Financiering

Inleiding

In 2021 is de kadernota Treasury 2021 en het Treasurystatuut 2021 vastgesteld. Hierin is de structuur, inrichting en het beleid van de treasuryfunctie vastgelegd. De concrete vertaling van het uitgevoerde treasurybeleid wordt jaarlijks in de financieringsparagraaf bij de jaarrekening weergegeven.

De treasuryfunctie ondersteunt de uitvoering van de programma’s met als doelstelling: “Het beheren van financiële posities en geldstromen op een zodanige wijze dat de daaraan verbonden risico's worden beperkt en de daarmee gepaard gaande kosten en opbrengsten worden geoptimaliseerd".

De beheersing van deze geldstromen dient uitsluitend de publieke taak. Het prudente karakter van de treasury-activiteiten staat hierbij voorop.
Uit de treasuryactiviteiten volgen rentelasten en/of rentebaten. In deze paragraaf wordt ingegaan op de belangrijkste ontwikkelingen in 2021, op de uitkomsten van het risicobeheer en op het renteresultaat.

Belangrijke ontwikkelingen

Marktrente 2021

Korte leningen
De rentetarieven voor leningen korter dan een jaar zijn het hele jaar negatief geweest. Dat wil zeggen dat er rente wordt ontvangen (in plaats van betaald), wanneer er geld wordt geleend. De 3-maands Euribor (een maatstaf voor de korte rente) bedroeg op 31 december –0,572 %.

Lange leningen
Het rentetarief voor leningen langer dan een jaar meten we af aan leningen van 10 jaar (10 jaar fix) dat de BNG hanteert. Het officiële rentetarief (10 jaar fix) dat de BNG toerekent was op 31 december 0,61%. In vergelijking met een jaar geleden is deze rente 0,5% gestegen. Deze rente is het afgelopen jaar met pieken en dalen verlopen maar lijkt nu, na jaren van daling of stabilisering weer langzaam op te lopen. 
De rente is vooral afhankelijk van de refi-rente die de ECB (Europese Centrale Bank) hanteert. Dit is de rente waarvoor banken kunnen lenen bij de ECB. In 2021 heeft de ECB haar beleid vooralsnog niet gewijzigd, ondanks de oplopende inflatie.

In onderstaande grafiek is de trend zichtbaar van de afgelopen 5 jaar voor zowel de 3 maands-euribor als de 10-jaar fixe (voor de gemeente geldt voor een 10-jaar fixe lening een tarief die enkele tienden van procenten lager ligt).

Afbeelding Renteontwikkeling afgelopen 5 jaar

Rentescenario
Het rentescenario wordt gebruikt voor de raming van de rentelasten. In 2021 gold het volgende rentescenario:

Afbeelding Rentescenario 2021 tot en met 2025

Voor 2021 gold het scenario van 0,5% voor lange leningen en voor korte leningen van -0,5%. Zoals uit bovenstaande beschrijving van de marktrente blijkt, sluit het scenario goed aan in 2021. De marktrente heeft overigens voor 2021 geen effect gehad voor de gemeente. Vanwege de verkoop van aandelen van Eneco en de daaruit beschikbaar gekomen middelen, was het in 2021 niet nodig om leningen aan te trekken.

Het rentescenario op de lange termijn heeft effect op de genomen investeringsbeslissingen. Bij de berekening van de budgettaire consequenties van investeringen is rekening gehouden met een meerjarige rentelast van 2% (het structurele rentescenario).

Ontwikkeling leningenportefeuille
De leningenportefeuille is in 2021 kleiner geworden vanwege de aflossing van een aflopende langlopende lening. Het was niet nodig hiervoor een nieuwe lening aan te trekken. Door de verkoop van Eneco zijn de liquide middelen vooralsnog in voldoende mate aanwezig.

Er is zelfs sprake van een zogenaamde dubbele geldpositie. Het positieve saldo op de liquide middelen (dat we als gemeente in de Rijksschatkist moeten storten) is ongeveer even hoog als de schuldpositie (bedrag aan leningen). Deze dubbele positie zal komende jaren afnemen, omdat een aantal leningen zullen vrijvallen als de looptijd is afgelopen, de investeringen in schaalsprongprojecten toenemen en de uitgaven ten laste van het Fonds Zoetermeer2040 optreden. De verwachting is dat over een aantal jaar voor toekomstige investeringen weer extra financieringsmiddelen nodig zullen zijn. Er is niet overwogen om de bestaande leningen vervroegd af te lossen; vanwege de boetebedingen op de leningen zou dit voor de exploitatie van de gemeenten geen enkel voordeel opleveren. 
Tabel Overzicht lang leningen leningen

Risicobeheer

Op het gebied van financiering worden verschillende risico's onderkend. De wet financiering decentrale overheden (fido) is gericht op het beheersen van renterisico's. Deze beheersing krijgt vorm door wettelijke limieten voor de omvang van de netto vlottende schuld (kasgeldlimiet) en limieten op renteherzieningen en herfinanciering van de vaste schuld (renterisiconorm).

Kasgeldlimiet
Het renterisico op korte termijn wordt in beeld gebracht via de kasgeldlimiet. Maximaal 8,5% van het begrotingstotaal (totaal van de begrote lasten) mag kort (= korter dan een jaar) worden gefinancierd met geleend geld. In 2021 was de kasgeldlimiet voor Zoetermeer € 33,3 mln. Dat wil dus zeggen dat we maximaal € 33,3 mln. aan leningen met een looptijd korter dan een jaar mogen aantrekken. Als de kasgeldlimiet drie achtereenvolgende kwartalen wordt overschreden, dan moet de gemeente een plan ter goedkeuring aan de toezichthouder (Provincie) voorleggen, waarin staat hoe en binnen welke termijn de overschrijding ongedaan wordt gemaakt. Dit betekent normaal gesproken overgaan tot financiering met lang geld.
In 2021 is de kasgeldlimiet geen enkel kwartaal overschreden. Er hoefde geen kort geld te worden geleend, want er was een overschot aan financieringsmiddelen zoals uit onderstaande tabel blijkt. 

Tabel kasgeldlimiet 2020 / 2021

Renterisiconorm
De norm voor het beheersen van het budgettaire renterisico op lange termijn is de renterisiconorm.
De jaarlijks verplichte aflossingen en herzieningen mogen niet meer bedragen dan 20% van het begrotingstotaal (het totaal van de begrote lasten). Dat wil zeggen dat in 2021 maximaal € 78 mln. aan leningen mocht worden afgelost of waarvan de rente mocht worden herzien. Uit onderstaande tabel komt naar voren dat in 2021 de financiering van de vaste schuld ruim onder de renterisiconorm is gebleven. Er is voor € 12 mln. aan leningen afgelost. 
Afbeelding Renterisiconorm

Renteresultaat

Saldo van de financieringsfunctie
Het saldo van de financieringsfunctie wordt gedefinieerd als het saldo van (a) de betaalde rentelast over de aangegane leningen en over de aangetrokken middelen in de rekening courant en (b) de ontvangen rente (baat) over de uitzettingen. Onderstaande tabel geeft dit saldo weer:

Afbeelding Saldo financieringsfunctie

Renteresultaat en rente-omslagpercentage
De netto rentelasten in 2021 bedragen € 542.732. In de begroting was rekening gehouden met netto rentelasten van € 404.123. Per saldo een verschil van € 138.609. Dit verschil is neutraal gemaakt door een onttrekking aan de rente-egalisatiereserve. Deze werkwijze is vastgesteld in de rentenota van 2018.
Het rente-omslagpercentage wordt volgens onderstaande methode berekend:

Omdat het rente-omslagpercentage in de begroting onder de 0,1% uitkwam, is in de begroting geen rente toegerekend aan de programma's. In de rentenota 2018 is de volgende werkwijze beschreven voor de jaarrekening:

"Bij de jaarrekening leiden afwijkingen in de rentelasten van meer dan 25% of groter dan € 500.000 tot een nieuwe berekening van het rente-omslagpercentage en hernieuwde toerekening aan de programma’s" 

Het verschil in toe te rekenen rente tussen begroting en rekening bedraagt in 2021 € 197.774. Deze afwijking is minder dan € 500.000. Daarom heeft er geen hernieuwde toerekening aan de programma's plaatsgevonden en is er ook in de jaarrekening geen rente aan de programma's toegerekend.