Overzicht algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien
Inleiding
Terug naar navigatie - Overzicht algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien - InleidingDe algemene dekkingsmiddelen zijn bijzonder omdat ze vrij te gebruiken zijn in vergelijking met andere dekkingsmiddelen. Zij vormen de financiële dekking van de negatieve saldi op de programma's 1 tot en met 7 en het overzicht Overhead. De belangrijkste algemene dekkingsmiddelen zijn:
- De algemene uitkering uit het Gemeentefonds
- Inkomsten uit de belastingen
- Rente-inkomsten
De algemene uitkering uit het Gemeentefonds
Terug naar navigatie - Overzicht algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien - De algemene uitkering uit het GemeentefondsDe algemene uitkering is de belangrijkste bron van inkomsten van de gemeente. In 2025 werd € 320,5 mln. ontvangen. Dat was 58% van de totale gemeentelijke inkomsten. Andere belangrijke inkomstenbronnen zijn bijvoorbeeld subsidies, Onroerendezaakbelasting (OZB), leges en heffingen en de rijksvergoeding van de bijstandsuitgaven (BUIG).
De belangrijkste ontwikkelingen voor de hoogte van de algemene uitkering zijn de volgende:
Accres
De groei van de totale landelijke omvang van de algemene uitkering uit het gemeentefonds noemen we het accres. Dit accres is bedoeld voor het kunnen betalen van loon- en prijsstijgingen en overige groei van de gemeentelijke kosten. Deze groei wordt gebaseerd op de groei van het bruto binnenlands product (BBP) en wordt in de meicirculaire vastgesteld. Het accres is in de meicirculaire 2025 naar boven bijgesteld met ruim € 1,5 mln. voor Zoetermeer.
Compensatie uitgaven in de Jeugdzorg
In 2025 hebben gemeenten extra middelen ontvangen van het Rijk voor de jeugdzorg, naar aanleiding van de uitkomst van de commissie van Ark (deskundigencommissie). In 2025 zijn € 4,9 mln. aan extra middelen ontvangen voor de tekorten in de Jeugdzorg over de jaren 2023 en 2024.
Herverdeeleffecten
De algemene uitkering wordt verdeeld op basis van 43 maatstaven zoals het aantal inwoners, het aantal huishoudens, jongeren, ouderen en oppervlakte. Bij wijziging in de aantallen van de maatstaven ontstaan herverdeeleffecten. Gedurende 2025 bedroegen deze herverdeeleffecten voor Zoetermeer ruim € 2,5 mln. Dit leggen we verder uit in de verschillenverklaring in de jaarrekening.
Extra taken voor gemeenten (taakmutaties)
Wanneer gemeenten extra taken krijgen, moet het Rijk aangeven hoe gemeenten de kosten voor deze extra taken kunnen compenseren. Over het algemeen worden door het Rijk middelen toegevoegd aan de algemene uitkering om deze taken uit te voeren. In 2025 zijn extra taken toegevoegd en zijn daarvoor extra middelen ontvangen. De uitgaven staan opgenomen op het betreffende programma. Het gaat om extra middelen voor: begeleiding jongeren naar werk, extra verkiezingen, alleenverdieners problematiek, armoede en schulden, omgevingswet en nog verschillende andere onderwerpen. Voor Zoetermeer gaat het om € 5,5 mln. aan extra taken (en middelen) in 2025.
Belastingen
Terug naar navigatie - Overzicht algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien - BelastingenDe belastingopbrengsten van € 45,1 mln. bestaan uit:
- Onroerende Zaken Belasting (OZB) voor € 44,6 mln.
- Toeristenbelasting voor € 0,4 mln.
- Precariorechten voor € 0,1 mln.
Overige algemene dekkingsmiddelen
Terug naar navigatie - Overzicht algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien - Overige algemene dekkingsmiddelenTreasury
Op het onderdeel Treasury worden de rentelasten en -baten opgenomen. De gemeente Zoetermeer heeft sinds de verkoop van Eneco een positief banksaldo (liquiditeitsoverschot). Deze middelen hebben afgelopen jaar bij de schatkist van het Rijk gestaan en zijn gedeeltelijk voor korte termijn uitgeleend aan andere gemeenten. Dit heeft de gemeente € 3,5 mln. aan rentebaten opgeleverd. Daarnaast ontvangt de gemeente rentebaten op de startersleningen van € 0,1 mln. De gemeente heeft nog een aantal lopende leningen waarover rente betaald wordt. De rentelasten hierover bedroegen in 2025 ongeveer € 0,44 mln. In de paragraaf Financiering worden de financiering en rentelasten en -baten nader toegelicht.
Dekking eenmalig concern
Voor de dekking van de lasten, wordt in bepaalde (met de raad afgesproken) gevallen een concernreserve ingezet.
De concernreserves zijn:
- Reserve Fonds 2040
- Reserve dekking kapitaallasten
- Reserve flankerend beleid
- Brede bestemmingsreserve
- Vrij inzetbare reserve. Deze reserve wordt gebruikt om begrotingstekorten te dekken of begrotingsoverschotten te storten. Voor de begroting 2025 is deze reserve ingezet ter dekking van:
- te verwachten structurele begrotingstekorten van in totaal € 14,7 mln. zoals vastgesteld bij de Perspectiefnota 2025 en de Programmabegroting 2025-2028. De inzet van het zogenaamde "surplus"
- incidenteel nieuw beleid voor € 5,5 mln. zoals vastgesteld bij de Programmabegroting 2024-2027
- de kosten die voortkwamen uit uitgestelde werkzaamheden uit 2024 van € 8,5 mln. (de zogenaamde budgetoverhevelingen en resultaatbestemmingen), vastgesteld bij de Perspectiefnota 2026/Eerste tussenbericht 2025.