Inleiding

Dit jaar vieren we een jubileum. In 1962 werd Zoetermeer een zogenaamde ´groeikern´. De stad ging uitbreiden om de huisvestingsproblemen van de gemeente Den Haag op te lossen. Nu, zestig jaar later, vieren wij ons jubileum als New Town. Ons dorp dat al eeuwen bestond groeide uit tot een stad met ruim 125.000 inwoners. In dit jaar is het goed om stil te staan bij de enorme stappen die wij in Zoetermeer hebben gezet en hoe wij ons ontwikkelden van een klein dorp tot de derde stad van Zuid-Holland. Hier mogen wij Zoetermeerders, ook echt trots op zijn. Om dit te vieren organiseren we in 2022 diverse evenementen. Om vervolgens ook te kijken naar op de opgaves die de stad nu bezig houden. Want de stad is niet zomaar geworden wat zij nu is en zal ook niet zomaar beter worden zonder weer te investeren. Onze blik is daarom op de toekomst gericht. De Visie Zoetermeer 2040 biedt ons een helder doel voor de stad. Vanaf nu zetten we de concrete stappen om daar te komen.

Tegelijkertijd kunnen wij onze ogen niet sluiten voor de bijzondere en moeilijke tijd waarin we leven. De effecten van de zware Corona periode ijlen nog na en de nieuwe uitdagingen stapelen zich op. We hebben te maken met de oorlog in Oekraïne, die wereldwijd voor problemen zorgt. We kennen een vluchtelingencrisis, krapte op de arbeidsmarkt en is er sprake van een grondstoffencrisis waardoor we steeds minder bouwmaterialen kunnen krijgen. We kunnen we niet meer rekenen op voldoende en betaalbare energie en tot slot is de inflatie van nu, de hoogste ooit gemeten in Nederland, met een enorme koopkrachtdaling tot gevolg. Dit zorgt ervoor dat we onze ambities, al dan niet tijdelijk, moeten bijstellen. We werken hard aan onze stad, maar we gaan ongetwijfeld de effecten van alle trends voelen. Dit betekent dat we soms niet de vaart kunnen maken die we eigenlijk zouden willen. 

Veilige stad voor iedereen

Veiligheid staat hoog op de politieke agenda, want iedereen moet zich veilig kunnen voelen in zijn huis, wijk en stad. In Zoetermeer zorgt de gemeente er, samen met de inwoners, de ondernemers, woningcorporaties en met politie, brandweer en handhaving voor, dat iedereen zich veilig kan voelen. Helaas constateren we dat het soms aan dat veilige gevoel ontbreekt. Groepen jongeren escaleren met elkaar, waar omwonende gezinnen en scholen last van hebben. Het college vindt dit onacceptabel en wil het gevoel van veiligheid herstellen de komende jaren. Daarom verruimen we, zoals u ook in het hoofdstuk Veiligheid van het coalitieakkoord kunt lezen, vanaf 2023 het veiligheidsbudget zodat onze hulpverleners en handhavers, meer dan nu, zowel preventief als reactief kunnen handelen. Een belangrijke stap is al gezet door bijvoorbeeld de regionale afstemming met andere gemeenten en de samenwerking met het Openbaar Ministerie en de politie te versterken. 

Goed wonen

Al onze wijken en buurten kennen hun eigen dynamiek en uitdagingen. Die verschillen vragen soms een stadsbrede aanpak maar vaak ook een specifieke oplossing. De woningen, winkels, parken, straten en kantoren geven kleur aan onze buurten en daar zijn wij blij mee. De kwaliteit van de woningen en het openbaar gebied dragen in grote mate bij aan het woongenot en dat verdient extra aandacht. Het belang van zorg voor de directe leefomgeving, in lijn met de visie Zoetermeer 2040, wordt daarmee onderstreept. We starten met gebiedsaanpakken in de wijken Meerzicht en Buytenwegh. Wijkregisseurs in de andere wijken doen ook het nodige om op wijkniveau verbeteringen door te voeren. 

Er is nog steeds veel behoefte aan meer woningen. Het stimuleren van de woningbouw is daarom één van de belangrijkste doelstellingen. We doen dit met grote gebiedsontwikkelingen in de Binnenstad en Entree en ook op tientallen andere plekken. Woningen zijn een primaire levensbehoefte en het college is dan ook vastberaden om het woningtekort te lijf te blijven gaan.

Entree is een van de grootste gebiedsontwikkelingen van Nederland en zal met duizenden woningen en een groen openbaar gebied een prachtige toevoeging aan de stad worden. Ook in 2023 willen we hier meters maken en het tempo vasthouden. Hetzelfde geldt voor de verschillende projecten in de Binnenstad: met een aantal lopende projecten en een ambitieuze visie Binnenstad zien we mogelijkheden voor verbeteringen, waarmee ons centrum de komende jaren nog aantrekkelijker wordt om te wonen, werken en recreëren. 
We investeren natuurlijk ook in wat we al hebben. De bestaande openbare gebieden, zowel de wegen als het groen, worden opgeknapt. 
Om zeker te weten dat we bouwen naar behoefte stellen we in 2023 een nieuwe Woon(zorg)visie op. 

Een ander speerpunt in 2023 is het inwonersoverleg. Het is belangrijk om de steun in de stad voor het bouwen aan de stad verder te vergroten. Het college wil experimenteren met nieuwe vormen. In 2022 is al gestart met een proef voor het maken van een buurtvisie in de Binnenstad. Deze wordt verder uitgewerkt en ontwikkeld in 2023. Daarnaast doen we in 2023 een proef met een inwonersberaad bij het afvalbeleid.

Stap voor stap steeds meer rendement in het sociaal domein

In het Sociaal Domein zien wij de effecten van de huidige crises. Er zijn steeds meer inwoners die door de enorme inflatie en de heersende energiearmoede niet meer rond kunnen komen. Dit gaat ons zeer aan het hart en het vereist handelen van de (lokale én landelijke) overheid. Daarom werken wij aan drie doelen: herstellen van bestaanszekerheid, vergroten van kansengelijkheid en vanzelfsprekend maken van gezond leven. Door zoveel mogelijk de oorzaken van problemen aan te pakken, kunnen we die in de toekomst voorkomen. 
Er is nog wel veel onzekerheid over de gevolgen van de energiearmoede en hoe ze doorwerken in de gemeentelijke financiën en hoe extra taken binnen de huidige personele capaciteit kunnen worden opgevangen. 

Samen met inwoners en partners werken we met sociale innovatie aan een perspectief, een plan en een doorbraak. Door slim te investeren werken we aan een doorbraak om problemen te voorkomen of zo goed mogelijk op te lossen. Om te weten wat het beste werkt is het nodig dat we het maatschappelijk en financieel rendement van wat we doen beter inzichtelijk maken. 

Vooruit kijken

Veel problemen spelen zich af achter de (gesloten) voordeur. De Coronapandemie heeft het niet makkelijker gemaakt om elkaar te vinden. Dit zien wij terug in alle aspecten: het gevoel van veiligheid, de energiearmoede, eenzaamheid, de moeite om een woning te vinden en een verminderd vertrouwen in de overheid. Het is lastig om hulp te zoeken en te vinden. 

De gemeente kan Zoetermeerders helpen om uit problemen te komen. Inwoners moeten dan wel het gevoel hebben dat zij bij de gemeente terecht kunnen. De relatie met de overheid is bij sommige inwoners geschaad waardoor de drempel om bij de gemeente aan te kloppen groot is; uit angst voor negatieve gevolgen achteraf of omdat zij het gevoel hebben dat het geen zin heeft. We zullen moeten werken aan het vertrouwen dat mensen in ons hebben. De gemeente doet daarom haar uiterste best om de komende jaren via uiteenlopende plannen, zeker tijdens deze crises, de Zoetermeerders te ondersteunen en hun vertrouwen in de overheid te vergroten. 

Deze plannen volgen uit de ambities die wij samen hebben verwoord in het Coalitieakkoord ‘Samen doen wat nodig is’. Dit college wil al deze ambities omzetten in goede voorstellen met uitgewerkte plannen. Deze plannen vindt u terug in de begroting. Hiermee gaan we de komende jaren aan de slag. Laten we samen doen wat nodig is. 

Financieel perspectief op hoofdlijn

Karakter Programmabegroting 2023: investeren in de stad in financieel onzekere tijden
Voor u ligt de eerste programmabegroting van de nieuwe bestuursperiode (2022-2026). Deze programmabegroting is, net als vorig jaar, opgesteld in financieel onzekere tijden en bevat dan ook een aantal onzekerheden. Denk daarbij aan de gevolgen van de oorlog in Oekraïne, de hoge inflatie, de tekorten aan personeel en bouwmaterialen. Daarnaast spelen de onzekerheden ten aanzien van de financiële verhouding tussen rijk en gemeente nog.

De financiële positie van de gemeente is voor de jaren 2023 tot en met 2025 sterk verbeterd ten opzichte van de begroting van vorig jaar. Het gemeentefonds is groter doordat het rijk verwacht meer uit te geven. Daarnaast zijn meer gelden beschikbaar voor de toegenomen kosten van jeugdzorg en is voor de jaren 2023, 2024 en 2025 de opschalingskorting bevroren. De programmabegroting is wederom sluitend en de financiële kengetallen laten een positief beeld zien en we investeren de komende jaren veel in de stad.

Toch hebben we nog grote zorgen over de situatie vanaf 2026. Vanaf 2026 verslechtert het financieel perspectief, omdat het kabinet de methodiek van ‘trap op, trap af’ heeft losgelaten. In 2026 keert ook de opschalingskorting weer terug. Beide maatregelen samen leiden tot een fors lagere uitkering van het gemeentefonds vanaf 2026, dit wordt ook wel het ‘ravijn’ genoemd. Dit leidt bij nagenoeg alle gemeenten in Nederland tot een negatief saldo vanaf 2026 en grote onzekerheid over hoe dit zich ontwikkelt. Gemeenten en rijk zijn hier al lang met elkaar over in overleg, maar dit heeft nog niet tot een concreet resultaat geleid. De komende jaren monitoren we de ontwikkelingen hieromtrent nauwgezet samen met Raden in Verzet. 

Financieel perspectief op hoofdlijn in cijfers
De Perspectiefnota 2023 geeft vanwege de verkiezingen alleen autonome ontwikkelingen en de financiële mutaties op bestaand beleid. Nieuw beleid is opgenomen in het Coalitieakkoord ‘Samen doen wat nodig is’. Zie hiervoor: Coalitieakkoord Zoetermeer 2022-2026.

Na het coalitieakkoord is in juni jl. ook de meicirculaire uitgekomen en verwerkt. Dit heeft als gevolg dat de tijdelijke budgetten in de jaren 2023, 2024 en 2025 aanzienlijk zijn gestegen. Ten slotte wordt het financieel perspectief ook vanuit het Tweede Tussenbericht 2022 beïnvloed. In dit Tweede Tussenbericht staan namelijk ook afwijkingen met een structureel karakter. Deze werken meerjarig door en zijn dan ook in deze programmabegroting verwerkt.

Het financieel perspectief voor de komende vier jaar ziet er als volgt uit:

Uit de tabel blijkt dat de gemeente Zoetermeer zowel in 2023 als in 2026 een negatief begrotingssaldo heeft. Dit heeft twee redenen. Allereerst investeert de gemeente vanuit het coalitieakkoord fors in de stad. Hiervoor wordt voor een deel een beroep op de reserves gedaan. De reserves bieden voldoende ruimte. Dit overigens zonder onnodige risico’s te nemen. Ook voor de provincie is dit geen probleem. Hierover later meer.
De tweede reden (voor 2026) is het zogenaamde ‘ravijn’.  

De tabel toont ook dat de jaren 2024 en 2025 een behoorlijk positief saldo kennen, voornamelijk als gevolg van de uitkomsten van de meicirculaire (regel 8) en de meldingen vanuit het Eerste Tussenbericht (3). Deze jaren zijn ook aanzienlijk positiever ten opzichte van het saldo vanuit de programmabegroting van vorig jaar (regel 1). Vanwege het genoemde ‘ravijn’ in 2026 kunnen deze bedragen echter niet worden gebruikt voor structurele uitgaven. Feit is wel dat de bedragen uit de meicirculaire zijn vastgezet. De gelden vanuit de meicirculaire 2022 veranderen daarom tot en met 2025 niet meer, hetgeen enige zekerheid geeft over de begrotingssaldi voor de jaren tot en met 2025. Daarentegen zijn een aantal maatregelen vanuit het coalitieakkoord nog als PM opgenomen. De financiële consequenties daarvan worden de komende tijd uitgezocht.

Financiële ontwikkelingen: een vooruitblik
Zoals vermeld betreft de onzekerheid vooral de jaren vanaf 2026, het laatste jaar van deze collegeperiode. Ter herinnering: vorig jaar is besloten om vanwege deze onzekerheid vanuit het voorzichtigheidsprincipe de volgende twee onderdelen niet meer in de begroting op te nemen:
1.    Mogelijke besparingen als gevolg van Hervormingsagenda Jeugd vanuit het rijk ad € 2,6 mln. per jaar.
2.    Mogelijke aanvullende bijdrage van het rijk als gevolg van de financiële problematiek van de gestegen kosten van Wmo (abonnementstarief) ad € 0,4 mln.
Ook als deze twee bedragen toch vanuit het rijk beschikbaar worden gesteld, biedt dit nog geen oplossing voor de tekorten vanaf 2026. 

Overigens is op Prinsjesdag door het rijk toegezegd dat gemeenten in 2026 eenmalig € 1 miljard extra krijgen. Dit betreft een eenmalige bijdrage die samenhangt met de zogenoemde herijking van het gemeentefonds. Die herijking leidt tot een verschuiving van de totale inkomsten tussen alle gemeentes en staat dus los van de eerder genoemde ‘trap op, trap af’ discussie. Ook deze eenmalige bijdrage biedt daarom geen oplossing voor het structurele tekort.

Het rijk stuurt aan op een uitbreiding van het eigen belastinggebied voor gemeenten vanaf 2026. Op dit moment is Zoetermeer hier geen voorstander van. Het rijk is namelijk niet voornemens de rijksbelastingen te verlagen, waardoor dit per saldo een lastenverzwaring voor onze inwoners en/of het bedrijfsleven betekent. De komende maanden vindt hierover nog uitvoerig overleg tussen VNG en rijk plaats.

Financieel beeld en provinciaal toezicht
Het begrotingssaldo is in 2023 licht negatief, in 2024 en 2025 positief en vanaf 2026 bijna € 15 mln. negatief. De provincie als toezichthouder beoordeelt de begroting op structureel en reëel evenwicht. Dat houdt in dat structurele lasten gedekt moeten worden uit structurele baten. Daarbij kijkt de provincie naar het eerste jaar van de begroting, en als dat niet in evenwicht is naar het laatste jaar 2026. Het gepresenteerde tekort vanaf 2026 heeft geen directe gevolgen voor het oordeel van de provincie in het kader van het begrotingstoezicht, omdat het structurele begrotingssaldo de eerste jaren nog positief is. 
Zie onderstaande tabel met een splitsing in structurele en incidentele baten en lasten.

Voor 2023 is het structurele saldo € 3,110 mln. positief. Vanaf 2026 is het structureel saldo negatief. De gemeente is zich daarvan bewust. Gezien de onzekerheden over nog lopende zaken en onduidelijkheid over de maatregelen van het rijk in 2026 kiest de gemeente Zoetermeer ervoor om nu nog geen maatregelen te nemen en de ontwikkelingen af te wachten. Indien nodig volgen in de Perspectiefnota 2025 nadere maatregelen.