk storting is gebaseerd op de werkelijke stand van de reserve. Deze werkwijze is geautoriseerd op grond van het raadsbesluit bij de rentenota 2018 op 5 november 2018.
  • De (voorlopige) bestemming van het resultaat van het Grondbedrijf, dat in de jaarrekening voor 50% is verrekend met het Investeringsfonds 2030 en voor 50% met de reserve versterking financiële positie Grondbedrijf. Dit is vanaf 2008 geautoriseerd op grond van raadsbesluit van 17 november 2008 betreffende TB2.
  • De over- of onderschrijding op de budgetten voor groot onderhoud bovengronds worden op basis van de Begrotingsraad op 11 november 2013 verrekend met de egalisatiereserve groot onderhoud bovengronds. Voorts wordt de reserve afgeroomd ten gunste van de vrij inzetbare reserve als deze uitstijgt boven het maximum van € 5 mln.
  • De afroming van de rente-egalisatiereserve boven de vastgestelde bovengrens ten gunste van de vrij inzetbare reserve. Deze generieke gedragslijn is door de raad vastgesteld op 5 november 2018 (rentenota 2018).
  • Bij verkoop van vastgoed worden incidentele verkoopresultaten (positief en negatief) in de vorm van een hogere / lagere verkoopopbrengst ten opzichte van de restant boekwaarde ten gunste of ten laste van de vrij inzetbare reserve gebracht. Dit is door de raad besloten op 27 juni 2016 (Perspectiefnota 2017 en gevolgen Gemeentefonds 2016).
  • Het verschil tussen de maximale garantstelling afgegeven aan de GR Bleizo en het tekort Bleizo ten laste dan wel ten gunste te brengen van de brede bestemmingsreserve.
  • Bij een beroep op specifieke voor het doel in leven geroepen bestemmingsreserves wordt het bedrag van de feitelijke onttrekking gelijkgetrokken aan de gemaakte kosten tot maximaal de raming van de kosten. Deze werkwijze is geautoriseerd op grond van het raadsbesluit bij de perspectiefnota 2020 op 1 juli 2019.
  • Meldingen van resultaatbestemmingen in de TB-en.
  • Bij een beroep op specifiek voor het doel in het leven geroepen bestemmingsreserve is het bedrag van de feitelijke onttrekking gelijk aan de gemaakte kosten tot maximaal de raming van de kosten. Deze beleidslijn maakt het mogelijk om bij lagere kosten dan geraamd ook een lagere aanwending van de reserve te kunnen verantwoorden volgens de nota reserves en voorzieningen.

Gerealiseerd resultaat
Het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening is afzonderlijk in de balans vermeld als onderdeel van het eigen vermogen.

Toelichting reserves

Het verloop van de reserves in 2021 is als volgt:

Bedragen x € 1.000


A


Algemene reserves:
Saldo
01-01-2021 
Resultaat
bestemming
Toevoegingen  Onttrekkingen Verminderingen
i.v.m. dekking
afschrijving
activa
Saldo
31-12-2021
1 Reserve verstrekking financiële positie grondbedrijf 2.236   3.393 861   4.768
 2 Reserve i.v.m. risico's grondbedrijf 1.722   203 334   1.591
 3 Vrij inzetbare reserve 30.374 4.502 7.855 6.037   36.694
  Afrondingsverschil 1          
  Totaal A. Algemene reserves 34.333 4.502 11.451 7.232   43.053
 


B


Bestemmingsreserves:
Saldo
01-01-2021 
Resultaat
bestemming
Toevoegingen  Onttrekkingen Verminderingen 
i.v.m. dekking
afschrijving
activa
Saldo
31-12-2021
1 Reserve Integraal veiligheidsbeleid 183         183
2 Reserve egalisatie investering schoolgebouwen 5.031   1.743 1.437   5.337
3 Reserve investeringsimpuls amateurverenigingen 50     6   44
4 Reserve beeldende kunst in de openbare ruimte 482   12 60   434
5 Egalisatiereserve groot onderhoud bovengronds 649   1.715     2.364
6 Reserve algemeen dekkingsmiddel 158.038     1.500   156.538
7 Brede bestemmingsreserve 11.016     1.527   9.489
8 Reserve dekking kapitaallasten 1.274         1.274
9 Rente-egalisatie reserve 2.189     139   2.050
10 Investeringsfonds 2030 45.714   4.799 8.960   41.554
11 Reserve EU-initiatieven 93         93
12 Reserve Enecogelden 79.438     67.861   11.577
13 Reserve risico's programma Entree     5.460     5.460
14 Reserve fonds Zoetermeer 2040     60.000     60.000
  Totaal B. Bestemmingsreserves
304.157   73.729 81.490   296.397
 
  TOTAAL RESERVES 338.490 4.502 85.180 88.722   339.450

Exploitatieresultaat 2020
Het voordelig exploitatieresultaat van 2020 is op grond van het raadsbesluit van 31 mei 2021 (Resultatendebat) toegevoegd aan de vrij inzetbare reserve.
De definitieve resultaatbestemming heeft plaatsgevonden in de raad van 28 juni 2021 bij de behandeling van de Perspectiefnota 2022; deze is verwerkt in de toevoegingen en onttrekkingen bij de betreffende reserves.

Hierna volgt een toelichting van de aard en de reden van elke reserve en de mutaties daarin. De vermelde bedragen zijn x €1.000.

A1. Reserve versterking financiële positie Grondbedrijf
Deze reserve dient om samen met de reserve in verband met risico’s Grondbedrijf te waarborgen dat het totaal van de risico’s binnen het Grondbedrijf afdoende kan worden gedekt. Deze reserve vormt het belangrijkste onderdeel van de weerstandscapaciteit van het Grondbedrijf. Vooruitlopend op de definitieve resultaatbestemming wordt jaarlijks 50% van het resultaat van het Grondbedrijf aan deze reserve toegevoegd dan wel onttrokken.

Toevoegingen Bedrag
tussentijdse winstneming van de winstgevende grondexploitaties en het resultaat grondbedrijf 2021 3.393
   
TOTAAL TOEVOEGINGEN 3.393
 
Onttrekkingen Bedrag
Afroming reserve ten gunste van het RIF2030 in het kader van het maximale benodigde weerstandsvermogen voor de grondbedrijf functie 861
   
TOTAAL ONTREKKINGEN 861

A2. Reserve i.v.m. risico's Grondbedrijf
Deze reserve dient ter beperking van het risico dat vanuit de winstgevende grondexploitaties te vroeg winst wordt genomen en maakt ook deel uit van de weerstandscapaciteit Grondbedrijf. Het risico heeft uitsluitend betrekking op de grondexploitaties waarvoor tussentijds winst is genomen. Deze reserve bedraagt op peildatum 2,5% van de nog te maken kosten en de nog te realiseren verkoopopbrengsten tot maximaal het bedrag van de gecumuleerde tussentijdse winstnemingen. 

Toevoegingen Bedrag
Herziene en nieuwe grondexploitaties 203
   
TOTAAL TOEVOEGINGEN 203
 
Onttrekkingen Bedrag

Vrijval vanwege de voortgang van met name de grondexploitatie Oosterheem.

334
   
TOTAAL ONTREKKINGEN 334

A3. Vrij inzetbare reserve
Deze reserve dient om reservemiddelen waarop geen verplichting rust in beeld te brengen. Hierdoor vervult deze reserve ook de functie van financiële buffer voor het opvangen van negatieve rekeningresultaten en risico’s. Als zodanig maakt deze reserve deel uit van het weerstandsvermogen zoals aangegeven in de nota weerstandsvermogen en risicomanagement van 14 december 2020. 

Toevoegingen Bedrag
Overheveling van Reserve Enecogelden 7.565
Ambtelijke huisvesting en duurzaamheid 290
TOTAAL TOEVOEGINGEN 7.855
 
Onttrekkingen Bedrag
Dekking budgetoverheveling 2020 5.617
Dekking tegenvaller gebiedsgerichte ondersteuning 300
Dekking budgetoverhevelingen 2018 120
TOTAAL ONTREKKINGEN 6.037

B1. Reserve Integraal Veiligheidsbeleid
Deze reserve dient om de kosten te dekken van maatregelen tegen onveilige situaties in de openbare ruimte, waaronder cameratoezicht (raadsbesluit 9 juli 2007).

B2. Reserve egalisatie investering schoolgebouwen
Deze reserve dient om pieken en dalen in de lasten van investeringen te egaliseren. Op deze wijze ontwikkelen de lasten zich in de jaren geleidelijk en minder schoksgewijs. Dit is noodzakelijk omdat de schoolgebouwen (vooral in het voortgezet onderwijs) in een relatief korte periode zijn neergezet en daarom ook de kosten van renovatie of herbouw in een korte periode op de gemeente af zullen komen. De reserve wordt om de vijf jaar herijkt. In de raad van 23 mei 2016 is het integraal huisvestingsplan primair onderwijs 2016-2020 vastgesteld dat de basis vormt voor de herijking van de reserve. Naast de reguliere storting is in 2020 tot een extra storting besloten in verband met vervroegde nieuwbouw (van 2027 naar 2022) SSVOZ-locatie aan het Van Doornenplantsoen.

Toevoegingen Bedrag
Storting egalisatie 1.647
waardeaanpassing 96
TOTAAL TOEVOEGINGEN 1.743
 
Onttrekkingen Bedrag
Naar programma 1 t.b.v. afschrijvingen van geactiveerde investeringen schoolgebouwen 1.437
   
TOTAAL ONTREKKINGEN 1.437

B3. Reserve investeringsimpuls amateurverenigingen
Deze reserve dient ter dekking van subsidies op grond van de verordening investeringssubsidie en gemeentegarantie amateurverenigingen, die op 23 februari 2006 door de raad is vastgesteld.

Toevoegingen Bedrag
geen  
   
TOTAAL TOEVOEGINGEN  
 
Onttrekkingen Bedrag
Naar programma 4 t.b.v. dekking kosten investeringssubsidies aan amateurverenigingen 6
   
TOTAAL ONTREKKINGEN 6

B4. Reserve beeldende kunst in de openbare ruimte
Deze reserve dient om de kosten van het realiseren van beeldende kunst in de openbare ruimte te dekken. De reserve is ingesteld bij het raadsbesluit van 11 mei 2019, gelijktijdig met het opheffen van de reserve kunstopdrachten en de vaststelling van een geactualiseerde verordening "Percentageregeling beeldende kunst in de openbare ruimte".

Toevoegingen Bedrag
Grondbedrijf 12
   
   
 
Onttrekkingen Bedrag
Naar programma 4 t.b.v. dekking kosten beeldende kunst 60
   
TOTAAL ONTREKKINGEN  

B5. Egalisatiereserve groot onderhoud bovengronds
Deze reserve dient om wisselingen/pieken in feitelijke uitgaven door de jaren op te vangen. De reserve is in 2014 ingesteld bij de vaststelling van de begroting 2014 (op 11 november 2013). De hoogte van deze reserve is gemaximeerd op € 5 mln. Als de reserve boven dit bedrag uitkomt, wordt deze bij de jaarrekening afgeroomd ten gunste van de vrij inzetbare reserve. Over- of onderschrijding op de budgetten voor groot onderhoud worden verrekend met de reserve. 

Toevoegingen Bedrag
Van programma 3 i.v.m. eindafrekening groot onderhoud 2021 1.715
   
TOTAAL TOEVOEGINGEN 1.715
 
Onttrekkingen Bedrag
geen  
   
TOTAAL ONTREKKINGEN  

B6. Reserve algemeen dekkingsmiddel
Deze reserve staat tegenover de activa op de balans en zorgt ervoor dat niet voor alle activa een lening hoeft worden aangetrokken. Dit zorgt voor lagere rentelasten in de exploitatie. 

Toevoegingen Bedrag
geen  
   
TOTAAL TOEVOEGINGEN  
 
Onttrekkingen Bedrag
Overheveling naar reserve egalisatie investeringen schoolgebouwen t.b.v. een eenmalige toevoeging IHP-PO 2016-2020 1.500
   
TOTAAL ONTREKKINGEN 1.500

B7. Brede bestemmingsreserve
Deze reserve dient om expliciet door de raad aangegeven kosten te dekken. Deze reserve heeft een financieel-technisch karakter. 

Toevoegingen Bedrag
geen  
   
TOTAAL TOEVOEGINGEN  
 
Onttrekkingen Bedrag
Naar overhead t.b.v. ambtelijke huisvesting 92
Naar programma 1 t.b.v. Perspectief op werk 2021 619
Naar programma 3 t.b.v. nazorg afgesloten grondexploitaties 2021 646
Naar programma 3 t.b.v. Klimaatakkoord / Duurzaam en Groen 82
Naar programma 7 t.b.v. Wijkplan Palenstein 37
Naar OAD t.b.v. Wijkplan Palenstein

50

TOTAAL ONTREKKINGEN 1.526

B8. Reserve dekking kapitaallasten
De reserve dient ter (gedeeltelijke) dekking van kapitaallasten. Op basis van de laatste BBV-regelgeving dienen meer investeringen te worden geactiveerd. Waar in het verleden bijvoorbeeld investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut mochten worden gedekt uit reserves, moeten deze nu net zoals investeringen met economisch nut worden geactiveerd. De daaruit voortvloeiende kapitaallasten drukken structureel op het saldo van de begroting. De reserve dekking kapitaallasten wordt aangewend ter (gedeeltelijke) dekking van kapitaallasten en heeft zodoende een dempende werking op het begrotingssaldo. 

B9. Rente-egalisatie reserve
Deze reserve dient om de effecten van een wijziging in rentedruk voor de exploitatie van de begroting op te vangen. Door de aanwezigheid van deze reserve zijn schommelingen in de marktrente niet van invloed op het rekeningresultaat. Bij raadsbesluit van 5 november 2018 (Rentenota 2018) is besloten tot de generieke gedragslijn om de reserve boven de bovengrens bij de jaarrekening af te romen ten gunste van de vrij inzetbare reserve. De bovengrens is bepaald op 1,5% van de financieringsbehoefte voor 4 jaar. 

Toevoegingen Bedrag
geen  
   
TOTAAL TOEVOEGINGEN  
 
Onttrekkingen Bedrag
Naar OAD i.v.m. saldo rentelasten en baten 139
   
TOTAAL ONTREKKINGEN 139

B10. Reserve Investeringsfonds 2030
Deze reserve dient om de investeringskosten die voortvloeien uit de stadsvisie 2030 te dekken (raadsbesluit 14 december 2009). 

Toevoegingen  
Resultaatbestemming 4.799
   
TOTAAL TOEVOEGINGEN 4.799
 
Onttrekkingen Bedrag
Naar programma 1 t.b.v. Dutch Innovation Park  366
 Naar programma 1 t.b.v. in strat werklocaties 14
 Naar programma 7 t.b.v. schaalsprong Binnenstad 274
Naar programma 7 t.b.v. upgrade Binnenstad 9
Naar programma 7 t.b.v. vorming ris reserve Entree 5.460
Naar programma 7 t.b.v. schaalsprong stationsgebied 265
Naar programma 7 t.b.v. CP Markt 186
Naar programma 7 t.b.v. schaal woningb progr 100
Naar programma 7 t.b.v. Schaal regie voorber samenhang 190
Naar programma 7 t.b.v. wijkverkennig Meerzicht 419
Naar programma 7 t.b.v. school voorber en best plannen 49
Naar programma 7 t.b.v. rela netwerk en invest in de stad 69
 Naar programma 7 t.b.v. schaalsprong Bstad communicatie 22
 Naar programma 7 t.b.v. OV schaalsprong  155
 Naar programma 7 t.b.v. verplaatsing Oude Gemaal -300
Naar programma 7 t.b.v. schaalsprong nieuwe initiatieven 431
Naar OAD i.v.m. bijdrage aan expl. Veiligheid en og 1.000
Naar OAD i.v.m. bijdrage aan expl. doelst. collegeakk. 250
TOTAAL ONTREKKINGEN 8.959

B11. Reserve EU-initiatieven
In 2004 is een zogeheten ‘Revolving Fund subsidieverwerving’ ingesteld. In 2006 is dit gewijzigd in de huidige reserve. De reserve wordt gevoed uit de netto-subsidieopbrengsten van EU-projecten (het surplus aan vrije subsidiemiddelen). Uit dit budget kan de incidentele inzet van vakinhoudelijke medewerkers aan subsidieverwervingsprojecten worden gedekt. De restrictie hierbij is, dat de netto inkomsten uit de betreffende subsidieprojecten jaarlijks worden toegevoegd aan het ‘Revolving fund’. Het plafond van de reserve is gesteld op een maximum van € 150.000. In 2021 is er geen onttrekking gedaan. 

B12. Reserve Enecogelden
Deze reserve heeft nog geen concreet bestedingsdoel. In 2022 wordt hiervoor een bestedingsplan opgesteld. De reserve kan worden ingezet voor een scala aan activiteiten waarbij te denken valt aan:

  • Vergroting weerstandscapaciteit algemene dienst door overheveling naar Vrij inzetbare reserve
  • Duurzaamheid, economie, citymarketing
  • Versterking fysieke en sociale structuur
  • Sociaal domein, gebiedsontwikkeling en Zoetermeer 2040
  • Lokale maatregelen en aanpassingen in de stad vanwege gevolgen Corona-virus

Uitgangspunt is dat de financiële bijdrage aan activiteiten niet leidt tot een structureel hogere beheer- of exploitatielast en dat deze een langdurig c.q. meerjarig rendement voor stad, inwoners en bedrijven oplevert. 

Toevoegingen Bedrag
geen  
   
TOTAAL TOEVOEGINGEN  
 
Onttrekkingen Bedrag
Van OAD naar vrij inzetbare reserve 7.565
Van OAD naar reservefonds Zoetermeer 2040 60.000
Dekking incidentele steun Corona 296
TOTAAL ONTREKKINGEN 67.861

B13. Reserve risico's programma Entree
Met Raadsbesluit- geamendeerd raadsvoorstel voorstel Ruimtelijk kader en Investeringsbudget middengebied Entree is budget beschikbaar gesteld voor de uitvoering van het programma Entree.
Voor deze risico’s is een inhoudelijke analyse opgesteld van het risico zelf en van de beheersmaatregelen. Na deze beheersmaatregelen blijft er met de kennis van dit moment, een rest-risico over. Hieraan is een bedrag verbonden van € 5,46 mln.

Toevoegingen Bedrag
Via resultaatbestemming 5.460
   
TOTAAL TOEVOEGINGEN 5.460
 
Onttrekkingen Bedrag
geen  
   
TOTAAL ONTREKKINGEN  

B14. Reserve fonds Zoetermeer 2040
Bij de start van het Investeringsfonds heeft de raad de volgende thema's benoemd: a) Sociaal Innovatie Fonds b) De Gebouwde Omgeving c) Leefomgeving d) Duurzaamheid e) Innovatie, Ontwikkeling en de Kenniseconomie f) Citymarketing, profilering van Zoetermeer.

Als thematische criteria worden de volgende hoofdlijnen gehanteerd:

  1. Sociaal Innovatie Fonds: Investeringen zijn gericht op het herstellen van de bestaanszekerheid, het bevorderen van de positieve gezondheid, en het verbeteren van de gelijke kansenkansengelijkheid van Zoetermeerders, met als doel om te komen tot betere (gezondheids-)zorg en ondersteuning voor meer mensen met minder geld. Het verbeteren van gelijke kansen betreft ook het verbeteren van de toegankelijkheid en bruikbaarheid van de stad voor gehandicapten, zodat door middel van bijvoorbeeld subsidies het VN-verdrag betekenisvol kan worden uitgewerkt.Gebouwde omgeving: Investeringen zijn gericht op het verbeteren van het sociaaleconomische fundament van Zoetermeer, het bevorderen van de veiligheid en op het vergroten van de kwaliteit en diversiteit van de gebouwde omgeving.
  2. Leefomgeving: Investeringen zijn gericht op het verbeteren van de (gebruiks-)kwaliteit, de veiligheid en de diversiteit van de openbare ruimte.
  3. Duurzaamheid: Investeringen zijn gericht op het versnellen van de verduurzaming van Zoetermeer waar deze bijdraagt aan het aantrekkelijker maken van de stad.
  4. Innovatie, ontwikkeling en kenniseconomie: Investeringen zijn gericht op het versterken van het (economisch) klimaat van toegepast innoveren. De innovaties zijn gericht op de maatschappelijke vraagstukken van Zoetermeer over de lange termijn. Daarnaast gaan investeringen over het verbeteren van de samenhang tussen de beroepsbevolking en de werkgelegenheid.
  5. Citymarketing, profilering van Zoetermeer: Investeringen zijn gericht op het versterken van het profiel van Zoetermeer als aantrekkelijke stad in de regio om te wonen, werken, ondernemen, studeren en te genieten. 

Als ondergrens voor voorstellen worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:

  1. Een voorstel moet overtuigend bijdragen aan minimaal één -en bij voorkeur meerdere- van de vier mechanismen van Zoetermeer 2040.
  2. Een voorstel moet minimaal drie jaar effect opleveren en effecten moeten uiterlijk binnen vijf jaar zichtbaar zijn.
  3. Hoe kleiner de groep begunstigden, hoe groter de positieve impact van een voorstel moet zijn om een investering te kunnen rechtvaardigen.

Voor de technische uitvoering van de uitgangspunten is besloten om:

  1. €60 miljoen te storten in het ‘Fonds Zoetermeer 2040’ ten laste van de bestemmingsreserve Eneco.
  2. De mogelijkheden van voeding van het Investeringsfonds Zoetermeer jaarlijks onderwerp van besluitvorming te maken in de Perspectiefnota en de begroting.
  3. Na het bestemmen van middelen aan verschillende thema's deze middelen aan dit thema gekoppeld te houden tot een ander besluit door de raad genomen is.
  4. Voor voorstellen met een gemeentelijke bijdrage boven de 500.000 extern advies in te winnen over de mate waarin een voorstel past binnen het afwegingskader en dit advies toe te voegen aan het raadsvoorstel.
  5. Jaarlijks bij de Perspectiefnota en begroting inzicht te geven in de specifieke voorstellen die het college wil uitvoeren, maar ook in de voorstellen die na bestuurlijke besluitvorming door het college zijn afgewezen (inclusief onderbouwing).

De reserve is op 28 juni 2021 ingesteld (Raadsbesluit 06 37 69 47 55 - Afwegingskader Investeringsfonds op basis van Eneco-middelen).

Toevoegingen Bedrag
Van OAD Reserve Enecogelden 60.000
   
TOTAAL TOEVOEGINGEN 60.000
 
Onttrekkingen Bedrag
geen  
   
TOTAAL ONTREKKINGEN  

 

Voorzieningen

Het verloop van de voorzieningen 2021 is als volgt:

Bedragen x € 1.000



A


Middelen van derden die specifiek besteed moeten worden,  m.u.v. de van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren:
Saldo
01-01-2021 
Toevoegingen Vrijval tgv de exploitatie Aanwendingen Saldo
31-12-2021
1 Voorziening afkoopsommen onderhoud graven 578 32 45 122 443
 2 Voorziening afvalstoffenheffing 1.283 196 - 67 1.412
 3 Voorziening riolering 23.754 3.236 - 1.910 25.080
  Afrondingsverschil 1 -1 - - 0
  Totaal A. Middelen van derden enz. 25.616 3.463 45 2.099 26.935


B

Egalisatievoorzieningen:
Saldo
01-01-2021 
Toevoegingen Vrijval tgv de exploitatie Aanwendingen Saldo
31-12-2021
1 Voorz. onderhoud schoolgebouwen gemeente 1.457 252 - 401 1.308
 2 Voorziening groot onderhoud overige accommodaties 8.280 2.303 - 1.815 8.768
  Afrondingsverschil - - - - -
  Totaal B. Egalisatievoorzieningen 9.737 2.555 - 2.216 10.076


C

Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's:
Saldo
01-01-2021 
Toevoegingen Vrijval tgv de exploitatie Aanwendingen Saldo
31-12-2021
1 Voorziening spaarverlof 9 - - - 9
2 Voorziening wethouderspensioenen 6.287 167 - 132 6.322
3  Voorziening juridische geschillen - - - - -
4  Voorziening Bleizo - - - - -
5  Voorziening nadelige complexen Grondbedrijf 9.220 253 - 2.024 7.449
6  Voorziening pensioencomp. zwembadmedew. 448 - - 39 409
7  Voorziening verplichtingen afgesloten grondexploitaties 833 - 194 31 608
8  Voorziening opheffing gemeenschappelijke regeling - - - - -
  Afrondingsverschil -1 1 - 1 2
  Totaal C. Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's 16.796 421 194 2.227 14.799
  Totaal voorzieningen 52.149 6.439 239 6.552 51.810

A1. Voorziening afkoopsommen onderhoud graven
Deze voorziening dient ter dekking van de kosten die de gemeente de komende jaren moet maken voor de aangegane verplichting om het onderhoud aan graven en bijbehorende omgeving te plegen en de graven te ruimen. De waardeaanpassing en de van derden ontvangen afkoopsommen voor onderhoud zijn aan de voorziening toegevoegd. Jaarlijks vindt er een vrijval plaats ter dekking van het onderhoud.

A2. Voorziening afvalstoffenheffing
Deze voorziening is in 2016 gevormd om uitgestelde investeringen met betrekking tot de afvalstoffeninzameling in latere jaren te compenseren. Per ultimo 2017 is het eindsaldo van de reserve groot onderhoud ondergrondse afvalcontainers overgeboekt naar de voorziening in verband met de vereisten vanuit het BBV. In 2021 zijn de kosten voor groot onderhoud ondergrondse containers gedekt uit de voorziening.

A3. Voorziening riolering
De van burgers ontvangen bedragen uit de rioolheffing moeten ook besteed worden aan kosten van de riolering. Een resultaat op het rioolbudget (waarvan dat budget gedekt is uit de inkomsten uit rioolheffing) als gevolg van bijvoorbeeld niet uitgevoerd werk moet gestort worden in de voorziening, zodat deze middelen in de toekomst beschikbaar zijn voor het uitvoeren van deze werken. Een positief resultaat komt dus niet ten gunste van het rekeningresultaat.

B1. Voorziening onderhoud schoolgebouwen gemeente
Per 1 januari 2015 is de verantwoordelijkheid voor het onderhoud buitenzijde van schoolgebouwen voor primair en (voortgezet) speciaal onderwijs verlegd van gemeenten naar schoolbesturen. De kosten voor brandbeveiliging, die op initiatief van de gemeente zijn aangebracht, blijven voor rekening van de gemeente. Dat geldt ook voor de kosten van extra onderhoud aan schoolpleinen door openbaar gebruik.

Het doel van deze voorziening is om de kosten voor onderhoud aan schoolgebouwen, waarvoor de gemeente geheel of gedeeltelijk verantwoordelijk blijft (multifunctionele gebouwen met onder meer een onderwijsbestemming) te egaliseren. Daarmee worden sterke fluctuaties van uitgaven voor gebouwenonderhoud voorkomen. Omdat deze voorziening is gebaseerd op contante waarde wordt deze aangepast met inflatierente. Op basis van het raadsbesluit van 2 februari 2015 is in de voorziening € 857.000 gereserveerd voor een eenmalige verrekening met schoolbesturen voor uitgesteld onderhoud van voor 1 januari 2015.

Aan de basis van deze voorziening ligt het beheerplan onderhoud schoolgebouwen, dat eens in de vijf jaar wordt herijkt. Na actualisatie van de beheerplannen groot onderhoud eind 2016 blijkt dat een jaarlijkse storting van € 150.000 in de voorziening voldoende is om de kosten groot onderhoud over een periode van 50 jaar te kunnen opvangen.

Naar aanleiding van een aantal externe ontwikkelingen, zoals schaarste aan bouwmaterialen en de hoge inflatie,  zijn de voorzieningen voor groot onderhoud als gevolg daarvan mogelijk niet toereikend. Wij hebben de effecten daarvan nog niet geïnventariseerd. 

B2. Voorziening groot onderhoud overige accommodaties
Deze voorziening is ingesteld bij raadsbesluit op 14 december 2020 en vervangt de reserve groot onderhoud welzijnaccommodaties. Deze voorziening dient om de instandhoudingskosten van de welzijnsaccommodaties te egaliseren. In de onderliggende prognose voor groot onderhoud wordt ervan uitgegaan dat alle welzijnsaccommodaties eeuwigdurend in stand worden gehouden. De onttrekkingen vinden plaats uit de voorziening en bedroegen in 2021 € 400.806.

Naar aanleiding van een aantal externe ontwikkelingen, zoals schaarste aan bouwmaterialen en de hoge inflatie,  zijn de voorzieningen voor groot onderhoud als gevolg daarvan mogelijk niet toereikend. Wij hebben de effecten daarvan nog niet geïnventariseerd. 

C1. Voorziening spaarverlof
De voorziening is getroffen voor de bekostiging bij het opnemen van het spaarverlof. Op grond van de toenmalige CAO hadden ambtenaren (tot 1 april 2006) de mogelijkheid om uren te sparen, om deze later gedurende een aaneengesloten periode op te nemen. Ultimo 2021 resteert er nog 1 deelnemer. De hoogte van de voorziening voldoet om de toekomstige verplichtingen te kunnen dekken.

C2. Voorziening wethouderspensioenen
Op grond van de Wet Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa) is een voorziening getroffen voor de pensioenverplichtingen aan wethouders. Jaarlijks worden de verplichtingen op basis van nieuwe actuariële berekeningen herijkt. Voor het bepalen van de hoogte van deze voorziening wordt de door het ministere van BZK voorgeschreven wettelijke overdrachtsrente gehanteerd. Eind 2021 is deze rente gestegen van 0,082% naar 0,528%.

Ultimo 2021 zijn er 14 deelnemers die een (nabestaanden) pensioen ontvangen en er zijn 17 huidige en voormalige bestuurders, die pensioenrechten hebben opgebouwd, maar nog niet de pensioenleeftijd hebben bereikt. De aanwending betreft de uitbetaling van pensioenen.

C3. Voorziening juridische geschillen
Deze voorziening is in 2010 gevormd voor de kosten en/of schadevergoeding in juridische procedures waartoe de gemeente naar verwachting zal worden veroordeeld. Deze voorziening kent geen saldo, omdat per eind 2021 geen lopende zaken zijn waarvan het risico dermate groot is dat de voorziening moet worden gevuld.

C4. Voorziening Bleizo
Deze voorziening dient om het Zoetermeerse aandeel in een negatief eindresultaat van de GR Bleizo op te kunnen vangen. Inmiddels is er geen sprake meer van een negatief eindresultaat van de GR Bleizo. Dus staat deze voorziening per ultimo 2021 op 0.

C5. Voorziening nadelige complexen Grondbedrijf
Bij een negatief eindresultaat van een grondexploitatie dient direct een voorziening getroffen te worden ter grootte van het volledige verlies. De voorziening nadelige complexen is gewaardeerd op eindwaarde. De voorziening is in de balans in mindering gebracht op de boekwaarde van deze complexen (activazijde van de balans). In die gevallen waarbij de voorziening hoger is dan de boekwaarde per complex is dat gebeurd tot de (netto) boekwaarde per complex nihil is. Het restant blijft in de voorziening aan de passiefzijde van de balans. Dit laatste bestaat per ultimo 2021 uit:

Dit bestaat per ultimo 2021 uit

Bedragen x € 1.000
Complex:  
Bouwgrond in exploitatie Bedrag
042 - Palenstein Herstructurering 6.865
044 - Voormalige Tango locatie Palenstein 11
102 - Amerikaweg 359
129- Plataanhout 214
TOTAAL 7.449

C6. Voorziening pensioencompensatie zwembadmedewerkers
Op grond van de uitplaatsing van een zestal zwembadmedewerkers is in 2015 een voorziening getroffen voor toekomstige verplichtingen die voortvloeien uit rechten op pensioen- en loonsuppletie.

C7. Voorziening verplichtingen afgesloten grondexploitaties
Deze voorziening is ingesteld bij raadsbesluit van 28 november 2016 (Technische aanpassingen grondexploitaties BBV) voor verplichtingen i.v.m. afrondende werkzaamheden die voortvloeien uit grondexploitaties die worden afgesloten.
De aanwendingen in 2021 betreffen met name werkzaamheden voor de inrichting van Bentwoud. Een bedrag van € 194.356 is vrijgevallen ten gunste van de reserve Investeringsfonds 2030.

C8. Voorziening opheffing gemeenschappelijke regeling
In 2017 is door de deelnemende gemeenten van de gemeenschappelijke regeling DSW een intentieverklaring getekend voor het opheffen van de gemeenschappelijke regeling en het op een andere wijze invulling geven aan de uitvoering van de activiteiten. In 2020 heeft de finale afrekening van de liquidatiekosten DSW plaatsgevonden. Dus is het resterende bedrag van de voorziening ten gunste van de exploitatie geboekt. Deze voorziening wordt opgeheven.

Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer

A. Onderhandse leningen van binnenlandse banken en overige financiële instellingen
De onderhandse leningen van binnenlandse banken en overige financiële instellingen betreffen de volgende leningen:

Bedragen x € 1.000
Bank Looptijd 31-12-2021 31-12-2020
Bank voor Nederlandse Gemeenten 30 jaar (3 januari 1994 / 2024) 138 180
Bank voor Nederlandse Gemeenten 30 jaar (3 januari 1994 / 2024) 124 161
Bank voor Nederlandse Gemeenten 10 jaar (19 december 2017 / 2027) 10.000 10.000
Bank voor Nederlandse Gemeenten 5 jaar (20 juni 2019 / 2024) 20.000 20.000
Bank voor Nederlandse Gemeenten 10 jaar (6 december 2019 / 2029) 16.006 18.004
Nederlandse Waterschapsbank 10 jaar (8 december 2011 / 2021) 0 10.000
TOTAAL   46.268 58.345

B. Onderhandse leningen van buitenlandse instellingen
De onderhandse leningen van buitenlandse instellingen betreffen de onderstaande lening(en). De totale rentelast in 2021 bedraagt afgerond € 0,8 mln. 

Bedragen x € 1.000
Bank Looptijd 31-12-2021 31-12-2020
AG Insurance 20 jaar (27 februari 2018 / 2038) 20.000 20.000
TOTAAL   20.000 20.000

C. Waarborgsommen
De waarborgsommen hebben vooral betrekking op verhuurde objecten en aangekochte gronden. Als de afspraken zijn nagekomen door de andere partij wordt de waarborgsom teruggestort.

Vlottende passiva

Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

A. Overige kasgeldleningen
Saldo van de kasgeldleningen is € 0

B. Banksaldi
De banksaldi betreffen negatieve banksaldi bij de BNG

C. Overige schulden
De overige schulden bestaan uit een veelvoud van kortlopende schulden aan diverse crediteuren. De volgende posten zijn groter dan € 0,5 mln.:

Bedragen x € 1.000
Omschrijving:  
Belastingdienst loonheffing december 2021 incl. naheffing 2016, 2017 en 2019 6.065
Gebr. van Doorn Geldermalsen BV 685
Blanksma Bouw bv 753
ABP pensioen december 2021 1.141

 

Overlopende passiva

A. Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume

Deze post bestaat uit diverse posten van verschillende aard en omvang. De grootste posten zijn als volgt:

 Bedragen x € 1.000
Omschrijving:  
Zorg in Natura Jeugdhulp 8.566
Regiotaxi 2021 1.090
Vakantietoeslag uitkeringsgerechtigden 1.076
Verplichtingen Wmo 1.574
CAO effect 1.574
Omzetbelasting 2.846

B. De van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren

Het verloop hiervan in 2021 is als volgt:

Bedragen x € 1.000
 

Uitkeringen van het Rijk

Saldo
01-01-2021 
Ontvangen
bedragen
Vrijgevallen
bedragen of
terug betalingen
Saldo
31-12-2021
1 Rijksbijdr. Ontwikkelingskansen door kwaliteit en educatie (Wet Oke) 2.563 4.846 3.791 3.618
2 Rijksbijdrage Volwasseneneducatie 257 1.199 1.176 280
3 Rijksbijdrage sanering verkeerslawaai 31     31
4 Rijksbijdrage Aanval op de Uitval 52 88 52 88
5 Rijksbijdrage AMIF-projecten 424 72 496 0
6 Rijksbijdrage Basta-traject 50   50 0
7 Rijksbijdrage RRE subsidie 1.582   1.582 0
8 Rijksbijdrage Toeslagenaffaire 160 226 160 226
9 Rijksbijdrage TOZO 3.335   3.335 0
10 Rijksbijdrage RREW subsidie 0 1.341 645 696
11 Rijksbijdrage Kwalificatieplicht 0 57 0 57
12 Rijksbijdrage Corona 0 378   378
13 Rijksbijdrage actieplan wapens en jongeren 0 40   40
14 Rijksbijdrage Sportakkoord 0 120 116 4
15 Rijksbijdrage Woningbouwimpuls 0 11.553   11.553
16 Rijksbijdrage Levensstijl 0 135   135
17 Rijksbijdrage NPO 0 506   506
  Totaal 8.454 20.561 11.403 17.612
 
  Uitkeringen van overige Nederlandse overheidslichamen
Saldo
01-01-2021 
Ontvangen
bedragen
Vrijgevallen
bedragen of
terug betalingen
Saldo
31-12-2021
1 Provincie Zuid-Holland / ISV-subsidie 26 246   272
2 GR Bleizo / Bijdrage Vervoersknoop Bleizo 4.713   350 4.363
3 Gemeente Leidschendam-Voorburg / DHW Landschapstafel verblijfsvoorz. Fauna buitengebied 101   85 16
4 Zonmw / Van kijken naar zien 62   62 0
5  GR Bleizo e.a. / A12 Corridor 19 28 19 28
6 Ventilatie scholen   652   652
7 Corona toegangsbewijzen   323 117 206
8 Versterkingsgelden   297 261 36
9 ZHC Active inclusie   106   106
10 Stapstenen   25   25
11 Moerasparels   60   60
12 PZH   40   40
13 Knelpuntenpot Sociale Huur   200   200
  Totaal 
4.921 1.977 894 6.004

 

C. Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate komen van volgende begrotingsjaren
Deze post bestaat uit diverse posten van verschillende aard en omvang.

De grootste post in 2021 is:

 Bedragen x € 1.000
Omschrijving:  
Vooruit gefactureerde huur jaar 2022 922
Vooruit gefactureerde huur Q1/2022 790

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gewaarborgde geldleningen en garantstellingen buiten de balanstelling

Gewaarborgde geldleningen

In het volgende overzicht is een specificatie opgenomen naar de aard van de geldleningen, waarvoor de gemeente garant staat. Hierbij worden twee categorieën van gewaarborgde geldleningen onderscheiden:

  • Primair risico (gemeente verstrekt garantie op een door de instelling bij een derde aangetrokken lening).
  • Secundair risico (gemeente werkt mee aan garantie via extern garantiefonds; garantstelling met achtervang dan wel vrijwaring via een waarborgfonds).
 Geldnemer Doel van de geldlening Oorspronkelijk bedrag geldlening % waarvoor borg is verleend Restant geldlening
Primair risico: 31-12-2020 31-12-2021
Woningcorporaties Gemeentegarantie 157.758 100% 148.758 141.778
Zorgcentra / gezondheidsinstellingen Gemeentegarantie 29.496 100% 5.258 4.552
Sportverenigingen c.a. Gemeentegarantie 786 100% 602 575
Overige instellingen Gemeentegarantie 1.549 100% 988 867
Overige instellingen (glasnet) Gemeentegarantie 850 15% 559 474
TOTAAL PRIMAIR RISICO   190.439   156.165 148.245
 
Secundair risico:          
Woningcorporaties t/m 31-07-2021 Achter vang 455.265 50% 423.587 405.500
Woningcorporaties t/m 31-07-2021 Vrijwaring WSW 90.201 50% 71.440 70.289
Sportverenigingen Vrijwaring SWS 309 50% 348 329
Woningcorporaties vanaf 01-08-2021  Achter vang  79.681  divers  12.701
TOTAAL SECUNDAIR RISICO   625.456   495.376 488.819
 
TOTALEN:   815.895   651.541 637.064

Woningcorporaties
Het betreft garantstellingen die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van Diensten van Algemeen en Economisch Belang (DAEB). Onder DAEB wordt verstaan: investeringen in nieuwe en bestaande sociale huurwoningen en de directe leefomgeving door een toegelaten instelling (woningcorporatie). DAEB-activiteiten komen ten goede aan de primaire doelgroep: mensen met een laag tot modaal inkomen.

In het overzicht zijn de leningen voor de woningcorporaties onderverdeeld in de volgende categorieën:

Primair risico: Gemeentegaranties
Dit zijn garanties op leningen voor woningcomplexen die, op één na, voor 1996 zijn verstrekt, met een looptijd van meestal 50 jaar en met het woningcomplex als onderpand. Door de raad is in 2009 voor één woningcomplex nog gemeentegarantie verleend. In het overzicht staan meerdere (ingangs)data van na 1996. Deze hebben betrekking op de herfinanciering/ nieuwe rentevaste periode van een lening, die binnen de gestelde voorwaarden van de verstrekte garantie zijn toegestaan.
In 2021 is voor één lening ingestemd met een gedeeltelijke herfinanciering/ nieuwe rentevaste periode voor een bedrag van € 9.000.000. Voor het resterende deel van deze lening van € 3.480.000 en voor een lening van € 3.500.000 waarvan de rentevaste periode is afgelopen, is geen herfinanciering aangevraagd en is de gemeentegarantie komen te vervallen.

Secundair risico: Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW)
De landelijke systematiek van garantstelling en borgtocht is met ingang van 1 augustus 2021 gewijzigd. De gemeente heeft een nieuwe overeenkomst afgesloten met het WSW. Voor garantstellingen vanaf deze datum wordt het percentage van de garantstelling jaarlijks opnieuw bepaald door het WSW. Voor de garantstellingen die voor 1 augustus 2021 zijn overeengekomen, blijft het percentage ongewijzigd (50 %). Deze garantstellingen komen te vervallen bij het einde van de rentevaste periode, het einde van de looptijd van de lening of door vervroegde aflossing van de lening.

  • Garantstellingen tot en met 31 juli 2021 (garantie 50 %)
    • Vrijwaring WSW
      Dit zijn leningen waarvoor gemeentegarantie is verstrekt maar het WSW heeft deze garantie van de gemeente overgenomen.
      In 2021 is de garantstelling € 1.151.807 lager geworden door reguliere jaarlijkse aflossing.
    • Achtervang
      Dit zijn leningen waarvoor een garantstelling is verstrekt door het WSW nadat de gemeente heeft ingestemd met de achtervangpositie.
      In 2021 is ingestemd met twee nieuwe garantstellingen voor € 25.500.000.
      Daarnaast is de garantstelling afgenomen met € 43.587.143 door reguliere jaarlijkse aflossing (€ 346.398), einde van de looptijd (€ 15.000.000) en vervroegde aflossing (€28.240.745).

  • Garantstellingen vanaf 1 augustus 2021 (het garantiepercentage per coöperatie wordt  jaarlijks door WSW vastgesteld)
    • Achtervang
      Dit zijn leningen waarvoor een garantstelling is verstrekt door het WSW zonder tussenkomst van de gemeente. WSW beoordeelt namens de gemeente of de aanvraag van een woningcorporatie die in Zoetermeer actief is, voldoet aan de gestelde vereisten. Indien aan de vereisten wordt voldaan dan verleent WSW de garantstelling en staat de gemeente garant middels de achtervangpositie.
      In 2021 is voor een bedrag van € 79.681.000 aan nieuwe garantstellingen verstrekt door het WSW en waarvan het aandeel, op basis van de percentages, voor Zoetermeer € 12.701.349 is.

Eigen woningen
Niet in het overzicht opgenomen zijn de gemeentegaranties voor eigen woningen. In het verleden zijn hiervoor ongeveer 10.000 gemeentegaranties verstrekt, die gevrijwaard zijn door de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW). Nieuwe garanties voor eigen woningen worden niet meer door de gemeente verstrekt maar door het WEW. De gemeente fungeert als achter vang voor het WEW. Het risico dat de gemeente hierop wordt aangesproken, wordt miniem geacht.
Het rijk en de VNG zijn overeengekomen dat het rijk vanaf 1 januari 2011 de achter vang van nieuwe leningen volledig op zich neemt. Hiervoor is de gemeente op 29 juni 2010 een wijzigingsovereenkomst met het WEW aangegaan. Het fondsvermogen van het WEW blijft voor alle gevallen beschikbaar.

Zorgcentra, gezondheidsinstellingen en sportverenigingen en overige instellingen
Er zijn leningen afgesloten door gezondheidsinstellingen, sportverenigingen en andere instellingen met een maatschappelijk nut, waarvoor de raad een garantie heeft verstrekt. De meeste garanties zijn van vóór 1996; in dat jaar heeft de raad besloten in beginsel geen garanties meer te verstrekken. Als onderdeel van de investeringsimpuls voor amateurverenigingen heeft de raad in november 2005 besloten om dit instrument in relatie tot deze verenigingen weer toe te passen.
In 2021 zijn er geen nieuwe garanties afgegeven.

Toezicht op risico’s
De omvang en de risico’s van de garanties worden bewaakt en regulier via de geëigende instrumenten van de P&C-cyclus gerapporteerd aan de raad.
Specifiek voor garantstellingen zijn de financiële risico’s gemeentegaranties in beeld (zie de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing):

  • Geldleningen aan woningbouwcorporaties
  • Eigen woningen

Overzicht gewaarborgde geldleningen
In bijlage 4 van deze jaarrekening is een overzicht opgenomen van alle gewaarborgde geldleningen.

Garantieaanspraken
Er zijn in 2021 geen garantieaanspraken.

Garantstellingen (bankgaranties)
Per ultimo 2021 waren bij de gemeente 36 bankgaranties met een totaalwaarde van afgerond € 5,9 mln. aanwezig. Het betreffen vooral garanties van aannemersbedrijven die de gemeente als financiële zekerheid vraagt bij de uitvoering van werken.

Toelichting niet in de balans opgenomen belangrijke financiële verplichtingen

Per ultimo 2021 bestonden de volgende niet in de balans opgenomen belangrijke financiële verplichtingen voor de toekomst (met een ondergrens van € 0,5 mln.):

Bedragen x € 1.000
  Omschrijving:  
1 Jeugdhulp en -zorg 42.282
2 Schoolmaatschappelijk werk 771
3 Praktijkondersteuning huisartsen 530
4 Licenties 354
5 Overslag, transport en verwerking huishoudelijk afval  7.212
6 GFT overslag en verwerking 500
7 Onderhoudscontract containers 976
8 Reiniging containeropstellingen 214
9 schoonmaak sport en scholen incl. sociaal cultureel 653
10 Schoonmaak stadhuis en afvalinzameling 1.727
11 Installatie en bouwkundige werkzaamheden 6.550
12 Regulier onderhoud Stadhuis 2.747
13 Regulier onderhoud buitensport 953
14 Wegen 8.190
15 Riool 6.241
16 Groen 1.206
17 Verkeer/ovl/overig 2.787
  TOTAAL 83.893

 

 

1    Jeugdhulp
Voor de Jeugdhulp zijn in H10-verband regionaal nieuwe contracten per 1 januari 2021 afgesloten, uitgezonderd de Gecertificeerde Instellingen Jeugdhulp Plus die al eerder aanbesteed waren. Met de nieuwe contractering wordt gewerkt met een bestedingsruimte per aanbieder.

2.   Schoolmaatschappelijk werk
Met het inzetten van schoolmaatschappelijk werk worden preventieve activiteiten uitgevoerd op school, hulpvragen gesignaleerd en ondersteuning geboden (individueel of groepsgewijs) aan leerkrachten, leerlingen en hun ouders. Indien nodig wordt er doorverwezen naar andere hulpverlening. De schoolmaatschappelijk werker heeft een belangrijke rol als schakel tussen de school, het gezin en andere hulpverlening.

3.   Praktijkondersteuning huisartsen
Met het inzetten van praktijkondersteuning huisartsen jeugd wordt de eerstelijns jeugdzorg vanuit huisartsenpraktijken versterkt en is er een verbinding met het brede veld van de jeugdhulpverlening. Hierdoor zullen kinderen en jeugdigen passende zorg ontvangen, zullen huisartsen worden ondersteund en zal de inzet van onnodig dure jeugdhulp worden voorkomen.

4.   Licenties
Voor Microsoft licentie is een drie jarig contract afgesloten voor de jaren 2019 tot en met juli 2022. Het contract biedt de mogelijkheid om dit te verlengen met telkens drie jaar.

5.   Overslag, transport en verwerking (grof) huishoudelijk afval
Voor de verwerking van het (grof) huishoudelijk afval is een vijfjarig contract voor de jaren 2015 tot en met 2019 gesloten, met een optie tot 3x een verlenging van 2 jaar. Contract is nu verlengd tot en met 2023. Hierna nog 1 verlenging van 2 jaar mogelijk (tot en met 2025).

6.   GFT-overslag en verwerking
Voor de overslag en verwerking van het GFT-afval is een drie jarig contract voor de jaren 2020 tot en met 2022 gesloten, met een optie tot 2x een verlenging van 1 jaar tot en met 2024.

7. Onderhoudscontract containers
Voor het onderhoud van de ondergrondse containers is het contract met twee jaar verlengd tot en met 2023.

8.   Reiniging containeropstelling
Voor het reinigen van de diverse containeropstellingen is het contract, vanwege het stoppen van deze activiteit door het bedrijf, vervroegd beëindigd per 31-12-2021. In 2022 wordt een tijdelijk contract afgesloten van maximaal 1 jaar en een nieuwe aanbesteding gehouden.

9. Schoonmaakcontracten sport en scholen incl. sociaal cultureel
Contract voor het schoonmaken van de sportaccommodaties, en sociaal culturele accommodaties voor de periode 1 december 2018 tot en met 1 december 2021.

10.   Schoonmaak Stadhuis en Afvalinzameling
Contract voor het schoonmaken van het stadhuis en het schoonmaken van het pand waarin het personeel van de afvalinzameling gehuisvest is

11. Installatie en bouwkundige werkzaamheden
Contracten voor het regulier- en groot-/vervangingsonderhoud aan de elektrotechnische- en werktuigbouwkundige installaties van de objecten binnen de portefeuille van het Vastgoedbedrijf voor de periode van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2021.
De bouwkundige elementen van de objecten binnen de portefeuille van het Vastgoedbedrijf voor de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2022.

12. Regulier onderhoud Stadhuis
Contract voor het regulier onderhoud aan de installatietechnische- en bouwkundige elementen van het Stadhuis Forum voor de periode 1 mei 2017 tot 1 mei 2032.

13. Regulier onderhoud Buitensport
Contract voor het onderhoud van de buitensportparken voor de periode van 2 jaar (2022 en 2023).

14. Wegen
Diverse raamovereenkomsten en contracten voor werkzaamheden van percelen voor asfalt en elementenverharding en markering en belijning.

15. Riool
Diverse contracten voor werkzaamheden, waaronder onderhoudsovereenkomst pompen en gemalen, schoonmaak riolering, camera-inspectie in diverse wijken, rioolrenovatie, relining en reiniging riolering.

16. Groen
Diverse contracten voor groenwerkzaamheden. Het betreft o.a. Inspectie bomen en verwijderen Eikenprocessierups en het leveren van speeltoestellen.

17. Verkeer / ovl / overig
Raamovereenkomsten onderhoud verkeersregelinstallaties diverse kruispunten Zoetermeer en leveren & vervangen lichtmasten/armaturen. Dienstverleningsovereenkomst afhandelingsservice betaalpassen. Het verzorgen van parkeerbeheer en onderhoud fietsenstalling.

Bovengenoemde  ‘niet in de balans opgenomen financiële  verplichtingen’  zijn niet allen volledig onderbouwd  bij de jaarrekeningcontrole.  Dit wordt  in 2022 nader uitgezocht.