Paragraaf 4 Financiering
Inleiding
Terug naar navigatie - Paragraaf 4 Financiering - InleidingDe treasuryfunctie ondersteunt de uitvoering van de programma’s met als doelstelling: “Het beheren van financiële posities en geldstromen op een zodanige wijze dat de daaraan verbonden risico's worden beperkt en de daarmee gepaard gaande kosten en opbrengsten worden geoptimaliseerd". De beheersing van deze geldstromen dient uitsluitend de publieke taak. Het prudente karakter van de treasury-activiteiten staat hierbij voorop. Uit de treasury-activiteiten volgen rentelasten en/of rentebaten.
In deze paragraaf wordt ingegaan op de belangrijkste ontwikkelingen in 2025, op de uitkomsten van het risicobeheer en op het renteresultaat.
Belangrijke ontwikkelingen
Terug naar navigatie - Paragraaf 4 Financiering - Belangrijke ontwikkelingenDe gemeente heeft per saldo een liquiditeitsoverschot: er is meer geld in kas dan dat er (langlopende) leningen zijn. Om die reden hebben de hierna beschreven ontwikkelingen betrekking op het uitzetten van geld en niet op het aantrekken van leningen.
Marktrentes 2025 kortlopende leningen u/g
Het rentetarief van schatkistbankieren is afgeleid van de €str (Euro Short term rate). Die rente is vanaf september 2022 gaan stijgen, vanaf september 2023 tot juni 2024 was de rente stabiel op 3.9%. Daarna is de rente weer acht stapjes naar beneden gegaan. Eind 2025 bedroeg de rente 1.93%.
In 2024 zijn we gestart met het uitlenen van geld aan andere overheden. In 2025 hebben we dit voortgezet en zijn we daarnaast ook diverse keren deposito's aangegaan bij de schatkist. We leenden geld uit om twee voorname redenen:
- Het treasury beleid omvat onder andere het beschermen van gemeentelijke vermogens- en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s, liquiditeitsrisico’s en valutarisico’s
- Vanuit een moreel oogpunt zetten we publieke middelen graag in, in de publieke sector, opdat andere publieke partijen minder hoeven te lenen bij de private sector. Zo blijven revenuen meer binnen het publieke domein.
Met het uitlenen van geld aan andere gemeenten proberen we de renteopbrengst te beschermen tegen rentedaling. In 2025 leverde deze bescherming een netto meeropbrengst van ca € 30.000 op. Dat wil zeggen een meeropbrengst ten opzichte van het geld alleen op de schatkist laten staan en het bedrag is na aftrek van bijkomende kosten.
Marktrentes 2025 langlopende leningen u/g
Rentescenario
In 2025 gold het volgende rentescenario:

Om renteschommelingen geen invloed te laten hebben op de exploitatie, hanteren wij een rentescenario. De systematiek en "spelregels" van dit scenario zijn vastgelegd in de in 2025 vastgestelde rentenota. Bovenstaand het rentescenario dat van toepassing was in het jaar 2025. Hierin staat het laatste jaar voor langlopende leningen op 2%. Dit percentage wordt in de berekening van de financiële consequenties bij investeringsbeslissingen verwerkt.
Omdat er sprake was van overliquiditeit die naar verwachting enkele jaren zou aanhouden, zal er voorlopig niet hoeven worden geleend. De marktrente die momenteel hoger ligt dan ons rentescenario is daarom slechts een theoretisch risico. Tegenover dit risico staat de rente egalisatiereserve van € 4,9 mln., om mogelijke toekomstige renteverschillen op te vangen.
Het werkelijke rentetarief voor leningen met een lange looptijd is afgelopen jaar gestegen, van 3.23% naar 3,58% gemeten op eind december. Gemiddeld lag de rente in 2025 op 3.37% dat is 0,19 procentpunt hoger dan in 2024. Dit tarief is gebaseerd op de renteontwikkeling van de 10 jaars fixe, een 10 jaars tarief van de BNG dat op haar beurt weer is afgeleid van de zogeheten refi rente van de ECB. Onderstaand de ontwikkeling van de 10 jaars fixe.

Ontwikkeling leningenportefeuille
De portefeuille langlopende leningen opgenomen gelden is in 2025 verder afgenomen vanwege contractuele aflossingen van langlopende leningen. Het onderstaande overzicht toont de actuele stand met het verwachte verloop. In 2025 zijn geen langlopende leningen aangetrokken in verband met de ruime liquiditeit. Het verloop van de portefeuille langlopende lening is als volgt:

Saldo liquiditeit en langlopende leningen
Ultimo 2025 is, evenals ultimo 2024, sprake van een zogenaamde dubbele positie. Het positieve saldo van de liquide middelen (rekening-courant bij de bank en bij de Schatkist) is hoger dan het resterende saldo van de langlopende lening o/g en is als volgt:

Risicobeheer
Terug naar navigatie - Paragraaf 4 Financiering - RisicobeheerOp het gebied van financiering worden verschillende risico's onderkend. De wet financiering decentrale overheden (fido) is gericht op het beheersen van renterisico's. Deze beheersing krijgt vorm door wettelijke limieten voor de omvang van de netto vlottende schuld (kasgeldlimiet) en limieten op renteherzieningen en herfinanciering van de vaste schuld (renterisiconorm).
Kasgeldlimiet
Het renterisico op korte termijn wordt in beeld gebracht via de kasgeldlimiet. Maximaal 8,5% van het begrotingstotaal (totaal van de begrote lasten) mag kort (= korter dan een jaar) worden gefinancierd met geleend geld. In 2025 was de kasgeldlimiet voor de gemeente Zoetermeer € 46,6 mln.:

Dat wil dus zeggen dat de gemeente maximaal € 46,6 mln. aan leningen met een looptijd korter dan een jaar mag aantrekken. In 2025 zijn geen leningen aangetrokken dus is de kasgeldlimiet niet overschreden.
Renterisiconorm
De norm voor het beheersen van het budgettaire renterisico op lange termijn is de renterisiconorm.
De jaarlijks verplichte aflossingen en herzieningen mogen niet meer bedragen dan 20% van het begrotingstotaal (het totaal van de begrote lasten) en is voor 2025 als volgt:
![]()
Dat wil zeggen dat de gemeente in 2025 maximaal € 107,5 mln. aan leningen mocht aflossen en / of waarvan de rente herzien mag worden. In geheel 2025 is € 2,0 mln. afgelost aan langlopende leningen.
Renteresultaat
Terug naar navigatie - Paragraaf 4 Financiering - RenteresultaatSaldo van de financieringsfunctie
Het saldo van de financieringsfunctie wordt berekend door de betaalde rente over de leningen en over de aangetrokken middelen in de rekening courant te verrekenen met de ontvangen rente over de uitgezette leningen. Onderstaande tabel geeft dit saldo voor 2025 weer:
Renteresultaat, rente-egalisatiereserve en rente-omslagpercentage
De netto rentebate in 2025 bedraagt € 3,1 mln. In de begroting was rekening gehouden met € 2,6 mln. Het voordelige renteresultaat van € 0,5 mln. komt, volgens de Rentenota 2025, ten gunste van het rekeningsaldo. De liquiditeit bedroeg per 31 december 2025 € 137 mln. Als deze onder de € 80 mln. uitkomt, wordt het renteresultaat aan de egalisatiereserve toegevoegd.

De rente-egalisatiereserve bedraagt eind 2025 € 4,9 mln., de maximale hoogte bedraagt € 6,1 mln. Deze hoogte is berekend op grond van de rekenregel 1,5% van de verwachte financieringsbehoefte van de aankomende vier jaar. Het rente-omslagpercentage wordt volgens onderstaande methode berekend:

Het doel van het rente-omslagpercentage is om te bepalen of (en hoeveel) rente toegerekend moet worden aan de programma’s. In de begroting 2025 is geen rente toegerekend aan de programma’s omdat het rente-omslagpercentage kleiner is dan 0,1%. Bij de jaarrekening 2025 is het rente-omslagpercentage herberekend op de werkelijke cijfers. In overeenstemming met het beleid (Rentenota 2025) is bij de jaarrekening opnieuw geen rente toegerekend aan programma’s.