Paragraaf 3 Onderhoud kapitaalgoederen

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf 3 Onderhoud kapitaalgoederen - Inleiding

De instandhouding van de meeste kapitaalgoederen is vastgelegd in beheerplannen. Daarin is het meerjarig onderhoudsprogramma en de daarbij behorende financiële gevolgen opgenomen. In de beheerplannen is ook het gewenste kwaliteitsniveau van de voorziening vastgelegd.

Per categorie wordt ingegaan op het onderhoud van de kapitaalgoederen: 

  1. Openbare Ruimte
  2. Riolering
  3. Ondergrondse Inzamelmiddelen
  4. Begraafplaatsen
  5. Vastgoed (gebouwen)
  6. Beeldende kunst

Openbare Ruimte

Terug naar navigatie - Paragraaf 3 Onderhoud kapitaalgoederen - Openbare Ruimte

Omschrijving algemeen beleidskader

In de Nota Onderhoud Openbare Ruimte 2023-2026 is het beeldkwaliteitsniveau van de openbare ruimte vastgelegd en de verwachte kosten voor groot onderhoud en vervanging. Onder openbare ruimte vallen wegen, civiele kunstwerken, groen en bomen, speelvoorzieningen, waterkeringen, verkeerslichtregelinstallaties, openbare verlichting en weg/straatmeubilair. Voor het berekenen van de verwachte kosten is uitgegaan van het terugbrengen in de oorspronkelijke toestand.

Op basis van de financiële verordening moet de Nota Onderhoud Openbare Ruimte 2023-2026 geactualiseerd worden. Uitgangspunt in deze nota is het in stand houden van de bestaande kapitaalgoederen, om kapitaalvernietiging te voorkomen. De actuele nota is vastgesteld in de vergadering van 4 oktober 2022 (Raadsvoorstel Nota openbare ruimte 2022-084345). 

In het coalitieakkoord is geld opgenomen voor een impuls in de openbare ruimte. De uitwerking hiervan start in 2026 en loopt door in 2027 en verder. Omdat daarbij ook wordt gekeken naar nieuwe ambities voor onderhoudskwaliteit en kwaliteitsniveaus, stelt het college voor om de Nota Onderhoud Openbare Ruimte en Nota Riolering nu beleidsmatig voort te zetten. De inhoudelijke aanpassing van de Nota Onderhoud Openbare Ruimte en een nieuw water- en rioleringsprogramma volgt in 2027. Andere onderdelen van de impuls komen op latere momenten via afzonderlijke uitwerkingen terug naar de raad. De Perspectiefnota 2028 is het formele moment waarop het college voorstellen doet voor de besteding van de impulsgelden voor de openbare ruimte uit het coalitieakkoord.

Om de budgetten voor groot onderhoud en vervanging van de bestaande kapitaalgoederen te borgen worden in de Programmabegroting 2027 de kosten herijkt passend bij het bestaande beleid op basis van onderhoudsbehoefte passend bij de actuele hoeveelheden en eenheidsprijzen voor de periode 2026-2027. Ook voor de langere termijn (40 jaar) wordt het benodigd budget beschikbaar gesteld op basis van de hoeveelheden, theoretische levensduur, onderhoudscyclus en eenheidsprijzen. De aanpassing van beheerde hoeveelheden, eenheidsprijzen en de huidige prijsontwikkeling in de markt, leidt tot een noodzakelijke budgettoename. Hiervoor wordt de structurele reservering van € 1 mln. ingezet die bij de bezuinigingen in de Programmabegroting 2026 is vrijgemaakt voor de financiële vertaling van de witte vlekken die in de NOOR 2023-2026 zijn vastgesteld. Per saldo is dit een budgettair neutrale wijziging van de begroting.

Financiële consequenties
De kosten van kapitaalgoederen met maatschappelijk nut worden conform de nota Waarderen, activeren en afschrijven  geactiveerd en afgeschreven. Voor deze kapitaalgoederen zijn in de begroting de volgende investeringsbedragen opgenomen:
-  2027    € 23 mln.
-  2028    € 18 mln.
-  2029    € 16 mln.
-  2030    € 18 mln.

De jaarlijkse uitgaven voor dagelijks beheer, groot onderhoud en de kapitaallasten van vervangingen zijn als volgt:
-  2027    € 39 mln.
-  2028    € 40 mln.
-  2029    € 40 mln.
-  2030    € 40 mln.

Groot onderhoud
Fluctuaties in de jaaruitgaven van het groot onderhoud worden verrekend via de egalisatiereserve groot onderhoud bovengronds. De jaarlijkse onder- of overbestedingen van groot onderhoud worden met deze reserve verrekend, tot het minimum van € 0 en het maximum van € 5 mln. 

Ontwikkeling van vervangingen op lange termijn 
Vanwege het ouder worden van de stad neemt het aantal vervangingen in de toekomst toe. In de Nota Onderhoud Openbare Ruimte 2028 t/m 2031 wordt ingegaan op de vervangingsaanpak.

Kosten op jaarbasis Openbare ruimte
Rekening
PB 2026
Begroting
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Totale kosten (* € 1.000)
42.017
37.500
38.500
39.500
40.200
40.500
Inwoners
129.852
131.827
131.601
131.766
134.888
135.272
Kosten per inwoner (* €)
323,58
284,46
272,79
276,25
271,34
273,52
Kosten op jaarbasis Kosten op jaarbasis Kosten
Rekening
Rekening
Rekening
Rekening
Rekening
Rekening

Trendgrafiek Kosten Openbare Ruimte per inwoner (in euro)

Terug naar navigatie - Paragraaf 3 Onderhoud kapitaalgoederen - Trendgrafiek Kosten Openbare Ruimte per inwoner (in euro)

Toelichting Trendgrafiek Kosten Openbare Ruimte per inwoner (in euro)

Terug naar navigatie - Paragraaf 3 Onderhoud kapitaalgoederen - Toelichting Trendgrafiek Kosten Openbare Ruimte per inwoner (in euro)

Vanaf 2026 worden naar aanleiding van de bezuinigingen verschillende investeringen geactiveerd en worden de kosten verdeeld over een langere termijn. Deze grafiek laat de exploitatiekosten van de openbare ruimte per inwoner zien. Doordat deze investeringen geactiveerd worden dalen de exploitatiekosten in de grafiek.

Riolering

Terug naar navigatie - Paragraaf 3 Onderhoud kapitaalgoederen - Riolering

Omschrijving beleidskader
De gemeente geeft in de Nota Riolering 2023-2026 aan op welke wijze zij invulling geeft aan haar wettelijke taak (Omgevingswet) voor afvalwater, hemelwater en grondwater. Het college kiest ervoor om het huidige beleid voort te zetten in 2027.

Zoetermeer maakt een nieuw water- en rioleringsprogramma dat verder kijkt dan alleen riolen. Naast het veilig afvoeren van afval- en regenwater komt er meer aandacht voor klimaatverandering, zoals hevige buien, langere periodes van droogte en hitte. Het plan richt zich op het vasthouden van regenwater, het vergroenen van de leefomgeving en het verminderen van wateroverlast. Ook wordt gekeken hoe water en groen kunnen bijdragen aan een prettige en gezonde woonomgeving. Nieuwe digitale technieken en betere gegevens over het rioolstelsel helpen om onderhoud slimmer te plannen en problemen eerder te signaleren. Zo werkt Zoetermeer aan een toekomstbestendige stad die beter is voorbereid op de uitdagingen van morgen. Het water- en rioleringsprogramma 2028-2031 zal in 2027 worden aangeboden aan de raad.

Financiële consequenties
De kosten van het groot onderhoud komen ten laste van de Voorziening riolering.

Bedragen x € 1.000
Riolering
Rekening
PB 2026
Begroting
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Voorziening Riolering
Saldo Voorziening 1-1
30.500
31.762
32.554
33.769
34.894
35.765
Storting in voorziening
3.175
3.303
3.365
3.365
3.365
3.365
Waardevermeerdering / rente t,g,v, voorziening)
610
1.270
716
742
802
822
Nieuwe investeringen
-2.523
-3.781
-2.866
-2.982
-3.296
-3.682
Verwachtingen
Verwachtingen (correctie vrijval)
Saldo Voorziening 31-12
31.762
32.554
33.769
34.894
35.765
36.270
Kosten op jaarbasis Kosten op jaarbasis Kosten
Rekening
Rekening
Rekening
Rekening
Rekening
Rekening
Kosten op jaarbasis Riolering
Rekening
PB 2026
Begroting
afgezet tegen het aantal aansluitingen
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Kosten per aansluiting (* €)
125,54
126,32
128,58
128,58
128,58
128,58
Kosten op jaarbasis Kosten op jaarbasis Kosten
Rekening
Rekening
Rekening
Rekening
Rekening
Rekening

Trendgrafiek Kosten riolering per aansluiting (in euro)

Terug naar navigatie - Paragraaf 3 Onderhoud kapitaalgoederen - Trendgrafiek Kosten riolering per aansluiting (in euro)

Toelichting Trendgrafiek Kosten Riolering per inwoner (in euro)

Terug naar navigatie - Paragraaf 3 Onderhoud kapitaalgoederen - Toelichting Trendgrafiek Kosten Riolering per inwoner (in euro)

In januari 2023 is de Nota Riolering vastgesteld door de raad. Hierin zijn de kosten opgenomen voor de taken afval- en hemelwater en grondwater. Net als bij de rest van de openbare ruimte zorgt ook hier het ouder worden van de stad voor een toename in de benodigde vervangingen. Veel rioolbuizen naderen het einde van de levensduur. Voor deze uitgaven wordt gespaard in de voorziening Riolering.

 

 

Ondergrondse inzamelmiddelen

Terug naar navigatie - Paragraaf 3 Onderhoud kapitaalgoederen - Ondergrondse inzamelmiddelen

Omschrijving algemeen beleidskader
De kosten van het groot onderhoud van de ondergrondse inzamelmiddelen voor afvalinzameling verlopen niet gelijkmatig over de jaren. In het 'beheerplan verzamelcontainers 2023-2027' staan de kosten voor groot onderhoud voor de komende jaren geraamd. Om een constante lastenraming in de begroting te hebben, wordt hiervoor de voorziening groot onderhoud verzamelcontainers gebruikt. In 2027 zal het nieuwe beheerplan verzamelcontainers 2028-2032 worden aangeboden aan de raad.

Financiële consequenties
Jaarlijks wordt een constant bedrag in de voorziening gestort voor het groot onderhoud van de ondergrondse inzamelmiddelen. Tegenover de kosten van het groot onderhoud staat een besteding in de voorziening. De kosten voor het reguliere onderhoud zijn begroot in programma 3 Leefbaarheid, duurzaam en groen.

Bedragen x € 1.000
Ondergrondse inzamelmiddelen
Rekening
PB 2026
Begroting
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Voorziening afvalstoffenheffing
Saldo Voorziening 1-1
1.920
1.412
1.037
1.112
1.231
1.390
Storting in voorziening
322
335
341
341
342
342
Waardevermeerdering / rente t.g.v. voorziening
38
56
23
24
28
32
Aanwending
-868
-766
-289
-246
-211
-177
Saldo Voorziening 31-12
1.412
1.037
1.112
1.231
1.390
1.587
Kosten op jaarbasis Kosten op jaarbasis Kosten
Rekening
Rekening
Rekening
Rekening
Rekening
Rekening
Kosten op jaarbasis Ondergrondse inzamelmiddelen
Rekening
PB 2026
Begroting
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Totale kosten (* € 1.000)
1.325
1.428
1.483
1.514
1.535
1.558
Inwoners
129.852
131.827
131.601
131.766
134.888
135.272
Kosten per inwoner (* €)
10,20
10,83
11,27
11,49
11,38
11,52
Kosten op jaarbasis Kosten op jaarbasis Kosten
Rekening
Rekening
Rekening
Rekening
Rekening
Rekening

Trendgrafiek Kosten Ondergrondse inzamelmiddelen per inwoner (in euro)

Terug naar navigatie - Paragraaf 3 Onderhoud kapitaalgoederen - Trendgrafiek Kosten Ondergrondse inzamelmiddelen per inwoner (in euro)

Begraafplaatsen

Terug naar navigatie - Paragraaf 3 Onderhoud kapitaalgoederen - Begraafplaatsen

Omschrijving algemeen beleidskader
Voor de begraafplaatsen is een Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen en het Uitvoeringsbesluit gemeentelijke begraafplaatsen vastgesteld.

Financiële consequenties
De investeringen voor gebouwde voorzieningen op de begraafplaatsen zijn geactiveerd en hierop wordt afgeschreven, waardoor vervanging op termijn mogelijk is. De kosten voor het ruimen van de graven, dagelijks onderhoud en groot onderhoud worden gedekt uit de voorziening afkoopsommen onderhoud graven. Onttrekkingen aan de voorziening vinden plaats op basis van jaarlijks uitgevoerd onderhoud aan graven, grafbedekking en onderhoud aan de begraafplaats als geheel.
De voorziening wordt gevoed door de ontvangsten (afkoop) voor toekomstig onderhoud aan graven, grafbedekking en onderhoud aan de begraafplaats als geheel.

Bedragen x € 1.000
Begraafplaatsen
Rekening
PB 2026
Begroting
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Voorziening afkoopsommen onderhoud graven
Saldo Voorziening 1-1
509
511
594
655
717
630
Storting in voorziening
35
96
98
98
98
98
Aanwending ten gunste van de exploitatie
-43
-33
-33
-33
-33
-33
Waardevermeerdering / rente t.g.v. voorziening
10
20
13
14
15
14
Nieuwe investeringen
Verwachtingen
-17
-17
-167
-17
Saldo Voorziening 31-12
511
594
655
717
630
692
Kosten op jaarbasis Kosten op jaarbasis Kosten
Rekening
Rekening
Rekening
Rekening
Rekening
Rekening

Tarieven begraafplaatsen
De tarieven van de begraafplaats worden gebaseerd op integrale kostprijsberekeningen.

Kosten op jaarbasis Begraafplaatsen
Rekening
PB 2026
Begroting
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Totale kosten (* € 1.000)
700
783
890
898
901
900
Inwoners
129.852
131.827
131.601
131.766
134.888
135.272
Kosten per inwoner (* €)
5,39
5,94
6,76
6,82
6,68
6,65
Kosten op jaarbasis Kosten op jaarbasis Kosten
Rekening
Rekening
Rekening
Rekening
Rekening
Rekening

Trendgrafiek Kosten Begraafplaatsen per inwoner (in euro)

Terug naar navigatie - Paragraaf 3 Onderhoud kapitaalgoederen - Trendgrafiek Kosten Begraafplaatsen per inwoner (in euro)

Vastgoed

Terug naar navigatie - Paragraaf 3 Onderhoud kapitaalgoederen - Vastgoed

Omschrijving algemeen beleidskader
Gemeentelijk vastgoedbeleid richt zich op het beschikbaar stellen van huisvesting voor activiteiten die essentieel zijn voor het behalen van maatschappelijke doelen, maar die doorgaans niet door de markt worden opgepakt. De nadruk ligt op het vergroten van maatschappelijke waarde, het bevorderen van inclusie door toegankelijk vastgoed te realiseren en het ondersteunen van lokale gemeenschappen. Dit alles gebeurt met oog voor kostenefficiëntie en toekomstbestendigheid.
De vastgoedportefeuille moet voldoende flexibel zijn om in te spelen op actuele maatschappelijke vraagstukken en beleidsdoelen van de gemeente. Daarbij wordt gestreefd naar een uniforme en transparante aanpak in het beheer en gebruik van vastgoed.

Beleidskader onderhoud
Vastgoedbeheer richt zich op het op peil houden van onderhoud, verhuur en exploitatie, gecombineerd met een goede dienstverlening en deskundig advies. Zo kan de gemeente tijdig inspelen op de behoefte aan nieuwe maatschappelijke voorzieningen. Belangrijk daarbij is dat voorzieningen meegroeien met de bevolkingsontwikkeling (Visie Zoetermeer 2040).

Omvang vastgoedportefeuille
De gemeente Zoetermeer beschikt over ruim 300 panden die nodig zijn voor maatschappelijke en publieke functies, waaronder onderwijs, sport, cultuur, welzijn en overheidsdiensten. 

  1. Onderwijsaccommodaties
    Schoolbesturen zijn formeel juridisch eigenaar van de onderwijsgebouwen en gronden, terwijl de gemeente het economisch claimrecht heeft. Dit betekent dat schoolbesturen en gemeente een gezamenlijke verantwoordelijkheid dragen voor de instandhouding hiervan.
  2. Sociaal-cultureel vastgoed 
    Concrete voorbeelden hiervan zijn de bibliotheken, museum, het Stadstheater, multifunctionele centra, stadsboerderijen, kinderopvang en buurthuizen.
  3. Accommodaties voor binnen- en buitensport 
    Het betreft de gym- en sportzalen, de diverse sportparken en de zwembaden.
  4. Ambtelijk vastgoed
    Ambtelijk vastgoed omvat alle vastgoedobjecten die in gebruik zijn voor het huisvesten van de gemeentelijke organisatie, zoals het stadhuis, de afvalinzameling en werkplaatsen.
  5. Commercieel en overig vastgoed
    Vastgoedobjecten die in gebruik zijn door commerciële huurders voor het uitvoeren van economische bedrijvigheid behoren tot de portefeuille commercieel vastgoed. Voorbeelden zijn kantoren, parkeergarages, bedrijfsruimten en winkels.

Instandhoudingstermijnen, afschrijving en onderhoud
Het Meerjarenonderhoudsprogramma gemeentelijke accommodaties (MJOP) 2023-2032vormt de basis voor de egalisatievoorziening groot onderhoud.
De komende jaren ligt de nadruk op verduurzaming, het vergroten van de toegankelijkheid en een efficiënt en effectief beheer van de vastgoedportefeuille.

Reserves en voorzieningen ten behoeve van onderhoud
Onderwijshuisvesting
Het vervangingsfonds schoolgebouwen (formeel: Reserve egalisatie investeringen schoolgebouwen) is in 2000 ingesteld en zorgt voor dekking van de investeringslasten van vervangings- of renovatie- investeringen van de bestaande voorraad schoolgebouwen. De voeding van het fonds vindt plaats door een jaarlijks oplopende storting. Het vervangingsfonds voorkomt dat voor de dekking van nieuwe investeringen een beroep moet worden gedaan op het begrotingssaldo en egaliseert pieken en dalen. De onderbouwing ligt vast in een beheerplan dat om de vijf jaar wordt herijkt.
In 2022 is het vervangingsfonds, onderbouwd door het Integraal Huisvestingsplan 2023-2027, op drie onderdelen herijkt:

  • Bijstelling financieel-technische uitgangspunten/parameters in het beheerplan vervangingsfonds;
  • Capaciteitsaanpassing op basis van leerlingenprognoses;
  • Herschikking, clustering en eerdere nieuwbouw van scholen ten gevolge van gesignaleerde knelpunten.
Bedragen x € 1.000
Vastgoed Schoolgebouwen
Rekening
PB 2026
Begroting
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Reserve egalisatie schoolgebouwen
Saldo reserve 1-1
6.160
6.733
6.860
7.943
9.404
10.840
- Storting in reserve
2.853
1.836
2.962
3.359
3.391
3.434
- Verminderingen
-2.280
-1.709
-1.880
-1.898
-1.955
-2.218
Saldo Reserve 31-12
6.733
6.860
7.943
9.404
10.840
12.055
Kosten op jaarbasis Kosten op jaarbasis Kosten
Rekening
Rekening
Rekening
Rekening
Rekening
Rekening

Grootonderhoud gemeentelijke gebouwen
Voor de egalisatie van kosten onderhoud van de gemeentelijke gebouwen wordt een voorziening gehanteerd. De uitgangspunten voor deze voorziening zijn:

  1. De voorziening dient ter egalisering van in de tijd onregelmatig gespreide kosten. 
  2. Er is sprake van kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt maar waarvan de oorsprong (mede) ligt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar.
  3. De voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van de lasten over een aantal begrotingsjaren.
  4. De voorziening wordt in stand gehouden op basis van een actueel en door de raad vastgesteld beheerplan.
  5. Het beheerplan wordt periodiek geactualiseerd (maximaal na 5 jaar).
  6. Het beheerplan dient financieel te zijn getoetst en aan te sluiten met de stand van en de jaarlijkse storting aan de voorzieningen.
Bedragen x € 1.000
Vastgoed gemeentelijke gebouwen
Rekening
PB 2026
Begroting
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Voorziening Groot Onderhoud Gemeentelijke gebouwen
Saldo reserve 1-1
6.733
6.257
6.504
6.547
6.590
6.507
- Storting in reserve
1.236
2.938
3.388
3.389
3.397
3.395
- Verminderingen
-1.712
-2.691
-3.345
-3.345
-3.480
-3.519
Saldo Voorziening 31-12
6.257
6.504
6.547
6.590
6.507
6.382
Kosten op jaarbasis Kosten op jaarbasis Kosten
Rekening
Rekening
Rekening
Rekening
Rekening
Rekening

Beeldende kunst

Terug naar navigatie - Paragraaf 3 Onderhoud kapitaalgoederen - Beeldende kunst

Omschrijving algemeen beleidskader
Het reguliere onderhoud van beeldende kunst in de openbare ruimte (BKOR) is gericht op duurzame instandhouding van het gemeentelijk kunstbezit. Het reguliere onderhoud wordt planmatig uitgevoerd op basis van ervaringscijfers. Die zijn verwerkt in een meerjarenonderhoudsplan, dat weer wordt vertaald naar jaarplannen. De werkzaamheden (inspectie, schoonmaak, klein- en groot onderhoud en verhelpen van calamiteiten) zijn grotendeels in één raamovereenkomst aanbesteed. Voor bijzondere objecten (zoals fontein, geurtuin, en dergelijke) lopen aparte contracten. Binnen het budget is beperkt ruimte om incidenteel kleine (onvoorziene) schades te herstellen.

Financiële consequenties
De uitgaven voor het reguliere onderhoud van beeldende kunst in de openbare ruimte (BKOR) zijn verwerkt in de exploitatie en komen ten laste van programma 4 Vrije Tijd. 

Bedragen x € 1.000
Kosten op jaarbasis Beeldende kunst
Rekening
PB 2026
Begroting
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Totale kosten (* € 1.000)
90
101
103
103
103
103
Inwoners
129.852
131.827
131.601
131.766
134.888
135.272
Kosten per inwoner (* €)
0,69
0,77
0,78
0,78
0,76
0,76
Kosten op jaarbasis Kosten op jaarbasis Kosten
Rekening
Rekening
Rekening
Rekening
Rekening
Rekening

Trendgrafiek Kosten beeldende kunst per inwoner (in euro)

Terug naar navigatie - Paragraaf 3 Onderhoud kapitaalgoederen - Trendgrafiek Kosten beeldende kunst per inwoner (in euro)

Vanaf 2021 telt hier ook het beheer van kunst in gemeentelijke gebouwen (vnl. stadhuis) mee. Daarnaast haalden we in 2021 t/m 2024 incidenteel (voor dat doel gespaard) budget uit de reserve BKOR voor eenmalige restauraties en verduurzaming van kunstwerken.