Toelichting op de balans

Activa

Vaste activa

Immateriële vaste activa

Terug naar navigatie - Immateriële vaste activa

Immateriële vaste activa zijn investeringen die niet tastbaar zijn. Door wijziging in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) worden de voorbereidingskosten voor grondexploitaties vanaf 2016 geactiveerd als kosten van onderzoek en ontwikkeling. Na maximaal 5 jaar moeten de kosten hebben geleid tot een actuele grondexploitatie dan wel worden afgeboekt ten laste van het jaarresultaat. Het verloop hiervan in 2023 is als volgt:

Bedragen x € 1.000
Omschrijving Boekwaarde
01-01-2023
Inves-
teringen
Desinves-
teringen
Afschrij-
vingen
Bijdragen van derden Duurzame
waarde-
verminder.
Boekwaarde
31-12-2023
Kosten voor onderzoek en ontwikkeling 278 304 -100     -366 1.048

 

Materiële vaste activa

Terug naar navigatie - Materiële vaste activa

Materiële vaste activa zijn investeringen die een meerjarig nut hebben en in termijnen worden afgeschreven. Onderscheid wordt gemaakt tussen investeringen met een economisch nut en investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut. 
In de toelichting bij de reserves is vermeld uit welke bestemmingsreserves middelen zijn onttrokken voor de (gedeeltelijke) dekking van de afschrijvingen van geactiveerde investeringen.   

Terug naar navigatie - Investeringen met een economisch nut

Investeringen met een economisch nut
Gronden uitgegeven in erfpacht 
Dit betreffen de gronden die in erfpacht uitgegeven zijn, waarvoor jaarlijks een canon in rekening wordt gebracht. Het verloop hiervan in 2023 is als volgt:

 Bedragen x € 1.000
Omschrijving Boekwaarde
01-01-2023
Inves-
teringen
Desinves-
teringen
Afschrij-
vingen
Bijdragen van derden Duurzame
waarde-
verminder.
Boekwaarde
31-12-2023
Gronden en terreinen 4.771           4.771
Terug naar navigatie - Overige investeringen met een economisch nut

Overige investeringen met een economisch nut

Investeringen met een economisch nut zijn investeringen die kunnen bijdragen aan het genereren van middelen en/of verhandelbaar zijn. Het verloop hiervan in 2023 is als volgt:

 Bedragen x € 1.000
Omschrijving Boekwaarde
01-01-2023
Inves-
teringen
Desinves-
teringen
Afschrij-
vingen
Bijdragen van derden Duurzame
waarde-
verminder.
Boekwaarde
31-12-2023
Gronden en terreinen 45.556 143 299       45.400
Woonruimten 899 -143   5     751
Bedrijfsgebouwen 259.200 15.715 36 5.812     269.067
Grond-/weg-/water- bouwkundige werken 5.037 75 40 414     4.658
Vervoersmiddelen 742 110   103     749
Machines, apparaten en installaties 4.657 482   798     4.341
Overige materiële vaste activa 5.486 480 73 650     5.243
afronding   -3          -3
TOTAAL 321.577 16.859 448 7.782     330.206

 

 


De belangrijkste investeringen > € 500.000  in 2023 waren:

 

 Bedragen x € 1.000
Omschrijving  
Bouw nieuw zwembad 13.220
Gebouw voormalig 2B-home Vernedepark 921
BW Amsterdamstraat 3 750
Nieuwbouw schoolgebouw VO Van Doornenplantsoen 531


De belangrijkste desinvesteringen > €500.000 in 2023 waren:

 Bedragen x € 1.000
   
   
Terug naar navigatie - Investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven

Investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven
Dit betreffen de boekwaarden van de begraafplaats (gronden, gebouwen en infrastructurele werken), de afvalinzameling (huisvuilauto’s, overige tractiemiddelen, mini- en ondergrondse containers) en de apparatuur voor het betaald parkeren. Het verloop hiervan in 2023 is als volgt:

 Bedragen x € 1.000
Omschrijving Boekwaarde
01-01-2023
Inves-
teringen
Desinves-
teringen
Afschrij-
vingen
Bijdragen van derden Duurzame
waarde-
verminder.
Boekwaarde
31-12-2023
Gronden en terreinen 1.683           1.683
Bedrijfsgebouwen 1.564     46     1.518
Grond-/weg-/water- bouwkundige werken 2.333     74     2.259
Vervoersmiddelen 265 1.486   65     1.686
Machines, apparaten en installaties 1.045     87     958
Overige materiële vaste activa 6.300 293   281     6.312
TOTAAL 13.190 1.779   553     14.416

 

Terug naar navigatie - Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut

Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut
Investeringen met een maatschappelijk nut betreffen de investeringen die worden gedaan in met name groen, wegen en kunstwerken. Het verloop hiervan in 2023 is als volgt:

 Bedragen x € 1.000
Omschrijving Boekwaarde
01-01-2023
Inves-
teringen
Desinves-
teringen
Afschrij-
vingen
Bijdragen van derden Duurzame
waarde-
verminder.
Boekwaarde
31-12-2023
Grond-/weg-/waterbouwkundige werken 36.893 10.765   848 561   46.249

 


De belangrijkste investeringen > €500.000 in 2023 waren:

Bedragen x € 1.000
Omschrijving  
Asfalt verharding 2.970
Betonnen bruggen, viaducten en tunnels 1.917
Elementen verharding-vervanging 3.798
Entree Zoetermeer 2.500


De belangrijkste bijdragen van derden > €500.000 in 2023 waren:

Bedragen x € 1.000
   
   
   


De aanleg van het vervoersknoop Bleizo wordt voor een groot deel gefinancierd door bijdragen vanuit de Metropoolregio Rotterdam Den Haag:

Bedragen x € 1.000
Omschrijving  
Investeringsbijdrage 245
   

 

Terug naar navigatie - Kapitaalverstrekking aan deelnemingen

Kapitaalverstrekking aan deelnemingen
De kapitaalverstrekking aan deelnemingen betreft het volgende:

Omschrijving Aantal Nominaal (€) Waarde (€)
NV Bank Nederlandse Gemeenten (BNG Bank) 3.510 2,50 8.775
De Binnenbaan 980 100,00 98.000
Stedin 18.518 480,69 8.901.417
 TOTAAL     9.008.192

Hiernaast bezit de gemeente nog de volgende aandelen die in de balans tegen € 0,00 zijn opgenomen:

Omschrijving Aantal Aandeel Nominaal (€) Waarde (€)
Stedin 116.280 2,06% 0 0
Dunea 373.309 9,33% 5 1.866.545
         
 TOTAAL       1.866.545

 

Terug naar navigatie - Overige langlopende geldleningen

Overige langlopende geldleningen
De overige langlopende geldleningen betreffen de volgende leningen:

Bedragen x € 1.000
Omschrijving 31-12-2023 31-12-2022
Startersleningen

2.410

2.744

In 2023 zijn via het Stimuleringsfonds Vereniging Nederlandse Gemeenten (SVn) geen startersleningen verstrekt. De starterslening is bij aanvang renteloos en aflossingsvrij. Bij voldoende financiële draagkracht wordt vanaf het vierde jaar door de SVn een marktconform rentepercentage gehanteerd gebaseerd op 15 jaar vast en aflossing op basis van annuïteiten. Naast de reguliere aflossingen van € 71.667,- werden er in 2023 leningen vervroegd gedeeltelijk of geheel afgelost tot een bedrag van € 262.495,-.


Vlottende activa

Terug naar navigatie - Grond- en hulpstoffen

Grond- en hulpstoffen
De grond- en hulpstoffen bestaan uit:

Bedragen x € 1.000
Omschrijving 31-12-2023 31-12-2022
Onderdelenmagazijn autowerkplaats afd. Afvalinzameling 93 95
Voorraad dieselolie afd. Afvalinzameling 24 21
TOTAAL 117 116
Terug naar navigatie - Onderhanden werk, waaronder bouwgronden in exploitatie

Onderhanden werk, waaronder bouwgronden in exploitatie
Deze categorie betreft de lopende grondexploitaties. Het zijn de projecten waarvoor de raad de grondexploitatie voor de volledige looptijd heeft vastgesteld.

De grondexploitaties zijn herzien naar de situatie per ultimo 2023. Bij negatieve grondexploitaties is de Voorziening Nadelige complexen op de juiste hoogte gebracht. Dit deel van de voorziening is in de balans in mindering gebracht op de boekwaarde. In de gevallen dat de voorziening hoger is dan de boekwaarde per complex dan gebeurt dit tot de (netto) boekwaarde per complex nihil is. Het restant wordt in dat geval vermeld bij de Voorziening nadelige complexen grondbedrijf aan de passiva zijde. 
In het licht van de huidige marktomstandigheden zijn de materiële vastgoedwaarderingen belangrijke schattingsposten. Er bestaat een wezenlijk risico dat zich materiële aanpassingen kunnen voordoen in de waardering in het volgende boekjaar als gevolg van gewijzigde marktomstandigheden of onvoorziene omstandigheden.

Bedragen x € 1.000
Nr. Complex Boek-
waarde
31-12-22
Voor-
ziening
31-12-22
Balans-
waarde
31-12-22
Boek-
waarde
01-01-23
Investe-
ringen
Winstne-
ing/afsl.
compl. 
Inkom-
sten
Boek-
waarde
31-12-23
Voor-
ziening
31-12-23
Balans-
waarde
31-12-23
5 Dwarstocht -9.510 0 -9.510 -9.510 2.001 -2 100 -7.411 0 -7.411
11 Lansinghage -2.744 0 -2.744 -2.744 544 865 -20 -1.355 0 -1.355
18 Oosterheem 1.691 0 1.691 1.691 2.582 1.698 -7.828 -1.857 0 -1.857
20 Zegwaartseweg Noord -269 0 -269 -269 580 -311 0 0 0

0

22 Gasfabriekterrein Delftsewallen 2.785 2.174 611 2.785 38 0 -5 2.818 2.189 629
26 Centrum Oost/Cadenza 2.354 645 1.709 2.354 746 0 -3.000 100 101 -1
32 Van Leeuwenhoeklaan 3.274 0 3.274 3.274 84 8 0 3.366 0 3.366
37 Boerhaavelaan 882 248 634 882 2 0 0 884 217 667
42 Palenstein 14.371 14.371 0 14.371 2.137 0 0 16.508 16.508 0
46 van Aalstlaan 0 0 0 0 840 0 0 840 0 840
85 Bladgroen -82 0 -82 -82 59 22 0 0 0 0
97 Katwijkerlaantracé -674 0 -674 -674 286 388 0 0 0 0
108 Voorweg Noord 2.474 0 2.474 2.474 33 0 0 2.507 0 2.507
127 Kleurlaan -512 0 -512 -512 367 184 -38 0 0 0
129 Plataanhout 116 116 0 116 29 -145 0 0 0 0
130 Markt 10 1.344 0 1.344 1.344 163 0 0 1.507 0 1.507
131 Engelandlaan 140 183 0 183 183 374 258 -1.302 -487 0 -487
137 Edisonpark                                              3.730 0 3.730 3.730 634 0 0 4.364 0 4.364
  afrondingsverschil               -1    
   TOTAAL                                           19.413 17.554 1.859 19.413 11.499 2.965 -12.093 21.784 19.015 2.769

 


In onderstaand overzicht zijn de geraamde lasten en baten opgenomen van de bouwgronden in exploitatie en het geschatte eindresultaat. De inschattingen zijn gebaseerd op externe makelaarsrapporten en kostencalculaties van derden.

Bedragen x € 1.000
  Boekwaarde
31-12-2023
Lasten Baten Resultaat
TOTAAL grondexploitaties 21.784 43.580 59.745 -5.619

Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

Terug naar navigatie - Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

De uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar bestaan uit:

 Bedragen x € 1.000
Omschrijving 31-12-2023   31-12-2022
a. Vorderingen op openbare lichamen   914     5.387
b. Rekening-courantverhoudingen met niet-financiële instellingen   221     508
c. Rekening-courantverhoudingen met Rijk (schatkistbankieren)   135.067     120.335
d. Overige vorderingen:          
          Belastingvorderingen 8.289     7.296  
           Af: Voorziening dubieuze belastingdebiteuren -570     -400  
          Vorderingen bijstand 10.349     11.764  
           Af: Voorziening dubieuze bijstandsdebiteuren -7.108     -8.132  
          Overige vorderingen 7.734     10.346  
           Af: Voorzieningen dubieuze debiteuren -64     -2.694  
          Totaal overige vorderingen   18.630     18.180
Afrondingsverschil          
TOTAAL   154.832     144.410
Terug naar navigatie - Vorderingen op openbare lichamen, Rekening-courantverhoudingen met niet financiële instellingen en met het Rijk (Schatkistbankieren)

Vorderingen op openbare lichamen
De vorderingen op openbare lichamen bestaan uit vorderingen op de volgende openbare lichamen, waaronder gemeenten, gemeenschappelijke regelingen, het Rijk en overige openbare lichamen.

Rekening-courantverhoudingen met niet financiële instellingen
Dit betreft een rekening-courantverhouding met de stichting Stimuleringsfonds Nederlandse Gemeenten (SVn), waar de startersleningen worden geadministreerd. Via deze rekening-courant worden de kosten (beheervergoeding) en opbrengsten van de startersleningen verrekend.

Rekening-courantverhoudingen met het Rijk (Schatkistbankieren)
De wet Schatkistbankieren verplicht decentrale overheden om hun overtollige liquide middelen aan te houden in de schatkist van het Rijk. Het betreft middelen die decentrale overheden niet onmiddellijk nodig hebben voor de publieke taak. Tot een bepaald bedrag (drempelbedrag, gebaseerd op de begrotingsomvang) mogen de decentrale overheden overtollige middelen buiten de schatkist van het Rijk aanhouden.

Onderstaand een overzicht met de drempelbedragen per kwartaal. In geen van de kwartalen is sprake van een overschrijding van het drempelbedrag.

Bedragen x € 1.000
(1) Drempelbedrag 7.930 7.930 7.930 7.930
    kwartaal 1 kwartaal 2 kwartaal 3 kwartaal 4
(2) Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen 5.114 679 211 115
(3a) = (1) > (2) Ruimte onder het drempelbedrag
2.817 7.251 7.720 7.816
(3b) = (2) > (1) Overschrijding van het drempelbedrag        
Terug naar navigatie - Overige vorderingen

Overige vorderingen
De overig vorderingen zijn verdeeld naar categorieën op basis van de aard van de vordering.

Belastingvorderingen
De openstaande vorderingen betreffen de belastingjaren 2011 tot en met 2023. Hiervan is € 0,6 mln. Als dubieus aangemerkt. Voor dit bedrag is een voorziening dubieuze belastingdebiteuren getroffen, die in de balans is verrekend met de betreffende vorderingen.

Vorderingen bijstand
De openstaande vorderingen hebben voornamelijk betrekking op vorderingen op (voormalige) bijstandscliënten. Hiervan is € 7,108 . als dubieus aangemerkt, o.a. door het ontbreken van afloscapaciteit bij de bijstandscliënten of doordat cliënten vertrokken zijn met een onbekende bestemming. Voor dit bedrag is een voorziening dubieuze bijstandsdebiteuren getroffen, die in de balans is verrekend met de betreffende vorderingen. In 2023 heeft een aanwending i.v.m.gestelde debiteuren van in totaal € 1,141 mln. plaatsgevonden, waarvan € 557,733 buiten invorderingen en € 0,584 mln. kwijtscheldingen. Op grond van de debiteurenpositie per ultimo 2023  is € 1.024 mln aan de voorziening onttrokken.

Overige vorderingen
De openstaande vorderingen betreffen diverse overige debiteuren. Hiervan is € 0,06 mln als dubieus aangemerkt. Voor dit bedrag is een voorziening dubieuze debiteuren getroffen, die in de balans is verrekend met de betreffende vorderingen.
De grootste posten zijn:

 Bedragen x € 1.000
Omschrijvingen  
Leges omgevingsvergunning 1.131

 

Terug naar navigatie - De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel

De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel

Het verloop hiervan in 2023 is als volgt:

           
    Saldo
01-01-2023
Toevoegingen Ontvangen bedragen Saldo 31-12-2023
  Uitkeringen van het Rijk         
1 Min J&V Opvang Oekraine GOO 6.131 9.267 15.056 342
2 Min J&V Opvang Oekraine POO 585 443 585 443
3 Toeslagenaffaire 2.196 2.753 2.196 2.753
4 Toeslagenaffaire kwijtschelding gem bel 387 61 95 353
5 Subsidie arbeidsmarkt toelage 131 0 131 0
  Totaal 9.430 12.524 18.063 3.891
 
  Uitkeringen van overige Nederlandse overheidslichamen
Saldo
01-01-2023 
Toevoegingen Ontvangen
bedragen
Saldo
31-12-2023
1  MRDH - Praktische fietslessen 35 0 12 23
2  MRDH - School op Seef 24 0 13 11
3 MRDH - verbeteren verkeersveiligheid schoolomgeving 92 0 0 92
4 MRDH - Veilig thuis 165 0 165 0
5 Digitalisering vouchers 7 0 0 7
6 A12 Intospace (ULP Bleiswijk) 5 0 5 0
7 Mobiliteitsstrategie 26 0 0 26
 8  Vliegende Brigade 0 141 46 95
  afronding  

2

  2
  Totaal 

354

143 241 256
 

 

Terug naar navigatie - Overige nog te ontvangen bedragen en vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen

Overige nog te ontvangen bedragen en vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
De overige nog te ontvangen bedragen en vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen bestaan uit diverse posten van verschillende aard en omvang. 

De grootste posten zijn als volgt:

 Bedragen x € 1.000
Omschrijving  
Nog te ontvangen  
NTO Dividenduitkering de Binnenbaan BV    1.000.000,00 1.000
VPB reclameopbrengsten 2016 tm 2020 - 5242    584.246,25 584
nto BCF 2023 minus voorschot 23.033
nto rente schatkistbankieren Q4 1.423
Vooruitbetaalde bedragen  
div. facturen VVH nr vooruitbetaald 5.506


Onder de overige nog te ontvangen bedragen bevinden zich ook vorderingen in het kader van faciliterend grondbeleid. Volgens de notitie grondbeleid 2019 van de Commissie BBV zijn deze onderverdeeld naar de onderstaande categorieën. De verhaalbare kosten betreffen de projecten waarvoor al een anterieure overeenkomst is gesloten. De nog te verrekenen kosten betreffen de projecten waarvoor nog geen anterieure overeenkomst is gesloten.

Bedragen x € 1.000
Omschrijving  
Verhaalbare kosten  
Faciliterend grondbeleid 655
Nog te verrekenen kosten  
Faciliterend grondbeleid 646
TOTAAL  

 

Passiva

Vaste passiva

Terug naar navigatie - Reserves, Gerealiseerd resultaat

Reserves
In de jaarrekening (realisatie) zijn toevoegingen of onttrekkingen aan reserves slechts verantwoord als daarvoor bij de begroting of begrotingswijziging autorisatie door de raad is verleend en voor zover ook nodig en tot maximaal het daarvoor gebudgetteerde bedrag. Uitzondering hierop zijn de volgende resultaatbestemmingen, die in de jaarrekening zijn verantwoord ongeacht de hiervoor begrote bedragen:

  • De aan een aantal reserves toegevoegde inflatie om de betreffende reserves waardevast te houden. De hoogte van de inflatie wordt vastgesteld bij de begroting en de werkelijk storting is gebaseerd op de werkelijke stand van de reserve. Deze werkwijze is geautoriseerd op grond van het raadsbesluit bij de rentenota 2018 op 5 november 2018.
  • De (voorlopige) bestemming van het resultaat van het Grondbedrijf, dat in de jaarrekening voor 50% is verrekend met het Investeringsfonds 2030 en voor 50% met de reserve versterking financiële positie Grondbedrijf. Dit is vanaf 2008 geautoriseerd op grond van raadsbesluit van 17 november 2008 betreffende TB2.
  • De over- of onderschrijding op de budgetten voor groot onderhoud bovengronds worden op basis van de Begrotingsraad op 11 november 2013 verrekend met de egalisatiereserve groot onderhoud bovengronds. 
  • Voorts wordt de reserve afgeroomd ten gunste van de vrij inzetbare reserve als deze uitstijgt boven het maximum van € 5 mln.
  • De afroming van de rente-egalisatiereserve boven de vastgestelde bovengrens ten gunste van de vrij inzetbare reserve. Deze generieke gedragslijn is door de raad vastgesteld op 5 november 2018 (rentenota 2018).
  • Bij verkoop van vastgoed worden incidentele verkoopresultaten (positief en negatief) in de vorm van een hogere / lagere verkoopopbrengst ten opzichte van de restant boekwaarde ten gunste of ten laste van de vrij inzetbare reserve gebracht. Dit is door de raad besloten op 27 juni 2016 (Perspectiefnota 2017 en gevolgen Gemeentefonds 2016).
  • Het verschil tussen de maximale garantstelling afgegeven aan de GR Bleizo en het tekort Bleizo ten laste dan wel ten gunste te brengen van de brede bestemmingsreserve.
  • Bij een beroep op specifieke voor het doel in leven geroepen bestemmingsreserves wordt het bedrag van de feitelijke onttrekking gelijkgetrokken aan de gemaakte kosten tot maximaal de raming van de kosten. Deze werkwijze is geautoriseerd op grond van het raadsbesluit bij de perspectiefnota 2020 op 1 juli 2019.
  • Meldingen van resultaatbestemmingen in de TB-en.
  • Bij een beroep op specifiek voor het doel in het leven geroepen bestemmingsreserve is het bedrag van de feitelijke onttrekking gelijk aan de gemaakte kosten tot maximaal de raming van de kosten. Deze beleidslijn maakt het mogelijk om bij lagere kosten dan geraamd ook een lagere aanwending van de reserve te kunnen verantwoorden volgens de nota reserves en voorzieningen.

Gerealiseerd resultaat
Het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening is afzonderlijk in de balans vermeld als onderdeel van het eigen vermogen.

Terug naar navigatie - Toelichting reserves

Toelichting reserves
Het verloop van de reserves in 2023 is als volgt:

Bedragen x € 1.000


A


Algemene reserves:
Saldo
01-01-2023 
Resultaat
bestemming
Toevoegingen  Onttrekkingen Verminderingen
i.v.m. dekking
afschrijving
activa
Saldo
31-12-2023
1 Reserve verstrekking financiële positie grondbedrijf 6.839   1.445 1.098   7.186
 2 Reserve i.v.m. risico's grondbedrijf 1.166   83 299   950
 3 Vrij inzetbare reserve 33.390 30.262 25.500 19.735   69.417
  Totaal A. Algemene reserves 41.395 30.262 27.028 21.132   77.553
 


B


Bestemmingsreserves:
Saldo
01-01-2023 
Resultaat
bestemming
Toevoegingen  Onttrekkingen Verminderingen 
i.v.m. dekking
afschrijving
activa
Saldo
31-12-2023
1 Reserve Integraal veiligheidsbeleid 183         183
2 Reserve egalisatie investering schoolgebouwen 5.852   1.989 1.681   6.160
3 Reserve investeringsimpuls amateurverenigingen 495     184   311
4 Reserve beeldende kunst in de openbare ruimte 393   141 97   437
5 Egalisatiereserve groot onderhoud bovengronds 4.003   1.208 211   5.000
6 Reserve algemeen dekkingsmiddel 154.038     27.500   126.538
7 Brede bestemmingsreserve 9.480     1.664   7.816
8 Reserve dekking kapitaallasten 1.274         1.274
9 Rente-egalisatie reserve 2.700   1.494     4.194
10 Investeringsfonds 2030 46.177   11.493 57.670   0
11 Reserve EU-initiatieven 93         93
12 Reserve risico's programma Entree 5.460         5.460
13 Reserve fonds Zoetermeer 2040 65.885   50.639 1.631   114.893
14 Reserve Duurzaamheidsfonds Zoetermeer 2040 7.500   2.500     10.000
15 Sociaal innovatiefonds 3.312     707   2.605
16 Reserve Zoetermeer Noodfonds     2.000 192   1.808
  Afrondingsverschil 1   -2 -1    
  Totaal B. Bestemmingsreserves
306.846 0 71.463 91.537 0 286.772
 
  TOTAAL RESERVES 348.241 30.262 98.491 112.669   364.325

 

Terug naar navigatie - Exploitatieresultaat 2020

Exploitatieresultaat 2022
Het voordelig exploitatieresultaat van 2022 is op grond van het raadsbesluit van 5 juni 2023 (Resultatendebat) toegevoegd aan de vrij inzetbare reserve.
De definitieve resultaatbestemming heeft plaatsgevonden in de raad van 26 juni 2023 bij de behandeling van de Perspectiefnota 2024; deze is verwerkt in de toevoegingen en onttrekkingen bij de betreffende reserves.

Hierna volgt een toelichting van de aard en de reden van elke reserve en de mutaties daarin. De vermelde bedragen zijn x €1.000.

Terug naar navigatie - A1. Reserve versterking financiële positie Grondbedrijf

A1. Reserve versterking financiële positie Grondbedrijf
Deze reserve dient om samen met de reserve in verband met risico’s Grondbedrijf te waarborgen dat het totaal van de risico’s binnen het Grondbedrijf afdoende kan worden gedekt. Deze reserve vormt het belangrijkste onderdeel van de weerstandscapaciteit van het Grondbedrijf waarbij de minimale en maximale omvang zijn bepaald op respectievelijk 1,0 en 1,2 keer de gekwantificeerde risico’s. Vooruitlopend op de definitieve resultaatbestemming wordt jaarlijks 50% van het resultaat van het Grondbedrijf aan deze reserve toegevoegd danwel onttrokken. De reserve wordt elk jaar herijkt op basis van een herziening van grondexploitaties.

Toevoegingen Bedrag
Tussentijdse winstneming van de winstgevende grondexploitaties en het resultaat grondbedrijf 2023 1.445
   
TOTAAL TOEVOEGINGEN 1.445
 
Onttrekkingen Bedrag
 Afroming n.a.v. herziening grondexploitaties 1.098
   
TOTAAL ONTTREKKINGEN 1.098
Terug naar navigatie - A2. Reserve i.v.m. risico's Grondbedrijf

A2. Reserve i.v.m. risico's Grondbedrijf

Deze reserve dient ter beperking van het risico dat vanuit de winstgevende grondexploitaties te vroeg winst wordt genomen en maakt ook deel uit van de weerstandscapaciteit Grondbedrijf. Het risico heeft uitsluitend betrekking op de grondexploitaties waarvoor tussentijds winst is genomen. Deze reserve bedraagt op peildatum 2,5% van de nog te maken kosten en de nog te realiseren verkoopopbrengsten tot maximaal het bedrag van de gecumuleerde tussentijdse winstnemingen. 

Toevoegingen Bedrag
 Herziene grondexploitaties Lansinghage, Engelandlaan en Van leeuwenhoeklaan 83
   
TOTAAL TOEVOEGINGEN 83
 
Onttrekkingen Bedrag
Vrijval vanwege de voortgang van de grondexploitaties Oosterheem en Dwarstocht 299
   
TOTAAL ONTTREKKINGEN 299
Terug naar navigatie - A3. Vrij inzetbare reserve

A3. Vrij inzetbare reserve
Deze reserve dient om reservemiddelen waarop geen verplichting rust in beeld te brengen. Hierdoor vervult deze reserve ook de functie van financiële buffer voor het opvangen van negatieve rekeningresultaten en risico’s. Als zodanig maakt deze reserve deel uit van het weerstandsvermogen zoals aangegeven in de nota weerstandsvermogen en risicomanagement van 14 december 2020. 

Toevoegingen Bedrag
 Jaarlijkse toevoeging in verband met eenmalige afwaardering Stadhuis 290
 Overheveling van de Reserve Algemeen Dekkingsmiddel 25.000
TOTAAL TOEVOEGINGEN 25.290
 
Onttrekkingen Bedrag
Dekking Budgetoverhevelingen 2020 145
Dekking Resultaatbestemming 2021 266
Dekking Resultaatbestemming 2022 9.185
Dekking Budgetoverhevelingen 2022 167
Bijdrage Noodhulp Turkije en Syrië 127
Overheveling naar de Reserve Zoetermeers Noodfonds 2.000
Overheveling 50% rekeningsresultaat naar Reserve Investeringsfonds 2030 7.845
TOTAAL ONTTREKKINGEN 19.735
Terug naar navigatie - B2. Reserve egalisatie investering schoolgebouwen

B2. Reserve egalisatie investering schoolgebouwen
Deze reserve dient om pieken en dalen in de lasten van investeringen te egaliseren. Op deze wijze ontwikkelen de lasten zich in de jaren geleidelijk en minder schoksgewijs. Dit is noodzakelijk omdat de schoolgebouwen (vooral in het voortgezet onderwijs) in een relatief korte periode zijn neergezet en daarom ook de kosten van renovatie of herbouw in een korte periode op de gemeente af zullen komen.
In 2023 is het integraal huisvestingsplan primair onderwijs 2023-2027 vastgesteld. De daaruit voortvloeiende afschrijvingslasten bepalen mede de hoogte van deze reserve. 

Toevoegingen  
Storting conform de meerjarenbegroting 1.708
Toevoeging waardeaanpassing prijsstijgingen  281
TOTAAL TOEVOEGINGEN 1.989
 
Onttrekkingen  
Onttrekking jaarlijkse afschrijvingslasten  1.681
TOTAAL ONTTREKKINGEN 1.681
Terug naar navigatie - B3. Reserve investeringsimpuls amateurverenigingen

B3. Reserve investeringsimpuls amateurverenigingen
Deze reserve dient ter dekking van subsidies op grond van de verordening investeringssubsidie en gemeentegarantie amateurverenigingen, die op 23 februari 2006 door de raad is vastgesteld.

Toevoegingen Bedrag
   
   
TOTAAL TOEVOEGINGEN  
 
Onttrekkingen Bedrag
Onttrekking reserve Investeringsimpuls Amateurverenigingen 184
   
TOTAAL ONTTREKKINGEN 184
Terug naar navigatie - B4. Reserve beeldende kunst in de openbare ruimte

B4. Reserve beeldende kunst in de openbare ruimte
Deze reserve dient om de kosten van het realiseren van beeldende kunst in de openbare ruimte te dekken. De reserve is ingesteld bij het raadsbesluit van 11 mei 2019, gelijktijdig met het opheffen van de reserve kunstopdrachten en de vaststelling van een geactualiseerde verordening "Percentageregeling beeldende kunst in de openbare ruimte".

Toevoegingen Bedrag
Dotatie 2023 obv BRM/WRM Grondbedrijf deel 2 2
1 procent Kunstregeling IHP2023 Onderwijs 76
Dotatie 2023 obv BRM/WRM Grondbedrijf 63
TOTAAL ONTTREKKINGEN 141
 
Onttrekkingen Bedrag
Boeking reserve Beeldende Kunst in Openbare Ruimte 97
   
TOTAAL ONTTREKKINGEN 97
Terug naar navigatie - B5. Egalisatiereserve groot onderhoud bovengronds

B5. Egalisatiereserve groot onderhoud bovengronds
Deze reserve dient om wisselingen/pieken in feitelijke uitgaven door de jaren op te vangen. De reserve is in 2014 ingesteld bij de vaststelling van de begroting 2014 (op 11 november 2013). De hoogte van deze reserve is gemaximeerd op € 5 mln. Als de reserve boven dit bedrag uitkomt, wordt deze bij de jaarrekening afgeroomd ten gunste van de vrij inzetbare reserve. Over- of onderschrijding op de budgetten voor groot onderhoud worden verrekend met de reserve. 

 

Toevoegingen Bedrag
Corr Afr GO 2023 SB gemaximeerd tot 5 mln in res 1200
overig 8
TOTAAL TOEVOEGINGEN 1.208
 
Onttrekkingen Bedrag
Correctie Afrekening Groot Onderhoud 2023 SB 211
   
TOTAAL ONTTREKKINGEN 211

 

Terug naar navigatie - B6. Reserve algemeen dekkingsmiddel

B6. Reserve algemeen dekkingsmiddel
Deze reserve staat tegenover de activa op de balans en zorgt ervoor dat niet voor alle activa een lening hoeft worden aangetrokken. Dit zorgt voor lagere rentelasten in de exploitatie. 

Toevoegingen Bedrag
   
   
TOTAAL TOEVOEGINGEN  
 
Onttrekkingen Bedrag
Overheveling naar de Reserve Egalisatie Investeringen Schoolgebouwen 1.000
Overheveling naar Reserve Investeringsfonds 2030 1.500
Overheveling naar de Vrij inzetbare reserve 25.000
TOTAAL ONTTREKKINGEN 27.500

 

Terug naar navigatie - B7. Brede bestemmingsreserve

B7. Brede bestemmingsreserve
Deze reserve dient om expliciet door de raad aangegeven kosten te dekken. Deze reserve heeft een financieel-technisch karakter. 

Toevoegingen Bedrag
   
   
TOTAAL TOEVOEGINGEN  
 
Onttrekkingen Bedrag
69905410 bijdrage aan expl. Wachtlijsten WMO 597
Bijdrage wijkplan Palenstein 19
Arbeidsmarktregio - brede bestemmingsreserve (TB2) 381
Nazorg afgesloten grondexploitaties 2023 622
Onttrekking cf. PB2023 46
TOTAAL ONTTREKKINGEN 1.665

 

Terug naar navigatie - B8. Reserve dekking kapitaallasten

B8. Reserve dekking kapitaallasten
De reserve dient ter (gedeeltelijke) dekking van kapitaallasten. Op basis van de laatste BBV-regelgeving dienen meer investeringen te worden geactiveerd. Waar in het verleden bijvoorbeeld investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut mochten worden gedekt uit reserves, moeten deze nu net zoals investeringen met economisch nut worden geactiveerd. De daaruit voortvloeiende kapitaallasten drukken structureel op het saldo van de begroting. De reserve dekking kapitaallasten wordt aangewend ter (gedeeltelijke) dekking van kapitaallasten en heeft zodoende een dempende werking op het begrotingssaldo. 

Terug naar navigatie - B9. Rente-egalisatie reserve

B9. Rente-egalisatie reserve
Deze reserve dient om de effecten van een wijziging in rentedruk voor de exploitatie van de begroting op te vangen. Door de aanwezigheid van deze reserve zijn schommelingen in de marktrente niet van invloed op het rekeningresultaat. Bij raadsbesluit van 5 november 2018 (Rentenota 2018) is besloten tot de generieke gedragslijn om de reserve boven de bovengrens bij de jaarrekening af te romen ten gunste van de vrij inzetbare reserve. De bovengrens is bepaald op 1,5% van de financieringsbehoefte voor 4 jaar. 

Toevoegingen Bedrag
saldo rentelasten en baten naar egalisatiereserve 1.494
   
TOTAAL TOEVOEGINGEN 1.494
 
Onttrekkingen Bedrag
   
   
Terug naar navigatie - B10. Reserve Investeringsfonds 2030

B10. Reserve Investeringsfonds 2030

Deze reserve dient om de investeringskosten die voortvloeien uit de stadsvisie 2030 te dekken (raadsbesluit 14 december 2009). In het raadsvoorstel “Samen de Toekomst van Zoetermeer Vormgeven” uit 2017 is door de raad aan het college de opdracht gegeven om (opnieuw) in hoofdlijnen de toekomst van Zoetermeer in een vergezicht uit te werken. Dit vergezicht is vormgegeven via de omgevingsvisie Zoetermeer 2040. Met raadsbesluit raadsvoorstel uit 2017 (‘Samen de toekomst van Zoetermeer vormgeven’) is de opmaat gedaan voor de vorming van een nieuwe visie. Met de vaststelling van de toen bepaalde uitgangspunten is ook een nieuwe kader voor de aanwending van het Rif gecreëerd.

In de vergadering van 26 juni 2023 is besloten om de reserve per 31 december 2023 samen te voegen met de reserve Fonds Zoetermeer 2040

Toevoegingen  
Verr. resultaat Grondbedrijf Algemeen -183
Bijdr. van expl. i.v.m. groei ozb en GF 53
Overh. 50 proc rek res 2022 7.845
Overheveling van Res alg dekkm 1.500
Bijdr. van expl. i.v.m. wegvallende ISV 350
Verr. resultaat Grondbedrijf Algemeen corr VpB 99
Groei stad storting investeringsfonds 2030 300
Diverse winstnemingen 1.529
TOTAAL TOEVOEGINGEN 11.493
 
Onttrekkingen Bedrag
Verr. resultaat 830.73 Grondbedrijf Algemeen 1.097
69905411 Overheveling naar Fonds Zoetermeer 2040 50.639
bijdrage Rif in Dutch innovation Park 562
69905410 bijdrage aan expl. beheer opb. ruim. 97
63390087 Overheveling naar Duurzaamheidsfonds 2.500
bijdrage Rif onderzoeksbudget Bestemmingsplannen 63
bijdrage Rif in uitv progr Binnenstad 684
bijdrage Rif Woningbouwprogrammering 223
bijdrage Rif in relatienetwerk 191
bijdrage Rif in voorbereidingskst Markt 10 87
bijdrage Rif in voorbereidingskst Centraal Park 166
bijdrage Rif Zoetermeer 2040 589
bijdrage Rif Entree stationsgebied 11
bijdrage Rif in Meerzicht 56
bijdr Rif in gebiedsvisie v Tuyllpark en Vernede 156
bijdrage Rif in onderzoek landtunnel 8
bijdrage Rif in nieuwe initiatieven 327
bijdrage Rif in extra kst stationsgebied Entree 200
bijdrage Rif OV schaalsprong 14
overige bijdrage  
TOTAAL ONTTREKKINGEN 57.670

 

Terug naar navigatie - B11. Reserve EU-initiatieven

B11. Reserve EU-initiatieven
In 2004 is een zogeheten ‘Revolving Fund subsidieverwerving’ ingesteld. In 2006 is dit gewijzigd in de huidige reserve. De reserve wordt gevoed uit de netto-subsidieopbrengsten van EU-projecten (het surplus aan vrije subsidiemiddelen). Uit dit budget kan de incidentele inzet van vakinhoudelijke medewerkers aan subsidieverwervingsprojecten worden gedekt. De restrictie hierbij is, dat de netto inkomsten uit de betreffende subsidieprojecten jaarlijks worden toegevoegd aan het ‘Revolving fund’. Het plafond van de reserve is gesteld op een maximum van € 150.000. In 2023 is er geen onttrekking gedaan. 

Terug naar navigatie - B12. Reserve risico's programma Entree

B12. Reserve risico's programma Entree
Met Raadsbesluit- geamendeerd raadsvoorstel voorstel Ruimtelijk kader en Investeringsbudget middengebied Entree is budget beschikbaar gesteld voor de uitvoering van het programma Entree.
Voor deze risico’s is een inhoudelijke analyse opgesteld van het risico zelf en van de beheersmaatregelen. Na deze beheersmaatregelen blijft er met de kennis van dit moment, een rest-risico over. Hieraan is een bedrag verbonden van € 5,46 mln.

Terug naar navigatie - B13. Reserve fonds Zoetermeer 2040

B13. Reserve fonds Zoetermeer 2040

De reserve is op 28 juni 2021 ingesteld (Raadsbesluit 06 37 69 47 55 - Afwegingskader Investeringsfonds op basis van Eneco-middelen). Op 26 juni 2023 is besloten om de eerder vastgestelde criteria te laten vervallen en deze te vervangen door een hoofdvraag naar wat de verwachte maatschappelijke bijdrage is die met het voorstel wordt bereikt. Dit is verdeeld in drie onderdelen:
a.    Bijdrage aan het keren van de mechanismen van Zoetermeer 2040
b.    Maatschappelijk nut in tijdsduur
c.    Maatschappelijk nut in bereik doelgroep.

Bijdrage aan het keren van de mechanismen van Zoetermeer 2040
Om over een langere termijn positieve maatschappelijke impact voor de stad te bereiken is het belangrijk om positief bij te dragen aan de mechanismen zoals die staan beschreven in de VisieZoetermeer 2040:
1. Concurrerende woonaantrekkelijkheid
2. Sociaaleconomische kracht
3. Samenhang beroepsbevolking en werkgelegenheid
4. Verschillen tussen wijken en buurten

Als absolute ondergrens voor voorstellen wordt het uitgangspunt gehanteerd dat een voorstel overtuigend moet bijdragen aan minimaal één -en bij voorkeur meerdere- van de vier mechanismen.

Afweging maatschappelijk nut in tijdsduur
Het verdient de voorkeur om de Eneco-gelden in te zetten voor zaken die – ook al betreft het een tijdelijke investering – een zo lang mogelijk effect voor de stad en haar inwoners hebben. Dit ‘tijdsduur criterium’ sluit aan bij de analyse van Zoetermeer 2040 waarin richtingen/plannen zijn gepresenteerd die een lange adem vergen. Als richtlijn wordt hierbij gehanteerd dat voorstellen minimaal drie jaar effect opleveren en dat dit effect uiterlijk binnen vijf jaar zichtbaar is.
Afweging maatschappelijk nut in bereik doelgroep
Het verdient de voorkeur dat het bereik van het voorstel zo groot mogelijk is. Het in beeld brengen en beargumenteren van de omvang en samenstelling van evenals het bereik en effect op- de doelgroep waarop een voorstel zich richt, wordt meegewogen in het afwegingproces. Hierbij is het uitgangspunt: hoe kleiner de groep begunstigden, hoe groter de positieve impact van een voorstel moet zijn om een investering te kunnen rechtvaardigen.

Toevoegingen Bedrag
Overheveling van Investeringsfonds 2030 50.639
   
TOTAAL TOEVOEGINGEN 50.639
 
Onttrekkingen Bedrag
 Correctie Bijdrage RIF coalitieakkoord handhaving -600
Evenementen ihkv 60 jaar groeistad 2023 40
Kwaliteitsimpuls 2022-206 jaarschijf 2023 1.024
Bijdrage RIF coalitieakkoord handhaving 600
bijdrage fonds in Meerzicht 542
bijdr Fonds in gebiedsvisie v Tuyllpark en Vernèdepark en Paltelaan 25
TOTAAL ONTTREKKINGEN 1.631

 

Terug naar navigatie - B14. Reserve duurzaamheidsfonds Zoetermeer 2040

B14. Reserve duurzaamheidsfonds Zoetermeer 2040

De gemeenteraad heeft op 31 januari 2022 € 7,5 miljoen beschikbaar gesteld voor de vorming van een duurzaamheidsfonds. De raad heeft op 5 juni 2023 hier € 2,5 mln. aan toe te voegen. Het fonds draagt bij aan het keren van de gesignaleerde negatieve mechanismen in Zoetermeer 2040 door een hierop gerichte realisatie van de ambities in het programma Duurzaam & Groen Zoetermeer in Transitievisie warmte en Lokale verkenning windenergie en zonnestroom. Het fonds is gericht op het creëren en ondersteunen van voorbeelden die knelpunten aanpakken en oplossen ten behoeve van het aanjagen van startende initiatieven.
De gelden in het fonds zijn op grond van het raadsbesluit van 5 juni 2023 verdeeld over drie bestedingscategorieën: Duurzame initiatieven, Eigenaar-bewoners en Gemeentelijk vastgoed. In dezelfde raadvergadering zijn ook criteria per bestedingscategorie vastgesteld.
In 2023 zijn er geen uitgaven.

Toevoegingen Bedrag
  2.500
TOTAAL TOEVOEGINGEN 2.500
 
Onttrekkingen Bedrag
  0
TOTAAL ONTTREKKINGEN  
Terug naar navigatie - B15. Sociaal innovatiefonds

B15. Sociaal innovatiefonds

Op 28 juni 2021 heeft de gemeenteraad het Raadsvoorstel “Afwegingskader Investeringsfonds op basis van Eneco-middelen” vastgesteld. Onderdeel van dit besluit is het instellen van een sociaal innovatiefonds, inclusief het afwegingskader waar aanvragen voor dit fonds aan moeten voldoen. In aanvulling op de criteria waar elke aanvraag aan moet voldoen zijn hierin ook specifieke criteria opgenomen voor het sociaal innovatiefonds: investeringen zijn gericht op het herstellen van de bestaanszekerheid, het bevorderen van positieve gezondheid, en het verbeteren van kansengelijkheid van Zoetermeerders, om te komen tot betere (gezondheids-) zorg en ondersteuning voor meer mensen met minder geld. Leidend criterium voor de aanvragen is de impact die daarmee gemaakt wordt, oftewel wat is de verwachte maatschappelijke bijdrage die met het voorstel wordt bereikt. In het raadsvoorstel zijn zeven aanvragen opgenomen voor het investeringsfonds, voor het thema sociaal innovatiefonds. Het gaat om:

  1. Basisbanen
  2. Vindplaatsen verborgen schulden
  3. Onder de pannen
  4. Impact gedreven inzet voor jeugd & gezinnen
  5. Innovatief wijkgericht en integraal ondersteuningsaanbod gericht op preventie
  6. Positieve gezondheid en het huishouden
  7. Preventie in de praktijk
  8. Programmamanager sociaal innovatiefonds

Voor deze zeven aanvragen is de inzet van middelen op basis van het sociaal innovatiefonds het fundament waarop nieuwe ontwikkelingen in gang kunnen worden gezet.

 

Toevoegingen Bedrag
   
TOTAAL TOEVOEGINGEN  
 
Onttrekkingen Bedrag
Project: Basisbanen 51
Project: Vindplaatsen verborgen schulden 37
Project: Onder de pannen 51
 Project: Impact gedreven inzet voor jeugd & gezinnen 99
Project: Innovatief wijkgericht en integraal ondersteuningsaanbod gericht op preventie 128
 Project: Positieve gezondheid en het huishouden 99
 Project: Preventie in de praktijk 111
 Programmamanager sociaal innovatiefonds 131
TOTAAL ONTTREKKINGEN 707
Terug naar navigatie - B16. Reserve Noodfonds

B16. Reserve Noodfonds

Op 13 januari 2023 is de gemeenteraad geïnformeerd over het noodfonds. Het noodfonds is om daar waar rijksregelingen tekort schieten en de nood hoog is ondersteuning te bieden. Het college wil in deze moeilijke situatie steun geven aan inwoners, maatschappelijke organisaties/verenigingen en aan ondernemers en bedrijven. Bij de toedeling van de middelen uit het Noodfonds heeft het college gekeken naar wat nodig is voor verschillende doelgroepen, aanvullend op rijksmaatregelen en naar wat de mogelijkheden zijn.  Hiertoe wordt € 1 miljoen gereserveerd ten behoeve van steun aan maatschappelijke organisaties met de Subsidieregeling Incidentele ondersteuning Energiecrisis, € 60.000 voor de uitvoeringskosten van deze subsidieregeling en € 200.000 wordt gereserveerd voor een bijdrage aan de subsidieregeling ‘Stimulering energietransitie’. De resterende € 740.000 wordt gereserveerd om na de tussentijdse evaluatie van het Noodfonds middelen in te kunnen zetten daar waar dan blijkt dat aanvullende steun nodig is voor inwoners, maatschappelijke organisaties/verenigingen en ondernemers en bedrijven.

Toevoegingen Bedrag
 Overheveling van vrij inzetbare reserve 2.000
   
TOTAAL TOEVOEGINGEN 2.000
 
Onttrekkingen Bedrag
 Onttrekking reserve Zoetermeers Noodfonds 192
   
   
TOTAAL ONTTREKKINGEN 192

Voorzieningen

Terug naar navigatie - Voorzieningen

Het verloop van de voorzieningen 2023 is als volgt:

Bedragen x € 1.000

A  Middelen van derden die specifiek besteed moeten worden,  m.u.v. de van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren: Saldo
01-01-2023
Toevoegingen Vrijval tgv de exploitatie Aanwendingen

Saldo
31-12-2023

1 Voorziening afkoopsommen onderhoud graven 450 68 40   478
2 Voorziening middelen derden riolering 198 212     410
3 Voorziening middelen derden afval 103 5     108
  Afrondingsverschil          
  Totaal A. Middelen van derden enz. 751 285 40   996
B Egalisatievoorzieningen:
Saldo
01-01-2023 
Toevoegingen Vrijval tgv de exploitatie Aanwendingen Saldo
31-12-2023
1 Voorz. onderhoud schoolgebouwen gemeente 1.277 617   562 1.332
 2 Voorziening groot onderhoud overige accommodaties 8.832 3.914   3.146 9.600
3 Voorziening riolering 27.345 5.284   5.393 27.236
4 Voorziening groot onderhoud verzamelcontainers 1.446 391   254 1.583
  Afrondingsverschil          
  Totaal B. Egalisatievoorzieningen 38.900 10.206   9.355 39.751
C Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's:
Saldo
01-01-2023 
Toevoegingen Vrijval tgv de exploitatie Aanwendingen Saldo
31-12-2023
1 Voorziening wethouderspensioenen 5.640 271 735 149 5.027
2  Voorziening nadelige complexen Grondbedrijf 5.535 725 656 30 5.574
3  Voorziening pensioencomp. zwembadmedew. 370     39 331
4  Voorziening verplichtingen afgesloten grondexploitaties 120 307     427
5  Voorziening Nelson Mandela brug 3.177 260   3.130 307
6 Voorziening afwikkeling museum de Voorde 676 -56   620 0
7 Voorziening bovenwettelijk spaarverlof 72 278     350
8 Voorziening Jeugdhulp plus 750     251 499
9 Voorziening Tunnelbak Europaweg   1.150     1.150
10 Voorziening Regeling Vervroegd Uittreden   152     152
  Afrondingsverschil         11.485
  Totaal C. Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's 16.340 3.087 1.391 4.219 13.817
    55.991 13.578 1.431 13.574 54.564

 

Terug naar navigatie - A1. Voorziening afkoopsommen onderhoud graven

A1. Voorziening afkoopsommen onderhoud graven
Deze voorziening dient ter dekking van de kosten die de gemeente de komende jaren moet maken voor de aangegane verplichting om het onderhoud aan graven en bijbehorende omgeving te plegen en de graven te ruimen. De waardeaanpassing en de van derden ontvangen afkoopsommen voor onderhoud zijn aan de voorziening toegevoegd. Jaarlijks vindt er een vrijval plaats ter dekking van het onderhoud.

Terug naar navigatie - A2. Voorziening middelen derden riolering

A2. Voorziening middelen derden riolering
De van burgers ontvangen bedragen uit de rioolheffing moeten ook besteed worden aan kosten van de riolering. Een resultaat op het rioolbudget (waarvan dat budget gedekt is uit de inkomsten uit rioolheffing) als gevolg van bijvoorbeeld niet uitgevoerd werk moet gestort worden in de voorziening, zodat deze middelen in de toekomst beschikbaar zijn voor het uitvoeren van deze werken. Een positief resultaat komt dus niet ten gunste van het rekeningresultaat.

Terug naar navigatie - B1. Voorziening onderhoud schoolgebouwen gemeente

B1. Voorziening onderhoud schoolgebouwen gemeente

Het doel van deze voorziening is om de kosten voor groot onderhoud aan schoolgebouwen waarvoor de gemeente geheel of gedeeltelijk verantwoordelijk blijft (multifunctionele gebouwen met onder meer een onderwijsbestemming) te egaliseren. Daarmee worden sterke fluctuaties van uitgaven voor gebouwenonderhoud voorkomen. Omdat deze voorziening is gebaseerd op contante waarde wordt deze aangepast met inflatierente.
Aan de basis van deze voorziening ligt het beheerplan groot onderhoud schoolgebouwen en overige accommodaties. Na actualisatie van de beheerplannen groot onderhoud eind 2022 blijkt dat de voorziening van voldoende omvang is om de groot onderhoud kosten voor de komende 10 jaar op te kunnen opvangen. Uiterlijk om de vijf jaar wordt de voorziening herijkt voor de dan volgende periode van 10 jaar. 

Terug naar navigatie - B2. Voorziening groot onderhoud overige accommodaties

B2. Voorziening groot onderhoud overige accommodaties.

Het doel van deze voorziening is om de kosten voor groot onderhoud aan de gemeentelijke accommodaties te egaliseren. Daarmee worden sterke fluctuaties van uitgaven voor gebouwenonderhoud voorkomen. Omdat deze voorziening is gebaseerd op contante waarde wordt deze aangepast met inflatierente.
Aan de basis van deze voorziening ligt het beheerplan groot onderhoud schoolgebouwen en overige accommodaties. Na actualisatie van de beheerplannen groot onderhoud eind 2022 blijkt dat de voorziening van voldoende omvang is om de groot onderhoud kosten voor de komende 10 jaar op te kunnen opvangen. Uiterlijk om de vijf jaar wordt de voorziening herijkt voor de dan volgende periode van 10 jaar.

Terug naar navigatie - B3. Voorziening riolering

B3. Voorziening riolering
Zoetermeer maakt gebruik van de mogelijkheid uit het Besluit Begroting en Verantwoording om bedragen te doteren aan een spaarvoorziening (BBV art. 44.1.d.) en deze spaarbedragen in mindering te brengen op de vervangings- en verbeteringsinvesteringen voor de drie water-zorgplichten (zie ook BBV-notitie Riolering – nov. 2014). Deze toepassing is bekend als het Ideaal Complex, een methode die met name bij grotere gemeenten toegepast wordt.

Terug naar navigatie - B4. Voorziening groot onderhoud verzamelcontainers

B4. Voorziening groot onderhoud verzamelcontainers
Het doel van deze voorziening is om de kosten voor het groot onderhoud aan de verzamelcontainers te egaliseren. In 2023 zijn de kosten voor groot onderhoud aan de verzamelcontainers gedekt uit deze Voorziening groot onderhoud verzamelcontainers.

Terug naar navigatie - C1. Voorziening wethouderspensioenen

C1. Voorziening wethouderspensioenen

Op grond van de Wet Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa) is een voorziening getroffen voor de pensioenverplichtingen aan wethouders. Jaarlijks worden de verplichtingen op basis van nieuwe actuariële berekeningen herijkt. Voor het bepalen van de hoogte van deze voorziening wordt de door het ministere van BZK voorgeschreven wettelijke overdrachtsrente gehanteerd. Eind 2023 is deze rente gestegen van 2,74% naar 3,16%.

Ultimo 2023 zijn er 14 deelnemers die een (nabestaanden) pensioen ontvangen en zijn er 22 huidige en voormalige bestuurders, die pensioenrechten hebben opgebouwd, maar nog geen pensioen ontvangen. De aanwending betreft de uitbetaling van pensioenen.

Terug naar navigatie - C2. Voorziening nadelige complexen Grondbedrijf

C2. Voorziening nadelige complexen Grondbedrijf
Bij een negatief eindresultaat van een grondexploitatie dient direct een voorziening getroffen te worden ter grootte van het volledige verlies. De voorziening nadelige complexen is gewaardeerd op eindwaarde. De voorziening is in de balans in mindering gebracht op de boekwaarde van deze complexen (activazijde van de balans). In die gevallen waarbij de voorziening hoger is dan de boekwaarde per complex is dat gebeurd tot de (netto) boekwaarde per complex nihil is. Het restant blijft in de voorziening aan de passiefzijde van de balans. Dit laatste bestaat per ultimo 2023 uit:

Bedragen x € 1.000
Complex:  
Bouwgrond in exploitatie Bedrag
Palenstein 4.849
Centrum Oost/Cadenza 725
TOTAAL 5.574
Terug naar navigatie - C5. Voorziening Nelson Mandela brug

C5. Voorziening Nelson Mandela brug
Voor de totale lasten van het ontmantelen, het verstevigen, de noodbrug en het gebruikers gereedmaken moet in het jaar dat de onveiligheid van de brug is vastgesteld een voorziening worden gevormd (nagevraagd bij Commissie BBV). De bijkomende kosten zoals vervangend vervoer, wegafzettingen en verkeersregelaars zijn onderdeel van de te vormen voorziening. Deze voorziening is om deze reden gevormd.

Terug naar navigatie - C6. Voorziening afwikkeling museum de Voorde

C6. Voorziening afwikkeling museum de Voorde

De gemeente heeft in 2022 besloten om de subsidiëren van museum De Voorde met ingang van 1 juli 2023 te beëindigen. Het stopzetten van de subsidie betekent het einde van de museum omdat het museum nagenoeg volledig van subsidie van de gemeente afhankelijk is.  Op grond van de BBV moest er een voorziening komen voor de kosten die het gevolg zijn van dit besluit. In de voorziening is de geldswaarde van de door de gemeente Zoetermeer gegarandeerde geldlening van het museum (met stand 31-12-2022) opgenomen. Het saldo van de voorzienig staat op 31 december 2023 op nihil. De voorziening gaat afgesloten worden.

Terug naar navigatie - C7. Voorziening bovenwettelijk spaarverlof

C7. Voorziening bovenwettelijk spaarverlof

Medewerkers kunnen vanaf 1 januari 2022 bovenwettelijke vakantie-uren sparen. Hiermee kunnen medewerkers passend bij hun levensfase hun bovenwettelijke vakantie inzetten op een manier die aansluit bij hun persoonlijke levens- en carrièreplanning en het gemeentelijke vitaliteitsbeleid. Bovenwettelijke vakantie-uren die worden gebruikt voor verlofsparen, verjaren niet.

Bij verlofsparen is er sprake van arbeidskostengerelateerde verplichtingen die een niet voorspelbare opbouw en daarmee ook onvoorspelbare afbouw kennen. 

Terug naar navigatie - C8. Voorziening Jeugdhulp plus

C8. Voorziening Jeugdhulp plus

Deze voorziening is om de risico’s op te vangen als gevolg van de landelijke ontwikkelingen om jeugdigen niet meer op te vangen via jeugdhulpplus (JHP), maar volgens de landelijke politieke wens deze jeugdigen op te vangen in kleinschalige voorzieningen. Het huidige vastgoed is ingericht op gesloten jeugdzorg, in combinatie met de dalende instroom JHP zorgt dit voor leegstand die niet wordt vergoed.

 



C9. Voorziening tunnelbak Europaweg (groot onderhoud)

Terug naar navigatie - C9. Voorziening tunnelbak Europaweg (groot onderhoud)

Na een calamiteit en uitgevoerde herstelwerkzaamheden zijn aaneenvolgend constructieve inspecties geweest. Uit deze inspecties is gebleken dat in 2025 extra groot onderhoud nodig is. Het doel van de voorziening is om de totale lasten die samenhangen aan de uitkomst van de inspectie te laten landen in het jaar dat het is geconstateerd. Dit is in dezelfde werkwijze gebeurt als de Voorziening Mandelabrug.

C10. Voorziening Regeling Vervroegd Uittreden

Terug naar navigatie - C10. Voorziening Regeling Vervroegd Uittreden

De voorziening is getroffen voor de financiële verplichtingen tegenover ex-medewerkers en de fiscus heeft op basis van de RVU. Bij de RVU nemen medewerkers ontslag en volgt er een (maandelijkse) ontslagvergoeding die de ex-medewerker in staat stelt om te overbruggen tot aan de AOW-leeftijd. De hoogte van de voorziening voldoet om de verplichtingen te kunnen dekken tot aan de AOW datum.

Terug naar navigatie - A. Onderhandse leningen van binnenlandse banken en overige financiële instellingen

A. Onderhandse leningen van binnenlandse banken en overige financiële instellingen
De onderhandse leningen van binnenlandse banken en overige financiële instellingen betreffen de volgende leningen:

Bedragen x € 1.000
Bank Looptijd 31-12-2023 31-12-2022
Bank voor Nederlandse Gemeenten 30 jaar (3 januari 1994 / 2024) 48 94
Bank voor Nederlandse Gemeenten 30 jaar (3 januari 1994 / 2024) 43 84
Bank voor Nederlandse Gemeenten 10 jaar (19 december 2017 / 2027) 10.000 10.000
Bank voor Nederlandse Gemeenten 5 jaar (20 juni 2019 / 2024) 20.000 20.000
Bank voor Nederlandse Gemeenten 10 jaar (6 december 2019 / 2029) 12.009 14.008
TOTAAL   42.100 44.186
Terug naar navigatie - B. Onderhandse leningen van buitenlandse instellingen

B. Onderhandse leningen van buitenlandse instellingen
De onderhandse leningen van buitenlandse instellingen betreffen de onderstaande lening(en). De totale rentelast in 2023 bedraagt afgerond € 0,4 mln. 

Bedragen x € 1.000
Bank Looptijd 31-12-2023 31-12-2022
AG Insurance 20 jaar (27 februari 2018 / 2038) 20.000 20.000
TOTAAL   20.000 20.000
Terug naar navigatie - C. Waarborgsommen

C. Waarborgsommen
De waarborgsommen hebben vooral betrekking op verhuurde objecten en aangekochte gronden. Als de afspraken zijn nagekomen door de andere partij wordt de waarborgsom teruggestort.

Vlottende passiva

Terug naar navigatie - A. Overige kasgeldleningen, B. Banksaldi, C. Overige schulden

A. Overige kasgeldleningen
Saldo van de kasgeldleningen is € 0

B. Banksaldi
De banksaldi betreffen negatieve banksaldi bij de BNG

C. Overige schulden
De overige schulden bestaan uit een veelvoud van kortlopende schulden aan diverse crediteuren. De volgende posten zijn groter dan € 0,5 mln.:

Bedragen x € 1.000
Omschrijving:  
Loonheffing december 2023         6.488
Besteding SPUK IZA 2023         488
ABP keuzepensioen OP/NP december 2023         1.297
Term 30 zwembad Van Tuyllpark         550
Coöperatie Alliantie Zoetermeer U.A.    Nabetaling 2023         1.400
Gemeente Zoetermeer Tweede Kamer Verkiezingen Logi         590

 

Terug naar navigatie - A. Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume

A. Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume
Deze post bestaat uit diverse posten van verschillende aard en omvang. De grootste posten zijn als volgt:

 Bedragen x € 1.000
Omschrijving:  
VT uitk.ger 2023 1.003
Regiotaxi 2023 1.289
 ESF re-integratie en arbeidsinpassing 1.350
berekende VPB grond 2022 1.400
Huish ondersteuning 2023 1.485
Gedeelt. Terugbet. VWS SPUK IZA 2023 5.185
Specialistische Jeugdhulp 2023 pp 1-1-24 8.742
Terug naar navigatie - B. De van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren

B. De van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren
Het verloop hiervan in 2023 is als volgt:

Bedragen x € 1.000
 

Uitkeringen van het Rijk

Saldo
01-01-2023 
Ontvangen
bedragen
Vrijgevallen
bedragen of
terug betalingen
Saldo
31-12-2023
1 Rijksbijdr. Ontwikkelingskansen door kwaliteit en educatie (Wet Oke) 3.618     3.618
2 Rijksbijdrage Volwasseneneducatie 604 1.365 1.561 408
3 Rijksbijdrage sanering verkeerslawaai 31     31
4 Rijksbijdrage Aanval op de Uitval 36 123 148 11
5 Rijksbijdrage Kwalificatieplicht 82 157 111 128
6 Rijksbijdrage Corona handhaving 378   378 0
7 Rijksbijdrage actieplan wapens en jongeren 35   3 32
8 Rijksbijdrage Sportakkoord 53     53
9 Rijksbijdrage Woningbouwimpuls 11.553     11.553
10 Rijksbijdrage NPO 756 734 666 824
11 Rijksbijdrage RMC 27 90 85 32
12 Rijksbijdrage Wet inburgering 881 1.397 918 1.360
13

Rijksbijdrage arbeidstoeleiding PRO-VSO ZHC

341 204 341 204
14 Rijksbijdrage RIO-IPTA 174 405 416 163
15 Rijksbijdrage bestrijding energiearmoede 1.404 1.023 316 2.111
16 Rijksbijdrage OAB (onderwijs achterstanden beleid) 858 5.477 4.711 1.624
17 Rijksbijdrage Huisvesting Aandachtsgroepen (RHA 2023)   1.186   1.186
18  Rijksbijdrage spuk CDOKE   2.045 873 1.172
19 Rijksbijdrage spuk Lokale Aanpak Isolatie dl 2   1.138   1.138
20  Rijksbijdrage GALA '24    231   231
21 Rijksbijdrage mobiliteitsfonds voor de Binnenstad   10.960   10.960
22 Rijksbijdrage Dealbreakers 2023 37 160 119 78
23

Rijksbijdrage Entree stationsgebied

  5.567   5.567
24

Rijksbijdrage versterkingsgelden/radicalisering

239 395 481 153
25 Rijksbijdrage spuk start bouwimpuls   4.912   4.912
26

Rijksbijdrage ventilatie scholen

1.911   413 1.498
27 Rijksbijdrage spuk tijdelijke regeling klimaat   390   390
28 Rijksbijdrage spuk impuls jongerencultuur   268   268
29 Rijksbijdrage SUVIS maatregelen   368   368
  Totaal 23.018 38.595 11.540 50.073
 
  Uitkeringen van overige Nederlandse overheidslichamen
Saldo
01-01-2023
Ontvangen
bedragen
Vrijgevallen
bedragen of
terug betalingen
Saldo
31-12-2023
 1 Prov ZH Engelandlaan (Haaglanden depot) 492     492
2 GR Bleizo / Bijdrage Vervoersknoop Bleizo 4.079   244 3.835
4 Corona toegangsbewijzen 433   433 0
7 Knelpuntenpot Sociale Huur 400 100   500
8 PZH Palenstein vlek D 200     200
9 PZH Bedrijventerreinen 2   2 0
11 Woonvormen senioren project Roggeakker   184    
12 Dutch innovation community   170    
13 Soorten management plannen   50    
14 A12 corridor    31    
15 On Stage evenementen   4    
16 RSIV 2023   108    
  Totaal 
5.606

647

679 5.574

 

Gewaarborgde geldleningen en garantstellingen buiten de balanstelling

Gewaarborgde geldleningen

Terug naar navigatie - Gewaarborgde geldleningen


In het volgende overzicht is een specificatie opgenomen naar de aard van de geldleningen, waarvoor de gemeente garant staat. Hierbij worden twee categorieën van gewaarborgde geldleningen onderscheiden:

  • Primair risico (gemeente verstrekt garantie op een door de instelling bij een derde aangetrokken lening).
  • Secundair risico (gemeente werkt mee aan garantie via extern garantiefonds; garantstelling met achtervang dan wel vrijwaring via een waarborgfonds).
 Geldnemer Doel van de geldlening Oorspronkelijk bedrag geldlening % waarvoor borg is verleend Restant geldlening
Primair risico: 31-12-2022 31-12-2023
Woningcorporaties Gemeentegarantie 136.280 100% 129.980 129.980
Zorgcentra / gezondheidsinstellingen Gemeentegarantie 26.093 100% 3.888 3.224
Sportverenigingen c.a. Gemeentegarantie 786 100% 533 505
Overige instellingen Gemeentegarantie 1.000 100% 744 63
Overige instellingen (glasnet) Gemeentegarantie 850 15% 388 303
Afronding          
TOTAAL PRIMAIR RISICO   165.009   135.533 134.075
 
Secundair risico:          
Woningcorporaties t/m 31-07-2021 Achter vang 713.564 50% 405.500 618.564
Woningcorporaties t/m 31-07-2021 Vrijwaring WSW 88.021 50% 69.052 53.885
Sportverenigingen Vrijwaring SWS 309 50% 303 242
Woningcorporaties vanaf 01-08-2021  Achter vang  329.081 div 60.058 88.690
TOTAAL SECUNDAIR RISICO   1.130.975   534.913 761.381
 
TOTALEN:   1.295.984   670.446 895.456
Terug naar navigatie - Woningcorporaties

Woningcorporaties
Het betreft garantstellingen die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van Diensten van Algemeen en Economisch Belang (DAEB). Onder DAEB wordt verstaan: investeringen in nieuwe en bestaande sociale huurwoningen en de directe leefomgeving door een toegelaten instelling (woningcorporatie). DAEB-activiteiten komen ten goede aan de primaire doelgroep: mensen met een laag tot modaal inkomen.
In het overzicht zijn de leningen voor de woningcorporaties onderverdeeld in de volgende categorieën:

Primair risico
Gemeentegaranties
Dit zijn garanties op leningen voor woningcomplexen die, op één na, voor 1996 zijn verstrekt, met een looptijd die gelijk is aan de exploitatieduur van het woningcomplex. Door de raad is in 2009 voor één woningcomplex nog gemeentegarantie verleend. In het overzicht staan meerdere (ingangs)data van na 1996. Deze hebben betrekking op de herfinanciering/ nieuwe rentevaste periode van een lening, die binnen de gestelde voorwaarden van de verstrekte garantie zijn toegestaan.
In 2023 is het saldo van de garantstelling gelijk gebleven. In 2023 is één garantstelling van € 6.300.000 geherfinancierd.

Secundair risico
Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW)

De landelijke systematiek van garantstelling en borgtocht is met ingang van 1 augustus 2021 gewijzigd. De gemeente heeft een overeenkomst gesloten met het WSW. Voor garantstellingen vanaf deze datum wordt het percentage waarvoor de gemeente garant staat jaarlijks vastgesteld door het WSW.  
Voor de garantstellingen die voor 1 augustus 2021 zijn overeengekomen, blijft het percentage ongewijzigd (50 %). Deze garantstellingen komen te vervallen bij het einde van de rentevaste periode, het einde van de looptijd van de lening of door vervroegde aflossing van de lening

•    Garantstellingen tot en met 31 juli 2021 (garantie 50%

        o    Vrijwaring WSW
               Dit zijn leningen waarvoor gemeentegarantie is verstrekt maar het WSW heeft deze garantie van de gemeente overgenomen.
               In 2023 is deze garantstelling € 15.167.296 lager wegens reguliere jaarlijkse aflossing/aflopen rentevaste periode.

        o    Achtervang
              Dit zijn leningen waarvoor een garantstelling is verstrekt door het WSW nadat de gemeente heeft ingestemd met de achtervangpositie.
               In 2023 is deze garantstelling

  •  €   20.000.000 lager geworden wegens reguliere jaarlijkse aflossing/aflopen rentevaste periode;
  • €   75.000.000 lager geworden wegens de garantstelling ruil per 1 maart 2023 inzake het dossier Vestia voor garantstellingen die naar andere gemeenten zijn overgedragen
  • € 308.063.929 hoger geworden wegens de garantstelling ruil per 1 maart 2023 inzake het dossier Vestia voor garantstellingen die door andere gemeenten zijn overgedragen aan Zoetermeer.

•    Garantstellingen vanaf 1 augustus 2021 (het garantiepercentage per corporatie wordt jaarlijks door WSW vastgesteld) 

         o    Achtervang

               Dit zijn garantstellingen verstrekt door het WSW zonder tussenkomst van de gemeenten. Het WSW beoordeelt namens de gemeenten of de aanvraag van een  woningcorporatie, die in Zoetermeer actief is, voldoet aan de gestelde vereisten. Indien aan de vereisten wordt voldaan dan verleent het WSW de garantstelling.
                In 2023 is deze garantstelling per saldo € 28.632.294 hoger geworden door:

  • de jaarlijkse aflossing van leningen waardoor de garantstelling lager is geworden.
  • de toename van de omvang van de garantstellingen door het verlenen van nieuwe garantstellingen en het sluiten van een nieuwe rente vaste periode voor eerder verleende garantstellingen; 
  • de jaarlijkse aanpassing door het WSW van het garantstellingsaandeel van de gemeente in de corporaties die in de gemeente actief zijn.

Eigen woningen
Niet in het overzicht opgenomen zijn de gemeentegaranties voor eigen woningen. In het verleden zijn hiervoor ongeveer 10.000 gemeentegaranties verstrekt, die gevrijwaard zijn door de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW). Nieuwe garanties voor eigen woningen worden niet meer door de gemeente verstrekt maar door het WEW. De gemeente fungeert als achtervang voor het WEW. Het risico dat de gemeente hierop wordt aangesproken, wordt miniem geacht.
Het rijk en de VNG zijn overeengekomen dat het rijk vanaf 1 januari 2011 de achter vang van nieuwe leningen volledig op zich neemt. Hiervoor is de gemeente op 29 juni 2010 een wijzigingsovereenkomst met het WEW aangegaan. Het fondsvermogen van het WEW blijft voor alle gevallen beschikbaar.

Zorgcentra, gezondheidsinstellingen en sportverenigingen en overige instellingen

Er zijn leningen afgesloten door gezondheidsinstellingen, sportverenigingen en andere instellingen met een maatschappelijk nut, waarvoor de raad een garantie heeft verstrekt. De meeste garanties zijn van vóór 1996; in dat jaar heeft de raad besloten in beginsel geen garanties meer te verstrekken. Als onderdeel van de investeringsimpuls voor amateurverenigingen heeft de raad in november 2005 besloten om dit instrument in relatie tot deze verenigingen weer toe te passen. Op 1 juli 2023 is het museum De Voorde opgehouden te bestaan, per die datum is ook de gegarandeerde geldlening bij de BNG door de gemeente afgelost.

Toezicht op risico’s
De omvang en de risico’s van de garanties worden bewaakt en regulier via de geëigende instrumenten van de P&C-cyclus gerapporteerd aan de raad.
Specifiek voor garantstellingen zijn de financiële risico’s gemeentegaranties in beeld (zie de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing):

  • Geldleningen aan woningbouwcorporaties
  • Eigen woningen

Overzicht gewaarborgde geldleningen
In bijlage 4 van deze jaarrekening is een overzicht opgenomen van alle gewaarborgde geldleningen.

Garantieaanspraken
Er zijn in 2023 geen garantieaanspraken.

Garantstellingen (bankgaranties)
Per ultimo 2023 waren bij de gemeente 25 bankgaranties met een totaalwaarde van afgerond € 26 mln. aanwezig. Het betreffen vooral garanties van aannemersbedrijven die de gemeente als financiële zekerheid vraagt bij de uitvoering van werken.

Toelichting niet in de balans opgenomen belangrijke financiële verplichtingen

Terug naar navigatie - Toelichtingen

De commissie BBV schrijft voor dat meerjarige inkoopcontracten die van materieel belang zijn in de toelichting op de jaarrekening bij de 'niet in de balans opgenomen belangrijke financiële verplichtingen' opgenomen moeten worden. 

In onderstaand overzicht zijn de kosten in 2023 opgenomen van contracten die nog langer lopen dan 2 jaar en een besteding hebben in 2023 boven de € 100.000. Dit overzicht wijkt af t.o.v. voorgaande jaren omdat er sinds 2023 voor een andere opzet is gekozen. Veel van de langlopende verplichtingen zijn gebaseerd op raamcontracten waarbij geen maximale waarde is benoemd en waarbij de kosten jaarlijks sterk fluctueren. Hierdoor kunnen we geen goed beeld geven van de contractuele meerjaren verplichtingen.

In het overzicht staan met deze nieuwe opzet geen toekomstige lasten meer, maar wordt er inzicht gegeven in wat de gemeente heeft uitgegeven aan deze contracten in het verslagjaar.

 

bedragen x € 1.000  
Omschrijving Besteding in 2023
1. Accountancy 210
2. Afval 716
3. Beveiliging 750
5. ICT diensten 1.652
6. Inhuur 1.348
7. Kleding 154
8. Maatschappelijke hulp 618
9. Onderhoudsdiensten 15.414
10. Parkeren 322
11. Personeelsdiensten 219
12. Postdiensten 548
14. Riolering 612
15.  Jeugdhulp 61.222