Paragraaf 1 Lokale heffingen
Inleiding
Terug naar navigatie - Paragraaf 1 Lokale heffingen - InleidingIn deze paragraaf staan de ontwikkelingen van de belastingen, retributies en bestemmingsheffingen van het afgelopen jaar. De belangrijkste afwijkingen die zich voordoen in de jaarrekening worden toegelicht. Daarnaast worden de ontwikkelingen van de gemeentelijke woonlasten weergegeven volgens de cijfers van het COELO (Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden). Tot slot wordt er een beeld neergezet van het aantal kwijtscheldingsverzoeken in 2025.
Gemeentelijke tarieven en heffingen
Terug naar navigatie - Paragraaf 1 Lokale heffingen - Gemeentelijke tarieven en heffingenBeleidsuitgangspunten
In de Nota lokale heffingen 2016 zijn de beleidslijnen voor lokale heffingen vastgesteld. Lokale heffingen worden onderscheiden in belastingen, retributies en bestemmingsheffingen. Door de gemeente wordt de volgende belastingen geheven: OZB (onroerendezaakbelasting), parkeerbelastingen, toeristenbelasting en precariobelasting.
Voor de retributies en bestemmingsheffingen mag de heffing niet hoger zijn dan de kosten die de gemeente maakt voor de geleverde diensten. Dit zijn o.a. afvalstoffenheffing, rioolheffing, marktgelden, lijkbezorging en leges. Daarnaast wordt de BIZ-bijdrage (Bedrijveninvesteringszone-bijdrage) van de Dorpsstraat geheven, waarvan de opbrengst voor een specifieke doelgroep is.
Algemeen stijgingspercentage
De tarieven van de heffingen en belastingen zijn in 2025 op basis van de begrotingsuitgangspunten (zie de Programmabegroting 2025) met het algemene stijgingspercentage van 0,9% gestegen. Een uitzondering hierop zijn de tarieven die door het Rijk worden vastgesteld, zoals de tarieven voor rijbewijzen en reisdocumenten.
OZB (onroerendezaakbelasting)
De tarieven van de onroerendezaakbelastingen (OZB) 2025 zijn verhoogd met het algemeen stijgingspercentage en verlaagd voor de gestegen WOZ-waarde van de woningen (3,6%) en niet-woningen (1,5%) ten opzichte van 2024.
Afvalstoffenheffing
De tarieven voor de afvalstoffenheffing zijn in 2025 verhoogd met het algemene stijgingspercentage en verlaagd met € 2,35 per huishouden. In 2024 was het tarief met € 2,35 gestegen vanwege de verhoging van de vermogensnorm, waardoor meer huishoudens in aanmerking komen voor kwijtschelding. Voor 2025 was deze verhoging niet meer nodig, want er hebben minder extra huishoudens kwijtschelding aangevraagd dan verwacht.
Rioolheffing
De rioolheffing voor kleinverbruikers (tot 500 m3 waterverbruik) bestond in 2025 uit een vast bedrag van € 80,22 per aansluiting en een percentage van 0,0144% van de WOZ-waarde. De aanslag per perceel was maximaal € 329,80. De tarieven zijn in 2025 verhoogd met het algemene stijgingspercentage en het vast bedrag is verlaagd met € 0,80 per huishouden. In 2024 was het tarief met € 0,80 gestegen vanwege de verhoging van de vermogensnorm, waardoor meer huishoudens in aanmerking komen voor kwijtschelding. Voor 2025 was deze verhoging niet meer nodig, want er hebben minder extra huishoudens kwijtschelding aangevraagd dan verwacht.
Overzicht heffingen en belastingopbrengsten met toelichting:

De belangrijkste afwijkingen tussen begroting, begroting na wijziging en rekening 2025 worden hieronder toegelicht. De uitgebreide toelichting vindt u bij de betreffende programma's. De begroting na wijziging bestaat uit de kolom begroting en de wijzigingen uit TB1 en TB2.
- De hogere parkeerbelasting komt door de inzet van een scanauto voor handhaving. In 2024 is met de scanauto gestart, de parkeerinkomsten zijn in 2025 verder toegenomen.
- Voor de lijkbezorgingsrechten zijn er meer inkomsten ontvangen, dit komt door de toename van het aantal begravingen en omdat er meer graven verkocht zijn.
- De legesinkomsten burgerzaken zijn hoger dan verwacht, vooral door een forse toename van aanvragen voor een persoonsdocument. Er zijn 2300 extra persoonsdocumenten aangevraagd dan begroot.
- De lagere inkomsten van de omgevingsvergunning wordt vooral veroorzaakt doordat er rekening was gehouden met de legesopbrengst van de omgevingsvergunning voor het bouwen van woningen aan de Eleanor Rooseveltlaan. De verwachting is dat deze vergunning in 2026 wordt verleend.
- Leges woonvergunningen: de kosten worden verhaald op de ontwikkelaars via anterieure overeenkomsten en niet via afzonderlijke leges.
Kostendekkendheid
De opbrengst van de leges en heffingen mag op begrotingsbasis maximaal 100% kostendekkend zijn. Dat wil zeggen dat in totaliteit de baten van de leges niet hoger mogen zijn dan de lasten. In de Nota lokale heffingen 2016 is een nadere toelichting opgenomen hoe de kostentoerekening wordt opgesteld. De werkwijze in Zoetermeer is dat alle kosten die mogen worden toegerekend, in principe worden toegerekend. Bij de bepaling van de kosten van de leges en heffingen worden ook de kosten van overhead toegerekend. Dit gebeurt op basis van een uurtarief per direct uur.

De belangrijkste afwijkingen in de kostendekkendheid worden hieronder toegelicht:
- De lagere inkomsten van de omgevingsvergunning en de hogere inkomsten voor de persoonsdocumenten (leges burgerzaken) en de lijkbezorgingsrechten zijn onder het kopje 'Overzicht heffingen en belastingopbrengsten' al toegelicht. De kosten zijn maar gedeeltelijke afhankelijk van het aantal aanvragen, hierdoor zijn de kosten niet evenredig gestegen of gedaald met de inkomsten. Dit leidt tot een lagere kostendekkendheid voor de omgevingsvergunningen en een hogere voor de persoonsdocumenten en lijkbezorgingsrechten ten opzichte van de begroting.
- Bij de ondergrondse infrastructuur is de kostendekkendheid gedaald van 77% naar 58%. De inkomsten zijn lager dan verwacht, er zijn minder vergunningen aangevraagd en de aangevraagde vergunningen zijn in omvang kleiner dan verwacht. De kosten zijn ook hier maar gedeeltelijk afhankelijk van het aantal aanvragen.
- Voor de afvalstoffenheffing is de kostendekkendheid in werkelijkheid iets hoger dan in de begroting (begroot 94% en werkelijk 96%). De werkelijke lasten zijn lager dan begroot, dit komt onder andere door door schommelingen in de hoeveelheden en prijzen van de afvalstromen. De werkelijke baten zijn hoger dan begroot, dit komt omdat er meer aanslagen zijn opgelegd dan begroot.
- Bij de rioolheffing zijn de lasten in werkelijkheid iets hoger dan begroot. De baten zijn ook hoger dan begroot, dit komt doordat er meer/hogere aanslagen zijn opgelegd dan begroot. Voor niet uitgevoerd werk is een storting in de voorziening middelen derden gedaan.
- De inkomsten uit de marktgelden zijn lager dan begroot, er zijn minder marktstandplaatsen gebruikt. De kosten zijn hoger dan begroot, vooral de kosten voor elektriciteit zijn hoger geweest. Hierdoor is de kostendekkendheid gedaald van 74% naar 44%.
Lokale lastendruk
Terug naar navigatie - Paragraaf 1 Lokale heffingen - Lokale lastendrukCOELO-vergelijking
Jaarlijks verricht het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) onderzoek naar de gemeentelijke woonlasten. De publicatie daarvan vindt plaats in de Atlas van de Lokale Lasten. Onder de gemeentelijke woonlasten verstaat het COELO de OZB voor de eigenaar van een woning met een voor de betreffende gemeente geldende gemiddelde waarde, plus rioolheffing en afvalstoffenheffing voor een meerpersoonshuishouden eventueel verminderd met een heffingskorting.
Door het COELO wordt jaarlijks een vergelijkend overzicht opgesteld van alle Nederlandse gemeenten. In dit overzicht, dat begint met de gemeente met de laagste heffingen (nr. 1) en eindigt met de gemeente met de hoogste heffingen, neemt Zoetermeer in 2025 positie 190 in. Dit was in 2024 positie 223. In onderstaande grafiek is de ontwikkeling opgenomen van de afgelopen vijf jaar. De verdere daling op de ranglijst komt waarschijnlijk doordat Zoetermeer de tarieven alleen heeft laten stijgen met de inflatie. Het kan zijn dat andere gemeenten de tarieven met meer dan alleen de inflatie hebben laten stijgen (ter dekking van begrotingstekorten). Het inflatiepercentage van Zoetermeer was relatief laag, omdat bij het berekenen van dit percentages correcties over voorgaande jaren zijn meegenomen. Dit doen niet alle gemeenten.

Ontwikkeling woonlasten 2020 - 2025
In onderstaand overzicht is de ontwikkeling van de woonlasten in Zoetermeer zichtbaar gemaakt voor de afgelopen jaren aan de hand van een woning van € 258.000 in 2020. Hierbij is rekening gehouden met de gemiddelde waardeontwikkeling van de woningen van de jaren 2020 tot en met 2025.
Kwijtschelding gemeentelijke heffingen en belastingen
Terug naar navigatie - Paragraaf 1 Lokale heffingen - Kwijtschelding gemeentelijke heffingen en belastingenKwijtschelding is het sociale vangnet voor de lokale lastendruk. Zoetermeer houdt rekening met de draagkracht van de inwoners. In die visie past een zo ruim mogelijk kwijtscheldingsbeleid voor mensen die hun aanslagbiljet gemeentelijke belastingen door hun financiële situatie niet kunnen betalen. Zoetermeer hanteert daarom de maximale landelijke normen die gelden. Kwijtschelding wordt toegepast op rioolheffing, afvalstoffenheffing en onroerende-zaak belasting. Naast inwoners kunnen ook ondernemers, die minder verdienen dan het minimumloon en niet te veel vermogen hebben, kwijtschelding aanvragen. Kwijtschelding wordt dan toegepast op de woonlasten.
In 2025 hebben 4.603 mensen kwijtschelding aangevraagd voor gemeentelijke heffingen en belastingen. Na de toets van de in behandeling genomen aanvragen is 80% gehonoreerd. Het totaalbedrag aan kwijtschelding bedraagt € 1,6 mln., waarvan het grootste deel betrekking heeft op de afvalstoffenheffing (€ 1,2 mln.) en een belangrijk deel op de rioolheffing (€ 0,4 mln.). Aan OZB zijn maar hele kleine bedragen kwijtgescholden.