Bijlage 4. Monitor Ombuigen en vernieuwen

Inleiding

Terug naar navigatie - Inleiding

Dit is de eerste monitor Ombuigen en vernieuwen van 2022. De monitor is ingericht om de voortgang (of afwijking) van de maatregelen te volgen naar uitvoering en financiën en deze zijn per maatregel in de monitor opgenomen en voorzien van een kleur volgens stoplichtmodel. De maatregelen zijn verdeeld in twee zwaartecategorieën, waarbij de maatregelen in categorie 2 complexer zijn dan die in categorie 1. Een meer uitgebreide toelichting op alle ontwikkelingen in het sociaal domein is opgenomen in de al bestaande rapportage Sociaal Domein.
Het stoplicht heeft betrekking op het begrotingsjaar waarin de rapportage verschijnt; als er aanleiding is om in te gaan op meerjarige effecten wordt dat in de annotatie bij de monitor aangegeven. De kleur van het stoplicht bepaalt de noodzaak tot actie, de tekst geeft nadere toelichting/nuancering. 

De monitor

Terug naar navigatie - De monitor

De bezuinigingsopgave staat in onderstaande tabel:

Het aantal maatregelen is 73. De taakstelling voor 2022 is € 12,377 mln. Daarvan wordt in deze monitor aangegeven dat ruim € 1,559 niet kan worden gerealiseerd. Van de totale taakstelling in 2025 van ruim € 14 mln. blijft € 13,329 realiseerbaar. De bijstelling van € 0,5 mln. in dat jaar is een gevolg van de uitkomst van het referendum over afvalbeleid waardoor de daaraan verbonden bezuinigingstaakstelling niet gehaald wordt.

Van de maatregelen zijn 55 van de 73 maatregelen gerealiseerd. Dat is 55% van de oorspronkelijke bezuinigingsdoelstelling van € 12.377 van dit jaar en gaat om een bedrag van € 6,783 mln. De overige 18 Maatregelen zijn in uitvoering. In voorgaande periodes is een deel van de opbrengsten ter grootte van € 1,873 mln. afgeraamd. Dat aandeel is in de taartdiagrammen in rood apart zichtbaar gemaakt. Dat is inclusief de bijstelling uit deze monitor van € 1,559 mln. Het deel van de 9 rode maatregelen dat dit jaar nog gerealiseerd kan worden is € 435.000.

Uitgesplitst naar categorie maatregelen ziet het beeld er als volgt uit voor categorie 1:

Van de oorspronkelijke taakstelling van de maatregelen in categorie 1 is 88% gerealiseerd.
De categorie 2 maatregelen laten een minder gunstig beeld zien.

Van de oorspronkelijke doelstelling aan taakstellingen is in categorie 2 tot en met deze monitor € 1,741 mln. afgeraamd..

Toelichting per maatregel
De maatregelen worden toegelicht in volgorde van categorie en daarbinnen per programma.

Categorie 2 – maatregelen

Programma 1
23 - Integrale aanpak schulden en ondersteuningstraject
Een schuldhulpverlener is toegevoegd aan het Multi Disciplinair team. Zij heeft via dat team maar ook daarnaast een steeds betere verbinding met het team JGH. Eerste resultaten zijn waarschijnlijk pas verder in het jaar 2022 te zien.

30 – Slimmere uitvoering participatiewet
Sinds 1 januari 2021 werkt het nieuwe team Inkomen en Zekerheid, met ondersteuning van de Wasstraat, voor diverse onderwerpen aan procesoptimalisatie. De Inkomstenverklaring, de Bijzondere Bijstand, de aanschaf en inrichting van een Burgerportaal, de inrichting van overlappende werkprocessen met de Binnenbaan, de aanvragen Levensonderhoud (bijstand) en de JGO's (Jaarlijks Groot Onderzoek). In TB1 1 2022 wordt melding gemaakt dat een besparing van 83K in 2022 niet gehaald wordt door prioritering van het nieuwe zaaksysteem en omdat de optimalisatie nog in voorbereiding is. Inmiddels is duidelijk geworden dat het Burgerportaal op zijn vroegst pas in het 2e kwartaal 2022 operationeel kan zijn. Daardoor zal ook in 2022 de voor deze bezuiniging noodzakelijke procesoptimalisatie nog niet (volledig) zijn gerealiseerd. In TB1 van 2022 is duidelijk wat de status is van de inrichting van het Burgerportaal en melden we welk deel van de besparing in 2022 haalbaar is. Vanuit het voorzichtigheidsprincipe gaan we ervan uit dat deze besparing in 2022 nog niet gerealiseerd zal worden. Het feit dat het team Inkomen en Zekerheid is gestart met een formatietekort maakt het realiseren van deze maatregel onzeker.

31 – Anders organiseren bewindvoering
Er is ambtelijk onderzoek gedaan naar de haalbaarheid om de dienstverlening van beschermingsbewind (gedeeltelijk) in eigen hand te nemen. Het rapport is afgerond. Op basis van jurisprudentie en aan de hand van voorbeelden van drie gemeenten, is het niet houdbaar gebleken bewindvoering in eigen beheer te onderbouwen in verband met concurrentieoverwegingen. Commerciële bewindvoerders houden een rol in de uitvoering. Gevolg is dat het uitsluitend in eigen beheer uitvoeren niet mogelijk is. Bij de gemeenten die een vorm van eigen beheer hebben heeft de constructie niet geleid tot een financiële besparing op de uitgaven voor bijzondere bijstand. Daarnaast moet rekening worden gehouden met de kosten die financiële compensatie van marktpartijen met zich meebrengen. Daarbij komt dat de relatie met bewindvoerders sterk on der druk komt te staan en rekening moet worden gehouden met juridische procedures.

Het onderzoek geeft aanleiding om verder te investeren in samenwerking met de rechtbank, bewindvoerders en met maatschappelijke partners om te komen tot procesverbeteringen en partners goed te blijven informeren over het gemeentelijke aanbod aan hulp. Ook is besloten om gebruik te maken van het Adviesrecht bij schuldenbewind. De voorgestelde besparing van € 200.000 is structureel niet realiseerbaar. Dit is verwerkt in de Perspectiefnota.

Programma 2
5 – Toevoegen GGZ expertise aan zorgteams op locatie
Het doel van deze maatregel was om leerlingen met GGZ-problematiek vroegtijdig op school begeleiding te bieden, zodat inzet van specialistische jeugdhulp (en het product Onderwijs-Jeugdhulptraject) niet meer nodig zou zijn. De werkwijze werd in het schooljaar 2020-2021 geïmplementeerd. Door het schoolmaatschappelijk werk zijn diverse leerlingen begeleid. De COVID-19 pandemie maakte uitvoering van de maatregel complex, mede door de schoolsluitingen. De problematiek bij leerlingen verergerde en het is gebleken dat de niet alle hulpvragen konden worden ondervangen via de nieuwe werkwijze, waardoor leerlingen alsnog verwezen werden naar specialistische jeugdhulp.  De beoogde besparing is deels gerealiseerd, doordat een tariefsverlaging kon worden bereikt voor het product Onderwijs-Jeugdhulptraject. Het is niet mogelijk om te concluderen of de besparing volledig is gerealiseerd, doordat niet inzichtelijk is welke kosten gekoppeld zijn aan de jeugdigen die toch zijn verwezen naar jeugdhulp.

8 – Doorontwikkeling POH-jeugd en schoolmaatschappelijk werk
Door de doorontwikkeling van de inzet van Praktijkondersteuners Huisarts voor jeugdigen (POH-jeugd) en het schoolmaatschappelijk werk zouden jeugdigen laagdrempelig kunnen worden begeleid, waar nodig kunnen worden doorverwezen naar preventief ondersteuningsaanbod en zou er minder verwijzingen nodig zijn naar specialistische jeugdhulp. De positie van de POH-jeugd en het schoolmaatschappelijk werk in de toegang tot jeugdhulp is versterkt. Er worden veel jeugdigen gezien door de POH-jeugd en het schoolmaatschappelijk werk en daarvan wordt ongeveer een derde deel verwezen naar specialistische jeugdhulp. Als gevolg van de COVID-19-pandemie konden echter minder jeugdigen worden gezien dan daarvoor het geval was en ook wordt een verzwaring van de hulpvragen waargenomen. Hiervoor is ook vaker (alsnog) een verwijzing nodig naar specialistische jeugdhulp. De beoogde besparing wordt gedeeltelijk behaald. Echter, door een toename van de intensiteit van de jeugdhulp is het effect op de totale kosten voor jeugdhulp niet zichtbaar. Op basis van een evaluatie van de toegang zal een voorstel voor doorontwikkeling worden opgesteld.

9 – Pilot kostenbewust handelen in de toegang
De medewerkers van de lokale toegang (JGH) zijn tijdens een sessie in 2019/2020 meegenomen in een aantal casus voorbeelden. Hierbij werden dossiers gebruikt die al afgerond waren. Aan de hand van de casus keek men samen naar een inschatting van de te leveren zorg. Daarnaast werd met elkaar gereflecteerd aan de hand van de daadwerkelijk geleverde zorg. Terugkijkend op deze sessie wordt door de medewerkers ervaren dat het hen een ander inzicht heeft leren krijgen.

De inspanningen die zijn geleverd ten aanzien van deze businesscase lijken op basis van de cijfers van 2020 de vruchten af te werpen. De bewegingen die we vervolgens in 2021 zien, zou kunnen duiden op het vervagen van inzichten die zijn opgedaan in het jaar 2019/2020. Dit kan te maken hebben met personeelswisselingen die plaats hebben gevonden binnen de lokale toegang (JGH). Daarnaast is de invloed van COVID hier mogelijk ook aan toe te schrijven. Er zal onderzoek gedaan moeten worden naar de reden van de verschuiving om op basis daarvan vervolgens te kunnen sturen.

Ten aanzien van de sturing op de WLZ zal er opnieuw onderzocht moeten worden op welke wijze we het succes van deze maatregel kunnen duiden, daar de overgang naar de WLZ niet direct inzichtelijk is voor de gemeente, omdat ouders/gezin deze aanvragen altijd zelf in moeten dienen. Binnen de lokale toegang zijn de medewerkers getraind op kennis rond om de WLZ-indicering en is kennis over de zorgverzekeringswet daaraan toegevoegd. Daarnaast is er standaard aanwezigheid van een medewerker JGH bij het netwerk palliatieve zorg voor kinderen. En zijn er lijnen gelegd met het Langeland ziekenhuis. Tijdens deze ontwikkeling is duidelijk geworden dat de medewerkers JGH in het geval van een WLZ wet casus de ouders daarvan in kennis stellen.
Met enkele jeugdige/gezin zijn zij in gesprek gegaan om te onderzoeken welke wet passender is voor de situatie van de jeugdigen.
Voorheen is ten aanzien van deze maatregel voornamelijk gekeken naar een aantal producten om potentiële WLZ-indicaties te duiden. Er zou op basis van data onderzoek gedaan kunnen worden naar jeugdigen die al zeer langdurig onder de Jeugdwet gefinancierd worden. Deze data zou besproken kunnen worden met proces coördinatoren om na te gaan welke jeugdige mogelijk nog in aanmerking zouden komen voor een WLZ-indicatie. Door dit proces te volgen is er een mogelijkheid om de financiële gevolgen in kaart te brengen.

Rondom dit onderwerp zijn momenteel regionale ontwikkelingen gaande waar gemeente Zoetermeer bij aan zal sluiten.

11 – Inzetten op integrale zorg en ondersteuning: Beter samenspel
Samenvatting belangrijkste bevindingen:
De teams binnen de lokale toegang (JGH) worden vanaf januari 2022 getraind in de werkwijze Beter Samenspel. De bedoeling is dat alle jeugdigen die gezien worden in het plus team JGH (200) en alle jeugdbeschermingszaken op deze wijze worden benaderd vanaf 2e helft 2022, waardoor de doelgerichtheid en effectiviteit van de hulpverlening toeneemt, er sprake is van kennisdeling tussen de GI en JGH, en er continuïteit geboden kan worden aan de gezinnen.
De formatieve onderbouwing die destijds is aangeleverd vanuit de regio om deze werkwijze uit te voeren, is te krap. Er is een besparing oplopend tot € 1,2 mln. in 2025; deze is onvoldoende onderbouwd. Een pilot-fase heeft inzicht gegeven in de meerwaarde van Beter Samenspel in Zoetermeer en enige richting in de formatieve impact op het team JGH.

Advies
Het opnieuw uitwerken van de besparingsopgave is noodzakelijk, waarbij er eveneens aandacht is voor de capaciteit van JGH en vooruit wordt gekeken naar de ontwikkelingen, zoals het toekomstscenario.

14 – Verlagen PGB tarieven
We zien bij deze maatregel dat het financiële resultaat is behaald. In 2021 hadden we een onderschrijding van het budget. We gaan ervan uit dat dit voortzet in 2022. De afname in aantallen en in toegekend budget is ontstaan door diverse factoren maar voornamelijk door de afname van de duurste budgetten (van rond 1 ton). De reden hiervoor is divers: een overstap naar de WL/Zvw door onze aangescherpte bemoeienis, het bereiken van de 18j leeftijd en verhuizing buiten de gemeente. Een veel minder groot effect heeft de overstap van jeugdigen met hun pgb-aanbieder naar zorg in natura waar er hogere tarieven gelden (rond de 2 ton). Het effect van de verplaatsing van de zorg vanuit Pgb naar de ZIN en de afname van het aantal duurste budgetten is berekend in de maatregel.

16 – Sturen op afname intensiteit jeugdhulpproducten
We zien over de jaren 2019 tot en met 2021 een zeer positieve beweging van een toename in het toewijzen binnen het Normenkader en het afnemen van toewijzingen boven het Normenkader. Tussen 2019 en 2021 is het toewijzen binnen het kader met 22% toegenomen en toewijzingen boven het kader met 22% afgenomen.

De eerste inzichten van de resultaten van het werken met het Normenkader door de lokale toegang en SMW werd december 2020 inzichtelijk. De percentages van binnen en boven het Normenkader verwijzen lagen ver uit de gestelde percentages van 80% binnen het Normenkader en 20% boven het kader. Hierop zijn in januari 2021 en september opfris scholingen gegeven voor zowel het Normenkader als de wijzigingen van de inkoop. Deze scholingen zijn met een verplichtend karakter gegeven aan alle medewerkers van de lokale toegang (JGH), schoolmaatschappelijk werk (SMW) en de praktijkondersteuners (POH) van de huisartsen. Ondanks dat de POH niet verwijst op het Normenkader was deze ambitie er nog wel en werd er positief gereageerd op het (online) samenkomen van de medewerkers van deze toegangspartners.

98 – Herinrichting Wmo en preventieve jeugdvoorzieningen
"Deze maatregel kent 3 onderdelen: 1) Gebiedsgerichte ondersteuning 2) Cliëntondersteuning en 3) Subsidies.

Onderdeel 2 is volledig gerealiseerd. Onderdeel 3 is nagenoeg gerealiseerd en onderdeel 1 zal vanaf 2022 gerealiseerd worden.

Van onderdeel 3 Subsidies moet nog een bedrag van € 30.000 worden gerealiseerd. De oorspronkelijke aanpak - een structurele taakstelling op zogenaamde maatjesprojecten - blijkt bij nader inzien niet uitvoerbaar. In de afgelopen periode hebben deze projecten hun waarde bewezen. Maatjesprojecten zijn ook bij uitstek ondersteuningsvormen die de sociale basis versterken, een van de speerpunten bij de herinrichting van de maatschappelijke ondersteuning. De verwachting is dat in de loop van 2022 een alternatieve invulling van de taakstelling gevonden zal worden.

Voor onderdeel 1 Gebiedsgerichte ondersteuning gaat de taakstelling met ingang van 2022 in. De maatregel zal gefaseerd (oplopend) worden doorgevoerd totdat vanaf 2025 een bedrag van structureel € 600.000 zal worden omgebogen.

De gebiedsgerichte ondersteuning wordt vanaf 1 mei 2021 uitgevoerd door een combinatie van zorg- en welzijnsaanbieders die hiervoor samenwerken onder de naam inZet. De instroom van klanten in het nieuwe samenwerkingsverband vindt gefaseerd plaats: inwoners met een nieuwe ondersteuningsvraag en inwoners die gebruik maken van de welzijnsactiviteiten en preventieve jeugdactiviteiten die onder inZet vallen stromen direct in bij inZet. Cliënten die een indicatie hebben van de gemeente voor begeleiding of dagbesteding stromen in zodra hun indicatie bij hun huidige aanbieder afloopt. Op dit moment ligt de focus van inZet bij een zorgvuldige overdracht van cliënten van aanbieders buiten inZet.

Om de opdracht te kunnen uitvoeren met het budget dat daarvoor beschikbaar is (inclusief taakstelling), is het essentieel dat inZet aan de slag gaat om het aanbod, te vernieuwen. Dit proces zal nauwlettend worden gevolgd. Mocht de doelstelling niet volledig slagen, en zo ook eventuele bijsturingsacties, dan zal daar bij TB2 over worden bericht.

Programma 4
44a – Stoppen met wijkvestigingen bibliotheek
De taakstelling is in de voorlopige subsidiebeschikkking 2022-2025 van de bibliotheek Zoetermeer doorgevoerd en daarmee gerealiseerd.

Overzicht Overhead
106 - Organisatieontwikkeling en efficiency/Inrichten ‘wasstraat’ procesverbetering
In het programma Ombuigen & Vernieuwen zijn de voorstellen 105  (Organisatieontwikkeling en efficiency) en 107 (Inrichten  ‘wasstraat’ procesverbetering en verbeteren van de dienstverlening en efficiency)  gebundeld in een efficiencytaakstelling van in totaal € 1,5 mln. De taakstelling is met de inzet op scherper inkopen bij met name inhuur en het vaker gebruik maken van regionale inkoopmogelijkheden, vanaf 2025 volledig ingevuld. In de jaren 2022-2024 resteert nog een tijdelijk bedrag aan taakstelling tussen de € 0,3 en € 0,08 mln. Daarvoor wordt nog naar tijdelijke dekkingsmogelijkheden gezocht.

Overzicht OAD
111 - Invoeren diftar
Het referendum over het afval- en grondstoffenbeleidsplan heeft plaatsgevonden op 16 maart 2022. Naar aanleiding van de uitslag, een duidelijk 'nee' tegen het beleidsplan, zal de raad zich bezinnen welke stappen de komende jaren genomen worden met betrekking tot het afvalbeleid. De invoering van diftar staat bij voorbaat niet vast. Wanneer geen diftar wordt ingevoerd zullen geen besparingen, die dit met zich meebrengen, ingeboekt kunnen worden. De hieraan gekoppelde OZB verhoging wordt niet gerealiseerd. Het budgettair effect is verwerkt in de Perspectiefnota.

Categorie 1 – maatregelen

Programma 1
4 – Onderwijs-jeugdhulp arrangementen speciaal (basis-)onderwijs
Doel van de maatregel was om een kwalitatieve verbeterslag te realiseren in de zorgstructuur op de scholen en daardoor ook een besparing op de kosten voor jeugdhulp te realiseren. Samen met het samenwerkingsverband voor het onderwijs zijn plannen gemaakt voor de inzet van onderwijs-jeugdhulparrangementen. Het was de wens om reeds in 2021 te starten met de arrangementen, maar dit is niet gerealiseerd. Redenen hiervoor zijn onder meer juridische belemmeringen en ontwikkelingen in de regio. De samenwerking met het onderwijs is inhoudelijk van belang en wordt inhoudelijk voortgezet, maar de directe koppeling aan een besparing op de kosten voor jeugdhulp is niet reëel gebleken. De besparing voor 2022 wordt niet gehaald.

7 – Uitbreiding trajectbegeleiding jongerenwerk
De door Buurtwerk ingekochte trajecten hebben een duidelijk afschalende werking op het gebruik van jeugdhulp en aanpalende vlakken. Dit maakt de trajectbegeleiding een effectieve preventieve interventie. Door lockdowns als gevolg van de COVID-19-pandemie is het bereik nog niet volledig geweest. De ingezette acties om een betere positionering te bereiken hebben wel het effect gehad dat jongeren deze preventieve maatregel steeds beter weten te vinden. De verwachting is dat 1/3 van de jeugdigen die trajectbegeleiding ontvangt geen specialistische jeugdhulp nodig heeft. Bij de oorspronkelijke berekening van de besparing was aangenomen dat geen enkele jongere na trajectbegeleiding doorverwezen zou worden, maar dit blijkt in de praktijk niet realistisch te zijn. Van de beoogde besparing van € 147.000 wordt dit jaar € 75.000 gerealiseerd.

15 – Verschuiving landelijk naar regionaal specialistische jeugdhulp
In de afgelopen periode is de businesscase opnieuw onder de loep genomen en is getracht te achterhalen welke interventies tot op heden zijn gedaan. Door wisselingen van medewerkers zijn reeds gelopen acties onduidelijk. Deze gaan opnieuw in kaart gebracht worden. De verhoudingen van verwijzen die naar de LTA  hebben verwezen zijn onderzocht. We zien in het jaar 2021 een lichte toename op verwijzingen naar de LTA zorg, maar in de basis is het nog steeds erg weinig wat naar dit type zorg wordt verwezen. We zien bij de lokale toegang en in het medisch domein een hele lichte toename van toewijzingen die zij hebben afgegeven op de LTA zorg. En zal nader onderzocht worden hoe hierop te acteren.

Programma 3
73 - Omvormen Rosarium Rokkeveen
Het buurtinitiatief is eind 2021  geëffectueerd en het dagelijks beheer is volledig overgedragen aan de buurtbewoners onder begeleiding van de wijkaannemer.

108a/d – Ink parkeerexploitatie (parkeervergunningen, tarieven bezoeker, verruimen betaaltijden)
In februari 2020 is de verruiming van de betaaltijden doorgevoerd. Ondanks de hogere tarieven en ruimere betaaltijden wordt bij lange na niet de omzet gehaald van 2019 (€ 2 mln) en is de verwachting dat de inkomsten hoger zullen zijn vergeleken met 2021 (€ 1.4 mln). Daarnaast is de bezoekersregeling verlengd tot en met 2022. De beoogde inkomstenstijging zal net als in 2021 niet worden behaald omdat er minder geparkeerd wordt dan begoot en omdat bezoek van inwoners gebruik kan maken van de bezoekersregeling.  Ook na de lockdown zullen diverse vergunninghouders thuis aan het werk zijn. Hierdoor zijn minder parkeerplaatsen in het Centrum beschikbaar om op straat te parkeren en maken bezoekers van het centrum waarschijnlijk meer gebruik van de  goedkopere parkeergarages. Net zoals in 2021 zijn de gevolgen van Covid-19 ook in 2022 zichtbaar in de parkeerexploitatie. Aangezien in maart 2022 de Covid-19 maatregelen zijn afgeschaft is de verwachting wel dat de inkomsten hoger zullen zijn dan in 2021. Net zoals gemeld in 2021 is de verwachting dat pas in 2024 de volledige inkomstenstijging voor de parkeervergunningen gerealiseerd zal worden.  Dit scenario gaat er van uit dat het parkeergedrag weer de vorm aanneemt van voor de Covid-19 crisis. Financieel is er voor 2022 nog geen effect omdat er de verwachting is dat  tegenover de lagere inkomsten, net als in 2020 en 2021, een rijksvergoeding staat om de effecten van Covid-19 te compenseren.

Programma 4
41b - Openhouden Cultuurpodium Boerderij onderhoud
Het bedrag is opgenomen in de voorlopige subsidiebeschikking 2022 t/m 2025 en wordt voor 50% benut om de formatieuitbreiding te financieren. Voor de overige 50% is een investeringsplan gemaakt. De verantwoording gebeurt jaarlijks via de subsidievaststelling. De maatregel loopt door tot en met 2025 en is dus nog niet volledig uitgevoerd.

Overzicht Overhead
78 – Aanpassen tijdverantwoording
Het onderzoek naar de mogelijkheden om de tijdsverantwoording eenvoudiger en goedkoper uit te voeren is opgestart en wordt in 2022 nog verder uitgewerkt. De rechtspositionele randvoorwaarden en gebruiksmogelijkheden van alternatieve applicaties wordt nog nader onderzocht. Het bedrag van de taakstelling wordt in 2022 ingevuld door uitstel van de vervanging van het financieel systeem.