Paragraaf 1 Lokale heffingen

Inleiding

In de paragraaf lokale heffingen staan de ontwikkelingen van de belastingen en woonlasten voor het komende jaar. Uitgangspunt is om de lokale lasten maximaal met de inflatie te laten stijgen.

De belangrijkste ontwikkeling voor 2023 is zichtbaar op de Onroerendezaakbelasting (OZB). Vanwege hogere waardestijging van woningen en niet-woningen in 2021 was het tarief in 2022 te hoog vastgesteld. Hierdoor was de OZB-opbrengst in 2022 € 1,2 mln. te hoog. In 2023 daalt het tarief voor de OZB daarom eenmalig, zodat de in 2022 te veel betaalde OZB terug wordt gegeven.  De inkomsten in 2023 zijn door het lagere tarief eenmalig € 1,2 mln. lager. 

Daarnaast is de afgelopen collegeperiode om lastenverzwaring tegen te gaan (amendement 1811-C bij de Programmabegroting 2019) een deel van de kosten voor de afvalstoffenheffing gedekt vanuit de voorziening afvalstoffenheffing . Door deze maatregel is de stijging van de landelijke afvalstoffenbelasting geleidelijk in de tarieven opgenomen. Vanaf 2023 komen deze kosten volledig in het tarief voor de afvalstoffenheffing. Dit tarief gaat daardoor met meer dan de inflatie omhoog. De stijging van de andere tarieven blijft beperkt tot de inflatie.

Voor de toeristenbelasting stelt Zoetermeer, zoals iedere collegeperiode, een tarief vast voor de komende vier jaar (2023-2026). 

Uitgangspunten

In de Heffingennota 2016 zijn de beleidslijnen voor de komende jaren vastgesteld. De lokale heffingen zijn als volgt te onderscheiden:

  1. Belastingen
    De opbrengsten van de belastingen dienen ter versterking van het financiële draagvlak van de gemeenten en vloeien naar de algemene middelen. De gemeenteraad bepaalt zelf waaraan de gemeente dat geld besteedt. De gemeente Zoetermeer heft onroerendezaakbelasting (OZB), parkeerbelasting, toeristenbelasting, hondenbelasting en precariobelasting.
  2. Retributies en bestemmingsheffingen
    Retributies worden geheven als de gemeente een dienst verleent aan een individu of één van haar bezittingen ter beschikking stelt. De opbrengsten van retributies mogen uitsluitend worden aangewend om de kosten voor die specifieke diensten te dekken. De gemeente mag niet meer heffen dan de begrote kosten. De meest voorkomende retributies zijn de leges: vergoedingen voor bijvoorbeeld een bij de gemeente aangevraagde dienst als het aanvragen van een paspoort of een vergunning.   

Bestemmingsheffingen zijn heffingen voor algemene doeleinden, waarvan de gemeente de opbrengsten inzet om bepaalde kosten te dekken. De gemeente mag ook hier niet meer heffen dan de begrote kosten voor de uitvoering van de taken en diensten. Voorbeelden van bestemmingsheffingen zijn de rioolheffing en de afvalstoffenheffing.

Gemeentelijke woonlasten
De gemeentelijke woonlasten bestaan uit OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing. Deze woonlasten komen jaarlijks terug in diverse ranglijstjes van het COELO, de Consumentenbond en de kranten.
In het coalitieakkoord is opgenomen om de tarieven van de lokale belastingen en heffingen jaarlijks zoveel mogelijk slechts aan te passen met maximaal de inflatie. Voor de afvalstoffenheffing en rioolheffing geldt daarnaast dat ze ongeveer 100% kostendekkend zijn, zodat kostenstijgingen ook worden verwerkt in het tarief.

Om de opbrengst van de OZB op peil te houden, worden de tarieven verhoogd of verlaagd met de waardeontwikkeling van de woningen en niet-woningen. Per 1 januari 2022 (basis voor het belastingjaar 2023) is de waardeontwikkeling voor woningen 17% en voor niet woningen 7%. 

Algemeen stijgingspercentage lokale heffingen

De tarieven van de gemeentelijke heffingen en belastingen stijgen in 2023 op basis van de begrotingsuitgangspunten met het algemene stijgingspercentage van 11,5%. Dit percentage is tot stand gekomen door de door het Centraal Planbureau voor 2023 ingeschatte stijging (5,9%) te corrigeren voor de inschattingen van de afgelopen jaren. De inschatting bij het vaststellen van de tarieven voor de jaren 2021 en 2022 is per saldo 5,6% te laag geweest. Dit is in de volgende tabel weergegeven.

Tarieven 2023

Op basis van bovenstaande uitgangspunten zijn de tarieven als volgt.

De tarieven worden in de raad van 19 december 2022 als onderdeel van de belastingverordeningen vastgesteld.

Overige tarieven
De overige tarieven stijgen in principe met 11,5%. Een uitzondering hierop zijn de tarieven die door het rijk worden vastgesteld, zoals de tarieven voor rijbewijzen en reisdocumenten. De tarieven voor de parkeerbelasting worden één keer per twee jaar gewijzigd voor inflatieontwikkelingen en dit vindt in 2024 weer plaats. De tarieven voor de toeristenbelasting worden aan het begin van iedere collegeperiode vastgesteld voor 4 jaar. Dit tarief wordt bepaald aan de hand van  de verwachte gemiddelde prijsstijging voor de komende vier jaar.

Kostendekkendheid leges en heffingen

De opbrengst van de leges en heffingen mag maximaal 100% kostendekkend zijn. Dat wil zeggen dat in totaliteit de baten van de leges niet hoger mogen zijn dan de lasten. In de handreiking kostentoerekening van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties staat opgenomen welke kosten mogen worden toegerekend.  

De werkwijze in Zoetermeer is dat alle kosten die mogen worden toegerekend, in principe worden toegerekend. Bij de bepaling van de kosten van de leges en heffingen worden ook de kosten van overhead toegerekend. Dit gebeurt op basis van een uurtarief per direct uur.

De gemeenteraad stelt de tarieven in december vast. Het overzicht van de kostendekkendheid bij de belastingvoorstellen voor 2022 is hieronder opgenomen. Een geactualiseerd overzicht naar de begroting 2023, komt bij het voorstel belastingverordeningen 2023. In de tabel van 2022 is zichtbaar dat er sprake is van zogenaamde kruissubsidiëring. Dat houdt in dat bepaalde legesopbrengsten (in dit geval de opbrengst van de omgevingsvergunningen) hoger zijn dan de kosten die gemaakt worden met betrekking tot deze vergunningen. De leges voor de omgevingsvergunningen zijn meer dan 100% kostendekkend, namelijk 121%. De hogere opbrengst omgevingsvergunningen wordt vooral veroorzaakt door het verwachte grote aantal aan te vragen omgevingsvergunningen in 2022. Binnen de legestabel zijn er echter ook leges die minder dan 100% kostendekkend zijn. De totale legestabel komt niet boven de 100% kostendekkendheid uit.  

 

Kwijtscheldingsbeleid
Kwijtschelding is hét sociale vangnet voor de lokale lastendruk. Zoetermeer houdt rekening met de draagkracht van de inwoners. In die visie past een zo ruim mogelijk kwijtscheldingsbeleid voor mensen die hun aanslagbiljet gemeentelijke belastingen door hun financiële situatie niet kunnen betalen. Zoetermeer hanteert daarom de maximale landelijke normen die gelden. Kwijtschelding wordt toegepast op rioolheffing, afvalstoffenheffing, hondenbelasting (alleen de eerste hond) en onroerende-zaak belasting. Naast inwoners kunnen ook ondernemers, die minder verdienen dan het minimumloon en niet te veel vermogen hebben, kwijtschelding aanvragen. Kwijtschelding wordt dan toegepast op de woonlasten.
De gemeente maakt het proces voor het aanvragen van kwijtschelding zo eenvoudig mogelijk. Het kwijtscheldingsformulier hoeft maar één keer ingevuld te worden. Daarna worden inkomen en vermogen jaarlijks automatisch getoetst door het Inlichtingenbureau van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De uitslag van deze automatische toets wordt direct bij de aanslag bekend gemaakt. Ook mogen initiële aanvragen voortaan voor de toets worden aangeleverd. Dat bespaart de aanvrager nog meer administratieve lasten.

Toelichting

Onroerende zaakbelasting (OZB)

De waarde van het onroerend goed wordt jaarlijks getaxeerd. De hertaxatie heeft geen budgettaire gevolgen. Met andere woorden: de hertaxatie leidt niet tot een wijziging in de totale opbrengst van de heffing (een hogere gemiddelde waarde leidt tot een lager tarief, en omgekeerd). Voor de woningen wordt een stijging van de WOZ-waarde met 17% verwacht. Voor de niet-woningen is de verwachting dat de  waardeontwikkeling uitkomt op 7,8%. 

Het tarief van de OZB kent in 2023 een bijzonderheid. In 2022 is de tariefstijging voor de OZB te hoog geweest, doordat de waardestijging van de woningen hoger was dan verwacht. Er is uitgegaan van een waardestijging van 10% van de woningen, terwijl de stijging in werkelijkheid 13% geweest is. Voor de niet-woningen was uitgegaan van een daling van de waarde met 4%, terwijl er in werkelijkheid sprake was van een daling van 0,2%. Hierdoor is de OZB opbrengst van 2022 € 1,2 mln. te hoog. In 2023 wordt deze € 1,2 mln. terug gegeven door een eenmalige verlaging van het tarief. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan motie 2206-35A teveel betaalde OZB terug naar de burger.

In onderstaande tabel wordt zichtbaar hoe het tarief tot stand komt. De start is het tarief uit 2022. Dit tarief van 2022 wordt verlaagd naar aanleiding van de stijging van de WOZ-waarde. Dit staat in de kolom 'Tarief na hertaxatie'. Daarna wordt het tarief verhoogd met de prijsinflatie. Dit is het tarief uit de kolom 'Tarief 2023 obv index 11,5%'. Dit zou normaal gesproken het tarief voor 2023 worden. Vanwege de teveel betaalde OZB in 2022 wordt het tarief 2023 verlaagd (zie de kolom correctie 2022). Dit leidt tot het aangepaste tarief voor 2023 dat in de laatste kolom staat opgenomen.

Afvalstoffenheffing

Afgelopen vier jaar is de voorziening afvalstoffenheffing gebruikt om een deel van de kosten van het afval te dekken. Dit is gedaan om lastenverzwaring naar aanleiding van de verhoging van de door het rijk opgelegde afvalbelasting te verminderen (amendement 1811-02 bij de programmabegroting 2019). Hierdoor is het tarief in de afgelopen collegeperiode minder hard gestegen. Vanaf 2023 zet Zoetermeer de voorziening niet meer in als dekking voor de kosten en stijgt het tarief met € 2,70. Daarnaast stijgt het tarief met het algemene stijgingspercentage.

De tarieven voor het komende jaar zien er als volgt uit.

Rioolheffing

Het tarief wordt als basis verhoogd met het algemeen stijgingspercentage. Daarnaast geldt dat de aan rioolheffing toegerekende kosten voor 60% via het vaste bedrag en voor 40% via de WOZ-waarde worden verhaald, rekening houdend met een maximale stijging van de aanslag van € 17,50. Dit betekent dat de aanslag rioolheffing in 2023 maximaal € 294,80 bedraagt. Onderstaand overzicht presenteert tarieven voor 2023. Een pand met een WOZ-waarde van € 1.426.100 ontvangt een maximale aanslag.

Overige tarieven
Leges omgevingswet
De in de legesverordening opgenomen percentages van de bouwkosten worden in 2023 niet aangepast.

Toeristenbelasting
In 2014 is besloten om voor de toeristenbelasting steeds voor 4 jaar een tarief vast te stellen. De laatste periode van vier jaar loopt tot en met het belastingjaar 2022. De gemeenteraad stelt de tarieven die voor de volgende vierjaarlijkse periode (2023-2026) gelden in december 2022 vast. 
Overeenkomstig de werkwijze voor de vorige perioden wordt het tarief voor de komende vier jaar bepaald op basis van de verwachte gemiddelde prijsstijging voor de komende vier jaar gerekend vanaf het nieuwe basisjaar 2022. In onderstaande tabel is de onderbouwing van dit tarief weergegeven.

Toelichting: 
•    Tarief 2019-2022: 
Het tarief  zoals de afgelopen vier jaar is gehanteerd, op basis van het basisjaar 2018 met de in 2018 ingeschatte inflatie voor de periode 2019-2022.
•    Voorgestelde tarief voor de jaren 2023-2026: 
Het gemiddelde van het tarief 2023 tot en met 2026, waarbij rekening is gehouden met het algemeen stijgingspercentage van 11,5% in 2023. Voor de jaren 2024 tot en met 2026 is gerekend met een stijging van 2%. Vervolgens is afgerond op  € 0,05.

Gemeentelijke woonlasten voor inwoners

Jaarlijks verricht het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) onderzoek naar de gemeentelijke woonlasten. De publicatie daarvan vindt plaats in de Atlas van de Lokale Lasten. Onder de gemeentelijke woonlasten verstaat het COELO de OZB voor de eigenaar van een woning met een voor de betreffende gemeente geldende gemiddelde waarde, plus rioolheffing en reinigingsheffing (afvalstoffenheffing), voor een meerpersoonshuishouden eventueel verminderd met een heffingskorting. Door het COELO wordt jaarlijks een vergelijkend overzicht opgesteld van alle Nederlandse gemeenten. In dit overzicht, dat begint met de (deel)gemeente met de laagste heffingen (nr. 1) en eindigt met de (deel)gemeente met de hoogste heffingen, neemt Zoetermeer in 2022 positie 195 in. Dit was in 2021 positie 131. In onderstaande grafiek is de ontwikkeling opgenomen van de afgelopen vijf jaar. Deze stijging op de ranglijst heeft vooral te maken met de te laag ingeschatte stijging van de WOZ waarde, de verhoging van de verwerkingskosten voor matrassen bij de afvalstoffenheffing en het feit dat veel gemeenten de tarieven voor 2022 beperkt hebben laten stijgen.

Gemeentelijke lasten

Op basis van de voorgestelde tarieven 2023 toont de volgende tabel hoeveel de woonlasten bedragen voor inwoners, gespecificeerd naar type woning. Daarbij zijn zowel kopers als huurders naast elkaar gezet.

In onderstaande tabel is de ontwikkeling van de woonlasten in Zoetermeer zichtbaar gemaakt voor de afgelopen jaren (vanaf 2018) aan de hand van een woning van € 214.000 in 2018, rekening houdend met de gemiddelde waardeontwikkeling van de woningen van de jaren 2018 tot en met 2023.

Inkomsten lokale heffingen

De geraamde opbrengsten van de woonlastenheffingen (OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing) laten voor 2023 het volgende beeld zien:

De opbrengsten van de belangrijkste overige gemeentelijke heffingen zijn in onderstaande tabel weergegeven.

De ramingen voor 2023 zijn conform de opgenomen bedragen in deze programmabegroting. 

Aangenomen moties voorjaarsdebat

Niet van toepassing.