Programma 2. Samen leven en ondersteunen

 

Financiën

Terug naar navigatie - Programma 2. Samen leven en ondersteunen - Financiën

 

  Bedragen x € 1.000 
TB1  MJB 2027 - 2030  
  2026 2027 2028 2029 2030 2031
1 Financiële ontwikkelingen bestaand beleid (leereffecten jaarrekening en TB1)

1.1 Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA):
- baten
- lasten


319
-319

         

1.2 Integraal Zorg Akkoord (IZA):
- baten
- lasten


216
-216

         

1.3 Transformatiemiddelen IZA:
- baten
- lasten


1.658
-1.658


1.196
-1.196

       

1.4 Noodopvang Oekraïne:
- lasten
- inkomsten
- subsidie rijk


-3.566
273
4.140


-4.474
273
4.741

 

 

 

 

 

 

 

 

1.5 Jeugdhulpvervoer -165 -165 -165 -165 -165 -165
1.6 Invulling taakstelling GR GGD en VT Haaglanden -37 -37 -37 -37 -37 -37

1.7 Regeling stimuleren uitstroom vergunninghouders uit de asielopvang (HAR+):
- baten
- lasten


1.590
-1.590

         
2 Onvermijdelijke ontwikkelingen
2.1 Suïcidepreventie
- dekking via OAD
-100

-100

-100

-100

-100

-100

2.2 De Regio Deal Zuid-Hollandse Groeikernen
- dekking via SPUK

-613
613

-766
766

-919
919

-766
766

   
3 Beleidswijzigingen/Nieuw beleid  
3.1 Daklozenpunt -85 -85 -85 -85 -85 -85
TOTAAL SALDO PROGRAMMA 460 153 -387 -387 -387 -387

Toelichting financiën

Terug naar navigatie - Programma 2. Samen leven en ondersteunen - Toelichting financiën

Financiële ontwikkelingen bestaand beleid (leereffecten jaarrekening en TB1)
1.1 Gezond en Actief Leven Akkoord 
In de Programmabegroting 2026 is ter uitvoering van het plan 'Integraal werken aan een gezonde stad', dat voortvloeit  uit het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) en zich richt zich op sport en bewegen, preventie en het versterken van de sociale basis, een budget van € 0,98 mln. opgenomen.
De specifieke uitkering 2026 voor de regeling sport en bewegen, gezondheidsbevordering, cultuurparticipatie en de sociale basis (Brede SPUK) is gewijzigd. De uitkering bevat enerzijds een 10% budgetkorting op grond van het Hoofdlijnenakkoord van het vorige kabinet en wordt anderzijds aangevuld met middelen uit het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) en het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg (HLO). Hierdoor komt de Brede SPUK 2026 uit op € 1,16 mln.
Daarnaast wordt het niet-benutte deel van de SPUK 2025 (maximaal 10%), dat volgens de regeling mag worden overgeheveld naar 2026, toegevoegd. Dit betreft € 0,14 mln. Daarmee bedraagt het totaal beschikbare budget voor 2026 € 1,3 mln.

1.2 Integraal Zorg Akkoord (IZA)
In het najaar van 2022 is het Integraal Zorgakkoord (IZA) ondertekend door gemeenten en partijen uit de zorg-, ondersteunings- en welzijnssector. In het najaar van 2025 volgde het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA). Met het IZA is de transitie van zorg naar gezondheid in gang gezet; het AZWA concretiseert en intensiveert deze beweging verder. Voor de regio Haaglanden (Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Rijswijk, Wassenaar en Zoetermeer) is in 2026 € 7,2 mln. beschikbaar gesteld om bij te dragen aan het realiseren van de gezamenlijke doelstellingen.
In de Programmabegroting 2026 is voor IZA vooralsnog afgerond € 7,0 mln. geraamd. Op basis van de herziene SPUK-beschikking, met enerzijds 10% budgetkorting en anderzijds een toevoeging van overgangsmiddelen vanuit het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) wordt er € 0,22 mln. aan het budget toegevoegd. Daarmee bedraagt het totaal beschikbare budget voor 2026 € 7,2 mln.

1.3 Transformatiemiddelen IZA
De SPUK-transformatiemiddelen Integraal Zorg Akkoord (IZA) zijn toegekend aan de gemeente. Het gaat om een totaalbedrag van € 2,9 mln. voor de periode 1 september 2025 tot en met 31 december 2027. Het gaat hier om extra inzet op chronische zorg (€ 0,196 mln.) en preventie (€ 2,658 mln.). De aanvraag voor de extra inzet op mentale gezondheid is nog in behandeling. De verdeling van het budget over 2026 en 2027 sluit aan bij de ingediende aanvragen en ondersteunt de regionale transformatieopdracht binnen het IZA-kader.

1.4 Noodopvang Oekraïne
De gemeente vangt vluchtelingen uit de Oekraïne op. In 2025 is de tijdelijke bescherming voor de ontheemden op grond van de Europese richtlijn de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) verder verlengd tot en met 4 maart 2027. Dit geeft vluchtelingen direct bescherming geven zonder een individuele asielprocedure. Tegelijkertijd is het rijk bezig geweest met een langere termijnstrategie na deze datum. Hierbij is ook gewerkt aan het gelijktrekken van verschillende regels voor de opvang voor Oekraïense ontheemden (ook bij een eventuele vervolgstatus), vreemdelingen die onder de reikwijdte van de Wet COA vallen en vreemdelingen die niet onder de reikwijdte van de Wet COA vallen en een langere termijnstrategie. Voor de bekostiging van de opvang werkt het rijk aan een nieuwe regeling, waarbij het rijk overgaat naar een vergoeding op basis van werkelijke kosten in plaats een normvergoeding. Dit met uitzondering van uitvoeringskosten. De vergoeding geldt voor maximaal 5 jaar. In deze periode werken de gemeente aan een uitstroom van de ontheemden uit de centrale opvanglocaties. Dit kan zijn terug naar hun eigen land of naar individuele huisvesting.
De nieuwe 'Regeling tijdelijke bekostiging opvang en huisvesting gemeenten' - ofwel de Doelgroep flexibele regeling (Dfr), is nog niet formeel vastgesteld. De precieze invoeringsdatum is op dit moment niet bekend. Tot aan de invoeringsdatum van de nieuwe regeling geldt de oude bekostigingssystematiek. Voor de continuïteit van de uitvoering heeft de gemeente begin dit jaar een voorschot van 70% van de kosten voor 2026 aangevraagd en ontvangen. Door de nieuwe regelgeving dalen de inkomsten naar verwachting ten opzichte van voorgaande jaren. Omdat de kosten nog passen binnen de totale vergoeding is er nog steeds sprake van een voordeel.

De inning van een eigen bijdrage blijft van kracht. Omdat dit met het rijk wordt verrekend, is dit voor de gemeente budgetneutraal. Hoewel de regelgeving nog niet definitief is, er nog onduidelijkheid over de invoeringsdatum bestaat en de regeling op onderdelen nog niet voldoende duidelijk is, is een raming gemaakt. De voorlopige schatting voor de inkomsten vanuit het rijk voor 2026 en verder en de gemeentelijke uitgaven bedragen:

  2026 2027
Rijksinkomsten  € 5,2 mln.  € 4,7 mln.
Uitgaven € 4,2 mln.  € 4,5 mln.
Ov. Inkomsten  € 0,3 mln. € 0,3 mln.
Voordeel € 1,3 mln. € 0,5 mln.


In de Programmabegroting 2026 is voor de eerste twee maanden al een budget opgenomen voor de uitgaven van € 0,6 mln. en ca € 1,1 mln. voor de rijkinkomsten. De aanvullende uitgaven bedragen € 3,5 mln. en voor inkomsten is € 0,3 mln. en aanvullende rijkssubsidie € 4,1 mln. 
Het voordelige saldo is vrij besteedbaar en valt vrij ten gunste van het gemeentelijk resultaat. In de kosten is nog geen rekening gehouden met eventueel alternatieve huisvesting als het contract voor de huisvesting voor één van huidige locaties moet worden beëindigd. Van het voordeel wordt € 0,24 mln. ingezet als dekking voor de verhoogde inzet asiel en integratie, zie 3.4 op programma 1.

1.5 Jeugdhulpvervoer
Jeugdhulpvervoer is bedoeld voor kinderen die niet zelfstandig of met ouders bij een jeugdhulplocatie kunnen komen. Ondanks de in 2025 genomen maatregelen, waaronder een kritische toetsing op het nut en de noodzaak van aanvragen voor jeugdhulpvervoer, lopen de kosten voor jeugdhulpvervoer nog steeds op. Voor 2026 wordt uitgegaan van een stijging van het aantal jeugdigen dat gebruikmaakt van jeugdhulpvervoer met circa 4%. We zien dat jeugdigen vaker langere afstanden moeten afleggen om bij de locatie te komen. Daarnaast is er vaker individueel vervoer nodig, omdat collectief vervoer niet mogelijk is. De hier beschreven ontwikkeling van collectief naar meer individueel vervoer heeft specifiek betrekking op het jeugdhulpvervoer. Deze beweging staat los van het doelgroepenvervoer. Het verwachte nadeel ten opzichte van het huidige budget voor jeugdhulpvervoer is € 0,165 mln.

1.6 Invulling taakstelling GR GGD en VT Haaglanden
De GR GGD en VT Haaglanden heeft aangegeven dat in plaats van de opgelegde taakstelling van 6,2% ongeveer 5% kan worden verwezenlijkt. In onze begroting is een structurele bezuiniging van € 0,189 mln. ingeboekt. Dit betekent dat voor Zoetermeer in totaal € 36.870 niet kan worden gerealiseerd. Dit bedrag is als volgt verdeeld:

Veilig Thuis  € 9.705
GGD € 27.165


1.7 Regeling stimuleren uitstroom vergunninghouders uit de asielopvang (HAR+)

In het kader van onze maatschappelijke verantwoordelijkheid en de wettelijke taakstelling huisvesting statushouders biedt de gemeente Zoetermeer opvang aan statushouders in een HAR-opvanglocatie. Momenteel verblijven 68 statushouders in deze opvanglocatie. Omdat we door de huidige woningnood niet tijdig de statushouders in een woning kunnen plaatsen, moeten we naar verwachting gedurende geheel 2026 kamers huren in de HAR-locatie. De kosten bedragen inclusief begeleiding en nutsvoorzieningen ca. € 1,59 mln. Hiertegenover staan inkomsten van het Centraal Orgaan opgang Asielzoekers (COA) via de HAR+-regeling.

Onvermijdelijke ontwikkelingen
2.1 Suïcidepreventie
Vanaf 2026 treedt de Wet integrale suïcidepreventie in werking. Deze wet verplicht gemeenten tot het opstellen en uitvoeren van lokaal suïcidepreventiebeleid. Voor deze taak worden middelen beschikbaar gesteld via het gemeentefonds (cluster Sociale Basisvoorzieningen), die nog niet waren opgenomen in de begroting 2026. Vanaf 2026 stelt het rijk jaarlijks € 10 mln. beschikbaar, waarvan Zoetermeer naar verwachting tussen de € 50.000 - € 70.000 ontvangt.
Gemeenten die al langer werken volgens het European Alliance Against Depression (EAAD)-model investeren gemiddeld € 0,70 tot € 1,20 per inwoners. Voor Zoetermeer komt dit neer op € 91.000 tot € 0,156 mln. per jaar.

Voorgesteld wordt daarom om in 2026 € 0,1 mln. te bestemmen voor suïcidepreventie en dit bedrag vanaf 2027 structureel op te nemen in de begroting. Met dit budget wordt ingezet op versterking van het lokale en regionale netwerk en ondersteuning van inwoners die na een suïcidepoging op de SEH terechtkomen, een risicogroep met aantoonbaar verhoogde kans op herhaling. Het Suïcide, monitoring en nazorg (SUMONA)-traject uit Den Haag, dat gemiddeld € 1.800 per inwoner kost, laat in onderzoek positieve resultaten zien: Deelnemers deden in het daaropvolgende jaar geen nieuwe suïcidepoging. Daarnaast worden sleutelfiguren toegerust via gatekeeperstrainingen, die we in regionaal verband willen aanbieden. Verder wordt in samenwerking met 113 bewoners en woningcorporaties een pilot voorbereid om de toegang tot dodelijke middelen te beperken.

In 2026 is al€ 25.000 aan Indigo beschikbaar gesteld binnen de reguliere subsidieronde Sociaal Domein. Hiermee kan een start worden gemaakt met netwerkopbouw en het aanbieden van SUMONA-trajecten. Dit bedrag is echter onvoldoende om dit aanbod het hele jaar te continueren, het netwerk te versterken en trainingen te bekostigen.

2.2 De Regio Deal Zuid-Hollandse Groeikernen
Voor de uitvoering van de Regio Deal is een budget van € 3,1 mln. beschikbaar, dat wordt ingezet tot en met 2029. Het budget wordt besteed aan de realisatie van jongerenvoorzieningen op drie locaties: Meerzicht, Palenstein en Buytenwegh. In Meerzicht wordt de bestaande jongerenvoorziening Chillbase verder ontwikkeld. In Palenstein wordt verder gebouwd op het nog te openen jongereninitiatief Gelijk. In Buytenwegh wordt onderzocht welke behoeftes er onder jongeren leven om elkaar te ontmoeten. Deze jongerenvoorzieningen bieden jongeren een veilige en stimulerende omgeving voor activiteiten, ontmoeting en ontwikkeling. Daarnaast wordt in de voormalige Oasekerk een ontmoetingsplek voor bewoners ingericht, die ruimte biedt voor sociale activiteiten, bijeenkomsten en lokale initiatieven ter versterking van de leefbaarheid en betrokkenheid in de wijk. Beide projecten zijn gericht om in de praktijk te achterhalen op welke wijze ontmoeting van jongeren, dan wel inwoners effectief georganiseerd kan worden zodat bijgedragen wordt aan de leefsituatie van jongeren en inwoners in de wijken die het betreft. De resultaten van deze projecten worden onderdeel van de regiodeal die met het rijk is afgesloten en die inzichten geeft hoe New Town-gemeenten in Zuid-Holland (naast Zoetermeer, gemeente Nissewaard en gemeente Capelle aan den IJssel) omgaan met de specifieke vraagstukken waar New Town gemeentes mee worden geconfronteerd. De resultaten zullen ook worden gedeeld met andere betrokken gemeentes in de New Town alliantie. De gemeente overstijgende onderdelen van de Regio Deal zijn opgenomen in Programma 7.

Beleidswijzigingen/nieuw beleid
3.1 Daklozenpunt 
Het Daklozenpunt is gestart als pilot in 2020 naar aanleiding van een motie van de gemeenteraad. Inwoners kunnen hier plaatselijk terecht voor ondersteuning bij (dreigende) dakloosheid en voor doorverwijzing naar het Daklozenloket Den Haag. Via het Daklozenpunt kunnen inwoners, indien van toepassing, een briefadres krijgen bij het Leger des Heils. Bij het ophalen van de post voert het Leger des Heils ook een kort begeleidingsgesprek. 
Het daklozenpunt werd gedurende een pilotperiode gefinancierd door de gemeente Den Haag vanuit hun rol als centrumgemeente voor maatschappelijke opvang. Den Haag betaalde deze pilot weer uit een subsidie van het ministerie van VWS. Inmiddels zijn zowel de pilotperiode als de financiering vanuit Den Haag (en vanuit VWS) gestopt.
Door de inzet van het daklozenpunt worden grotere problemen en hogere kosten voorkomen. Personen die (dreigend) dakloos zijn en niet in beeld zijn voor ondersteuning kunnen zorgen voor:

  • toename van overlast en veiligheidsvraagstukken, die leiden tot extra inzet van gemeentelijke diensten, politie en toezicht;
  • zwaardere en duurdere zorgtrajecten, wanneer problemen escaleren door het wegvallen van laagdrempelige ondersteuning;
  • grotere maatschappelijke kosten, bijvoorbeeld door vervuiling, criminaliteit of terugval in bestaanszekerheid, die uiteindelijk weer op de gemeente afkomen;
  • het risico op verschuiving van problematiek naar de openbare ruimte, wat ook politieke en maatschappelijke druk verhoogt.

Het Daklozenpunt is een onmisbare schakel in de zorg voor de meest kwetsbare inwoners en is een onvermijdelijke investering in het voorkomen van grotere problemen en hogere kosten. Door het wegvallen van de financiering vanuit Den Haag is vanaf 2026 structureel € 85.000 nodig voor de financiering het Daklozenpunt. Het gaat om € 60.000 personeelskosten voor het Daklozenpunt en € 25.000 voor de uitvoering van het briefadres en kortdurende begeleiding door het Leger des Heils.

Aanpassen effect- en prestatie-indicatoren 
Het voorstel is de volgende wijzigingen in de effect- en prestatie-indicatoren door te voeren.

Doelstelling 2.1 Bevorderen vroegtijdige, toegankelijke, passende en effectieve jeugdhulp
1. De toelichting bij de volgende effectindicatoren aan te vullen:

  • Aantal unieke jeugdigen 0-23 jaar dat in het betreffende jaar een vorm van specialistische jeugdhulp ontvangt: De toelichting 'Het aantal jeugdigen in de leeftijd van 0-23 jaar dat een vorm van specialistische jeugdhulp ontvangt' wordt aangevuld met 'Hierbij wordt de komende jaren een daling beoogd'.
  • Aantal unieke jeugdigen dat instroomt in de specialistische jeugdhulp: De toelichting 'Het aantal jeugdigen dat in het betreffende jaar voor het eerst gebruikmaakt van een vorm van specialistische jeugdhulp' wordt aangevuld met 'De komende jaren wordt een afname van de instroom beoogd'.
  • Aantal unieke jeugdigen dat uitstroomt uit de specialistische jeugdhulp:  De toelichting 'Het aantal jeugdigen waarvoor het laatst in het voorgaande jaar gedeclareerd is en in het daaropvolgende jaar niet meer (minimaal zes maanden)' wordt aangevuld met 'De komende jaren wordt een stijging van de uitstroom beoogd'.

2. De volgende effectindicatoren te laten vervallen:

  • % Jeugdigen dat drie jaar aaneengesloten of langer een vorm van specialistische jeugdhulp ontvangt
    Toelichting: Deze indicator is geen goede maat voor de te bereiken doelen.  
  • Aantal meldingen bij Veilig thuis
    Toelichting:  Het aantal meldingen bij Veilig Thuis is geen maat voor de te bereiken doelen en geeft geen goed beeld van het effect van de aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling.

3. De volgende effectindicatoren toe te voegen: 

  • Aantal gezinnen dat is geholpen door de lokale teams (Meerpunten)
    Toelichting: Het aantal gezinnen dat vanuit de lokale teams ondersteuning krijgt bij het opvoeden en opgroeien. Hierin wordt de komende jaren een toename verwacht in combinatie met een daling van het gebruik van specialistische jeugdhulp.
  • Aantal gezinnen dat wordt ondersteund door een gezinsregisseur
    Toelichting: Het aantal gezinnen dat een gezinsplan heeft en vanuit het Meerpunt ondersteuning krijgt van een gezinsregisseur. Hierbij wordt de komende jaren een toename beoogd in combinatie met een daling van het gebruik van specialistische jeugdhulp. 
  • Klanttevredenheid Meerpunt
    Toelichting: Het percentage gezinnen dat (zeer) tevreden is over de dienstverlening vanuit het Meerpunt.

4. De volgende prestatie-indicator te laten vervallen:

  • % Jeugdigen dat niet vrij toegankelijke jeugdhulp ontvangt ten opzichte van het totaal aantal jeugdigen 0-18 jaar in Zoetermeer.
    Toelichting: De gegevens voor deze indicator zijn afkomstig van het CBS. De beschikbaarheid van de cijfers komt niet overeen met de P&C-cyclus van de gemeente. Hierdoor zijn de gegevens vaak niet tijdig voorhanden om deze goed te kunnen verwerken.

Doelstelling 2.2 Bevorderen meedoen aan de samenleving en zelfstandig wonen
Een aantal van de huidige effect- en prestatie-indicatoren is geen maat voor de te bereiken doelen of kunnen niet worden beïnvloed of gemeten door de gemeente. Er wordt voorgesteld om deze indicatoren als volgt te laten vervallen of wijzigen in een alternatief.

1. De volgende effectindicatoren te laten vervallen:

  • Gemiddeld budget maatwerkondersteuning per cliënt                

    Toelichting: De indicator komt te vervallen omdat hij niet in relatie staat tot de effectiviteit van maatwerkondersteuning per client. De uitkomsten weerspiegelen eerder externe trends — zoals demografische ontwikkelingen, de aard van de hulpvraag en kostprijsontwikkelingen — dan de feitelijke maatschappelijke impact of de kwaliteit van de ondersteuning.

  • Coëfficiënt voor eenzaamheid onder inwoners
    Toelichting: indicator wordt in 2026 herzien na aanpassing in de stadspeiling.

2. De volgende effectindicatoren te laten vervallen:

  • % Mantelzorgers dat (zeer) tevreden is over de kwaliteit van de mantelzorgondersteuning van inZet

En te wijzigen in:

  • % Mantelzorgers dat tevreden is over de mantelzorgondersteuning die zij hebben ontvangen
    Toelichting:  In de Perspectiefnota 2025 is voorgesteld drie eerdere indicatoren over mantelzorgondersteuning te laten vervallen, deze sloten niet meer aan bij de huidige uitvoeringspraktijk. In 2025 is één nieuwe indicator geïntroduceerd. In de toepassing blijkt deze indicator echter een te beperkte benadering te hebben; de indicator richt zich uitsluitend op het aanbod van inZet terwijl de gemeente een breder palet aan mantelzorgondersteuning biedt, waaronder het mantelzorgcompliment en respijtzorg. Daarnaast leidt de huidige meetwijze via inZet tot extra bevraging van inwoners en administratieve belasting. Daarom stelt het college voor de indicator te herzien, zodat de tevredenheid over het volledige aanbod van mantelzorgondersteuning gemeten wordt en op een meetwijze die beter uitvoerbaar is.

3. De volgende prestatie-indicatoren te laten vervallen:

  • % Klanten dat (zeer) tevreden is over de kwaliteit van de hulp bij het huishouden
    Toelichting: Er worden nieuwe indicatoren ontwikkeld en eerst getest. Het is te vroeg om de vervangende indicator(en) op te nemen in deze perspectiefnota.
  • Aantal unieke klanten met een Wmo-maatwerkvoorziening
    Toelichting: Het aantal unieke klanten met een Wmo-maatwerkvoorziening is geen maatstaf voor het effect en de kwaliteit van de ondersteuning, of de zelfredzaamheid van inwoners in het algemeen.  
  • Aantal complexe casussen waarbij procescoördinatie is ingezet
    Toelichting: De indicator vervalt omdat de caseload geen vast of vergelijkbaar cijfer is en sterk verschilt in zwaarte, tijdsinzet en benodigde afstemming. Eén complexe casus kan gelijkstaan aan meerdere lichtere casussen en de benodigde intensiteit wordt bepaald door maatwerk, bestuurlijke gevoeligheid en ketendynamiek, waardoor sturing op aantallen geen recht doet aan de inhoud van het werk.

  • Aantal meldingen fraude en onrechtmatigheden in afwachting van onderzoek
  • % Meldingen fraude of onrechtmatigheden dat is afgehandeld
  • % Onderzochte fraude- en onrechtmatigheidsmeldingen dat heeft geleid tot rechtsgevolg
    Toelichting: Deze drie indicatoren geven geen inzicht in beleidsdoelen of maatschappelijk effect en zijn beperkt stuurbaar. De uitkomst is sterk afhankelijk van externe factoren en ketensamenwerking en daardoor niet eenduidig te interpreteren. Toezicht op fraude is nog in ontwikkeling, zowel in Zoetermeer als regionaal/landelijk, waardoor het steeds inzichtelijker wordt hoe we dit wel kwalitatief kunnen duiden.
  • % Cliënten van inZet dat zich beweegt van een zwaar cliëntprofiel naar een licht cliëntprofiel
    Toelichting: De indicator wordt geschrapt omdat trajecten binnen inZet niet lineair verlopen en cliënten vaak tussen niveaus wisselen, waardoor de uitkomst niet betrouwbaar is. In 2026 worden de KPI’s herijkt en komt een passende vervangende indicator.
  • Aantal mensen dat gebruik heeft gemaakt van onafhankelijke cliëntondersteuning
    Toelichting: De indicator vervalt omdat deze alleen het gebruik meet en geen inzicht geeft in kwaliteit, effectiviteit of de bijdrage aan zorgvuldige en rechtmatige besluitvorming. Daarnaast zegt het aantal gebruikers niets over de intensiteit en complexiteit van de ondersteuning en kan sturen op aantallen leiden tot ongewenste prikkels, terwijl schommelingen bovendien vaak worden veroorzaakt door landelijke ontwikkelingen buiten lokaal beleid.

Afwijkingen investeringen en voorzieningen

Terug naar navigatie - Programma 2. Samen leven en ondersteunen - Afwijkingen investeringen en voorzieningen
Afwijking geïnvesteerde activa/voorzieningen niet van toepassing
Onderwerp Toelichting onderwerp

Technische begrotingswijzigingen

Terug naar navigatie - Programma 2. Samen leven en ondersteunen - Technische begrotingswijzigingen
Technische begrotingswijzigingen
College/Raad Toelichting
Raad

Het bedrag dat onder programma 4 is opgenomen voor Jong Perspectief in het bestedingsplan 2026 is niet correct. Om de bedoeling van motie 2506-85 uit te voeren en voor de Jong Perspectief hetzelfde bedrag in 2026 (inclusief indexatie) als in 2025 beschikbaar te hebben is € 5.780 extra budget nodig voor programma 4. De dekking hiervoor is aanwezig in Programma 2 en wordt dan ook overgeheveld.

College

Herverdeling van het budget van € 257.000 om de verschuiving van specialistische jeugdhulp naar vrij toegankelijk aanbod mogelijk te maken. Deel van deze wijziging is onder voorbehoud van de vaststelling van het raadsvoorstel Reorganisatie Sociaal Domein.

College Verplaatsing van middelen van € 224.657 voor de inzet van collectieve jeugdhulp op scholen. 

 

Risico’s

Terug naar navigatie - Programma 2. Samen leven en ondersteunen - Risico’s

Integraal Zorg Akkoord (IZA) en Aanvullend Zorg en Welzijnsakkoord (AZWA)
Vanaf 2027 worden GALA-, IZA- en AZWA-middelen samengevoegd. Verdeling tussen regionaal en lokaal wordt in 2026 vastgesteld. De intentie is budgetneutraliteit, maar dit is nog onzeker en vormt een financieel risico.

Regeling stimuleren uitstroom vergunninghouders uit de asielopvang (HAR+)
De HAR+-middelen die de gemeente ontvangt voor de opvang van statushouders zijn voldoende voor de opvang gedurende één jaar.