Financiële begroting

Inleiding

Terug naar navigatie - Inleiding

De financiën van Zoetermeer laten een zorgelijk beeld zien. In 2024 is nog sprake van structureel en reëel begrotingsevenwicht maar, naar de huidige inzichten, staat de gemeente voor een forse bezuinigingsopgave om de financiën ook meerjarig op orde te houden. 

De provincie als toezichthouder beoordeelt de begroting op structureel en reëel evenwicht. Dat houdt in dat structurele lasten gedekt moeten worden door structurele baten. Daarbij kijkt de provincie naar het eerste jaar van de begroting (2024), en als dat niet in evenwicht is naar het laatste jaar (2027). Als niet aan die voorwaarden wordt voldaan, past de toezichthouder 'preventief' toezicht toe. Dat houdt onder meer in dat de gemeente geen uitgaven mag doen zonder voorafgaande toestemming van de provincie. Zonder bezuinigingen de komende jaren is er een reële kans dat die situatie zich voor zal doen. Veel hang af van de ontwikkelingen in de financiële verhouding tussen rijk en gemeenten. 

De onzekerheden rondom de financiën zijn groot. Dat geldt voor alle gemeenten en dus ook voor Zoetermeer. Dit heeft voor een groot deel te maken met de inkomsten die gemeenten ontvangen van het rijk, de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Het rijk laat per 2026 de systematiek van trap-op-trap-af los. In deze systematiek volgden de inkomsten van gemeenten de uitgaven van het rijk. Wanneer het rijk meer uitgeeft, stijgt ook de omvang van de algemene uitkering (trap-op). Wanneer de rijksuitgaven afnemen, daalt de omvang van de algemene uitkering (trap-af). Dit systeem wordt in 2026 niet meer gehanteerd. Daarnaast heeft het rijk voor 2026 de algemene uitkering gekort. Daarnaast voert het een nieuwe financieringssystematiek in met ingang van 2027. De stijging van de algemene uitkering wordt dan gekoppeld aan het Bruto Binnenlands Product (BBP).

De tekorten in de jeugdzorg van de afgelopen jaren zijn door het rijk 'opgelost' met tijdelijke tegemoetkomingen. Er is nog geen structurele oplossing. Een commissie van wijzen heeft advies uitgebracht in 2021. Uit het advies kwam naar voren dat gemeenten in totaal bijna € 2 mld. tekortkomen op jeugdzorg. Een deel van dit tekort moet worden opgelost door inhoudelijke maatregelen in de jeugdzorg, waardoor de kosten op termijn lager worden. Over deze zogenaamde hervormingsagenda zijn gemeenten in gesprek met het rijk. De aannames uit de hervormingsagenda met betrekking tot de hoogte van de te realiseren bezuinigingen lijken te positief. In 2025 gaat een commissie bekijken of de ingeboekte bezuinigingen van het rijk reëel zijn geweest. 

Verder is de verdeling van de algemene uitkering over alle gemeenten gewijzigd.  Op totaalniveau voor alle gemeenten heeft dit geen effect, maar door de gewijzigde verdeling zijn er voordeel- en nadeelgemeenten. Zoetermeer behoort tot de nadeelgemeenten. Er lopen verschillende onderzoeken (onder leiding van het ministerie van BZK naar het nieuwe verdeelmodel om te bekijken of het nieuwe model nog verbeterd kan worden. De hoop is dat er dan in ieder geval beter uitgelegd kan worden waarom onder andere Zoetermeer een nadeelgemeente is. 

Het rijk heeft veel wensen waarbij voor de uitvoering een beroep wordt gedaan op gemeenten. Te zien is dat in de afgelopen jaren steeds meer gebruik wordt gemaakt van specifieke uitkeringen als financiering voor de uitvoering in plaats van algemene middelen via het gemeentefonds. Specifieke uitkeringen worden per regeling afgerekend met het betrokken ministerie. Daardoor worden gemeenten in hun beleidsvrijheid beperkt en zijn er meer administratieve lasten.

In 2022 en 2023 waren de prijsstijgingen onverwacht groot. Voor 2024 en verder lijken de stijgingen zich op een lager niveau te stabiliseren. Het effect van de prijsstijgingen werkt wel door in de budgetten voor die jaren en met vertraging in loon- en renteberekeningen. In principe krijgen gemeenten via het gemeentefonds extra geld om prijs- en loonstijgingen en volumeontwikkelingen op te vangen.

Hoewel baten en lasten tot zorgen leiden is de financiële positie van gemeente Zoetermeer gezond. Zoetermeer beschikt over relatief ruime reserves en is in staat om risico's op te vangen als ze zich voordoen. De regelgeving laat echter niet toe om daar rekening mee te houden bij de bepaling van het reëel en structureel evenwicht en de toets van de provincie. Zowel provincies als het ministerie van Binnenlandse Zaken denken na over een methode hoe de regelgeving kan worden gewijzigd om ook reserves te betrekken bij de toetsing. Voor dit jaar biedt dat nog geen soelaas maar komende jaren kan Zoetermeer daar wellicht gebruik van maken. Hiermee zouden we meer gefaseerd eventuele bezuinigingen kunnen doorvoeren. 

Door de val van het kabinet en de formatie van een nieuw kabinet komt definitieve besluitvorming in de vertraging terwijl het ravijnjaar 2026 snel dichterbij komt. Het is aan gemeenten om verstandige keuzes te maken in onzekere omstandigheden. Dat is geen geringe opgave.

Grondslagen

Terug naar navigatie - Grondslagen

De volgende grondslagen bepalen mede het financiële beeld in de programmabegroting:

  • Ontwikkeling van de aantallen inwoners en woningen
  • Beleid ten aanzien van verwachte ontwikkeling van het loon- en prijspeil
  • Ontwikkeling algemene uitkering
  • Rentepercentages
  • Afschrijvingstermijnen.

Ontwikkeling van de aantallen inwoners en woningen

Terug naar navigatie - Ontwikkeling van de aantallen inwoners en woningen

In deze begroting is voor de berekening van de uitkering van het Gemeentefonds uitgegaan van de aantallen woningen en inwoners zoals opgenomen in onderstaande tabel. 

De aantallen inwoners en woningen zijn voor de financiële begroting belangrijke parameters, omdat veel financiële stromen (zoals Algemene uitkering en diverse belastingen) worden berekend aan de hand van deze parameters. De financiële gevolgen van een toename van de woningen (en veranderingen in het aantal inwoners) is voor het begrotingssaldo in principe neutraal. De hogere inkomsten als gevolg van meer woningen/inwoners worden voor maximaal 50% gestort in de Reserve Fonds Zoetermeer 2040 (voormalig Reserve Investeringsfonds) en voor 50% ingezet voor hogere kosten van beheer/voorzieningen als gevolg van uitbreiding van het aantal inwoners en het te onderhouden openbaar gebied.

Loon- en prijsstijging

Terug naar navigatie - Loon- en prijsstijging

De gevolgen voor loon- en prijsstijging ten opzichte van de begroting 2023 worden als volgt in de programma’s van de begroting 2024 verwerkt.

Prijsstijging 2024
Op basis van de gegevens van het Centraal Plan Bureau (CPB) van maart 2023 worden de prijsmutaties voor 2024 bepaald. Voor de lastenkant van de begroting 2024 wordt uitgegaan van een prijsstijging van 8,5% ten opzichte van de begroting 2023. Dit percentage bestaat uit de inschatting voor 2024 van 3,9% en een correctie van 4,6% over voorgaande jaren. Deze stijging is ten opzichte van de ramingen zoals opgenomen in de Programmabegroting 2023.

Voor de batenkant van de begroting 2024 wordt rekening gehouden met een stijging van de tarieven van 1,2%. Dit percentage bestaat uit de inschatting voor 2024 van 3,9% en een correctie van -2,7% over voorgaande jaren. Deze stijging is ten opzichte van de vastgestelde tarieven in december 2022. In het tarievenvoorstel van december 2023 wordt het stijgingspercentage voor de belastingen, leges en heffingen definitief vastgesteld. Dit gebeurt op basis van de gegevens van de Miljoenennota/Macro economische verkenningen.

Loonstijging 2024
Voor de stijging van de loonkosten is bij de Perspectiefnota 2024 een stijgingspercentage van 9,2% aangehouden ten opzichte van de Programmabegroting 2023. In het memo Actualisatie uitkomst meicirculaire 2023 is een nieuwe inschatting gemaakt. Het stijgingspercentage is bijgesteld naar 8%.

Loon- en prijsstijging 2025 en verder

 Voor de stijging van de lasten in de begroting volgen we de raming van het CPB voor het indexcijfer ‘materiele overheidsconsumptie (IMOC)’. Voor de loonstijging volgen we ook de raming van het CPB. Hiervoor gebruiken we het indexcijfer ‘loonvoet sector overheid’. De hieruit voortvloeiende kostenstijging wordt gedekt uit de stijging van de Algemene Uitkering als gevolg van ontwikkeling van de accressen van het Gemeentefonds.

Ontwikkeling algemene uitkering

Terug naar navigatie - Ontwikkeling algemene uitkering

De in de begroting verwerkte Algemene uitkering is gebaseerd op de Meicirculaire 2023. Met de eventuele gevolgen uit de Septembercirculaire 2023 wordt in de programmabegroting zelf geen rekening gehouden. De budgettaire vertaling ervan wordt betrokken in de volgende perspectiefnota. 
Voor Zoetermeer leverde de meicirculaire in 2024 een voordeel op van € 5,7 mln. dat in de jaren tot en met 2025 oploopt naar een voordeel van € 12,5 mln. Vanaf 2026 loopt het voordeel terug naar € 1,8 mln. omdat dan de opschalingskorting vervalt en de methodiek van ‘trap op, trap af’ niet meer is toegepast. De omvang van het gemeentefonds volgt de ontwikkeling van de rijksbegroting. Een gedetailleerde toelichting is opgenomen in het Overzicht algemene dekkingsmiddelen (OAD).

Afschrijvingstermijnen

Terug naar navigatie - Afschrijvingstermijnen

Op investeringen wordt afgeschreven. Daardoor worden de investeringsuitgaven in de tijd verdeeld over de gebruiksduur van de investering. De geldende afschrijvingstermijnen zijn opgenomen in bijlage 13. De raad bepaalt afschrijvingstermijnen en legt deze vast in verschillende beleidsnota’s. Ter wille van het overzicht wordt het totaaloverzicht van actuele afschrijvingstermijnen in de begroting opgenomen.

Totstandkoming van de begroting

Terug naar navigatie - Totstandkoming van de begroting

De bovenstaande tabel toont de cijfermatige vertaling van de diverse momenten bij het opstellen van de begroting.  In november 2022 heeft de raad de Programmabegroting 2023-2026 vastgesteld (zie regel 1). Hieraan zijn de financiële gevolgen van de raadsbesluiten (zie regel 2) en de meldingen uit het Eerste Tussenbericht (TB 1, regel 3) toegevoegd.  Met het in het voorjaarsdebat aangenomen amendement (regel 4) was dit het vertrekpunt voor het opstellen van de begroting. De gevolgen van de meicirculaire (regel 6) zijn verwerkt in het Tweede Tussenbericht. De overige mutaties (regel 7) na het voorjaarsdebat die van invloed zijn op deze begroting worden hierna toegelicht. 

Afwijkingen op bestaand beleid na peildatum Perspectiefnota 2024

Terug naar navigatie - Afwijkingen op bestaand beleid na peildatum Perspectiefnota 2024

Na het voorjaarsdebat hebben zich de volgende mutaties voorgedaan.



1. Jeugdhulp in natura
De kosten stijgen in de hele regio H10 en voor Zoetermeer wordt in 2024 rekening gehouden met een overschrijding van het budget met € 10 mln. De verwachte kostenstijging wordt grotendeels veroorzaakt door een sterke stijging in de kosten voor ambulante jeugdhulp. Deze kostenstijging is veel hoger dan op basis van indexatie van de tarieven te verwachten was. De stijging van de kosten wordt niet zozeer verklaard door een stijging van het aantal jeugdigen, maar wel door een stijging van de gemiddelde kostprijs. Het beeld is dan ook dat de intensiteit van de zorg toeneemt: meer uren zorg en of inzet van zwaardere vormen van ambulante jeugdhulp. Daarnaast nemen de kosten voor jeugdhulp met verblijf toe. Dit wordt met name verklaard doordat er een afbouw plaatsvindt van de gesloten jeugdhulp en een omschakeling naar kleinere groepen. Ook de stijging van het aantal jeugdigen dat gebruikmaakt van zeer specialistische landelijk ingekochte jeugdhulp zet zich door. Het gaat dan om dure jeugdhulp voor een kleine groep jeugdigen. De komende periode wordt prioriteit gegeven aan het reduceren van de kosten(stijging). In aansluiting hierop wordt een taakstelling van € 7 mln. opgelegd.  

2. Wmo
De achterstand van het inlopen van de achterstallige meldingen Wmo is bijna volledig ingelopen en zien we dat sommige uitgaven achterblijven bij de verwachting. Dit vraagt om een nadere analyse. We verwachten eind november 2023 een goede analyse te kunnen maken. Naar verwachting is in 2024 sprake van een voordeel van € 3 mln. 

3 en 4. Warmte-Koude opslag Palenstein
De aanleg van de Warmte Koude opslag in Palenstein is met 1 tot 2 jaar vertraagd. Het beschikbare budget 2023 van € 1,1 mln. zal waarschijnlijk in 2024 of 2025 worden aangewend. Het in de programmabegroting opgenomen budget voor 2024 van € 3,1 mln. en voor 2027 van € 2,5 mln. zal mogelijk ook met 1 tot 2 jaar opschuiven. De lasten worden verrekend met de reserve.

5 en 6. Aanleg kabels en leidingen
Voor het graven in de openbare ruimte wordt een herstelvergoeding  bij netbeheerders in rekening gebracht. Door een toename van het aantal opbrekingen door de aanleg van kabels en leidingen wordt tot 2026 een extra inkomst van € 630.000 per jaar verwacht. Tegenover deze inkomsten zijn er hogere uitgaven voor herstelwerkzaamheden. 

7 en 8. Gronddepot Nieuwe Driemanspolder
Door vertraging in projecten is de toelevering van grond achtergebleven, waardoor er minder inkomsten en uitgaven zijn. Dit zorgt voor een verschuiving van de werkzaamheden naar 2024 en 2025. Hier wordt jaarlijks € 100.000 aan baten en € 100.000 aan lasten verwacht.

9. Betaald Parkeren
In het eerste tussenbericht is een incidentele opbrengstverhoging van € 150.000 voor de jaren 2023 en 2024 gemeld. Deze incidentele opbrengst was verwacht doordat de locatie Markt langer beschikbaar blijft door de vertraging van het project Markt 10. Deze incidentele opbrengstverhoging wordt niet behaald. De begrote opbrengsten voor de jaren 2023 en 2024 zijn € 2,15 mln. en vanaf 2025 € 2,0 mln. Dit is een aanvullend nadeel van € 150.000 voor de jaren 2023 en 2024.

10. Kunstwerken
Bij het project in Coornherthove worden extra kosten verwacht voor de aanleg van extra grondkeringen (areaalwijziging) die benodigd zijn om toekomstige verzakkingen te voorkomen. De extra kosten bedragen € 690.000 in 2024. 

11 en 12. Pompen en gemalen
Om de pompen en gemalen te voorzien van energie is jaarlijks € 130.000 begroot. Door gestegen energiekosten wordt een jaarlijkse overschrijding van € 65.000 verwacht. De energiekosten hebben direct betrekking op onze watertaken en worden verhaald middels de rioolheffing.

13. Voorbereiding Omgevingswet
De uitvoering van de milieueffectrapportage begroot € 90.000 is vertraagd naar 2024.

14. Verkiezingen
Naar aanleiding van een aanbesteding zijn de kosten voor onder meer de op- en afbouw van stembureaus en de (beveiligde) opslag van stembiljetten aanzienlijk gestegen. Oorzaak hiervan zijn onder meer de cao lonen, prijsindexering en hogere energiekosten. Om de prijsstijging te dekken is structureel een extra budget van € 177.000 nodig. De vervroegde Tweede Kamerverkiezing in 2023 veroorzaakt daarnaast ook een verschuiving van kosten in jaarschijven. Zo komt de Tweede Kamerverkiezing in 2025 te vervallen en vindt deze nu plaats in 2028 evenals de Europese Parlementsverkiezingen.

15. Personeelsfeest
Voor de organisatie van een personeelsfeest heeft gemeente Zoetermeer 1x per 4 jaar € 181.200 beschikbaar gesteld. Door Covid-19 uitbraak is in 2022 is dit feest niet doorgegaan en is het budget overgeheveld naar 2023. Ook in 2023 is de verwachting dat het personeelsfeest niet plaatsvindt omdat het jaarlijks zomerfeest  van de Cultuurgids is georganiseerd. Voorgesteld wordt om ook in de toekomst het personeelsfeest samen te voegen met de Cultuurgids, zodat het feest een jaarlijks festival wordt. Het budget van € 181.200 eens per 4 jaar wordt omgezet in een jaarlijks budget van € 45.300.

16. Vrijval kapitaallasten vervangingsinvesteringen
Als een kapitaalgoed later wordt vervangen dan gepland schuiven ook de berekende afschrijving en de rentelasten een jaar op. Dit geeft een eenmalig voordeel. 

17. Rentebaten
Door de stijging van de rente die de gemeente ontvangt over de middelen in de rijksschatkist zullen de rentebaten in 2024 hoger uitvallen dan begroot. Dit levert een extra voordeel van € 600.000 op. 

18. Dividend Stedin
In de meerjarenbegroting is een bedrag van € 267.000 opgenomen als dividenduitkering op de cumulatief preferente aandelen. Door een hoger nettoresultaat bij Stedin in 2022 wordt ook regulier dividend uitgekeerd waardoor een  voordeel wordt verwacht van € 300.000. Hoewel de winstprognoses van Stedin voor de komende jaren erg onzeker zijn, mede door de forse investeringen in de energietransitie, wordt het verantwoord geacht om dit bedrag structureel in de meerjarenbegroting op te nemen.  

19. Teruggave hogere OZB opbrengst 2023 in 2024
Vanwege een te lage aanname op de waardestijging van woning en niet-woningen, wordt in 2023 € 2,3 mln. extra aan OZB-opbrengst ontvangen. Volgens afspraak wordt zo'n groot voordeel in het jaar erna teruggegeven in het tarief. Dat houdt in dat het tarief zover wordt verlaagd dat de opbrengst in 2024 € 2,3 mln. lager zal zijn.  Dit is een incidentele verlaging. In 2025 zullen de tarieven weer op de normale wijze worden vastgesteld.

20/22. Volumeontwikkeling OZB
De volumeontwikkeling van de OZB-opbrengst wordt, zoals in de perspectiefnota 2023 (vorig jaar) is beschreven voor een deel gereserveerd in de reserve Rif voor investeringen in de stad zoals aanleg van wegen vanwege uitbreiding van de stad. Een ander deel wordt gereserveerd in de begroting voor uitbreiding van voorzieningen die nodig zijn vanwege de groei van de stad. 

23. Startersleningen
Vanwege vervroegde en versnelde aflossingen van de startersleningen wordt de raming van de rentebaten voor 2027 naar beneden bijgesteld. De overige jaren waren reeds aangepast in de begroting.

Opbouw financiƫle begroting

Terug naar navigatie - Opbouw financiƫle begroting

De financiële begroting is opgebouwd uit zeven programma’s, het Overzicht Overhead, het Overzicht algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien en de Vennootschapsbelasting (Vpb)
Per programma worden onderscheiden:
•    De lasten
•    De baten 
•    De toevoegingen en onttrekkingen aan reserves
Het saldo van baten en lasten is het exploitatiesaldo. Het eindsaldo, waarin de mutaties van de reserves zijn meegenomen, wordt het ‘geraamd resultaat’ genoemd. Onderstaande tabel geeft de te autoriseren bedragen voor 2024 weer. In bijlage 12 Overzicht taakvelden is de uitsplitsing voor de jaren 2025, 2026 en 2027 opgenomen.

 

Totaal raming programmabegroting 2024

Terug naar navigatie - Totaal raming programmabegroting 2024
Totaal raming Begroting 2024
Lasten Baten Toevoegingen Onttrekkingen Saldo
1. Onderwijs, economie en Arbeidsparticipatie -122.182.144 61.872.717 -2.483.309 3.512.745 -59.279.991
2. Samen leven en ondersteunen -129.697.541 6.840.040 0 1.248.997 -121.608.504
3. Leefbaarheid, duurzaam en groen -68.951.838 34.500.228 0 5.389.242 -29.062.368
4. Vrije tijd -34.946.078 11.974.584 0 75.249 -22.896.245
5. Veiligheid -21.612.338 754.230 0 681.000 -20.177.108
6. Dienstverlening en participatie -19.095.042 8.320.574 0 130.000 -10.644.468
7. Inrichting van de stad -26.675.410 21.824.061 -3.890.656 2.247.965 -6.494.040
Overzicht overhead -57.415.223 198.421 -289.534 27.000 -57.479.336
Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien -6.232.661 324.996.659 -2.795.921 9.217.875 325.185.952
Heffingsbedrag Vennootschapsbelasting 0 0 0 0 0

totaaloverzicht op meerjarenbasis

Terug naar navigatie - totaaloverzicht op meerjarenbasis
Totaal Programma's Begroting 2024 Begroting 2025 Begroting 2026 Begroting 2027
1. Onderwijs, economie en Arbeidsparticipatie
Lasten -122.182.144 -117.968.310 -117.363.384 -116.847.640
Baten 61.872.717 59.224.658 59.224.658 59.224.658
Saldo baten en lasten -60.309.427 -58.743.652 -58.138.726 -57.622.982
Toevoegingen -2.483.309 -1.724.759 -2.533.876 -3.165.027
Onttrekkingen 3.512.745 2.267.051 2.545.566 3.103.877
Saldo reservemutaties 1.029.436 542.292 11.690 -61.150
Totaal 1. Onderwijs, economie en Arbeidsparticipatie -59.279.991 -58.201.360 -58.127.036 -57.684.132
2. Samen leven en ondersteunen
Lasten -129.697.541 -127.618.316 -125.834.669 -124.629.091
Baten 6.840.040 3.276.840 2.907.840 1.983.840
Saldo baten en lasten -122.857.501 -124.341.476 -122.926.829 -122.645.251
Onttrekkingen 1.248.997 106.000 106.000 53.500
Saldo reservemutaties 1.248.997 106.000 106.000 53.500
Totaal 2. Samen leven en ondersteunen -121.608.504 -124.235.476 -122.820.829 -122.591.751
3. Leefbaarheid, duurzaam en groen
Lasten -68.951.838 -69.063.044 -63.050.038 -61.511.790
Baten 34.500.228 34.266.476 31.540.137 31.561.034
Saldo baten en lasten -34.451.610 -34.796.568 -31.509.901 -29.950.756
Onttrekkingen 5.389.242 6.145.000 3.145.000 1.545.000
Saldo reservemutaties 5.389.242 6.145.000 3.145.000 1.545.000
Totaal 3. Leefbaarheid, duurzaam en groen -29.062.368 -28.651.568 -28.364.901 -28.405.756
4. Vrije tijd
Lasten -34.946.078 -35.278.010 -32.628.764 -32.596.639
Baten 11.974.584 11.662.292 11.653.571 11.118.189
Saldo baten en lasten -22.971.494 -23.615.718 -20.975.193 -21.478.450
Toevoegingen 0 -40.116 0 0
Onttrekkingen 75.249 66.760 6.760 6.760
Saldo reservemutaties 75.249 26.644 6.760 6.760
Totaal 4. Vrije tijd -22.896.245 -23.589.074 -20.968.433 -21.471.690
5. Veiligheid
Lasten -21.612.338 -21.533.909 -21.043.344 -20.749.110
Baten 754.230 754.230 754.230 754.230
Saldo baten en lasten -20.858.108 -20.779.679 -20.289.114 -19.994.880
Onttrekkingen 681.000 640.500 300.000 0
Saldo reservemutaties 681.000 640.500 300.000 0
Totaal 5. Veiligheid -20.177.108 -20.139.179 -19.989.114 -19.994.880
6. Dienstverlening en participatie
Lasten -19.095.042 -17.219.011 -17.526.069 -17.389.781
Baten 8.320.574 6.408.488 6.219.488 6.219.488
Saldo baten en lasten -10.774.468 -10.810.523 -11.306.581 -11.170.293
Onttrekkingen 130.000 140.000 0 0
Saldo reservemutaties 130.000 140.000 0 0
Totaal 6. Dienstverlening en participatie -10.644.468 -10.670.523 -11.306.581 -11.170.293
7. Inrichting van de stad
Lasten -26.675.410 -28.556.199 -18.932.486 -17.209.400
Baten 21.824.061 13.074.328 13.037.609 10.629.913
Saldo baten en lasten -4.851.349 -15.481.871 -5.894.877 -6.579.487
Toevoegingen -3.890.656 -3.546.835 -3.385.947 -1.434.368
Onttrekkingen 2.247.965 11.966.452 2.273.264 1.095.364
Saldo reservemutaties -1.642.691 8.419.617 -1.112.683 -339.004
Totaal 7. Inrichting van de stad -6.494.040 -7.062.254 -7.007.560 -6.918.491
Overzicht overhead
Lasten -57.415.223 -57.294.061 -51.337.955 -51.306.979
Baten 198.421 198.421 198.421 198.421
Saldo baten en lasten -57.216.802 -57.095.640 -51.139.534 -51.108.558
Toevoegingen -289.534 -289.534 -289.534 -289.534
Onttrekkingen 27.000 27.000 27.000 13.500
Saldo reservemutaties -262.534 -262.534 -262.534 -276.034
Totaal Overzicht overhead -57.479.336 -57.358.174 -51.402.068 -51.384.592
Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien
Lasten -6.232.661 -17.889.497 -26.998.687 -34.653.595
Baten 324.996.659 342.018.896 332.815.508 337.513.822
Saldo baten en lasten 318.763.998 324.129.399 305.816.821 302.860.227
Toevoegingen -2.795.921 -3.060.226 -1.740.152 -1.729.419
Onttrekkingen 9.217.875 8.384.109 753.227 701.087
Saldo reservemutaties 6.421.954 5.323.883 -986.925 -1.028.332
Totaal Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien 325.185.952 329.453.282 304.829.896 301.831.895
Heffingsbedrag Vennootschapsbelasting
Lasten 0 -161.000 -161.000 -161.000
Saldo baten en lasten 0 -161.000 -161.000 -161.000
Totaal Heffingsbedrag Vennootschapsbelasting 0 -161.000 -161.000 -161.000
Terug naar navigatie - totaal meerjarenbasis
Totaal programma's Begroting 2024 Begroting 2025 Begroting 2026 Begroting 2027
Lasten -486.808.275 -492.581.357 -474.876.396 -477.055.025
Baten 471.281.514 470.884.629 458.351.462 459.203.595
saldo baten en lasten -15.526.761 -21.696.728 -16.524.934 -17.851.430
Toevoegingen -9.459.420 -8.661.470 -7.949.509 -6.618.348
Onttrekkingen 22.530.073 29.742.872 9.156.817 6.519.088
saldo reservemutaties 13.070.653 21.081.402 1.207.308 -99.260

Incidentele baten en lasten

Terug naar navigatie - Incidentele baten en lasten

Inzicht in de incidentele baten en lasten is nodig om te beoordelen of de begroting structureel in evenwicht is, dat wil zeggen dat de structurele lasten worden gedekt door structurele baten. De incidentele baten en lasten blijven voor de bepaling van dat evenwicht buiten beschouwing.

Onder incidentele baten en lasten worden onder andere de volgende posten verstaan:
- Inkomsten uit grondexploitaties
- Dotaties en onttrekkingen aan reserves
- Bijzondere baten en lasten ten gevolge van incidenteel nieuw beleid
- Voordelige en nadelige afwikkelingsverschillen van voorgaande dienstjaren
- Extra afschrijvingen ten laste van de exploitatie.

Alleen baten en/of lasten van tijdelijk aard en die groter zijn dan € 100.000 worden als incidenteel aangemerkt.

Toelichting incidentele baten en lasten

Terug naar navigatie - Toelichting incidentele baten en lasten

Programma 1 Onderwijs, economie en Arbeidsparticipatie
In de Perspectiefnota 2021 zijn voor 2021/2024 bedragen opgenomen in verband met bestuurlijke afspraken over laaggeletterdheid met daar tegenover een rijksbijdrage op OAD. Het gaat om € 129.000 per jaar. Voor de aanpak van fraude zorgaanbieders is het coalitieakkoord een bedrag gereserveerd van € 107.000 per jaar voor 2023/2025 en voor 2026 €54.000. Voor de actieagenda Economie gaat het om €110.000 per jaar voor vier jaar. Daarnaast is een tweejaarlijkse innovatieprijs in het leven geroepen van € 30.000, dus voor 2023 en 2025. Vanuit het Sociaal Innovatiefonds is voor de uitvoering van deelprojecten in programma 1 € 192.500 beschikbaar. In de Perspectiefnota 2024 is voor 2024 en 2025 € 213.000 uitgetrokken om de samenhang tussen fysiek en sociaal domein tot stand te brengen in het kader van Zoetermeer 2040 en processen daarop aan te passen. Voor dezelfde jaren is € 50.000 beschikbaar voor overleg met stakeholders van winkelcentra over te zetten stappen voor verbetering van de centra. In voorgaande jaren is voor twee jaar geld beschikbaar gekomen voor een strategie werklocaties. Niet al het geld is uitgegeven en er is € 40.000 naar 2024 overgeheveld. Daar tegenover staat een onttrekking aan de Reserve Fonds Zoetermeer 2040. Ook voor de ontwikkeling van Innolabs in de wijken was incidenteel budget beschikbaar. Daarvan is € 135.000 niet uitgegeven en overgeheveld naar 2023/2025 voor elk jaar € 45.000.    

Programma 2 Samen leven en ondersteunen
In het huidige coalitieakkoord is voor 2023/2026 € 150.000 beschikbaar voor het vergroten van toegankelijkheid en voor 2024/2026 € 106.000 voor een Woonzorgvisie. In 2027 is daarvoor € 53.500 beschikbaar. De Woonzorgvisie wordt ten laste van de Reserve Fonds Zoetermeer 2040 gebracht. Uit het Sociaal Innovatiefonds is voor tijdelijke jeugdvoorzieningen in programma 2 in 2024 € 1.142.997. In de Perspectiefnota 2024 is budget gereserveerd voor Projecten jeugd voor twee jaar. Het gaat om een bedrag voor € 1.169.000. Het doel is om sturing en samenwerking binnen het jeugddomein te verbeteren. De projecten worden in samenhang uitgevoerd en bestrijken het hele spectrum van de jeugdzorg. Voor het uitvoeringsplan als gevolg Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) is in 2024 en 2025 € 1.293.000 en in 2026 € 924.000 aan lasten waar een subsidie tegenover staat. Een goede aansluiting tussen onderwijs en jeugdhulp is belangrijk om het leer- en ontwikkelproces van jonge kinderen zo min mogelijk te onderbreken. Daarom wordt een pilot gestart waarbij twee onderwijsjeugdhulpvoorzieningen worden ingericht voor het primair onderwijs in Zoetermeer: een Expertisepool en een Onderwijs-behandelgroep. Voor een projectleider is twee jaar een € 50.000 beschikbaar. De kosten van de pilots ad € 480.000 worden gedekt uit de ZIN-gelden.

Programma 3 Leefbaarheid, duurzaam en groen
In de Perspectiefnota 2022 is voor ontwikkeling van data en software voor gebruik in het openbaar gebied € 100.000 gereserveerd voor de jaren 2021/2024. In het coalitieakkoord zijn de volgende bedragen beschikbaar in programma 3: Toekomstvisie wijkwinkelcentra, 2024 € 100.000, Bomen, vier jaar €150.000, Afvalmaatregelen € 90.000 in 2024 en als tijdelijke impuls voor de openbare ruimte € 1,5 mln. per jaar voor de jaren 2023/2026. De afvalmaatregelen worden gedekt uit de afvalstoffenheffing, de impuls voor de openbare ruimte komt uit de Reserve Fonds Zoetermeer 2040. Voor aardgasvrije wijken is een rijksbijdrage ontvangen. Dat bedrag is in de brede bestemmingsreserve gestort. De plannen zijn nader uitgewerkt. Er resteert voor 2024 uit voorgaande jaren een budget van € 343.000 uit de Brede bestemmingsreserve. Voor de uitvoering van het klimaatakkoord is in 2024 € 300.000 en voor 2025 € 250.000 geraamd. Dit gaat om overheveling uit voorgaande jaren. Ook tegenover deze lasten staat een onttrekking aan de Brede bestemmingsreserve. Begin 2022 is een Duurzaamheidsfonds ingesteld en gevoed met middelen uit de Reserve Fonds Zoetermeer 2040 ter grootte van € 7,5 mln. Dit Duurzaamheidsfonds draagt bij aan de ambities uit het programma Duurzaam & Groen Zoetermeer. Voor de diverse deelplannen is voor de jaren 2023/2026 elk jaar € 1.020.000 in de begroting opgenomen. In de Perspectiefnota is budget voor de verbetering van schoolpleinen voor 2024 en 2025 beide jaren € 150.000 verwerkt en is bij de resultaatbestemming € 1,3 mln. aan uit 2022 geherfaseerd. Dit bedrag komt uit het Duurzaamheidsfonds. Voor Duurzaamheid is in 2023 € 2,5 mln. extra beschikbaar gesteld via een amendement van de raad. De extra uitgaven worden in 2024/2027 uitgegeven voor een bedrag va € 625.000. Voor de aanleg van extra buitengymplekken is bij de Perspectiefnota in 2024 € 124.000 en in 2025 € 128.000 budget opgenomen. De onderhoudskosten zijn structureel geraamd. Een beheersysteem kapitaalgoederen openbare ruimte is door capaciteitsgebrek nog niet volledig ingericht. Bij de Perspectiefnota 2024 is daarvoor € 100.000 uitgetrokken.  

Programma 4 Vrije tijd
Voor de uitvoeringsagenda van de cultuurvisie is in 2024 en 2025 € 177.500 beschikbaar gesteld en voor de ondersteuning van culturele voorzieningen na corona is in 2024 nog € 100.000 verwerkt. ‘Vitale sportaanbieders’ is een belangrijk speerpunt in ons sportbeleid. Voor procesbegeleiding is in de Perspectiefnota 2024 voor 2024 en 2025 € 50.000 beschikbaar. Het rijk wil meer aandacht voor jongeren en biedt hen extra ondersteuning via lokale organisaties. Er is in 2024 € 295.000 voor opgenomen aan de baten- en de lastenkant. Zoetermeer moet (ook) in 2040 een duurzame en leefbare stad zijn. Om samen met interne en externe partijen toekomstgericht beleid te maken is tijdelijk voor 2023/2025 een netwerkregisseur Groen Spelen en Leren nodig. Het gaat in 2024 en 2024 om € 116.000. Openbare gebouwen moeten ook toegankelijk zijn voor mensen met een handicap of beperking. Om dit te realiseren worden de noodzakelijke aanpassingen aan het Stadstheater, zwembad de Veur, gymzalen en sportaccommodaties, die niet voldoen en de atelierruimten in Dorpsstraat 99a voorgesteld. Daarvoor is in 2024 € 1.325.000 en in 2025 € 1.044.000 geraamd. Voor de viering van Zoetermeer 60 jaar groeistad zijn in 2024 en 2025 resp. € 81.000 en € 60.000 beschikbaar.

Programma 5 Veiligheid
Voor handhaving zijn in het nieuwe coalitieakkoord, naast structurele middelen, ook tijdelijke middelen voor een extra impuls opgenomen. In 2023/2025 € 600.000 en in 2026 de helft. Deze extra middelen komen ten laste van de Reserve Fonds Zoetermeer 2040. Voor veiligheid wordt een kadernota opgesteld. Daarvoor is in 2024 € 81.000 en in 2025 € 40.500 geraamd.

Programma 6 Dienstverlening en samenspraak
Door uitstel van de ingangsdatum van de Omgevingswet worden er extra kosten gemaakt in 2024 € 302.000. Verder zijn er in het coalitieakkoord zowel voor de raad als voor het college extra middelen toegekend. Het 'potje van de raad' is verhoogd met € 150.000 voor 3 jaar en € 75.000 in 2026. Voor het college gaat het om € 140.000 in de eerste 3 jaar en € 70.000 in 2026. Zoetermeer draagt bij aan een tijdelijk leernetwerk Toekomstbestendige New Towns. Dat kost in 2024 € 40.000. Op verzoek van de raad zijn er gelden gereserveerd voor maatschappelijke initiatieven. De bedragen komen uit de reserve Fonds Zoetermeer 2040. In 2024 is dat € 130.000 en in 2025 € 130.000.  

Programma 7 Inrichting van de stad
De in dit programma geraamde incidentele baten en lasten betreffen de geraamde kosten en opbrengsten in de grondexploitaties. Alhoewel de projecten een meerjarig karakter hebben, worden de in de begroting opgenomen baten en lasten toch als incidenteel beschouwd. Voor de onderzoek naar de ontsluiting van Rokkeveen en Lange Land is in 2024 € 70.000 beschikbaar, voor de wijkaanpak Meerzicht en Buytenwegh gaat het om € 600.000 in 2024/2026. De gelden voor de wijkaanpak komen uit de Reserve Fonds Zoetermeer 2040. Ook voor verkeersveiligheid is deze coalitieperiode tijdelijk meer aandacht, € 150.000 voor de eerste drie jaar en de helft daarvan in het laatste jaar. 
Zoetermeer breidt uit in de komende jaren. Voor de uitvoering van de projecten zijn bedragen gereserveerd in de Reserve Fonds Zoetermeer 2040 (voorheen gereserveerd in de Reserve investeringsfonds 2030). Voor de uitvoering van de diverse deelprojecten zijn, in overeenstemming met eerdere besluitvorming, in deze begroting bedragen opgenomen. Het gaat in 2024 om € 669.241, in 2025 € 10.807.802, in 2026 € 1.400.349 en in 2027 € 511.280 voor de Binnenstad, voor de Schaalsprong € 52.000 in 2024 en voor Nieuwe Initiatieven € 100.213 in 2024/2026 en € 48.827 in 2027. Tegenover de ontwikkeling van het binnengebied van Palenstein staat een bijdrage van de ontwikkelaar van € 420.000 in 2024. In de Perspectiefnota 2024 is € 80.000 beschikbaar gesteld voor het ‘Dakenteam’, zowel in 2024 als in 2024. De kosten worden gedekt uit de Reserve Fonds Zoetermeer 2040. Voor de herstructurering van Palenstein, blijken aanvullende kosten gemaakt te moeten worden. Dat kost in 2024 € 120.000.In 2024 en 2025 wordt een pilot met buurtvervoer uitgevoerd. Kosten € 220.000 resp. € 180.000. Voor het wijkplannen van Meerzicht en Palenstein is in 2024 € 247.500 nodig met dekking uit de Reserve Fonds Zoetermeer 2040. Voor de in 2023 geplande woningbouw op de Engelandlaan is door de provincie een subsidie beschikbaar gesteld ad € 615.000. Zowel lasten als baten schuiven door naar 2024. Voor gebiedsontwikkeling Meerzicht is in 2024 en 2025 € 235.000 in de begroting opgenomen. Deze bedragen worden gedekt uit de Reserve Fonds Zoetermeer 2040. Bij de resultaatbestemming is € 100.000 investeringsprogramma geherfaseerd naar 2024. Dit bedrag komt uit de Reserve Fonds Zoetermeer 2040. Dat geldt ook voor de Engelandlaan 270, € 80.000 in 2025.

Overzicht Overhead 
Voor datagedreven werken is in 2024 en 2025 € 80.000 budget toegekend. In de Perspectiefnota 2024 is voor subsidieverwerving voor 2024 en 2025 € 120.000 opgenomen en voor het verbeteren van de kwaliteit en het functioneren van het Stadhuis-Forum € 3.800.000 in 2024 en € 3.700.000 in 2025. Verder is er een traineeprogramma ontwikkeld. Daarvoor is tijdelijk in 2024 en 2025 € 153.000 beschikbaar. In de Perspectiefnota 2024 is € 500.000 ten laste van het begrotingssaldo gebracht voor vernieuwing van de reiskostenregeling. 

Overzicht Algemene dekkingsmiddelen en Onvoorzien
Voor 2022/2024 zijn in deze begroting rijksbijdragen opgenomen van € 129.000 per jaar voor de bestuurlijke afspraken over laaggeletterdheid, zie ook programma 1. Door uitstel van het nieuwe afvalbeleidsplan worden de daaraan gekoppelde meeropbrengsten OZB niet gerealiseerd. Dit heeft invloed op 2024 voor € 150.000. Vanwege een te lage aanname op de waardestijging van woning en niet-woningen wordt in 2023 € 2,3 mln. extra aan OZB-opbrengst ontvangen. Volgens afspraak wordt zo'n groot voordeel in het jaar erna teruggegeven in het tarief. Dat houdt in dat het tarief zover wordt verlaagd dat de opbrengst in 2024 € 2,3 mln. lager is. Dit is een incidentele verlaging. In 2025 zullen de tarieven weer op de normale wijze worden vastgesteld.

Overzicht van structurele toevoegingen en onttrekkingen en stortingen aan reserves

Terug naar navigatie - Overzicht van structurele toevoegingen en onttrekkingen en stortingen aan reserves

Elk jaar wordt ten laste van de exploitatie een bedrag aan de Vrij inzetbare reserve toegevoegd dat is voorgefinancierd ten behoeve van ambtelijke huisvesting uit de Vrij inzetbare reserve en met een jaarlijks vast bedrag wordt 'terugbetaald' van € 290.000. Daarnaast is een reserve ingesteld ter dekking van kapitaallasten. Jaarlijks komt er een bedrag vrij ten gunste van de exploitatie van ca. € 42.000. Als gevolg van groei van de stad wordt 50% van de extra baten gestort in de reserve Fonds Zoetermeer 2040 voor te maken kosten om die groei te realiseren en wordt er onttrokken aan de reserve als die kosten zich voordoen. Het vervangingsfonds schoolgebouwen dient om pieken en dalen in de lasten van investeringen te egaliseren. Op deze wijze ontwikkelen de lasten zich in de jaren geleidelijk en minder schoksgewijs. Dit is noodzakelijk omdat de schoolgebouwen (vooral in het voortgezet onderwijs) in een relatief korte periode zijn neergezet en daarom ook de kosten van renovatie of herbouw in een korte periode op de gemeente af zullen komen. De reserve is in 2022 herijkt en is ook het integraal huisvestingsplan primair onderwijs 2023-2027 opgesteld dat aan de basis ligt van herijking van de reserve.   

Berekening structureel begrotingssaldo

Terug naar navigatie - Berekening structureel begrotingssaldo

In onderstaande tabel is het saldo van de programmabegroting gecorrigeerd met het saldo van incidentele baten en lasten. Het gecorrigeerde saldo laat de structurele ruimte in de begroting zien op basis van de regelgeving van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV).

Uit deze opstelling blijkt dat de jaarschijf 2024 reëel in evenwicht is: de structurele baten zijn € 1,308 mln. hoger dan de structurele lasten. Meerjarig is er nog geen sprake van evenwicht. Bij het komende voorjaarsdebat presenteren we voorstellen waarmee het structureel evenwicht vanaf 2026 wordt hersteld.

Investeringen

Terug naar navigatie - Investeringen

Investeringen met een economisch nut
Investeringen met een economisch nut betreffen vaste activa die verhandelbaar zijn, zoals gebouwen en voertuigen of waar inkomsten tegenover kunnen staan, bijvoorbeeld rioolrecht en leges. Deze investeringen moeten worden geactiveerd en reserves mogen niet op deze investeringen in mindering worden gebracht. Daarnaast mag niet resultaatgericht worden afgeschreven en moet de systematiek van afschrijven consistent worden toegepast. Wel mogen bijdragen van derden, die direct gerelateerd zijn aan de investering, in mindering worden gebracht.

Investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut
Om te komen tot meer vergelijkbaarheid schrijft de BBV voor dat investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut (wegen, straten, pleinen, groen, water) gelijk moeten worden behandeld als investeringen met een economisch nut. Het activeren heeft als gevolg dat de uitgaven in één jaar worden verantwoord, maar dat de lasten in de begroting in het vervolg gespreid worden over de levensduur.
In de begroting zijn investeringen opgenomen die geautoriseerd worden bij vaststelling van de programmabegroting (investeringen die betrekking hebben op 2024). In onderstaande tabel is een samenvattend overzicht opgenomen van de investeringen. In bijlage 6 is een specificatie van deze bedragen opgenomen.

Ontwikkelingen in de reserveposities en voorzieningen

Terug naar navigatie - Ontwikkelingen in de reserveposities en voorzieningen

De reserves vormen, samen met het resultaat na bestemming volgend uit de programmarekening, het eigen vermogen (artikel 42, lid 1 BBV). In artikel 43 van het BBV worden twee soorten reserves onderscheiden:
 A.    algemene reserves;
 B.    bestemmingsreserves.

De algemene reserves bestaan uit reserves waaraan geen bestemming is gegeven. Deze dienen om risico’s in algemene zin op te vangen (bufferfunctie van de reserves).
De bestemmingsreserves zijn reserves waaraan de raad diverse bestemmingen heeft gegeven. Deze bestemmingsreserves hebben diverse functies. De meeste bestemmingsreserves zijn in het leven geroepen ter dekking van de lasten van specifieke beleidsonderwerpen (bestedingsfunctie van de reserves). Ook zijn er reserves die baten genereren voor de exploitatie (inkomensfunctie) en reserves die zorgen dat lasten worden geëgaliseerd (egalisatiefunctie).

In Zoetermeer worden investeringen gefinancierd met reserves en voorzieningen. Hierdoor wordt de noodzaak beperkt om te financieren met leningen van de bank (financieringsfunctie van de reserves en voorzieningen).
In onderstaande tabel wordt het verloop van de reserves in totaliteit per onderscheiden soort weergegeven. In bijlage 4 is het overzicht van reserves opgenomen.
De toevoegingen en onttrekkingen bij de jaarschijf 2024 zijn mutaties in de reserves die onderdeel uitmaken van de ramingen, die zijn opgenomen bij de programma’s. Om een zo goed mogelijk beeld over het verloop van de stand van de reserves te geven, zijn ook mutaties meegenomen die niet bij de vaststelling van de programmabegroting door de raad worden geautoriseerd. Deze mutaties zijn in de kolom 'verwachtingen' meegenomen. In een afzonderlijk voorstel aan de raad kunnen deze alsnog worden geautoriseerd.

Het totaal van de algemene reserves neemt in 2024 met € 12,5 mln. af. Deze afname komt grotendeels door de mutaties in de Vrij inzetbare reserve (-/- € 14,3 mln., toegelicht in het volgende onderdeel Ontwikkeling vrije reservemiddelen ) en de Reserve versterking Financiële positie Grondbedrijf (+ € 1,7 mln.)
Het totaal van de bestemmingsreserves neemt in 2024 met € 14,9 mln. af. De grootste mutaties zijn te vinden bij de reserve Algemeen Dekkingsmiddel (-/- € 2,8 mln.), de Brede Bestemmingsreserve (-/- € 2,2 mln.), de Reserve Fonds Zoetermeer 2040 (-/- € 2,0 mln.), de reserve Sociaal Innovatiefonds (-/- € 2,7 mln.) en de reserve Duurzaamheidsfonds Zoetermeer 2040 (-/- € 4,9 mln.), de reserve Zoetermeers Noodfonds (-/- € 0,6 mln.) en de Egalisatiereserve Groot-onderhoud Bovengronds (+€ 0,5 mln.). 

In de periode 2024–2027 nemen de reserves met circa € 65,9 mln. af. 
In onderstaande opsomming zijn de grootste mutaties weergegeven (bedragen x € 1 mln.).

Reserve Bedrag Toelichting
Reserve versterking financiële positie Grondbedrijf 3,6 Diverse toevoegingen vanuit Grondexploitaties
Vrij inzetbare reserve -19,6 Gedetailleerd overzicht van deze reserve in het volgende onderdeel "Ontwikkeling vrije reservemiddelen"
Reserve algemeen dekkingsmiddel -4,5 Overheveling middelen naar de Reserve egalisatie investeringen schoolgebouwen (-/- € 1,0 mln.) en Reserve Fonds Zoetermeer 2040 (-/- € 3,5 mln.)
Reserve Fonds Zoetermeer 2040 -31,2 Gedetailleerd overzicht van deze reserve in het volgende onderdeel "Ontwikkeling vrije reservemiddelen
Sociaal innovatiefonds -2,7 Diverse onttrekkingen programma 1 en programma 2
Zoetermeers Noodfonds -0,6 Verwachte herfaseringen uit 2023
Duurzaamheidsfonds Zoetermeer 2040 -8,2 Diverse onttrekkingen m.b.t. duurzaamheid programma 3
Reserve Beeldende kunst in de openbare ruimte 0,8 Diverse toevoegingen vanwege investeringswerken programma 1, 4 en 7 en diverse aanschaffingen kunst
Egalisatiereserve parkeren 2,2 Overheveling vanuit de Reserve Fonds Zoetermeer 2040
Brede bestemmingsreserve

-5,3

Aardgasvrije wijken (-/- € 4,0 mln.), nazorg grondexploitaties (-/- € 0,6 mln.), Transitievisie, Wijkaanpak, Energieloketten (-/- 0,3 € mln.)

 

Ontwikkelingen in de voorzieningen

Terug naar navigatie - Ontwikkelingen in de voorzieningen

De voorzieningen zijn vermogensbestanddelen die als vreemd vermogen worden aangemerkt. Er kleeft als het ware al een verplichting (jegens een derde) aan. Als gevolg van artikel 44 van het BBV kunnen de volgende soorten voorzieningen worden gevormd: 

  • voor middelen van derden die specifiek besteed moeten worden (geldt niet voor bijdragen van andere overheden);
  • voor de egalisatie van kosten;
  • voor verplichtingen en verliezen alsmede voor risico’s waarvan de omvang onzeker is maar welke wel redelijkerwijs te schatten zijn.

Schulden vallen niet onder het begrip voorzieningen, omdat daarbij geen onzekerheid bestaat over de omvang van de verplichting.
Toevoegingen aan voorzieningen vinden plaats ten laste van de exploitatie, dus niet via resultaatbestemming, zoals bij de reserves. Aanwendingen - altijd voor het doel waarvoor de voorziening was gevormd - worden rechtstreeks ten laste van de voorziening gebracht. Indien een voorziening geheel of gedeeltelijk kan vrijvallen, wordt de vrijval via de exploitatie in het resultaat verwerkt.

In onderstaande tabel is op hoofdlijnen het verloop van de stand van de voorzieningen weergegeven. Evenals bij de reserves zijn bij het verloop van de voorzieningen verwachtingen meegenomen. Deze zijn opgenomen om een goed verloop van de voorziening weer te geven. De verwachtingen worden niet geautoriseerd bij de vaststelling van de programmabegroting door de raad. De specificatie is opgenomen in bijlage 5 Voorzieningen.

De omvang van de voorzieningen neemt in 2024 met ongeveer € 2,4 mln. toe. Grootste mutaties vinden plaats bij de Voorziening riolering (+ € 2,5 mln.) de Voorziening groot-onderhoud gemeentelijke gebouwen (-/- € 0,9 mln.) en de Voorziening onderhoud schoolgebouwen (+ € 0,8 mln.).
De totale omvang van de voorzieningen neemt in de periode 2024 - 2027 ongeveer € 9,2 mln. af. In deze periode doen de grootste mutaties zich voor binnen de Voorziening riolering (+ € 3,6 mln.), de Voorziening nadelige complexen Grondbedrijf (-/- € 20,8 mln.) en de Voorziening groot onderhoud gemeentelijke gebouwen (+ € 1,1 mln.), de Voorziening onderhoud Schoolgebouwen (+ € 2,0 mln.), de Voorziening onrendabele top parkeergarage (+ € 5,2 mln.), de Voorziening wethouderspensioenen (+ € 0,8 mln.) en de Voorziening Groot onderhoud verzamelcontainers (-/- € 1,0 mln.).

Ontwikkeling vrije reservemiddelen

Terug naar navigatie - Ontwikkeling vrije reservemiddelen

In dit deel wordt een beeld gegeven van de stand en ontwikkeling van de vrije reservemiddelen. Concreet wordt ingegaan op de volgende reserves:

  • Vrij inzetbare reserve
  • Reserve Fonds Zoetermeer 2040 (inclusief voormalig Reserve Investeringsfonds 2030)

Vrij inzetbare reserve

 

Onder A zijn de raadsbesluiten met beroep op de Vrij inzetbare reserve opgenomen, onder B de verwachtingen.
De bedragen onder B1a-c betreffen bedragen waarover bij eerdere begrotingen of voorstellen besluitvorming heeft plaatsgevonden waarvoor een reservering in de reserve is opgenomen. Bij het Eerste Tussenbericht 2023 is besloten de reservering voor coronakosten te laten vervallen, zie B2a. Onder B3 is het verwacht begrotingssaldo 2023 naar de situatie van het Tweede Tussenbericht 2023 opgenomen. In de Perspectiefnota 2023 werd een nadelig  saldo verwacht van € 52.000. In het Tweede Tussenbericht 2023 is dat bedrag omgeslagen naar een verwacht voordeel van € 3,37 mln. De verwachte budgetoverhevelingen zijn apart zichtbaar gemaakt. Tegenover het voordeel in 2022 staat een even groot nadeel in 2023.  De omvang van de reserve vrij inzetbaar is hoger dan voor de onderkende risico’s noodzakelijk is. Zie ook de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing.

Reserve investeringsfonds 2030
De Reserve Investeringsfonds 2030 wordt per 1 januari 2024 samengevoegd met de Reserve Fonds Zoetermeer 2040.

Reserve Fonds Zoetermeer 2040

Eind 2023 zijn Reserve Investeringsfonds en Reserve Fonds Zoetermeer 2040 samengevoegd en opgegaan in Reserve Fonds Zoetermeer 2040. 

Voeding en onttrekking Reserve Fonds Zoetermeer 2040
De voeding van het fonds vindt in hoofdzaak plaats door de afdrachten van de winst van het grondbedrijf. Daarnaast worden subsidieontvangsten, die een aantoonbare relatie hebben met de opgaven van de Stadsvisie gestort in deze reserve. Uit een eventueel positief jaarrekeningresultaat wordt bij bestemming van dat resultaat maximaal 50% aan de reserve afgedragen. Tenslotte worden de extra inkomsten uit OZB en algemene uitkering voor zover die worden veroorzaakt door de groei van woningen/inwoners voor maximaal 50% gestort in de reserve. Zodat de reserve voor dekking van eenmalige kosten van bijvoorbeeld aanleg/uitbreiding openbaar gebied, die ten grondslag liggen aan de groei van de stad, kan worden ingezet.

De bestemming van de middelen uit de Reserve Fonds Zoetermeer 2040 wordt jaarlijks bepaald bij de begrotingsbehandeling op basis van voorstellen in de begrotingsstukken. Door vaststelling van de begroting worden middelen in de reserve voor een bepaald project gereserveerd. Op basis van een concreet en uitgewerkt voorstel en raadsbesluit wordt het budget feitelijk beschikbaar gesteld met dekking uit het fonds.

Verloop van de reserve
In de tabel komt het financieel verloop van de stand van reserve tot uitdrukking rekening houdend met:
- een actualisatie van de verwachte winstafdrachten van het grondbedrijf op basis van de gegevens uit het Eerste en Tweede Tussenbericht;
- een actualisatie van de hoogte van reserveringen voor voorgenomen projecten waartoe eerder is besloten en
- nieuwe voorstellen waarvoor een aanwending (of vrijval) uit de reserve wordt gedaan.

Op basis van de actualisatie en nieuwe voorstellen vertoont de reserve in alle jaren een positief saldo. Wanneer de winstafdrachten grondbedrijf overeenkomstig de huidige inschatting in latere jaren ook werkelijk worden gerealiseerd en de verwachte winstafdracht uit de GR Hoefweg plaatsvindt, biedt de reserve op de langere termijn nog een bestedingsruimte van € 83,0 mln. Als er geen rekening wordt gehouden met de verwachte winstafdrachten is er een bestedingsruimte van € 68,4 mln.

A. is de beginstand van de twee reserves per 1 januari van het lopende jaar. Daarin zijn alle mutaties van het jaar 2023 verwerkt inclusief de resultaatbestemming, waarover in de Perspectiefnota 2024 besloten is.
Onder A1 staan eerder genomen raadsbesluiten met beroep op de twee reserves. Onder A2 staan reserveringen vanuit eerdere besluitvorming. Voor de aanwending van deze bedragen zullen raadsvoorstellen worden gedaan. De schaalsprongbudgetten zijn apart opgenomen. Onder A3 zijn verwachtingen opgenomen.  Hiervoor worden nog voorstellen aan de raad voorgelegd. Bij B staan de onderdelen waarover bij het Tweede Tussenbericht een besluit wordt genomen. 

In het verloop van het saldo is rekening gehouden met de verwachte afdrachten uit de grondexploitaties. De feitelijke aanwending van deze bedragen is pas mogelijk, nadat deze positieve resultaten in de jaarrekening ook daadwerkelijk zijn gerealiseerd. De verwachte afdrachten vanaf 2023 staan onder C1. De positieve resultaten van de grondexploitaties worden voor de helft rechtstreeks toegevoegd aan de Reserve Fonds Zoetermeer 2040. Het betreft 50% van de gerealiseerde winst. De andere helft wordt toegevoegd aan de Reserve versterking financiële positie Grondbedrijf. Deze reserve vormt samen met de Reserve in verband met risico’s grondbedrijf de weerstandscapaciteit van het Grondbedrijf. De weerstandscapaciteit is de financiële buffer om onverwachte, niet begrote kosten te kunnen dekken. Als de reserves Grondbedrijf samen meer dan 1,2 x de omvang van berekende risico’s bevatten, is er voldoende weerstandscapaciteit en wordt het meerdere afgeroomd en toegevoegd aan de Reserve Fonds Zoetermeer 2040. Het huidige saldo in de reserves van de grondexploitaties zit aan het hiervoor aangegeven plafond van 1,2 keer de berekende risico’s. Het gevolg daarvan is dat de positieve resultaten van de grondexploitaties de komende jaren volledig aan de Reserve Fonds Zoetermeer 2040 toevloeien als de risico’s gelijk blijven. Onder C2 staat de verwachte winstafdracht uit de deelneming in de GR Hoefweg. Die verwachte winst is eveneens bestemd om aan de Reserve Fonds Zoetermeer 2040 te worden afgedragen.

EMU-saldo

Terug naar navigatie - EMU-saldo

Het EMU-saldo geeft de geldstromen per jaar weer. Het EMU-saldo wordt berekend op basis van de mutaties in de geprognosticeerde balans. Het EMU-saldo is het jaarlijkse saldo van de lasten en de baten op basis van reële transacties, ongeacht of het exploitatie- of investeringsuitgaven en -inkomsten betreft.