Inleiding

De Perspectiefnota 2023 (PN) schetst op hoofdlijnen het financieel perspectief voor 2023 en de volgende jaren. Ook worden de afwijkingen over het lopende begrotingsjaar 2022 in de PN opgenomen: het Eerste Tussenbericht.

Er is sprake van een bijzondere situatie vanwege het verkiezingsjaar. Op dit moment is het collegeprogramma met het beleidsperspectief voor de komende jaren nog niet bekend. Het zwaartepunt van de perspectiefnota ligt daarom dit jaar op het financiële beeld, waarin de (financiële) gevolgen van het nieuwe regeerakkoord voor een deel zijn verwerkt. Het gaat met name om de financiële gevolgen van niet te beïnvloeden onderwerpen. Het huidige college doet geen voorstellen voor beleidsintensiveringen en dekking. Beide thema's passen beter bij de rol en verantwoordelijkheid van het volgend college. Voorstellen voor het nieuwe beleid voor de komende jaren komen tot uiting in het collegeprogramma.   

De (financiële) gevolgen van het nieuwe regeerakkoord zijn wat betreft de veranderingen in de accresontwikkeling van het gemeentefonds verwerkt. De specifieke thema’s uit het regeerakkoord (zoals volkshuisvesting, woningbouw en energietransactie) zijn, in afwachting van nadere uitwerking en duiding van de voorstellen in het regeerakkoord nog niet vertaald; noch budgettair noch inhoudelijk.
In deze perspectiefnota is de groei van de algemene uitkering en de OZB naar aanleiding van de volumeontwikkeling door groei van woningen (en daarvan afgeleid inwoners) op basis van de gegevens uit de woningbouwmonitor en het programma Entree globaal geduid. De verwachte groei van inkomsten/algemene uitkering is budgettair neutraal verwerkt: de helft van de extra inkomsten wordt gestort in de Reserve investeringsfonds, de andere helft wordt gereserveerd op een stelpost in afwachting van ’claims’ voor volumeontwikkelingen om voor meer inwoners hetzelfde voorzieningenniveau in de stad mogelijk te maken.
De Perspectiefnota 2023 vormt samen met het collegeprogramma de input voor het voorjaarsdebat. De inhoudelijke voorstellen in het collegeprogramma en het financieel perspectief opgenomen in de Perspectiefnota 2023 bieden de raad handvatten om in het voorjaarsdebat nader richting te geven voor de komende jaren. Ook kan de raad aandacht voor specifieke onderwerpen vragen. De uitkomsten van het voorjaarsdebat zijn de basis voor de Programmabegroting 2023 – 2026, waarover tijdens het begrotingsdebat in november 2022 besluitvorming plaatsvindt.

Meicirculaire

De voorschriften van de provinciaal toezichthouder geven aan, dat de gevolgen van de meicirculaire worden betrokken in de Programmabegroting 2023-2026. De gevolgen van de aanstaande meicirculaire zijn niet in de Perspectiefnota 2023 verwerkt. Op dit moment is nog geen betrouwbare inschatting te geven over de gevolgen van deze circulaire voor onze gemeente.
Zo snel als mogelijk na het verschijnen van de meicirculaire wordt de raad in een afzonderlijk memo op hoofdlijn over de financiële uitkomst van de meicirculaire voor het voorjaarsdebat geïnformeerd. Na het zomerreces wordt een nadere duiding van de gevolgen van de meicirculaire gegeven.

Leeswijzer

Na de inleiding volgt een schets op hoofdlijnen van ontwikkelingen. Daarna volgt het financieel perspectief voor de komende jaren. Ook wordt ingegaan op de ontwikkeling van de reserves (Reserve investeringsfonds 2030/Rif, Fonds Zoetermeer 2040 en Reserve vrij inzetbaar).

In aansluiting daarop wordt per programma en daarbinnen op postniveau, een toelichting op de ontwikkeling van met name het financieel perspectief gegeven. In principe kent elk programma de volgende inrichting. Allereerst wordt schematisch de doelenboom getoond met op het hoogste niveau het te bereiken maatschappelijk effect. Daaronder volgen de te realiseren doelen en de effectindicatoren (= meetfactoren). 

Ten tweede wordt een tabel getoond met onderwerpen (op postniveau) met daaronder een korte toelichting op de financiële en inhoudelijke gevolgen voor het Financieel perspectief met een indeling in:

  • 1a financiële ontwikkelingen bestaand beleid (mee- en tegenvallers). Naast de leereffecten jaarrekening 2021 gaat het om afwijkingen van het lopend begrotingsjaar;
  • 1b financiële afwijkingen als gevolg van COVID-19;
  • 2 onvermijdelijke ontwikkelingen die buiten de invloedsfeer van de gemeente liggen waaronder de gevolgen van het regeerakkoord en eventueel te besluiten Bestuursakkoord tussen kabinet en VNG;
  • 3 afwijkingen in de realisatie van bezuinigingsmaatregelen ombuigen en vernieuwen (bezuinigingsmonitor).

Het financieel totaaloverzicht van de afwijkingen over het jaar 2022 is in bijlage 2 Samenvatting Eerste Tussenbericht 2022 samengevat.
Het uiteindelijke saldo geeft aan wat de financiële gevolgen zijn voor het betreffende programma ten opzichte van de Programmabegroting 2022-2025. Dit wordt weergegeven als de totale wijziging saldo programma: een min - teken betekent dus een verslechtering van het saldo.

Als van toepassing worden aan het eind van een programma ook de nieuwe strategische risico’s vermeld. Tot slot worden afwijkingen in investeringen en voorzieningen gemeld.

Bijlagen

De volgende bijlagen zijn bijgevoegd:

  1. Toelichting loon- en prijsstijging
  2. Samenvatting Eerste Tussenbericht 2022
  3. Resultaatbestemming jaarrekening 2021
  4. Monitor Ombuigen en vernieuwen
  5. Totaaloverzicht financiële ontwikkelingen (specificaties financiële ontwikkelingen bestaand beleid, financiële afwijkingen als gevolg van COVID-19, onvermijdelijke ontwikkelingen en afwijkingen maatregelen ombuigen en vernieuwen)