Paragraaf 3 Onderhoud kapitaalgoederen

Inleiding

De instandhouding van de kapitaalgoederen is in de gemeente Zoetermeer vastgelegd in beheerplannen, waarin het meerjarig onderhoudsprogramma en de daarbij behorende financiële gevolgen zijn opgenomen. In de beheerplannen is ook het gewenste kwaliteitsniveau van de voorziening vastgelegd.

Per categorie wordt ingegaan op het onderhoud van de kapitaalgoederen:

  1. Openbare Ruimte (wegen en groen)
  2. Riolering
  3. Ondergrondse Inzamelmiddelen
  4. Begraafplaatsen
  5. Vastgoed (gebouwen)
  6. Beeldende kunst

Openbare Ruimte

Omschrijving algemeen beleidskader
In de Beheervisie 2022 – 2040 ‘Duurzaam, uitnodigend en bereikbaar’ is opgenomen dat technisch- en risicogestuurd, ontwikkelend- en kansgestuurd en maatschappelijk gestuurd beheer een bepalende rol hebben in de keuzes die worden gemaakt bij de uit te voeren maatregelen.

De beheervisie sluit aan op de ambities uit de omgevingsvisie Zoetermeer 2040 en geeft invulling aan de rol van de openbare ruimte bij de realisatie van maatschappelijke meerwaarde. De beheervisie is in het laatste kwartaal 2021 ter informatie voorgelegd aan de raad.
Het beheer richt zich op de optimalisatie van het (groot) onderhoud en vervanging om de (maatschappelijke) opgaven van de gemeente Zoetermeer te helpen bereiken en de levensduur van assets te verlengen.

Tegelijk met de omschakeling van groeistad naar beheerstad moet Zoetermeer overschakelen op risico- en effect gestuurd en omgevingsbewust beheer om de kostenstijging te beheersen. Het streven is hiermee de balans tussen een veilige ondergrens en een verantwoord invullen van de samenspraak financieel duurzaam gestalte te geven.

In de periode van 2020-2023 wordt de kwaliteitsverbetering van de openbare ruimte wijkgericht ingezet voor het leveren van maatwerk, investeren in onderhoud en de inrichting op zichtbare en intensief gebruikte plekken.
Als gevolg van de BBV-regels worden investeringen met maatschappelijk nut geactiveerd en afgeschreven overeenkomstig de verwachte gebruiksduur (Raadsvoorstel rentenota 2018 zaaknummer: 0637341872).

Jaarlijks wordt bijna € 34 mln. geïnvesteerd in het onderhoud van de openbare ruimte. Hiertegenover staat de waarde van de openbare ruimte (wegen, fietspaden, bomen, speeltoestellen en riolering) die ongeveer € 1,5 miljard vertegenwoordigt.

Financiële consequenties
De Gemeente Zoetermeer is een gemeente die constant in beweging is. Dat geldt ook voor het openbaar gebied. Er wordt veel energie gestoken in het op orde brengen van de areaalgegevens en inspecties van de kapitaalgoederen in de openbare ruimte (wegen, civiele kunstwerken). Dit geeft vertrouwen in de grondslag voor het in beeld brengen van de benodigde inspanningen voor groot onderhoud en vervanging binnen het primaire beheerproces.

Het dagelijks onderhoud van de openbare ruimte is aanbesteed conform de afgesproken kwaliteit tegen actuele marktprijzen. Het dagelijks onderhoud wordt gefinancierd vanuit de algemene dienst.
De kosten van het dagelijks en groot onderhoud komen ten laste van programma 3 Leefbaarheid, duurzaam en groen. De jaarlijkse fluctuaties in de uitgaven van het groot onderhoud worden verrekend via de egalisatiereserve groot onderhoud bovengronds.

Investeringen met maatschappelijk nut worden geactiveerd. De waarde van het bezit, de uitgaven aan het verkrijgen of vervaardigen van dit bezit, worden tot uitdrukking gebracht onder de materiele vaste activa op de balans. Hierdoor worden de uitgaven aan de investering toegerekend en verdeeld over de periode waarin het nut zich voordoet.

Bedragen x € 1.000
Openbare ruimte Rekening Begroting
2020 2021 2022 2023 2024 2025
Egalisatiereserve groot onderhoud bovengronds
Saldo Egalisatiereserve 1-1 161 649 549 549 549 549
Storting in de Egalisatiereserve 488
Waardevermeerdering / rente t.g.v. voorziening
Nieuwe investeringen
Verwachtingen -100
Saldo Egalisatiereserve 31-12 649 549 549 549 549 549
Rekening Rekening Rekening Rekening Rekening Rekening
Kosten op jaarbasis Openbare ruimte Rekening Begroting
2020 2021 2022 2023 2024 2025
Totale kosten (* € 1.000) 29.507 8.062 8.692 8.675 8.775 9.375
Inwoners 125.288 125.608 125.192 124.773 124.306 123.922
Kosten per inwoner (* €) 235,51 64,19 69,43 69,53 70,59 75,65
Rekening Rekening Rekening Rekening Rekening Rekening

Trendgrafiek Kosten Openbare Ruimte per inwoner (in euro)

Toelichting Trendgrafiek Kosten Openbare Ruimte per inwoner (in euro)

Vanaf 2017 is de begroting openbare ruimte op een nieuwe manier ingedeeld waardoor vergelijking met voorgaande jaren niet zinvol is.

Riolering

Omschrijving beleidskader
Conform de Wet milieubeheer geeft de gemeente in het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) aan op welke wijze zij haar wettelijke taak voor een doelmatige inzameling en transport van afvalwater wil uitvoeren. Het plan is gericht op een duurzame instandhouding van een goed werkende riolering.
In 2016 is het geactualiseerde Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) vastgesteld door de raad.

Financiële consequenties
De kosten van het groot onderhoud komen ten laste van de Voorziening riolering.

Bedragen x € 1.000
Voorziening Riolering Rekening Begroting
2020 2021 2022 2023 2024 2025
Saldo Voorziening 1-1 21.789 23.754 24.939 26.311 27.897 29.487
Storting in voorziening 2.637 2.687 2.738 2.738 2.738 2.738
Waardevermeerdering / rente t.g.v. voorziening 501 546 574 605 642 678
Nieuwe investeringen -1.173 -2.048 -1.940 -1.757 -1.790 -1.790
Saldo Voorziening 31-12 23.754 24.939 26.311 27.897 29.487 31.113
Rekening Rekening Rekening Rekening Rekening Rekening
Kosten op jaarbasis Riolering afgezet tegen het aantal aansluitingen Rekening Begroting
2020 2021 2022 2023 2024 2025
Kosten per aansluiting (* €) 105,23 105,23 105,23 105,23 105,23 105,23
Rekening Rekening Rekening Rekening Rekening Rekening

Trendgrafiek Kosten riolering per aansluiting (in euro)

Ondergrondse inzamelmiddelen

Omschrijving algemeen beleidskader
De kosten van het groot onderhoud van de ondergrondse inzamelmiddelen ten behoeve van afvalinzameling verlopen niet gelijkmatig over de jaren. In het bestedingsplan groot onderhoud staan de kosten voor de komende jaren geraamd. Om een constante lastenraming in de begroting te hebben, wordt hiervoor de voorziening afvalstoffenheffing gebruikt.

Financiële consequenties
Jaarlijks wordt een constant bedrag in de voorziening gestort voor het groot onderhoud van de ondergrondse inzamelmiddelen. Tegenover de kosten van het groot onderhoud staat een onttrekking uit de voorziening. Voordelen op de afvalstoffenheffing als gevolg van uitgestelde investeringen worden bij de jaarrekening ook aan deze voorziening toegevoegd.
Bij de belastingverordening 2019 is besloten om van 2019 tot en met 2022 jaarlijks € 150.000 te onttrekken aan de voorziening om het tarief van de afvalstoffenheffing te verlagen. De kosten voor het reguliere onderhoud zijn begroot in programma 3.

De voorziening ontwikkelt zich de komende jaren als volgt:

Bedragen x € 1.000
Ondergrondse inzamelmiddelen Rekening Begroting
2020 2021 2022 2023 2024 2025
Voorziening afvalstoffenheffing
Saldo Voorziening 1-1 1.204 1.283 1.439 1.300 1.290 1.299
Storting in voorziening 322 322 322 322 322 322
Waardevermeerdering / rente t.g.v. voorziening 20 24 27 20 19 19
Aanwending -113 -40 -338 -352 -332 -311
Belastingverordening 2020 -150 -150 -150
Saldo Voorziening 31-12 1.283 1.439 1.300 1.290 1.299 1.329
Rekening Rekening Rekening Rekening Rekening Rekening
Kosten op jaarbasis Rekening Begroting
Ondergrondse inzamelmiddelen 2020 2021 2022 2023 2024 2025
Totale kosten (* € 1.000) 1.090 1.160 1.185 1.305 1.223 1.240
Inwoners 125.288 125.608 125.192 124.773 124.306 123.922
Kosten per inwoner (* €) 8,70 9,24 9,47 10,46 9,84 10,01
Rekening Rekening Rekening Rekening Rekening Rekening

Kosten Ondergrondse inzamelmiddelen per inwoner (in euro)

Begraafplaatsen

Omschrijving algemeen beleidskader
Het beleid met betrekking tot de begraafplaatsen is vastgelegd in de ‘Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen’ en het ‘Uitvoeringsbesluit gemeentelijke begraafplaatsen’, beide vastgesteld in 2020.

In 2011 (raadsvoorstel 110227) is besloten tot een uitbreiding van de begraafplaatsen in Zoetermeer. Met dit besluit werd geanticipeerd op de vergrijzing en een verwachte toename van het aantal begravingen en crematies. Met de uitbreidingen kunnen deze ontwikkelingen worden opgevangen.
De afgelopen jaren is de geplande uitbreiding van de begraafplaats het Parkgebied gerealiseerd. Hier zijn particuliere tweepersoonsgraven, kindergraven en islamitische graven aangelegd. Mede door het verzoek van de gemeenteraad om meer mogelijkheden aan te bieden om as te bestemmen is tevens een urnentuin aangelegd met daarin urnengraven, urnengraven met een zuil en gedenkzuilen. In de tweede helft van 2020 is de urnentuin compleet gemaakt door het plaatsen van een asverstrooischaal.

Door deze nieuwe producten en de nieuwe begraafmogelijkheden, maar ook door ervaringen van de afgelopen jaren zijn de ‘Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen’, het ‘Uitvoeringsbesluit gemeentelijke begraafplaatsen en de ‘Verordening op de heffing en invordering van lijkbezorgingsrechten’ zowel inhoudelijk juridisch als tekstueel aangepast.

Financiële consequenties
De gebouwde voorzieningen op de begraafplaatsen zijn op basis van kapitaallasten gefinancierd, waardoor vervanging op termijn mogelijk is. De kosten voor het ruimen van de graven, dagelijks onderhoud en groot onderhoud worden gedekt uit de voorziening afkoopsommen onderhoud graven. Onttrekkingen aan de voorziening vinden plaats op basis van jaarlijks uitgevoerd regulier en groot onderhoud aan graven, grafbedekking en onderhoud aan de begraafplaats als geheel.

De voorziening wordt gevoed door de ontvangsten (afkoop) voor toekomstig regulier en groot onderhoud aan graven, grafbedekking en onderhoud aan de begraafplaats als geheel.

Het ruimen van algemene graven vindt plaats nadat het gebruiksrecht van tien jaar is verstreken. Deze periode van tien jaar grafrust is een wettelijke minimale termijn. Bij het ruimen worden altijd meerdere graven tegelijk geruimd. Dit wordt eens in de twee of eens in de vier jaar (afhankelijk van het aantal) uitgevoerd. In 2021 is een groot aantal graven geruimd.
Het schudden van particuliere graven geschiedt indien er geen verlenging van het uitsluitend recht op een graf heeft plaatsgevonden. Dit schudden gebeurt per graf, gelijktijdig met het delven van hetzelfde graf voor een begrafenis.

Tarieven begraafplaatsen
De tarieven van de begraafplaats worden gebaseerd op integrale kostprijsberekeningen.

Bedragen x € 1.000
Begraafplaatsen Rekening Begroting
2020 2021 2022 2023 2024 2025
Voorziening afkoopsommen onderhoud graven
Saldo Voorziening 1-1 576 578 540 603 665 728
Storting in voorziening 44 78 80 80 80 80
Aanwending ten gunste van de exploitatie -52 -26 -27 -27 -27 -27
Waardevermeerdering / rente t,g,v, voorziening 10 11 10 9 10 11
Nieuwe investeringen -101
Verwachtingen
Saldo Voorziening 31-12 578 540 603 665 728 792
Rekening Rekening Rekening Rekening Rekening Rekening
Kosten op jaarbasis Begraafplaatsen Rekening Begroting
2020 2021 2022 2023 2024 2025
Totale kosten (* € 1.000) 645 645 646 646 646 646
Inwoners 125.288 125.608 125.192 124.773 124.306 123.922
Kosten per inwoner (* €) 5,15 5,14 5,16 5,18 5,20 5,21
Rekening Rekening Rekening Rekening Rekening Rekening

Tegenover deze lasten staan de volgende inkomsten:

Baten op jaarbasis Begraafplaatsen Rekening Begroting
2020 2021 2022 2023 2024 2025
Totale baten (* € 1.000) 507 522 522 522 522 522
Rekening Rekening Rekening Rekening Rekening Rekening

Trendgrafiek Kosten Begraafplaatsen per inwoner (in euro)

Vastgoed

Omschrijving algemeen beleidskader
De kernopgave van de vastgoedportefeuille is dat deze in kwaliteit, functie, omvang en ligging voldoet aan de beleidsmatig vastgestelde huisvestingsvraag van de gemeente, vastgesteld in de Vastgoednota in 2013. Dat betekent dat bij structurele leegstand gebouwen afgestoten moeten worden en dat voor huisvestingsvragen, waarvoor binnen de bestaande portefeuille geen passende huisvesting beschikbaar is, nieuwe gebouwen worden aangetrokken.

Voor de sociaal-culturele (doorgaans wijkgebonden) voorzieningen zet de gemeente in op krachtige, flexibele, eenvoudig aanpasbare multifunctionele centra waarin meerdere (wijk)functies zijn gecentreerd. De vorming van ’Integrale Kind Centra' is daar een voorbeeld van.

Beleidskader onderhoud
Het onderhoud aan de gemeentelijke vastgoedportefeuille vindt planmatig plaats op basis van het Meerjaren Onderhoud Planning (MJOP). Het MJOP laat zich vertalen in een lijst met jaarlijks uit te voeren onderhoudsactiviteiten en frequentie van uitvoering. Nieuwe wet- en regelgeving wordt verwerkt in de periodieke aanpassing van het MJOP.

Uitgangspunt is toestandsafhankelijk onderhoud, dat betekent dat onderhoud wordt uitgevoerd als een bepaalde normwaarde is onder- of overschreden. De onder- of overschrijding van de normwaarde wordt tweejaarlijks geconstateerd tijdens een inspectie.

Omvang vastgoedportefeuille
Zoetermeer heeft een vastgoedportefeuille van ruim 280 objecten/adressen met een oppervlakte van circa 320.000 m² aan gebouwen en 1.500.000 m² aan terreinen met een totale WOZ-waarde van circa € 260 mln. De portefeuille is zeer divers en is te verdelen in vijf hoofdportefeuilles:

  1. Onderwijsaccommodaties
    Schoolbesturen zijn formeel juridisch eigenaar van de onderwijsgebouwen en gronden, terwijl de gemeente het economisch claimrecht heeft. Dit betekent dat schoolbesturen en gemeente een gezamenlijke verantwoordelijkheid dragen voor de instandhouding hiervan.
  2. Sociaal-cultureel vastgoed
    Concrete voorbeelden hiervan zijn de bibliotheken, museum, het Stadstheater, multifunctionele centra, stadsboerderijen, kinderopvang en buurthuizen.
  3. Accommodaties voor binnen- en buitensport
    Het betreft de gym- en sportzalen, de diverse sportparken en de zwembaden.
  4. Ambtelijk vastgoed
    Ambtelijk vastgoed omvat alle vastgoedobjecten die in gebruik zijn voor het huisvesten van de gemeentelijke organisatie, zoals het stadhuis, de afvalinzameling en werkplaatsen.
  5. Commercieel en overig vastgoed
    Vastgoedobjecten die in gebruik zijn door commerciële huurders voor het uitvoeren van economische bedrijvigheid behoren tot de portefeuille commercieel vastgoed. Voorbeelden zijn kantoren, parkeergarages, bedrijfsruimten en winkels.

Instandhoudingstermijnen, afschrijving en onderhoud
Met het bestaande investeringsbeleid van het vervangingsfonds onderwijs is bepaald welke toekomstige investeringen er nodig zijn om de bestaande voorraad schoolgebouwen in dezelfde kwaliteit in stand te houden. Het fonds wordt gevoed door een jaarlijkse storting, waarvan de hoogte zodanig is bepaald dat het fonds niet negatief wordt. De investeringen zijn gebaseerd op een levensduur van 50 jaar, waarna vervangende nieuwbouw of vernieuwbouw plaatsvindt. Halverwege de levensduur vindt een kleinschalige renovatie plaats. Het volledige onderhoud komt voor rekening van schoolbesturen. Voor de toekomstige ruimtebehoefte van scholen wordt rekening gehouden met leerlingenprognoses.

De kredieten zijn normatief en taakstellend voor de planvorming. De uitvoering voor het primair onderwijs wordt aangestuurd en begeleid door de gemeente. Daarmee bepaalt de gemeente in overleg met de schoolbesturen, dat de planvorming voldoet aan het geformuleerde beleid ten aanzien van tussentijdse investeringen en tot welke omvang de inzet van het taakstellend budget nodig is. De schoolbesturen zetten tegelijkertijd met de gemeentelijke investeringen eigen middelen in voor (groot) onderhoud, waardoor sprake is van een efficiënte en integrale aanpak.
Het voortgezet onderwijs doet in principe zelf de uitvoering. Daarvoor verlangt de gemeente vooraf inzicht in de planvorming en de kosten daarvan en een accountantsverklaring bij oplevering.

Reserves en voorzieningen t.b.v. onderhoud
Onderwijs
Het vervangingsfonds schoolgebouwen (formeel: Reserve egalisatie investeringen schoolgebouwen) is in 2000 ingesteld en zorgt voor dekking van de investeringslasten van vervangings- of renovatie investeringen van de bestaande voorraad schoolgebouwen. De voeding van het fonds vindt plaats door een jaarlijks met € 245.000 oplopende storting. Die oploop vindt plaats tot en met 2028 en de dekking daarvan wordt gevormd door vrijval van de eerste investeringen in schoolgebouwen. Het vervangingsfonds voorkomt dat voor de dekking van nieuwe investeringen een beroep moet worden gedaan op het begrotingssaldo en egaliseert pieken en dalen. De onderbouwing ligt vast in een beheerplan dat om de vijf jaar wordt herijkt.

In 2016 is het vervangingsfonds, onderbouwd door het Integraal Huisvestingsplan 2016-2020, op drie onderdelen herijkt:

  • bijstelling financieel-technische uitgangspunten/parameters in het beheerplan vervangingsfonds;
  • capaciteitsaanpassing op basis van leerlingenprognoses;
  • herschikking, clustering en eerdere nieuwbouw van scholen ten gevolge van gesignaleerde knelpunten.

In 2021 volgt conform het beleid een herijking van het fonds. De gevolgen van de herijking kunnen invloed hebben op de investeringen in de schoolgebouwen. Deze gevolgen worden in het raadsbesluit opgenomen.

Bedragen x € 1.000
Vastgoed Schoolgebouwen Rekening Begroting
2020 2021 2022 2023 2024 2025
Reserve egalisatie schoolgebouwen
Saldo reserve 1-1 2.004 5.031 5.255 5.797 6.326 6.815
Storting in voorziening 4.314 1.947 2.335 2.336 2.509 1443
Waardevermeerdering/rente tgv de reserve 34 96 100 87 95 102
Verminderingen ivm dekking kapitaallasten -1.321 -1.819 -1.893 -1.894 -2.115 -2138
Verwachtingen
Saldo Reserve 31-12 5.031 5.255 5.797 6.326 6.815 6.222
Rekening Rekening Rekening Rekening Rekening Rekening

Per 1 januari 2015 is het onderhoud buitenzijde schoolgebouwen gedecentraliseerd. Voor de egalisatie van kosten onderhoud van schoolgebouwen, die door de gemeente worden geëxploiteerd is de voorziening onderhoud schoolgebouwen in stand gehouden. De jaarlijkse voeding van deze voorziening wordt gevormd door inkomsten van schoolbesturen en derden.

Bedragen x € 1.000
Vastgoed Schoolgebouwen Rekening Begroting
2020 2021 2022 2023 2024 2025
Voorziening onderhoud schoolgebouwen
Saldo Voorziening 1-1 1.260 1.457 1.282 1.413 1.360 1.467
Storting in voorziening 194 197 201 201 201 203
Waardevermeerdering/rente t.g.v. voorziening 21 28 24 21 20 22
Uitgaven groot onderhoud -18 -220 -95 -275 -115 -115
Verwachtingen -180
Saldo Voorziening 31-12 1.457 1.282 1.413 1.360 1.467 1.576
Rekening Rekening Rekening Rekening Rekening Rekening

Gemeentelijke gebouwen
In 2020 zijn de reserves groot onderhoud ambtelijke huisvesting, sociaal cultureel en sport omgezet naar een voorziening groot onderhoud gemeentelijke gebouwen.

Ambtelijke huisvesting en overig
Hiervoor is in 2011 de reserve groot onderhoud ambtelijke huisvesting en wijkonderkomens, accommodaties openbare ruimte en strategische panden gevormd.

Sport en Sociaal-cultureel
De bestemmingsreserve groot onderhoud welzijnsaccommodaties heeft als doel de kosten voor groot onderhoud aan sociaal-culturele gebouwen en sportvoorzieningen op de lange termijn te kunnen financieren en te egaliseren. De bestemmingsreserve wordt jaarlijks gevoed met een tot en met 2027 oplopende storting die wordt gedekt uit de vrijval van de kapitaallasten van welzijnsaccommodaties. Geschat wordt dat vanaf 2029 de vrijval aan kapitaallasten structureel hoger is dan de benodigde storting. De niet-benodigde vrijval kan dan vanaf die datum worden aangewend om de kosten te kunnen dekken van functionele aanpassingen, levensduur verlengend onderhoud, vervanging en renovatie.

Bedragen x € 1.000
Vastgoed Gemeentelijke gebouwen Rekening Begroting
2020 2021 2022 2023 2024 2025
Voorziening gemeentelijke gebouwen
Saldo Voorziening 1-1 - 8.282 7.331 7.331 7.430 8.321
Storting in voorziening 10.176 2.146 2.228 2.311 2.394 2.502
Waardevermeerdering/rente t.g.v. voorziening 126 157 139 110 111 125
Uitgaven groot onderhoud -2.020 -3.254 -2.367 -2.322 -1.614 -1.457
Verwachtingen
Saldo Voorziening 31-12 8.282 7.331 7.331 7.430 8.321 9.491
Rekening Rekening Rekening Rekening Rekening Rekening

Ontwikkelingen
In 2021 zijn de volgende ontwikkelingen op het gebied van nieuwbouw en renovatie gepland:

Onderwijs
        -    Afronding bouw Moerbeigaarde 58
        -    Voorbereiding Velddreef 322
Sport
        -    Uitvoering nieuwbouw was- en kleedaccommodatie FC Zoetermeer
        -    Voorbereiding nieuwbouw binnen- en buitenzwembad Van Tuylpark
Ambtelijke huisvesting
        -    Voorbereiding aardgasvrij Palenstein icm koppeling warmtenet Castellum en Welkom 2
        -    Afronding Balijhoeve
Overig
        -    Voorbereiding nieuwbouw Brandweerkazerne

Beeldende kunst

Vanaf 2020 is de reserve Onderhoud beeldende kunst in de openbare ruimte opgeheven en is het budget voor regulier onderhoud BKOR op de reguliere begroting opgenomen.

Kosten op jaarbasis Beeldende kunst Rekening Begroting
2020 2021 2022 2023 2024 2025
Totale kosten (* € 1.000) 71 70 70 70 70 70
Inwoners 125.288 125.608 125.192 124.773 124.306 123.922
Kosten per inwoner (* €) 0,57 0,56 0,56 0,56 0,56 0,56
Rekening Rekening Rekening Rekening Rekening Rekening

Trendgrafiek Kosten beeldende kunst per inwoner (in euro)

Toelichting Trendgrafiek Kosten beeldende kunst per inwoner (in euro)

Verklaring afwijking 2017: Extra uitgaven zijn dat jaar gedaan aan de kunstwerken die herplaatst zijn in het vernieuwde stadhuis, inclusief kosten voor een kunst-app.