Paragraaf 7 Verbonden partijen
Inleiding
Terug naar navigatie - Paragraaf 7 Verbonden partijen - InleidingEen verbonden partij (ook wel samenwerkingsverband) is een instelling buiten de eigen organisatie, waarin de gemeente Zoetermeer een bestuurlijk en/of een financieel belang heeft. Het is één van de vormen voor de gemeente Zoetermeer om haar taken uit te (laten) voeren: eigen activiteiten, een commerciële partij of door een verbonden partij. Verbonden partijen leveren soms bestuurlijk complexe verhoudingen op, omdat de gemeente bestuurder èn klant is. Bovendien doen meestal meerdere partijen mee aan de verbonden partij. De gemeente is dan niet de enige bestuurder en niet de enige klant. Zij moet haar bestuurlijke doelen en wensen afstemmen met die van de andere deelnemers. Dit soort samenwerkingsverbanden levert een grote bijdrage aan het realiseren van maatschappelijke doelen, maar levert door zijn aard ook bestuurlijke en financiële risico’s op.
Deze paragraaf vermeldt belangrijke ontwikkelingen van diverse verbonden partijen. In bijlage 10 Verbonden partijen is conform het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) meer gedetailleerde informatie (over doel, beleid, risico’s, belangen en dergelijke) per verbonden partij opgenomen.
Nota verbonden partijen
Terug naar navigatie - Paragraaf 7 Verbonden partijen - Nota verbonden partijenKorte inhoud Kadernota en checklist Verbonden partijen
In de Kadernota Verbonden partijen zijn beleidsrichtlijnen opgenomen waaraan een (beoogde) deelname aan (nieuwe) samenwerkingsverbanden moet worden getoetst. Ook is een checklist beschikbaar die kan worden gebruikt bij afwegingen over het aangaan, inrichten of herzien van een samenwerkingsverband. De checklist is niet limitatief, maar geeft de belangrijkste onderwerpen aan waarover moet worden nagedacht om op de grootste risico’s bij samenwerking een passend antwoord te hebben.
Definitie verbonden partijen
Verbonden partijen zijn samenwerkingsverbanden tussen de gemeente en één of meer publieke en/of private partijen en heeft een eigen juridische entiteit, waarin de gemeente een bestuurlijk en/of een financieel belang heeft. Dit zijn onder andere gemeenschappelijke regelingen en vennootschappen, die een publiek belang behartigen en waarvan de aandelen geheel of gedeeltelijk in het bezit van de gemeente zijn.
Onder bestuurlijk belang wordt verstaan zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht.
Financieel belang is een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is indien de verbonden partij failliet gaat, dan wel het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt.
Om het primaat van de gemeenteraad zoveel mogelijk te waarborgen, wordt terughoudend omgegaan met het aangaan van verbonden partijen. Bij het aangaan van een verbonden partij wordt het afwegingskader altijd vooraf aan de gemeenteraad voorgelegd.
Deze definitie sluit samenwerkingsverbanden zonder juridische entiteit, zoals subsidieverstrekkingen en garantstellingen, uit. Die vallen buiten de reikwijdte van de Kadernota Verbonden Partijen.
De nota bevat beleidsrichtlijnen die betrekking hebben op vier terreinen:
- Afwegingskader:
Is sprake van toegevoegde waarde en is sprake van het meest geëigende middel? - Publiekrechtelijke of privaatrechtelijke samenwerking:
Afhankelijk van de aard van de activiteiten (in ieder geval publiek belang) en het doel van de samenwerking. - Rolverdeling:
Wie zijn de gemeentelijke vertegenwoordigers, hoe vervullen zij hun rol als bestuurslid en hoe gaan zij om bij conflicterende belangen tussen het samenwerkingsverband en de gemeente? - Good-governance:
Regie op de samenwerking borgen de aspecten: sturen, beheersen, verantwoorden en toezicht houden.
Belangrijke ontwikkelingen verbonden partijen
Terug naar navigatie - Paragraaf 7 Verbonden partijen - Belangrijke ontwikkelingen verbonden partijenFinanciën van gemeente en verbonden partijen onder druk
Oplopende kosten van onder andere het sociaal domein en onzekerheid over de rijksmiddelen zetten de gemeentefinanciën steeds verder onder druk. Vrijwel alle gemeenten en sommige verbonden partijen hebben de afgelopen jaren één of andere vorm van bezuinigingsoperatie uitgevoerd of zijn er mee bezig. Ook voor de komende jaren heerst onzekerheid en dreigen tekorten. En dat vraagt naar verwachting acties om te komen tot sluitende begrotingen. Voor gemeenschappelijke regelingen in de regio Haaglanden geldt, dat zij jaarlijks voorafgaand aan een nieuwe begrotingscyclus een kaderbrief ontvangen, waarin de (financiële) uitgangspunten zijn opgenomen, waarmee rekening moet worden houden. In de kaderbrief is aandacht gevraagd voor de financiële ontwikkelingen en ook verzocht om inzichtelijk te maken hoe te komen tot een zo efficiënt mogelijke bedrijfsvoering. Gemeenschappelijke regelingen en de Binnenbaan BV is gevraagd om 6,2% bezuinigingen in de begroting 2026 te verwerken. De meeste gemeenschappelijke regelingen hebben inmiddels stappen gezet om hieraan invulling te geven. Sommige GR-en hebben hier nog niet of slechts gedeeltelijk aan voldaan.
Stedin
Voor de energietransitie en beheer en onderhoud heeft Stedin berekend dat de komende jaren € 8 miljard moet worden geïnvesteerd. Om deze investeringen te kunnen realiseren, wil Stedin het eigen vermogen verhogen om tegen zo gunstig mogelijke voorwaarden geld te kunnen lenen. Stedin is, in overleg met de AHC (AandeelHoudersCommissie, een selecte groep aandeelhouders die alle aandeelhouders vertegenwoordigen), een onderzoek gestart naar de mogelijkheden van het verhogen van het eigen vermogen.
De doelstellingen voor de energietransitie worden de laatste jaren steeds ambitieuzer, de snelheid van de energietransitie neemt toe, het verzorgingsgebied (aantal klanten) groeit sneller dan gedacht. Ook zijn de omstandigheden om de investeringen te realiseren uitdagend (personeelstekorten, ruimtevraag investeringen, de steeds grotere complexheid van het verkrijgen van vergunningen, verkrijgen materiaal, stikstofproblematiek). De vraag groeit nog steeds harder dan de beschikbare capaciteit wat leidt tot verdere netcongestie. Vanaf 1 juli 2026 komt nu iedere aanvraag voor een nieuwe aansluiting of meer capaciteit op een wachtlijst te staan.
Stedin richt zich de komende jaren op het realiseren van de energietransitie door het elektriciteitsnet uit te breiden, slimmer te benutten en betrouwbaar te beheren. De organisatie investeert in netverzwaring, nieuwe stations en innovatieve oplossingen om netcongestie tegen te gaan, zodat woningbouw, economische ontwikkeling en verduurzaming ook in de toekomst mogelijk blijven.
De netbeheerders maken zich zorgen over de stijging van de netkosten. Ze kunnen onbedoeld leiden tot energie-armoede bij huishoudens of Europese concurrentievervalsing voor bedrijven. Daarom pleiten netbeheerders voor een herijking van de manier waarop die kosten worden doorberekend. Oplossingen hiervoor zijn bijvoorbeeld door de capaciteit van het net – met prijsprikkels – veel beter te benutten. Hiermee kun je investeringen, en dus extra kosten, voorkomen. Consumenten kunnen zelf ook helpen door bijvoorbeeld warmtepompen of laadpalen in de avondpiek (tussen 16.00 en 21.00 uur) zo min mogelijk te gebruiken.
Dunea
Een grote uitdaging voor Dunea is het verhogen van de productie. Het aantal klanten (voornamelijk huishoudens) van Dunea groeit meer en sneller dan tot nu toe verwacht. Ook is de verwachting dat het watergebruik per persoon de komende jaren stijgt. Bijkomend probleem is dat een aantal systemen toe is aan groot onderhoud en dat dat tijdelijk ten koste gaat van de productie. Dit betekent naast het verhogen van de capaciteit ook dat geplande projecten en daarmee de investeringen naar voren moeten worden gehaald.
Dunea wil daarom de capaciteit van het duinwater snel uitbreiden (water wordt nu aangevoerd vanuit de bronnen de Maas en de Lek) en voor de nabije toekomst extra capaciteit realiseren uit nieuwe bronnen zonder gebruikmaking van het duingebied (in 2025 is de Vliet als derde bron aangewezen). Hierbij komt kijken dat het steeds tijdrovender wordt om alle benodigde procedures (met name rond natuurvergunningen) te volgen, voordat nieuwe investeringen en groot onderhoud kunnen worden uitgevoerd.
Het beleid van Dunea is een reserve overcapaciteit water van 10% met een minimum van 5%. De reserve overcapaciteit is echter lager dan 5% en dreigt op kortere termijn richting 0% te gaan. Er moeten zich dan geen extreme situaties voordoen waardoor de gevraagde capaciteit niet gerealiseerd kan worden. Wanneer dit onverhoopt toch plaatsvindt, dan treedt het (landelijk vastgelegde) noodplan inwerking van het afsluiten van vooraf vastgelegde activiteiten/bedrijven. Huishoudens blijven daarbij voorzien van drinkwater, maar in het uiterste geval wordt de waterdruk verlaagd.
De kwaliteit van drinkwater vraagt als gevolg van toename in regelgeving op gebied van PFAS, de vervuiling van rivierwater en het onderhoud van het duingebied meer investeringen en beheer. Veiligheid van het drinkwater moet gewaarborgd zijn. Op cyberveiligheid en de vitale infrastructuur wordt steeds meer gefocust.
Gemeenschappelijke regeling Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden
Het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden voert voor de gemeenten in de regio Haaglanden een aantal taken uit in het kader van de Jeugdwet. Dit betreft onder andere de ondersteuning bij regionaal te contracteren jeugdhulp, het contractmanagement en het afwikkelen van het declaratie- en betalingsverkeer. Ook verzorgt het Servicebureau de administratie over een aantal activiteiten die regionaal worden bekostigd. De ambitie van het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden is om de dienstverlening verder te professionaliseren. De focus ligt daarbij op doorontwikkeling van de automatisering, professionalisering van de informatievoorziening en het stroomlijnen van de administratieve keten tussen jeugdhulpaanbieders, gemeenten en Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden. In 2027 ondersteunt het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden de gemeenten bij het inkoopproces voor de regionaal ingekochte jeugdhulp vanaf 2028.
Gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH)
Binnen de gemeenschappelijke regeling MRDH werken 21 gemeenten samen aan 'Meer welvaart en welzijn voor de mensen die hier wonen, werken en leven'. Er wordt gewerkt aan het verbeteren van de bereikbaarheid en het vernieuwen van de economie. De MRDH heeft de formele taak als vervoersautoriteit. Dat houdt in dat de rijksmiddelen voor openbaar vervoer via de Brede Doeluitkering (BDU) worden verstrekt. De MRDH is daarom opdrachtgever van het openbaar vervoer namens de 21 gemeenten. De inkomsten voor de MRDH uit de BDU staan onder druk. MRDH voert lobby om dit ongedaan te maken en werkt verschillende scenario's uit om hier mee om te gaan. De MRDH is met verschillende (top)sectoren, een uitgebreide hoogwaardige kennisinfrastructuur en als (inter)nationaal bestuurlijk centrum belangrijk voor de Nederlandse economie. De MRDH krijgt er de komende jaren circa 400.000 inwoners bij. Dat vraagt om meer woningen (240.000 in de zuidelijke Randstad), meer werk en een betere bereikbaarheid. Financiering voor het onderdeel Economisch Vestigingsklimaat verloopt middels een inwonerbijdrage door alle 21 gemeenten, via Kaderbrieven. MRDH past de begroting hierop aan.
In 2026 zijn de Mobiliteitsvisie en de Visie op het Economisch vestigingsklimaat vastgesteld. Deze hebben een looptijd tot ongeveer 2050. Begin 2027 wordt een nieuwe Strategische Agenda (2027-2030) vastgesteld. Speerpunten van de visies en van de nieuwe Strategische agenda zijn:
- Ruimte voor werken.
- Innovatie en technologie.
- Versterken arbeidspotentieel van de toekomst.
- De regio organiseert alle vormen van vervoer.
- Publieke en actieve mobiliteit is er voor iedereen, overal & 24/7.
- Mobiliteit is het vliegwiel voor ontwikkeling in de regio.
- Volle inzet op technologie.
- Schouders eronder voor investeringskracht.
De eerste drie speerpunten betreffen vooral economie, de laatste vijf vooral mobiliteit. De MRDH werkt aan het steeds meer in samenhang bezien van economie en mobiliteit.
Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Haaglanden (ODH)
De directeur van de ODH heeft van het Algemeen Bestuur opdracht gekregen om tot een herijking van de financieringsstructuur te komen. Het voorstel is om te werken met wat financieel nodig is in plaats wat er financieel beschikbaar is. De belangrijkste kaders zijn:
- Het aantal bedrijven, dit is flink toegenomen.
- Kengetallen, hiermee wordt de diepgang bedoeld waarmee de ODH gaat werken.
Op dit moment ziet het er naar uit dat de deelnemersbijdrage voor de deelnemers gaat stijgen. Besluitvorming is voorzien in het Algemeen Bestuur van maart 2027.
Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Haaglanden (VRH)
Gezien het dreigende financieel tekort voor gemeenten voor de komende jaren, is aan de VRH verzocht om bij de evaluatie van het huidige verdeelmodel voor gemeentelijke bijdragen aanbevelingen te doen over strategische keuzes, die een plek moeten krijgen in de beleidsmatige uitwerking voor de komende jaren. Ook is in de zienswijze verzocht om een transparant afwegingskader op te stellen met deze strategische keuzes voor de uitwerking van de meerjarenbegroting vanaf 2028. Via dit afwegingskader dienen mogelijke keuzes over taken, veiligheidsniveau, financiering en de gevolgen daarvan voor onder meer het veiligheidsniveau, de operationele slagkracht, aanrijtijden, personeel, vrijwilligers en gemeentelijke bijdragen inzichtelijk te worden gemaakt, zodat deelnemende gemeenten toekomstige keuzes over taken, veiligheidsniveau en financiering kunnen baseren op inzichtelijke scenario's. Afhankelijk van de uitkomst van de evaluatie en van de besluitvorming hierover in 2026 wordt de uitkomst, eventueel via een ingroeipad, verwerkt in de meerjarenbegroting vanaf 2028.
De in de Kaderbrief 2026 verzochte financiële taakstelling van 6,2% is niet gerealiseerd. Naast de structurele bezuiniging van 1% door scherper te begroten, zijn er voor de jaren 2026 en 2027 bestemmingsreserves gevormd om daarmee de gemeentelijke bijdragen te kunnen verlagen. Gelet op de financiële perspectieven vanaf 2028 van gemeenten, is de VRH in de zienswijze verzocht om bij de verdere uitwerking van de (meerjaren)begroting een zorgvuldige balans te hanteren tussen de uit te voeren taken en de gemeentelijke bijdragen.
Gemeenschappelijke regeling GGD en Veilig Thuis Haaglanden
De GR GGD en VTH realiseert vanaf 2026 een structurele bezuiniging van circa 5% (€ 1,4 mln.), waarmee de opgelegde financiële taakstelling van 6,2% grotendeels wordt ingevuld.
Uit de meerjarenbegroting van de GR GGD en VTH blijkt dat de begroting van Veilig Thuis vanaf 2027 toeneemt. Deze stijging is het resultaat van verschillende ontwikkelingen. Zo leiden de loon- en prijsindexatie, de actualisatie van de bedrijfsvoeringstoeslag en het vervallen van de eerder toegepaste bezettingscorrectie van 5% tot hogere kosten. Daartegenover staan onder meer de actualisatie van de CAO 2025 en bezuinigingen op ondersteunende functies en beleidscapaciteit. Per saldo stijgt de begroting van Veilig Thuis vanaf 2027 met € 417.000. Voor Zoetermeer betekent dit een hogere deelnemersbijdrage.
Ook de begroting van de GGD neemt vanaf 2027 toe, met € 1,315 mln. Deze stijging wordt vooral veroorzaakt door loon- en prijsindexatie, een hogere bedrijfsvoeringstoeslag, een inwonerscorrectie, hogere kosten voor het toezicht op de kinderopvang en een actualisatie van de tarieven voor de forensische geneeskunde. Ook dit leidt vanaf 2027 tot een hogere deelnemersbijdrage voor Zoetermeer.
Gemeenschappelijke Regeling Bleizo (GR Bleizo)
Bleizo is een strategische locatie binnen de gemeentegrenzen van Lansingerland aan de A12, direct aan het station Lansingerland-Zoetermeer. De gemeenten Lansingerland en Zoetermeer zijn samen onverdeeld eigenaar van de gronden via de Gemeenschappelijke Regeling Bleizo (hierna: GR Bleizo). De grondexploitatie van Bleizo is nu nog gebaseerd op een actualisatie die begin 2026 is uitgevoerd. Tot op heden richt de GR zich op de ontwikkeling van een hoogwaardig gebied, met vervoerswaarde, rondom het nieuwe Openbaar Vervoer Knooppunt Bleizo. Het station Lansingerland- Zoetermeer is in 2019 volledig in gebruik genomen. Op de vervoersknoop zijn de volgende upgrades gewenst: een intercitystop, railverbinding ZoRo en doortrekking van Lijn 400 als Bus Rapid Transit(BRT). Hiervoor zijn ook Prorail, NS, het rijk (MIRT), de provincie (MOVE) en de MRDH nodig als partijen. De gronden van Bleizo-Oost zijn inmiddels uitgegeven.
Voor de ontwikkeling van het Bleizo-West gebied tot gemengd woon-werkgebied hebben de colleges van beide gemeenten in mei 2020 besloten de opgave niet binnen de GR Bleizo op te (laten) pakken, maar vanuit beide gemeentelijke organisaties samen. In oktober 2025 hebben de colleges van Lansingerland en Zoetermeer hiertoe ook een samenwerkingsovereenkomst (SOK) gesloten. (Samenwerkingsovereenkomst). Na enkele verkennende studies naar de mogelijkheden voor woningbouw op Bleizo-West is in oktober 2021 het ontwikkelperspectief PROEFtuin Bleizo vastgesteld door de gemeenteraden van Zoetermeer en van Lansingerland. In februari 2025 hebben de provincie en de gemeente Lansingerland een bestuursakkoord afgesloten. Onder voorwaarden wordt daarmee de realisatie van 5.000 woningen mogelijk op Bleizo.
De GR Bleizo heeft in de actualisatie van de grex in 2026 een projectbudget opgenomen van € 3,5 mln. ten behoeve van de gebiedsontwikkeling Bleizo-West. Gemeente Lansingerland is budgethouder van dit projectbudget en verwerkt dit ook in haar eigen P&C-cyclus. De kosten die gemeente Zoetermeer maakt worden bij Lansingerland in rekening gebracht.
In 2027 nemen de gemeenteraden naar verwachting een besluit over een nieuw plan voor het gebied met daaraan gekoppeld een nieuwe grondexploitatie gericht op de ontwikkeling van een stedelijk woon/werkgebied op Bleizo. Ook vanuit de rijksoverheid wordt de bouw van woningen op Bleizo gesteund.
De begroting voorziet voor het jaar 2027 de volgende activiteiten:
- Algemene activiteiten van de projectorganisatie.
- Beheer van de gronden.
- Advisering aan de gemeenten ten behoeve van de ontwikkelstrategie van Bleizo-West.
Gemeenschappelijke regeling Bedrijvenschap Hoefweg
Opheffing van de GR Bedrijvenschap Hoefweg stond gepland voor eind 2025. Door eerdere vertraging in de opheffing van PRISMA (Bedrijvenschap Hoefweg heeft een aandeel van 30% in PRISMA) en vervolgens de bestuurlijke wisseling door de gemeenteraadsverkiezing vindt de opheffing van de GR Bedrijvenschap Hoefweg pas eind 2026 plaats. Het Bedrijvenschap Hoefweg heeft geen gronden meer. Na de opheffing kan het positieve resultaat verdeeld worden tussen de twee deelnemende gemeenten (Zoetermeer en Lansingerland).
Werkbedrijf De Binnenbaan BV (DBB)
Werkbedrijf De Binnenbaan BV is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening, de gemeentelijke re-integratietaken op grond van de Participatiewet en het gemeentelijke deel van het Werkgeversservicepunt van de arbeidsmarktregio Zuid-Holland Centraal. De Binnenbaan kent een Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AVA), waarin de aandeelhoudende gemeenten zijn vertegenwoordigd. Zoetermeer bezit 98 procent van de aandelen. De gemeenten Leidschendam-Voorburg en Rijswijk bezitten ieder 1 procent. Zoetermeer draagt het volledige financiële risico. Daarnaast heeft De Binnenbaan een raad van commissarissen met drie externe leden. De gemeente Zoetermeer vervult ten opzichte van De Binnenbaan zowel de rol van opdrachtgever als die van eigenaar. Als opdrachtgever bepaalt de gemeente welke dienstverlening De Binnenbaan voor Zoetermeerse inwoners en werkgevers uitvoert. Vanuit de eigenaarsrol richt de gemeente zich op de continuïteit, bedrijfsvoering en financiële positie van De Binnenbaan.
De afspraken over de dienstverlening zijn vastgelegd in de in 2025 vastgestelde Dienstverleningsovereenkomst (DVO). De DVO heeft een looptijd van vijf jaar en geldt voor de periode 2026 tot en met 2030. De gemeentelijke opdracht, de gewenste resultaten en het beschikbare budget worden jaarlijks nader uitgewerkt in een Opdracht en Budgetbrief (OBB). Vanaf de OBB 2027 krijgt de gemeenteraad vooraf de gelegenheid om wensen en bedenkingen over de voorgenomen opdracht mee te geven. Het college betrekt deze bij de definitieve vaststelling van de OBB. Daarnaast loopt in 2026 een 213a-onderzoek naar de samenwerking met De Binnenbaan. Daarbij wordt onderzocht of de governance en samenwerking bijdragen aan het bereiken van de gemeentelijke doelen en of de gemeente voldoende kan sturen op de gewenste resultaten. De uitkomsten worden naar verwachting in 2026 bestuurlijk besproken. Eventuele aanbevelingen worden betrokken bij het vervolg in 2027. In 2027 ligt de prioriteit bij het begeleiden van inwoners naar passend en duurzaam werk en het bieden van mogelijkheden voor ontwikkeling en participatie. De Binnenbaan zet de beschikbare capaciteit zo in dat daarmee het meeste maatschappelijke effect kan worden bereikt en werkt samen met werkgevers aan passende en duurzame werkplekken. Bij de uitvoering wordt verder invulling gegeven aan de Participatiewet in balans, waarbij vertrouwen, maatwerk en de menselijke maat belangrijke uitgangspunten zijn.
Om sociaal ontwikkelbedrijven toekomstbestendig te maken, stelt het rijk gedurende tien jaar impulsbudget beschikbaar. De gemeenten Zoetermeer, Leidschendam-Voorburg en Rijswijk hebben samen met De Binnenbaan de inzet van deze middelen uitgewerkt in een innovatieprogramma. In 2027 wordt verder uitvoering gegeven aan dit programma. Binnen het programma worden verschillende vernieuwingen ontwikkeld en toegepast, onder andere op het gebied van methodisch werken, werkleerlijnen, wijkgericht werken, matching, werkgeversdienstverlening en begeleiding tijdens en na plaatsing.
Onder voorbehoud van besluitvorming door de gemeenteraad start De Binnenbaan in 2027 met ontwikkel- en doorstroombanen. Deze tijdelijke banen zijn bedoeld voor inwoners met een bijstandsuitkering die een indicatie banenafspraak hebben of daarvoor via de praktijkroute in aanmerking komen en nog niet bij een andere werkgever kunnen worden geplaatst. Zij komen met inzet van loonkostensubsidie tijdelijk in dienst bij De Binnenbaan en krijgen begeleiding en ontwikkelmogelijkheden om door te stromen naar een dienstverband bij een andere werkgever. Het uitgangspunt is dat zij gemiddeld binnen twee jaar doorstromen. In de eerste jaren vraagt dit om een extra investering van de gemeente. Vanaf 2030 wordt een positief saldo binnen de businesscase verwacht.
De financiële ontwikkeling van De Binnenbaan blijft in 2027 een aandachtspunt. De groep medewerkers die onder de Wet sociale werkvoorziening valt, neemt af en wordt gemiddeld ouder. Dit heeft gevolgen voor de verdiencapaciteit van deze groep en daarmee voor het financiële resultaat van De Binnenbaan. Tegelijkertijd neemt de ondersteuningsbehoefte toe bij inwoners die niet op eigen kracht aan het werk komen. Bij een deel van deze inwoners spelen meerdere problemen op verschillende leefgebieden, waardoor intensievere begeleiding en maatwerk nodig zijn. In combinatie met de structurele taakstelling vraagt dit blijvende aandacht voor de verhouding tussen de gemeentelijke opdracht, de beschikbare middelen en de resultaten van De Binnenbaan.
Overzicht verbonden partijen
Terug naar navigatie - Paragraaf 7 Verbonden partijen - Overzicht verbonden partijenZoetermeer kent de volgende verbonden partijen:
Deelnemingen in vennootschappen:
- NV Bank voor Nederlandse Gemeenten
- Dunea NV
- Stedin NV
- Werkbedrijf De Binnenbaan BV
Gemeenschappelijke regelingen:
- Gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag
- Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Haaglanden
- Gemeenschappelijke regeling Stadsgewest Haaglanden (in liquidatie)
- Gemeenschappelijke regeling GGD Haaglanden en Veilig thuis Haaglanden
- Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Haaglanden
- Gemeenschappelijke regeling Bedrijvenschap Hoefweg (opheffing eind 2026)
- Gemeenschappelijke regeling Bleizo
- Gemeenschappelijke regeling Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden
Stichtingen en verenigingen:
- Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG)
- Gemeenten voor duurzame ontwikkelingen (GDO)
- Vereniging De BredeStroomversnelling
- Stichting BusinessPark Haaglanden (BPH)
Relatie met paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Voor het risico van netcongestie (Stedin) is een specifiek strategisch risico in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing opgenomen.