Programma 2. Samen leven en ondersteunen

Beleidsmatige afwijkingen

Toename Wmo meldingen
In juni 2021 is de raad middels het memo "toename Wmo meldingen" (24 juni) geïnformeerd over de toename van het aantal Wmo meldingen. De capaciteit van de organisatie is berekend op het afhandelen van gemiddeld 130 meldingen per week bij een volledige bezetting. De instroom is echter hoger, namelijk gemiddeld wekelijks circa 145 met uitschieters tussen de 170 en 195. De verwachting is dat stijging van het aantal meldingen dit jaar aanhoudt. Om deze meldingen tijdig af te handelen (binnen termijn van 6 weken) is meer formatie nodig.

Een melding is nog geen aanvraag, maar kan er wel toe leiden. Het is dan ook mogelijk dat het aantal klanten stijgt en daarmee de uitgaven op de Wmo-voorzieningen. Deze extra kosten zijn deels gedisconteerd in de budgetten van de voorzieningen zelf (Huishoudelijk hulp, begeleiding, hulpmiddelen en overig) en het andere deel is onderdeel van de personele begroting. Dit wordt separaat gemeld bij de financiële afwijkingen.

Financiële afwijkingen

Nr. Doelstelling Onderwerp Afwijking 2e TB '21 Voordeel/ Nadeel Meerjarig/ Eenmalig
Financiële afwijkingen bestaand beleid
1 2.1 Zorg in natura en PGB Jeugdwet 2.400.000 Nadeel Meerjarig
2 2.1 GR Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden en GR Veilig Thuis 114.000 Voordeel Eenmalig
3 2.2 Wmo hulpmiddelen en onderhoud  800.000 Voordeel Eenmalig
4 2.2 PGB Wmo 450.000 Voordeel Eenmalig 
5 2.2 Begeleiding en ondersteuning Wmo 250.000 Nadeel  Eenmalig 
6 2.2 Formatie en inhuur Wmo 175.000 Nadeel Meerjarig
7 2.3 GGD Haaglanden 77.000 Nadeel  Meerjarig
8 2.4 Regionale aanpak dak- en thuisloosheid 160.000 Voordeel Eenmalig
9 2.4 Wijkbudgetten 175.000 Voordeel Eenmalig
10 2.4 Formatie wijkregie 175.000 Voordeel Eenmalig
11 2.4 Vrijwilligersondersteuning en wijkactivering  110.000 Voordeel Eenmalig
Saldo 918.000 Nadeel  
Afwijkingen als gevolg van COVID-19
12 2.1 Omzetgarantie en meerkosten i.v.m. Corona 220.000 Voordeel Eenmalig
Saldo 220.000 Voordeel  
Saldo programma 2 698.000 Nadeel  

Toelichting per onderwerp

1. Zorg in natura en PGB Jeugdwet
In het raadsmemo Kostenontwikkeling jeugdhulp zorg in natura 2021 van 16 juli 2021 is aangegeven dat, op basis van een prognose van het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden, voor jeugdhulp Zorg in Natura in 2021 een kostenstijging van € 4,7 miljoen wordt verwacht ten opzichte van de begroting 2021. Uit een eerste analyse blijkt dat er met name sprake is van een toename van het gebruik van vormen van jeugd-GGZ. Daarnaast is het beeld dat jeugdhulpaanbieders nog niet voldoen aan hun inspanningsverplichting aangaande het richtinggevend kader en de maximale bestedingsruimte. Daardoor is het beoogde financiële effect van de inzet van deze maatregelen nog niet zichtbaar. In het Eerste Tussenbericht is reeds een kostenstijging van € 1,5 mln. gemeld (€ 0,87 mln. effect jaarrekening 2020 en € 0,64 mln. niet gerealiseerde opbrengsten van enkele ombuigingsmaatregelen). Op basis van de rapportage van het Servicebureau wordt daarom rekening gehouden met een verdere kostenstijging van € 3,2 mln. (nadeel).
Bij de PGB's die op grond van de Jeugdwet worden verstrekt, is daarentegen een afname van de inzet van PGB's waarneembaar (voordeel € 0,7 mln.). Dit wordt grotendeels veroorzaakt doordat een aantal PGB-aanbieders een regionaal contract voor jeugdhulp Zorg in Natura heeft gekregen, waarmee de zorgkosten verschuiven van PGB naar Jeugdhulp Zorg in Natura.
Uit de vaststelling door de SVB over het jaar 2020 bleek dat de gemeente meer aan voorschotten heeft betaald dan er aan PGB Jeugdwet over 2020 is uitgekeerd. Dit betreft een voordeel van € 0,1 mln.
De opstelsom van de drie hiervoor genoemde afwijkingen ten opzichte van het Eerste Tussenbericht bedraagt € 2,4 mln. negatief. Voor het meerjarige effect is in de programmabegroting een scenario opgenomen waarbij de overschrijding jaarlijks met 25% afneemt. 

2. GR Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden en GR Veilig Thuis
Het Servicebureau Jeugdhulp mag van de Belastingdienst de omzetbelasting welke aan het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden in rekening is gebracht, doorschuiven aan de deelnemende gemeenten in de gemeenschappelijke regeling. De betreffende gemeenten kunnen deze doorgeschoven omzetbelasting opnemen in hun opgave van het BTW compensatiefonds. Op deze wijze wordt het bedrag achteraf geclaimd bij het BTW compensatiefonds. Over 2020 betreft het een voordeel van € 51.000. 

In het Eerste Tussenbericht is een structureel voordeel van € 75.000 voor Veilig Thuis gemeld vanwege de invoering van een nieuwe systematiek bedrijfsvoeringstoeslag en de toekenning van extra structurele middelen door het rijk voor de Veilig Thuisorganisaties. Ook is een eenmalig voordeel voor 2021 gemeld van € 225.000. De definitieve vaststelling van de deelnemersbijdrage aan de GR voor 2021 levert nog een eenmalig extra voordeel op van € 63.000.

3. Wmo hulpmiddelen en onderhoud
In 2020 is een inhaalslag gemaakt om de voorzieningen in het depot weer gebruiksklaar te maken en het achterstallig onderhoud van het wagenpark weg te werken. Dit werkt door in de lasten van 2021. Zo zijn in 2021 voorzieningen veelal uit het depot verstrekt zonder dat daar in 2021 kosten voor zijn gemaakt. In 2020 is daarnaast een actief vervangingsbeleid gevoerd, waarbij alle uitstaande (actieve) voorzieningen van 8 jaar en ouder vervangen zijn. Ook hulpmiddelen die technisch nog werkten zijn vervangen in 2020. De verwachting is dat dit een fors positief effect op de lasten in 2021 heeft, er hoeft immers minder vervangen te worden, en dat dit effect sterk zal afnemen in de loop der jaren omdat het niet vaak voorkomt dat de technische levensduur van een hulpmiddel 9 jaar of nog langer is. In de aanbesteding is de verlaging van de economische levensduur van 8 naar 7 jaar (7 jaar is een realistischer gebruiksduur van hulpmiddelen) en het effect daarvan op het onderhoud meegenomen. De aanbesteding is overigens al verwerkt in de meerjarenbegroting.

Het aantal nieuwe klanten ligt lager. Dit komt omdat door Covid-19 en het slechte voorjaar/zomer minder activiteiten georganiseerd c.q. bezocht zijn, waardoor bewoners minder buiten komen en ook geen aanvraag doen voor een hulpmiddel. Dit zal op termijn wel weer ingelopen worden, maar deze ontwikkeling is moeilijk te voorspellen.

Hierdoor wordt een incidenteel voordeel verwacht van € 800.000. Er vindt onderzoek plaats naar een eventueel structureel effect.

4.  Persoonsgeboden budgetten (PGB's)  Wmo
Er is een afname van het aantal cliënten met een PGB indicatie in de eerste helft van 2021. Het verwachte voordeel ten opzichte van de begroting wordt geschat op € 450.000. Er vindt nog onderzoek plaats naar een eventueel structureel effect.

5. Begeleiding en ondersteuning Wmo
Op basis van de gerealiseerde begeleiding en ondersteuning Wmo over de maanden januari tot en met april is een prognose op jaarbasis gemaakt. Ten opzichte van de programmabegroting 2021, raming € 9,1 mln., wordt een nadeel van € 250.000 verwacht.

Per 1 mei 2021 is de gebiedsgerichte ondersteuning door een samenwerkingsverband gestart, die vanaf genoemde datum het grootste gedeelte van de begeleiding en ondersteuning voor zijn rekening neemt (een deel blijft bij de gemeente). Bij de besluitvorming over de gebiedsgerichte ondersteuning (raadsbesluit 2 juni 2020) is het budget ten behoeve van het samenwerkingsverband vastgesteld op basis van het aantal cliënten 2019. In het raadsbesluit wordt onderkend, dat het aantal inwoners dat een beroep doet op de Wmo jaarlijks groeit. Tevens wordt onderkend dat de gemeente op grond van de Wmo verplicht is voor de ondersteuning een reëel budget beschikbaar te stellen. Tegen deze achtergrond is het van belang dat het budget, bij de start van de gebiedsgerichte ondersteuning in mei 2021, is afgestemd op het verwachte aantal cliënten in 2021.

Het voor 2021 verwachte volume tekent zich langzamerhand af. Er wordt rekening gehouden met een groei ten opzichte van de uitgangswaarden 2019. Op basis van de gerealiseerde ondersteuning over de eerste vier maanden 2021 wordt de groei in uitgaven op € 250.000 geschat.  Er vindt nadere analyse plaats of en zo ja welke gevolgen de volumeontwikkelingen kunnen hebben voor de taken en budgetten van het samenwerkingsverband en de gemeente. 

6. Formatie en inhuur Wmo
In de eerste helft van 2021 is het aantal Wmo-meldingen (inwoners die een beroep doen op de Wmo) fors toegenomen (zie ook de melding bij beleidsmatige afwijkingen). Door de toename van het aantal klanten zijn tijdelijk 4 extra klantmanagers nodig. De kosten voor 2021 bedragen € 80.000. De doorwerking hiervan in 2022 is meegenomen in de programmabegroting.

Daarnaast is er in 2021 ook een overschrijding op inhuur bij de Wmo van € 95.000 door een hoger ziekteverzuim.

7. GGD Haaglanden
Op grond van de eerste begrotingswijziging 2021 van de GR GGD en VT Haaglanden is de bijdrage 2021 van de gemeente Zoetermeer in het programma GGD Haaglanden vastgesteld op een bedrag van € 1.487.000. Binnen de gemeentelijke begroting is een bedrag van € 1.410.000 beschikbaar. Dit betekent een overschrijding met een bedrag van € 77.000. De hogere lasten zijn het gevolg van:

- Indexatie (loonstijging en stijging materiële kosten). De indexering van de GR wijkt af van die van de gemeente.
- Gevolgen besluitvorming nieuwe systematiek Bedrijfsvoeringstoeslag (toerekening kosten overhead);
- Bijstelling (verlaging) aantallen Toezicht kinderopvang;
- Bijstelling (verhoging) aantallen Taken Wet op de lijkbeschouwing.

8. Bijdrage regionale aanpak dak- en thuisloosheid
De Haagse regio heeft via de centrumgemeente Den Haag van het rijk een impuls van € 16 mln. gekregen voor de aanpak van dak- en thuisloosheid. Dat budget moet besteed worden aan projecten in 2020 en 2021. Ten laste van dit budget is dit jaar een projectaanvraag van de gemeente Zoetermeer ten behoeve van het Daklozenpunt Zoetermeer gehonoreerd. Het gaat daarbij in totaal om een bedrag van € 160.000, bestaande uit een bijdrage voor 2020 van € 80.000 en een bijdrage voor 2021 van eveneens € 80.000.

Het betreft bestaand beleid van de gemeente Zoetermeer waarvoor aanvankelijk dekking is gevonden binnen het eigen gemeentelijke budget (programma 2 Samen leven en ondersteunen). Als gevolg van de bijdrage regionale aanpak dak- en thuisloosheid vallen deze middelen nu vrij.

9. Wijkbudgetten
Op het budget Wijk aan Zet (€ 74.725) wordt dit jaar, evenals het afgelopen jaar, een aanzienlijk geringer beroep gedaan, waarschijnlijk als gevolg van de Coronacrisis die een rem zet op gemeenschappelijke activiteiten. Er resteert op jaarbasis een bedrag van circa € 50.000. Een bedrag van € 125.000 resteert op het budget Wijkgericht werken (€ 365.000). Dit hangt met name samen met het voornemen wijkgericht werken nadrukkelijker te verbinden aan de visie Zoetermeer 2040. Uitgangspunt hierbij is ook het investeren in de kwaliteit van de wijken en prioriteit te geven aan wijken en ontwikkelingen die daar om vragen. Wijkgericht werken is een middel om bij te dragen aan het keren van de mechanismen die we nu waarnemen in Zoetermeer en de hoofdlijnen van de Ontwerpvisie Zoetermeer 2040.

Gekeken is in hoeverre er vanuit de huidige begroting structurele middelen beschikbaar kunnen worden gesteld ten behoeve van de realisatie van Huizen van de Wijk, met name in relatie tot de exploitatielasten. Hierbij is gebleken dat deze middelen niet aanwezig zijn, zonder scherpe keuzes die impact hebben op de stad. Ook structurele, vrije middelen worden niet voorzien.

Om in de toekomst mogelijk wel te kunnen aansluiten op deze ambitie blijft de wijkvestiging van de bibliotheek in Oosterheem in 2022 open, omdat deze locatie in het ondernemingsplan voor deze wijk is aangemerkt als beste locatie. In de wijk Rokkeveen wordt de wijkvestiging van de bibliotheek in 2022 omgebouwd tot huis van de wijk, omdat deze locatie als beste naar voren komt voor deze wijk. In de wijk Seghwaert wordt IKC De Velddreef ontwikkeld en hierin wordt ruimte gerealiseerd voor een toekomstig Huis van de Wijk.

10. Formatie wijkregie
Op grond van het Coalitieakkoord is besloten de formatie wijkregisseurs in de periode 2020 tot en met 2022 tijdelijk uit te breiden met 3,0 fte (budget € 276.000). In het coalitieakkoord was gepland het aantal pilotwijken snel uit te breiden met de bijbehorende formatie. Ombuigen en Vernieuwen, het kiezen van de koers voor Zoetermeer 2040 en de Coronacrisis hebben geleid tot de keuze om eerst de werkwijze in de huidige twee pilotwijken goed door te ontwikkelen, voordat nieuwe pilotwijken worden opgezet. Daarom is besloten voor de uitvoering van de taken maar gedeeltelijk een beroep te doen op de extra formatie. Er valt in 2021 € 175.000 vrij.

11. Vrijwilligersondersteuning en wijkactivering
Voor het onderdeel vrijwilligersondersteuning (budget € 495.000) wordt een afwijking van € 60.000 (positief resultaat) verwacht. Dit betreft m.n. de subsidieregeling Vrijwilligersondersteuning (€ 50.000). Het aantal aanvragen loopt achter bij de verwachting. Dit komt waarschijnlijk door de gevolgen van de coronacrisis, waarbij het aantal vrijwilligers terug is gelopen en daarmee ook de mogelijkheid voor vrijwilligersorganisaties om projecten op te zetten en uit te voeren. De maatregel om dit bij te sturen is om de subsidieregeling verder te promoten onder de vrijwilligersorganisaties.

Daarnaast zijn er lagere kosten als gevolg van het aflopen van de bijdrage aan het project Palenstein leeft (€ 50.000). 

12. Omzetgarantie en meerkosten Jeugd i.v.m. Corona
Op basis van de regionale Regeling financiering Jeugdwet voor ongedekte kosten vanwege inkomstenderving in verband met de coronacrisis hebben jeugdhulpaanbieders in 2020 een voorlopige bijdrage ontvangen. Ook zijn vorig jaar voor de meerkosten die jeugdhulpaanbieders hebben moeten maken als gevolg van de maatregelen die gepaard gingen met het coronavirus, door Rijk en VNG afspraken gemaakt voor compensatie. De definitieve bijdrage 2020 is dit jaar bepaald aan de hand van de ingediende declaraties van jeugdhulpaanbieders en vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst. De vaststelling is € 220.000 lager uitgevallen ten opzichte van de opgenomen prognose in de jaarrekening 2020.

 

Technische begrotingswijzigingen

College/Raad Toelichting
Raad

Jeugdhulp
Eind 2019 hebben de jeugdhulpaanbieders een aanbod gekregen voor een overbruggingscontract voor 2020. Voor 2020 betekende dat een eenmalig financieel nadeel van € 2,44 mln. Voor de eventuele meerjarige effecten hiervan staat op OAD een stelpost opgenomen van € 2 mln. (grofweg 80% van de meerkosten 2020).
Na extern onderzoek zijn de tarieven vastgesteld en deze leiden inderdaad tot hogere kosten. Deze kosten worden verantwoord op programma 2 en hiervoor kan het budget worden verhoogd en de op OAD opgenomen stelpost kan worden afgeraamd.