Programma 2. Samen leven en ondersteunen

Financiën

  Bedragen x €1.000 
TB1 MJB 2023 - 2026  
  2022 2023 2024 2025 2026 2027
1a  Financiële ontwikkelingen bestaand beleid (leereffecten jaarrekening en TB1)
Huishoudelijke hulp Wmo 150 150 150 150 150 150
Persoonsgebonden budget Wmo  1.000 1.000 1.000 1.000 1.000 1.000
Reguliere uitvoering JGH  -504 -1.007 -1.007 -504 -504 -504
Reguliere uitvoering Wmo -270 -540 -540 -270 -270 -270
Tijdelijke inhuur Wmo consulent -428          
Verbeterplannen Gecertificeerde instellingen jeugd   -242 -242 -242    
Saldo -52 -639 -639 134 376 376
1b  Financiële afwijkingen als gevolg van COVID-19: niet van toepassing
Saldo            
2  Onvermijdelijke ontwikkelingen            
Wmo woningaanpassingen  -100 -100 -100 -100 -100 -100
Huisvesting asielzoekers
- rijksbijdrage, zie OAD
-PM
      
         
Saldo -100 -100 -100 -100 -100 -100
3 Afwijkingen maatregelen ombuigen en vernieuwen            
Onderwijs-jeugdhulp arrangement Speciaal (Basis) Onderwijs (maatregel 4) -38          
Toevoegen van GGZ expertise aan de zorgteams voor begeleiding op locatie (maatregel 5) -335          
Uitbreiding trajectbegeleiding Jongerenwerk (maatregel 7) -72          
Verschuiven van landelijk hoog specialistische jeugdhulp naar regionaal specialistische jeugdhulp (maatregel 15) -14          
Doorontwikkelen POH-jeugd en schoolmaatschappelijk werk (maatregel 8) -112          
Sturen op afname intensiteit bij jeugdhulpproducten (maatregel 16) -711          
Saldo -1.282          
TOTALE WIJZIGING SALDO PROGRAMMA -1.434 -739 -739 34 276 276

Toelichting financiën

Financiële ontwikkelingen bestaand beleid (leereffecten jaarrekening en TB1)
Huishoudelijke hulp Wmo 
Eerste indruk is dat de verwachting van het aantal verwachte uren huishoudelijke hulp op basis van de voorcalculatie achterblijft bij de begroting. Het lijkt erop dat er circa 15.000 uren minder verzilverd gaat worden. Dit leidt tot een voordeel van circa € 150.000. Bij het Tweede Tussenbericht wordt opnieuw gekeken naar de actuele stand. 

Persoonsgebonden budget Wmo 
Sinds 2019 is er een afname te zien in het aantal pgb indicaties. Voor huishoudelijke hulp en begeleiding is het verwachte aantal indicaties in 2022, respectievelijk 120 en 95. In 2020 was dit voor de huishoudelijke hulp nog 149 en voor begeleiding 178. Er zijn verschillende verklaringen waarom de daling van de indicatie en het gebruik van het pgb’s structureel doorzet. Dit heeft onder andere te maken met de profilering van de toezichthouders Wmo en het inzetten van speciale pgb-adviseurs, die klanten vaker doorverwijzen naar andere vormen van zorg (zoals inZet, de Wet langdurige zorg, zorg in natura etc.). Het verwachte structurele voordeel dat hierdoor ontstaat is circa € 1.000.000.  

Reguliere uitvoering JGH
Jeugd- en Gezinshulp is onderdeel van het Sociaal Domein. Jeugd- en Gezinshulp richt zich op de meest complexe gezinssituaties in Zoetermeer waarbij een veilige ontwikkeling van het kind in het geding is. Zij voeren o.a. screeningen uit om de noodzaak voor een jeugdhulpvoorziening te kunnen bepalen en voeren langdurige casusregie. 
In de afgelopen jaren zijn er verschillende wettelijke taken bijgekomen en is de instroom fors toegenomen, maar heeft er geen formatiecalculatie plaatsgevonden om ook daadwerkelijk de menskracht te kunnen matchen aan de wettelijke taken die uitgevoerd moeten worden. Er zijn wachtlijsten van vier tot acht maanden ontstaan, waardoor de wettelijke behandeltermijn van acht weken fors wordt overschreden. Daarnaast maakt dit dat er een extreem hoge werkdruk is en zorgt dit voor problemen in de samenwerking en afstemming met zowel interne als externe partners.

Er is een hoge mate van bezorgdheid over de gezinnen op de wachtlijst. Risicotaxaties, integrale probleemanalyses, toekomstbestendige (veiligheids)plannen en toeleidingen naar jeugdhulp kunnen niet tijdig worden uitgevoerd. Concreet betekent dit dat de onveilige/onstabiele (crisis)situaties voor de kinderen maandenlang blijven voortbestaan, hetgeen leidt tot crisissituaties en tot inzet van duurdere jeugdhulp. De stijging van het aantal kinderen in jeugdhulp én de stijging van de kosten zien we ook terug in het benchmark onderzoek van Berenschot. Er staan op dit moment 88 gezinnen op de wachtlijst, waarvan er bij één sprake is van ernstig huiselijk geweld na een politiemelding, waarvan er bij 36 sprake is van een verzoek tot noodzakelijke jeugdhulp en waarvan er bij 51 sprake is van een multiprobleemgezin, waarbij onveiligheid speelt en casusregie noodzakelijk is. Het ontbreken hiervan maakt dat er een direct veiligheidsrisico aanwezig is voor één of meerdere gezinsleden. Er wordt actief wachtlijsbeheer uitgevoerd om deze risico’s te beperken.

Binnen het Consultatie- en Adviesteam is er sprake van een structurele toename van de instroom. Wanneer de cijfers van 2019 en 2021 met elkaar worden vergeleken, wordt zichtbaar dat er bij het CAT sprake is van een procentuele toename van 41,6%. De toename van de extra instroom bij het CAT (consulatie,- en adviesteam), is te verklaren vanwege gewenste en noodzakelijke verschuivingen bij verwijzers. De complexiteit van de problemen binnen gezinnen zorgt er echter ook voor dat er binnen het CAT minder uitstroom is, omdat het meer tijd vergt om de problematiek en mogelijkheden van gezinnen in kaart te brengen en hier een integraal plan op te maken. 

Binnen het Plusteam wordt casusregie gevoerd bij gezinnen met multiproblematiek en onveiligheid. Hier is de instroom gelijk gebleven en dit zorgt al meerdere jaren voor een grote uitdaging. Er is sprake van een stapeleffect door de toename in werkzaamheden waardoor dit voor de uitvoering niet langer hanteerbaar is. Het aantal gezinnen waarbij het Plusteam betrokken is en casusregie biedt, ligt structureel rond de 200. Dit vraagt om een inzet van 15,38 fte, terwijl de huidig begrote inzet 9,41 fte bedraagt. Wachtlijsten bij aanbieders en toename in complexiteit zorgen ervoor dat de betrokkenheid van het Plusteam langer op intensieve wijze nodig is, waardoor de uitstroom is geminimaliseerd. 

Op basis van bovenstaande is het noodzakelijk om te komen tot een uitbreiding van de formatie om zodoende de bedrijfsvoering te normaliseren en te kunnen voldoen aan onze wettelijke taken en termijnen. In 2022 is dat een onvermijdelijke ontwikkeling met een structureel effect. Er wordt een uitbreiding gevraagd van 11,66 fte. De kosten exclusief overhead komen neer op € 1.007.000. In het kader van het programma Sturing en bekostiging worden voorstellen uitgewerkt om te komen tot besparingen.

Op landelijk, regionaal en lokaal niveau zijn de komende jaren beleidsmatige heroverwegingen aan de orde die mogelijk van invloed zijn op de afschaling van het benodigde aantal fte. Hierin worden de volgende punten meegenomen:
-    Het is in tijden van Corona extra moeilijk gebleken de gezinnen op een goede manier te blijven helpen. Het kostte hierdoor meer tijd om de gezinnen en betrokken hulpverleners van een gezamenlijk integraal plan te voorzien waarmee zij zelf verder konden. De extra inhuur die hiervoor is ingezet, zal komen te vervallen. 
-    Wanneer wachtlijsten worden ingelopen door de extra inzet, is beheer hierop niet meer nodig en vervalt de noodzaak tot het inzetten van fte. De implementatie van Beter Samenspel zal eind van dit jaar voltooid zijn welke ook zorgt voor het vrijkomen van uren. In totaal gaat het hier om 562 uur per jaar. De inhuur via Flextender zal hiermee komen te vervallen.
-    JGH is (net als team WMO) gestart met het optimaliseren van alle processen. Welke mogelijke besparing dit op gaat leveren in fte’s is nu nog niet duidelijk. 
-    Ook de nieuwe inrichting van de gezamenlijke toegang met huisartsen en schoolmaatschappelijk werk zal van invloed zijn op team JGH. Op welke wijze is nu nog niet te zeggen, aangezien plannen in de kinderschoenen staan.

Om deze reden is het legitiem om ingaande het jaar 2025 de extra kosten voor de helft mee te nemen in de meerjarenbegroting. In 2024 zal er een herijking moeten plaatsvinden. Gezien het feit dat de inzet van extra formatie op zijn vroegst halverwege 2022 gerealiseerd zal kunnen worden en de krapte op de arbeidsmarkt is de verwachting dat niet alle benodigde fte’s ingezet gaan worden in 2022. Dus voor 2022  wordt een uitzetting van de personele lasten voorzien van € 504.000.

Reguliere uitvoering Wmo 
Er is sprake van een forse uitdaging in de uitvoering bij het team Wmo. Structurele uitbreiding van de uitvoerende en ondersteunende capaciteit voor de Wmo is essentieel en onvermijdelijk om te komen tot normalisering in de uitvoering: werken zonder wachtlijst, binnen de gestelde wettelijke termijnen, van een voldoende kwaliteitsniveau en met een redelijke werkdruk. De huidige situatie laat het volgende beeld zien:
·    Er is al langdurig sprake van een achterstand in de uitvoering van 500 tot soms wel 1500+ meldingen. Actueel 1000.
·    WMO-meldingen worden niet binnen de wettelijke termijn van 8 weken afgehandeld. Is opgelopen tot 18 weken.
·    Burgers worden nu niet tijdig (binnen 10 werkdagen) te woord gestaan, maar het duurt soms wel 4 tot 6 maanden.
·    Het aantal klachten is blijvend hoog en wordt in 65% van de gevallen veroorzaakt door de wachttijden en het niet nakomen van afspraken door tijdgebrek.
·    Er is al te lang sprake van onvoldoende doorontwikkeling in beleid en kwaliteit.
·    De werkdruk is te lang extreem hoog.

Nadere duiding
De laatste jaren is er een sterke toename van Wmo-meldingen. Het aantal meldingen is in 2021 circa 20% gestegen ten opzichte van het aantal in 2018. Van 5.679 in 2018 naar 6.959 in 2021. Deze algehele stijgende trend wordt bevestigd in het benchmarkonderzoek van Berenschot. Zoetermeer heeft 2% meer inwoners boven de 65 jaar dan gemeenten van vergelijkbare grootte. Andere demografische factoren zoals opleidingsniveau, participatieniveau, besteedbaar inkomen, armoede en vermogenspositie per huishouden ontwikkelden zich de afgelopen jaren minder positief ten opzichte van de regio en het landelijk gemiddelde. Het heeft als effect dat de vraag naar Wmo voorzieningen steeg. Het aantal Wmo cliënten in 2022 ligt in Zoetermeer 7% hoger dan in vergelijkbare gemeenten. De invoering van het abonnementstarief (in 2019) voor de Wmo heeft specifiek een impuls gegeven aan de toename van de meldingen en de Wmo lasten en dan in het bijzonder van de huishoudelijke hulp.
De verwachting is dat deze stijgende trend in het aantal meldingen en kosten doorzet. Het is moeilijk te voorspellen hoe snel en hoe ‘stijl’ deze stijging de komende jaren zal zijn. Dat hangt van vele factoren af. De groei van de bevolking en de samenstelling, d.i. meer ouderen en beleidsontwikkelingen zoals de decentralisatie van Beschermd wonen (vanaf 2024) dragen daar o.a. aan bij.

Stijging meldingen en Wmo-lasten versus apparaatskosten
De stijging van de Wmo-lasten en de meldingen houdt geen gelijke trend met de toename van de benodigde apparaatskosten (personeelskosten: inhuur en interne uren). De Wmo-lasten stijgen vanaf 2017 relatief veel meer dan de apparaatskosten. De voorlopige begroting 2023 laat een stijging zien van de Wmo-lasten van 64% ten opzichte van de realisatie 2017. De begrote personele lasten (formatie) in 2023 tonen daarentegen een stijging van 51% ten opzichte van de realisatie 2017. Er is dus sprake van een scheefgroei, die gedeeltelijk gecompenseerd is door externe inhuur. Daar heeft de raad ook meermaals op aangedrongen. Het bedrag wat daaraan is uitgegeven, komt overeen met de kosten van 7,6 fte formatie. Externe inhuur is per definitie tijdelijk en kent een groot verloop met capaciteitsverlies tot gevolg. Ondanks de gemaakte kosten geeft ook de benchmark van Berenschot aan dat Zoetermeer structureel minder uitgeeft aan apparaatskosten. 

Op grond van het gehouden interne formatieonderzoek is uitgerekend dat er structureel 6,96 fte nodig is om te komen tot normaliseren van de uitvoering. De onderbouwing daarvan is als volgt. Voor de uitvoering van de Wmo op basis van het verwachte aantal meldingen is netto 45.234 uur nodig (32.898 uur consulenten en 12.336 administratie). De afwikkeling van een melding voor consulenten (ruim 6.600 in 2023) is begroot op gemiddeld zes uur netto per melding. De administratie verwacht in 2023 iets minder dan 28.000 administratie processen af te handelen tegen een gemiddelde tijd van 30 minuten netto. In termen van productiviteit betekent dit dat 1 fte consulent gemiddeld 240 meldingen per jaar afwikkelt en voor de administratie dat een medewerker per fte 2.900 administratieve processen op jaarbasis afhandelt. 
Dat alles leidt op basis van een beschikbaarheid van 1.450 netto per fulltime fte per jaar tot een benodigde formatie van 31,3 fte. Begroot voor 2023 is 24,24 fte. Een structureel tekort van 6,96 fte netto. De kosten exclusief overhead komen neer op € 540.000. In het kader van het programma Sturing en bekostiging zullen voorstellen worden uitgewerkt om te komen tot besparingen.
Op landelijk, regionaal en lokaal niveau zijn de komende jaren beleidsmatige heroverwegingen aan de orde die mogelijk van invloed zijn op de afschaling van het benodigde aantal fte. Daarnaast is team WMO (net als JGH) gestart met het optimaliseren van processen. Welke mogelijke besparingen dit gaat opleveren is nog niet duidelijk. Om deze reden is het legitiem om ingaande het jaar 2025 de extra kosten voor de helft mee te nemen in de meerjarenbegroting. In 2024 zal er een herijking moeten plaatsvinden. Gezien het feit dat de inzet van extra formatie op zijn vroegst halverwege 2022 gerealiseerd zal kunnen worden en de krapte op de arbeidsmarkt is de verwachting dat niet alle benodigde fte’s ingezet gaan worden in 2022. Dus voor 2022 wordt een toename van de personele lasten voorzien van € 270.000.

Tijdelijke inhuur Wmo consulenten
In 2022 zijn tijdelijk 9 fte Wmo-consulenten ingehuurd om productieachterstanden in te lopen en ruimte te creëren binnen het team, zodat er meer focus kan komen op het verbeteren van processen en de kwaliteit van de dienstverlening. Dit zorgt voor € 428.000 meer inhuurkosten dan begroot. Zie ook het raadsmemo Plan van aanpak achterstanden Wmo (februari 2022).

Verbeterplannen Gecertificeerde instellingen jeugd
Op 8 november 2019 is het landelijk inspectierapport: ‘Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd‘ en het signalement: ‘Jeugdbeschermingsketen in gevaar’ gepubliceerd. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) concludeerde in haar rapport dat jeugdigen met een Jeugdbeschermings- of jeugdreclasseringsmaatregel onvoldoende bescherming kregen en gecertificeerde instellingen (GI’s) hun wettelijke opdracht onvoldoende konden uitvoeren vanwege het ontbreken van goede randvoorwaarden (vooral financiën en personeel). In verband met het Inspectierapport zijn onder coördinatie van de VNG verbeterplannen opgesteld. Een onderdeel van de verbeterplannen is het afgeven van een (onder voorwaarden) compensatie voor het verlagen van de caseload, waarmee de medewerkers in staat worden gesteld binnen de door de IGJ gestelde kwaliteitsnorm te functioneren.
Tot nog toe zijn alleen afspraken gemaakt voor 2021 en 2022 omdat bij het maken van de afspraak rondom de caseloadverlaging de verwachting was dat gedurende deze periode de landelijke hervorming van de jeugdbeschermingsketen zou plaatsvinden en een nieuwe, passende caseload wordt bepaald, met daarbij de structurele financiering en tarieven. Het toekomstscenario kind- en gezinsbescherming maakt duidelijk dat deze hervorming een langer proces zal zijn. Het is uitgesloten dat er snel een nieuwe caseloadnorm is. Vanuit het toekomstscenario zal de komende jaren het stelsel van Jeugdbescherming zich gaan ontwikkelen naar een nieuwe vorm. De wijze waarop en het tempo waarmee dit wordt vormgegeven, vragen nog een tijdelijke financiering van de gemeenten.

Onvermijdelijke ontwikkelingen
Wmo woningaanpassingen 
Vanwege de grilligheid in het verloop van de kosten voor de woningaanpassingen wordt het budget bepaald op basis van de gemiddelde lasten van de afgelopen vijf jaar. Dit gemiddelde bedrag ligt € 100.000 hoger dan in de meerjarenbegroting is opgenomen.

Huisvesting asielzoekers
Op verzoek van het COA is de voormalig penitentiaire instelling ingericht als opvanglocatie voor asielzoekers.  De kosten die de gemeente hiervoor maakt worden door het rijk vergoed. Zie ook het raadsmemo van 10 december 2020. In een afzonderlijk raadsvoorstel wordt het besluit tot aanpassing van de begroting aan de raad aangeboden. Ingeschat wordt dat de gemeentelijke kosten ongeveer € 0,3 mln. bedragen.

Afwijkingen maatregelen ombuigen en vernieuwen
Maatregel 4: Onderwijs-jeugdhulp arrangement Speciaal (Basis) Onderwijs
Doel van de maatregel was om een kwalitatieve verbetering van de zorgstructuur binnen het onderwijs te realiseren. Aan de maatregel is een kostenbatenanalyse gekoppeld om het effect van de maatregel op het jeugdhulpgebruik te kunnen monitoren. Gedurende de uitvoering van de maatregel is gebleken, dat de ontwikkeling om de zorgstructuur op scholen te verbeteren en de samenwerking met de jeugdhulp te verbeteren van groot belang is, maar dat de koppeling met de besparingsopgave niet reëel is. De beoogde besparing van € 38.000 voor 2022 wordt niet gehaald. Bij de update van het Actieplan Jeugd (voor het zomerreces) wordt hierover een nadere toelichting gegeven.

Maatregel 5: Toevoegen van GGZ expertise aan de zorgteams voor begeleiding op locatie
Op basis van de evaluatie van de pilot in 2021 is besloten om de inzet van de gedragswetenschapper en de tijdelijke extra capaciteit voor het schoolmaatschappelijk werk op de scholen ten behoeve van de ondersteuning aan leerlingen met GGZ-problematiek, te beëindigen. Het doel van de maatregel was leerlingen vroegtijdig binnen de school te ondersteunen ter voorkoming van de inzet van (dure) jeugdhulpproducten – in het bijzonder het product OnderwijsJeugdhulp. Gebleken is, dat een deel van hulpvragen waarvoor leerlingen voorheen werden verwezen naar het OnderwijsJeugdhulp-product niet konden worden ondervangen met deze werkwijze en er alsnog een verwijzing nodig was naar specialistische jeugdhulp. De opbrengsten van de pilot worden meegenomen in de doorontwikkeling van de Toegang tot jeugdhulp. De besparing is grotendeels bereikt, doordat er een tariefsverlaging is afgesproken voor het Onderwijs-Jeugdhulpproduct. Het is niet mogelijk om na te gaan welke kosten zijn verbonden aan de jeugdigen die, ondanks de inzet van hulp op school, toch zijn verwezen naar de specialistische jeugdhulp. Daardoor kan niet worden vastgesteld of de beoogde besparing volledig is behaald. Aanname is dat de besparing voor 50% wordt gerealiseerd (€ 335.000). Bij de update van het Actieplan Jeugd wordt een alternatief voorstel gepresenteerd.  

Maatregel 7: Uitbreiding trajectbegeleiding Jongerenwerk
Door de COVID-19 pandemie is de aanloop van de uitvoering van de trajectbegeleiding door het jongerenwerk langer geweest dan gepland. Daarnaast zijn in 2021 minder trajecten gestart dan gepland. De verwachting is dat in 2022 het beoogde aantal trajecten wordt behaald. Aanname is dat van de 30 jongeren die worden begeleid, circa 10 jongeren geen jeugdhulp nodig hebben en 20 jongeren toch doorverwezen worden naar een vorm van specialistische jeugdhulp. Van de beoogde besparing in 2022 van € 147.000 wordt € 75.000 gerealiseerd. Eerder was in de financiële doorrekening aangenomen, dat geen enkele jongere zou doorstromen naar specialistische jeugdhulp, maar dat blijkt niet reëel. Vandaar dat de beoogde besparing voor dit jaar is bijgesteld. 

Maatregel 15: Verschuiven van landelijk hoog specialistische jeugdhulp naar regionaal specialistische jeugdhulp
In 2021 is het aantal cliënten met jeugdhulp ingekocht via het Landelijke Transitiearrangement (hierna: LTA) licht gestegen. De gemiddelde kostprijs van de LTA-producten is echter sterk gestegen. Bij LTA-zorg gaat het vaak om dure trajecten. Een beperkt aantal jeugdigen zorgt daarmee voor een sterke stijging van de kosten, waardoor de beoogde besparing (€ 14.000) niet wordt gehaald. Gezien de beperkte invloed die de gemeente heeft op de inzet van deze trajecten, is het niet meer reëel om hier een besparingsopgave aan te koppelen. Bij de update van het Actieplan Jeugd wordt een alternatief voorstel gepresenteerd.  

Maatregel 8: Doorontwikkelen POH-jeugd en schoolmaatschappelijk werk
Er worden meer jeugdigen gezien door de POH-jeugd en het schoolmaatschappelijk werk dan bij aanvang van de maatregel werd aangenomen. Een deel daarvan wordt (alsnog) doorverwezen naar specialistische jeugdhulp. Op basis van de aannames en de berekening die ten grondslag ligt aan de maatregel, wordt de beoogde besparing bereikt. Dit leidt echter niet tot een verlaging van de kosten voor specialistische jeugdhulp. Dit wordt mede veroorzaakt door een toename van de intensiteit van het jeugdhulpgebruik (zie ook de toelichting bij maatregel 16). Aanname is dat de verwachte besparing dit jaar voor 50% wordt behaald (€ 112.000). Op basis van de evaluatie van de Toegang tot jeugdhulp wordt een voorstel voor bijsturing en verdere doorontwikkeling opgesteld. Dit voorstel maakt onderdeel uit van de update van het Actieplan Jeugd.

Maatregel 16: Sturen op afname intensiteit bij jeugdhulpproducten
Het doel van deze maatregel is het maximeren van het aantal uren in toewijzingen naar de jeugd-GGZ. Er wordt daarbij gebruik gemaakt van een normenkader. Resultaat van de maatregel is dat steeds meer toewijzingen worden afgegeven binnen het vastgestelde normenkader. De POH-jeugd en de medisch specialisten verwijzen echter nog alleen op product en niet op hoeveelheid zorg, terwijl de meeste verwijzingen voor jeugd-GGZ via de medische verwijsroute lopen. In het raadsmemo over de analyse van de kostenontwikkeling jeugdhulp Zorg in Natura 2021 is dit reeds aangegeven. De verwachting is dat de beoogde besparing (€ 711.000) in zijn geheel niet wordt gehaald. Herijking van de maatregel is nodig en staat niet los van de evaluatie van Toegang (zie ook de toelichting bij maatregel 8). Een voorstel hiertoe maakt onderdeel uit van de update van het Actieplan Jeugd. 

Risico’s

 

Gebiedsgerichte ondersteuning
Sinds 1 mei 2021 is de gebiedsgerichte ondersteuning door de gemeente extern belegd. Welzijnsactiviteiten, dagbesteding, begeleiding en preventieve jeugdhulp worden in samenhang zo dicht mogelijk bij de bewoners in de wijk aangeboden. Naast een inhoudelijke verbetering zou dit ook tot een kostenbesparing moeten leiden. Gerekend vanaf het basisjaar 2020 een besparing van € 0,6 mln. (na aanpassing) in 2021 oplopend naar € 1,55 mln. vanaf 2025.
Over de opstartkosten, volumes en kwaliteit voert het college overleg met de aanbieder. In het eerste jaar van uitvoering van de nieuwe organisatie komt een aantal vraagstukken aan het licht. In de eerste plaats bestaat de kans dat de opstart- en implementatiekosten voor de aanbieder hoger zijn dan eerder voorzien.  Afhankelijk van de redenen van die kostenstijging is het mogelijk dat de gemeente contractueel verplicht is om een deel van die hogere opstartkosten te vergoeden. Daarnaast is er onduidelijkheid over het feitelijke gebruik van voorzieningen. Dat laatste is van belang, omdat het contract met de aanbiedende partij(en) erin voorziet, dat de gemeente bij een aantoonbaar afwijkend gebruik van voorzieningen, op basis van nacalculatie, een extra vergoeding verstrekt in aanvulling op de overeengekomen lumpsum vergoeding.  Voor een extra vergoeding is alleen sprake bij aantoonbaar hoger gebruik van voorzieningen. 

Hoewel er nog geen gevalideerde feitelijke gegevens zijn, achten wij het niet ondenkbaar dat het bedrag van de taakstelling uit maatregel 98 van Ombuigen en Vernieuwen, niet volledig te realiseren is. Zodra er meer feitelijke gegevens over het gebruik bekend zijn, wordt beoordeeld of en in hoeverre er sprake is van meerkosten voor de gemeente.