Overzicht algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien
Inleiding
Terug naar navigatie - Overzicht algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien - InleidingOp het 'overzicht algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien' zijn de algemene dekkingsmiddelen opgenomen. Algemene dekkingsmiddelen zijn de middelen die vrij te besteden zijn en die de gemeente gebruikt om de lasten van alle programma's te dekken. Dit in tegenstelling tot specifieke dekkingsmiddelen die aan een speciaal doel gebonden zijn. De specifieke dekkingsmiddelen hangen samen met een concreet beleidsveld en zijn opgenomen op de betreffende programma’s.
De algemene dekkingsmiddelen beslaan ongeveer 2/3 van de totale baten van de gemeente. De belangrijkste algemene dekkingsmiddelen zijn:
- Algemene Uitkering uit het gemeentefonds
- Inkomsten uit Onroerende Zaak Belasting (OZB)
- Treasury
- Inkomsten uit beleggingen
- Inkomsten uit de precariobelasting en de toeristenbelasting.
De totale omvang van de algemene dekkingsmiddelen bedraagt in 2027 ca. € 377 mln.
Op het 'overzicht algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien' staat ook een aantal reserveringen op concernniveau opgenomen voor toekomstige lasten. Dit zijn reserveringen voor loon-, prijs-, en volumestijging waarvoor nog geen uitgewerkte onderbouwingen gereed zijn, maar waarvan wel duidelijk is dat er extra lasten uit voortvloeien. De volumestijgingen betreffen de vergrijzing, de veroudering van de stad en extra kosten voor groei van de stad. Daarnaast is er een reservering opgenomen voor extra taken die we uit moeten gaan voeren (taakmutaties) in afwachting van de uitwerking van deze taken met hun financiële consequenties.
Gemeentefonds
Terug naar navigatie - Overzicht algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien - GemeentefondsDe algemene uitkering uit het gemeentefonds is voor 2027 € 335,6 mln. In de Programmabegroting 2027-2030 zijn de gevolgen verwerkt van de Meicirculaire 2026. Deze gevolgen zijn gemeld in het memo Raadsmemo Meicirculaire 2026 . Hieronder staat een algemene toelichting over de werking van het gemeentefonds met daarna een korte toelichting op de financiële consequenties die volgden uit de meicirculaire.
Algemeen
De algemene uitkering uit het gemeentefonds is voor het jaar 2027 € 335,6 mln. Deze omvang is voor een gemeente voornamelijk afhankelijk van de volgende drie onderdelen:
Accres: De algemene groei (of krimp) van de algemene uitkering.
De groei of krimp (mutatie) van de algemene uitkering op totaalniveau (landelijk) wordt bepaald op basis van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp). Het bbp is een maat voor de omvang van de economie. Deze mutatie wordt in twee delen gesplitst namelijk een volumedeel en een prijsdeel. De groei van de algemene uitkering wordt in eerste instantie ingezet om loon- en prijsstijgingen en volumegroei te dekken. Wanneer het accres groter is dan de loon- prijs- en volumestijging, geeft dit ruimte in het begrotingssaldo.
Herverdeeleffecten
Uitgangspunt bij de verdeling van de algemene uitkering is: “Elke gemeente is, gezien haar structurele omstandigheden, (globaal) in staat om, bij gelijke belastingdruk, een gelijkwaardig niveau van voorzieningen te realiseren". De algemene uitkering wordt daarom verdeeld over de gemeenten via verschillende maatstaven zodat met bepaalde gemeentelijke kenmerken rekening kan worden gehouden. Het gaat om onder andere het aantal inwoners, jongeren, ouderen, woonruimten, oppervlakte bebouwing, centrumfunctie en bijstandsgerechtigden. Als de omvang van deze maatstaven voor de gemeente wijzigt (dus bijvoorbeeld meer of minder inwoners) of als de omvang op landelijk niveau wijzigt, ontvangt de gemeente meer of minder inkomsten.
Taakmutaties (nieuwe taken)
Gemeenten maken extra kosten wanneer ze nieuwe taken krijgen van het rijk. Het rijk geeft aan hoe gemeenten deze extra kosten kunnen dekken. In de meeste gevallen voegt het rijk middelen toe aan de algemene uitkering uit het gemeentefonds om de kosten te dekken. Het gemeentefonds stijgt dan als er nieuwe taken bijkomen en het gemeentefonds daalt als er taken afvallen.
Uitkomsten meicirculaire
| Bedragen x € 1 mln. | |||||
| Effecten meicirculaire 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | |
| a. b. c. d. e. f. |
Accres BCF Suppletie Herverdeeleffecten Taakmutaties opbrengst Taakmutaties reservering |
1,9 |
2,1 -0,75 0,4 2,4 0,6 -0,6 |
1,3 |
1,9 0,75 0,4 2,2 -5,6 5,6 |
| Effect begrotingssaldo | 5,55 | 7,85 | 7,05 | 7,35 | |
- a. Accres
Bij de Meicirculaire 2026 is het accres (de groei van het gemeentefonds) verhoogd. Dit komt voornamelijk door de hogere verwachte prijsstijging. - b. BCF
Gemeenten kunnen de door hen betaalde BTW grotendeels claimen bij het BTW compensatiefonds. Dit fonds is een communicerend vat met het gemeentefonds. Claimen alle gemeenten samen minder dan verwacht, dan is er sprake van een overschot in het BTW compensatiefonds. Dit overschot wordt dan gestort in het gemeentefonds. Het rijk heeft de verwachting van het overschot naar beneden bijgesteld met € 0,75 mln. - c. Suppletie-uitkering
De verdeling van het gemeentefonds is in 2023 herijkt. Hieruit is een nieuwe verdeling tussen gemeenten ontstaan. Voor Zoetermeer leidde dit tot een nadeel van € 106 per inwoner. Dit nadeel wordt met een ingroeipad doorgevoerd. Voor Zoetermeer geldt dat tot nu toe een nadeel van € 22,50 per inwoner is doorgevoerd. Voor het overige deel ontvangt Zoetermeer een suppletie-uitkering (omvang is € 10 mln.). Het rijk heeft aangegeven dat tot 2029 deze suppletie-uitkering in stand blijft. Vanaf 2029 wordt de herijking verder ingevoerd en zal de suppletie-uitkering in stappen naar beneden worden gebracht. De aanname is dat de suppletie-uitkering met ongeveer € 2 mln. per jaar zal worden afgebouwd. - d. Herverdeeleffecten
Zoetermeer krijgt een groter deel van de algemene uitkering door relatieve groei op het gebied van een aantal maatstaven. - e. en f. Taakmutaties
Vanaf 2029 geldt dat het rijk de huishoudelijke hulp wil afschaffen. Hiervoor wordt de algemene uitkering voor Zoetermeer verlaagd met een kleine € 6 mln. Hier tegenover worden ook lagere uitgaven verwacht.
Trendgrafiek Algemene uitkering
Terug naar navigatie - Overzicht algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien - Trendgrafiek Algemene uitkeringOnroerende zaakbelasting
Terug naar navigatie - Overzicht algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien - Onroerende zaakbelastingIn deze begroting zijn de volgende opbrengsten vanuit de OZB opgenomen. De groei van de opbrengst heeft te maken met de groei van het aantal woningen.
| Bedragen x € 1 mln. | ||||
| OZB | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 |
| Woningen, eigenaar | 28,5 | 28,8 | 29 | 29,6 |
| Niet-woningen, eigenaar | 11,7 | 11,7 | 11,7 | 11,7 |
| Niet-woningen, gebruiker | 7,4 | 7,4 | 7,4 | 7,4 |
| Totaal | 47,6 | 47,9 | 48,1 | 48,7 |
Treasury
Terug naar navigatie - Overzicht algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien - Treasuryhet onderdeel Treasury worden de rentelasten en rentebaten geraamd. De verwachting is dat de gemeente in de komende jaren geen nieuwe leningen hoeft aan te trekken. Hierdoor blijven de rentelasten laag. De gemeente heeft middelen bij de schatkist van het rijk uitgezet. De komende jaren levert dit renteopbrengsten op. In de paragraaf Financiering wordt dit uitgebreider toegelicht.
| Bedragen x € 1 mln. | ||||
| Geraamde rentelasten | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 |
| Te betalen rente bestaande leningen | 0,44 | 0,36 | 0,35 | 0,35 |
| Te ontvangen rente (schatkist) | 3,60 | 3,37 | 2,60 | 2,04 |
Overige inkomsten OAD
Terug naar navigatie - Overzicht algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien - Overige inkomsten OADDe gemeente heeft ook inkomsten uit aandelen van Stedin en de BNG.
Naast de OZB heft de gemeente ook nog toeristenbelasting en precariobelasting.
|
Bedragen x € 1 mln. |
||||
| Overige algemene inkomsten | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 |
| Dividend | 1,8 | 2,3 | 2,3 | 1,8 |
| Overige belastingen | 0,6 | 0,8 | 0,8 | 0,8 |
| Totaal | 5,1 | 5,2 | 4,8 | 4 |
Concernreserveringen
Terug naar navigatie - Overzicht algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien - Concernreserveringen| Bedragen x € 1 mln. | ||||
| Concernreserveringen | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 |
| Reservering loonstijging | 0 | 5,00 | 9,50 | 13,88 |
| Reservering prijsstijging | 0 | 4,68 | 8,82 | 13,32 |
| Reservering extra (excessieve) prijsstijgingen) | 0 | 0 | 0,53 | 1,13 |
| Reservering taakmutaties algemene uitkering | 0,51 | -3,77 | -10,27 | -10,27 |
| Reservering groei van de stad | 1,08 | 1,24 | 1,89 | 3,51 |
| Reservering veroudering stad | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Reservering vergrijzing | 0,75 | 1,25 | 1,75 | 2,25 |
| Totaal | 2,34 | 8,41 | 12,22 | 23,81 |
Beleidswijzigingen
Terug naar navigatie - Overzicht algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien - Beleidswijzigingen| Bedragen x € 1.000 | ||||
| Nieuw beleid | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 |
| Perspectiefnota 2027 | ||||
| 1. Dekking formatie projectcontrol | -124 | -124 | -124 | -124 |
| Coalitieakkoord 2026-2030 Niet van toepassing. | ||||
| Saldo | -124 | -124 | -124 | -124 |
Toelichting:
1. Dekking formatie projectcontrol
De formatie van projectcontrol (zie Overzicht Overhead) is onvoldoende voor het aantal projecten binnen Zoetermeer. Daarom wordt de formatie met 1 fte schaal 11 uitgebreid ter waarde van € 0,124 mln.
Financieel samengevat: Wat mag het kosten?
Terug naar navigatie - Overzicht algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien - Financieel samengevat: Wat mag het kosten? Bedragen x €1.000Algemeen
De financiële ontwikkeling op het overzicht algemene dekkingsmiddelen (OAD) heeft belangrijke impact op het totale begrotingssaldo. Bovenstaande tabel laat zien dat het saldo op OAD in 2027 € 379,7 mln. is. Vervolgens daalt het saldo op OAD voornamelijk vanwege de verlaging van de rijksmiddelen voor de jeugdzorg in 2028.
Baten hoofdlijn
De baten stijgen voornamelijk door de groei van de algemene uitkering uit het gemeentefonds. In 2028 daalt de algemene uitkering, omdat de bijdrage van het rijk voor de Jeugdzorg wordt verlaagd. Hierover worden (door de VNG) gesprekken gevoerd, omdat de kosten van de Jeugdzorg jaarlijks stijgen. Er is een adviescommissie (commissie van Ark) die in 2027 uitspraak gaat doen over de kosten en de bijdrage van het rijk voor de Jeugdzorg. Het kabinet heeft aangegeven deze uitspraak serieus te nemen.
In 2029 daalt de algemene uitkering omdat het kabinet voornemens is de huishoudelijke hulp die door gemeenten wordt uitgevoerd, te laten vervallen. De bijdrage van het rijk voor deze taak is dan ook vanaf 2029 naar naar beneden bijgesteld. Wanneer gemeenten de huishoudelijke hulp niet meer hoeven uit te voeren, zal dit ook lagere lasten met zich meebrengen.
Vanaf 2030 stijgt de algemene uitkering met het accres.
Lasten hoofdlijn
De lasten stijgen jaarlijks met de reservering voor loon- en prijsstijgingen. Op basis van de ramingen voor de toekomst door het CPB worden inflatiecijfers verwerkt in de begroting. Deze inflatie is cumulatief.
Voor de groei van de stad wordt een reservering van € 1.500 per woning voor de extra kosten die hieruit voortvloeien voor de stad zowel op het gebied van het onderhoud van de openbare ruimte als in het voorzieningenniveau in de stad en de bedrijfsvoering van de organisatie. Vanwege de vergrijzing wordt rekening gehouden met een groei van de lasten met € 500.000 per jaar. Ook voor de veroudering van de stad is een reservering opgenomen voor duurder onderhoud dat groeit met € 400.000 per jaar. Tenslotte wordt er gereserveerd voor nieuwe taken die gemeenten ontvangen van het rijk.
Reserves
De stortingen in de concernreserves zoals zichtbaar in bovenstaande tabel, zijn stortingen in de reserve Fonds Zoetermeer 2040 ten behoeve van de groei van de stad voor de dekking van onderhoud buitenruimte van nieuwe wijken en ter dekking van de plankosten van de groei. Ook de storting van de middelen voor de arbeidsmarktregio staat op OAD in afwachting van concrete bestedingsplannen.
Nieuw is de storting in en onttrekking aan de reserve dekking tijdelijk intensivering beleid.
Aangenomen amendementen en moties Perspectiefdebat 2027
Terug naar navigatie - Overzicht algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien - Aangenomen amendementen en moties Perspectiefdebat 2027Niet van toepassing.