Overzicht Algemene Dekkingsmiddelen en onvoorzien
Financiën
Terug naar navigatie - Overzicht Algemene Dekkingsmiddelen en onvoorzien - Financiën
| Bedragen x € 1.000 | ||||||
| TB1 | MJB 2027 - 2030 | Doorkijk MJB | ||||
| 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
| 1 Financiële ontwikkelingen bestaand beleid (leereffecten jaarrekening en TB1) | ||||||
| 1.1 Algemene uitkering verwerking September- en Decembercirculaire 2025 | -184 | -900 | -1.100 | -1.300 | -1.300 | -1.300 |
| 1.2 Loonstijging | 850 | 1.045 | 1.265 | 2.255 | 3.355 | 3.355 |
| 1.3 Prijsstijging | 0 | 540 | -180 | -180 | -180 | -180 |
| 1.4 Rentescenario | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| 1.5 Rentebaten | 1.100 | 1.500 | 1.500 | 1.000 | 1.000 | 500 |
| 1.6 Inzetten taakmutaties | 4.976 | 4.021 | 3.900 | 3.900 | 3.900 | 3.900 |
| 1.7 Reservering groei van de stad (als gevolg van bijgestelde groei) | 200 | |||||
| 1.8 Reservering vergrijzing | 250 | |||||
| 1.9 Reservering veroudering van de stad | 600 | |||||
| 1.10 Rentelasten IHP scholen | 62 | 61 | ||||
| 2 Onvermijdelijke ontwikkelingen (niet van toepassing) | ||||||
| 3 Beleidswijzigingen/Nieuw beleid | ||||||
| 3.1 Dekking formatie projectcontrol | 124 | 124 | 124 | 124 | 124 | 124 |
| TOTAAL SALDO PROGRAMMA | 7.916 | 6.330 | 5.509 | 5.799 | 6.961 | 6.460 |
Toelichting financiën
Terug naar navigatie - Overzicht Algemene Dekkingsmiddelen en onvoorzien - Toelichting financiënFinanciële ontwikkelingen bestaand beleid (leereffecten jaarrekening en TB1)
1.1 Verwerking Septembercirculaire 2025 en Decembercirculaire 2025
De groei van de algemene uitkering van het gemeentefonds (ook wel het accres genoemd) wordt gebaseerd op de groei van het Bruto binnenlands product (Bbp). Voor het jaar 2026 en verder is in de Septembercirculaire 2025 het accres geactualiseerd op basis van de septemberraming van de Bbp-ontwikkeling door het Centraal Planbureau (CPB). Deze ontwikkeling is in september jl. door het CPB naar beneden bijgesteld. Hierdoor is ook het accres naar beneden bijgesteld met € 0,4 mln. in 2026 oplopend naar € 1,3 mln. in 2029. Zie hiervoor ook het raadsmemo septembercirculaire.
De algemene uitkering wordt verdeeld op grond van een model dat is opgebouwd uit 43 maatstaven. Omdat gemeenten zich niet allemaal op dezelfde manier ontwikkelen in bijvoorbeeld bevolkingsgroei, kunnen er positieve of negatieve herverdeeleffecten ontstaan. Dat houdt in dat er gemeenten zijn die meer ontvangen en anderen die minder ontvangen. In de Decembercirculaire 2025 is voor 2026 de inschatting gemaakt van een positief herverdeeleffect van € 216.000. Deze informatie is opgenomen in het raadsmemo decembercirculaire.
1.2 Raming loonstijging (op basis van CAO en CPB-raming)
De loonstijging is € 0,85 mln. lager dan geraamd doordat de ZVW premie is verlaagd. Voor de jaren 2027 en verder volgen we de raming van de loonvoet overheid van het Centraal Planbureau (CPB). Het CPB heeft ten opzichte van vorig jaar de loonvoet naar beneden bijgesteld. Dit levert op de loonkosten een voordeel op van € 1 mln. in 2027 oplopend naar ruim € 3 mln. in 2030.
1.3 Prijsstijging
Het CPB heeft in de raming van het centraal economisch plan (CEP, maart 2026) de inflatiecijfers bijgesteld. Dit levert eenmalig een voordeel op in 2027 van € 0,54 mln. In de jaren erna is sprake van een verslechtering van € 0,18 mln.
1.4 Rentescenario
Sinds september 2022 schommelt de rente rond de 3,5%. In de tussenliggende periode tot maart 2026 kende de rente een hoogtepunt van 3,99% in oktober 2023 en een laagtepunt van 2,76% in december 2024. Na dat dieptepunt beweegt de rente trendmatig omhoog met op het moment van schrijven een rente van 3,6%. Gegeven de situatie in het Midden-Oosten is de verwachting dat de rente de komende maanden eerder stijgt dan daalt.
De rente lag de afgelopen 3,5 jaar (met uitzondering van december 2024) minimaal een procentpunt boven de rente in ons rentescenario. De rentenota schrijft voor dat als de rente 3 jaar op rij 1% punt afwijkt van de gehanteerde rente, het scenario aangepast kan worden. Vanuit de liquiditeitsplanning gaan we ervan uit dat er tot en met 2031 niet hoeft te worden geleend. Als we de investeringsplanning zouden volgen moeten we in 2027 al lenen. Met de liquiditeitsplanning wordt dus een zeker risico genomen.
Het verschil tussen de marktrente en ons rentescenario is een ander risico. Dit risico is in eerste instantie afgedekt door de rente egalisatiereserve. Die kan naar verwachting drie tot vier jaar eventuele renterisico’s afdekken wanneer zij zich voordoen. We kunnen voor de komende jaren diverse scenario's bedenken die ondanks de ruim ogende egalisatiereserve tot exploitatierisico's kunnen leiden. Indien we er vanuit zouden gaan dat de rente de komende jaren stabiel blijft op het huidige niveau bij een financieringsbehoefte van € 30 mln. cumulatief per jaar vanaf 2028 , dan is de egalisatiereserve net aan toereikend tot aan 2031. Stijgt de rente naar 4% dan levert dat € 1 mln. verlies ten laste van de exploitatie op. Bij een rente van 4,5% stijgt dat naar een exploitatieverlies van € 2,5 mln.
We verhogen daarom de rente in ons rentescenario met 0,5 procent punt naar 2,5% in 2031.
1.5 Renteopbrengst
In de periode 2026 t/m 2031 is naar huidige verwachting sprake van overliquiditeit. Een groot deel van deze overliquiditeit betreft middelen die vooruit ontvangen zijn voor langlopende projecten. 2026 is gestart met een overliquiditeit van € 137 mln. Naar verwachting daalt dit de komende jaren met gemiddeld ca € 16 mln. per jaar. Over deze middelen ontvangen we rente; het meeste via schatkistbankieren, een deel door het uit te lenen aan andere gemeenten.
De voornaamste reden van het (meerjarige) rentevoordeel komt, doordat vorig jaar rond het opmaken van de Perspectiefnota 2026 de marktverwachting nog was dat de ECB de rente nog in 2025 sterk zou verlagen naar 1,68% of lager. In de zomer kantelde dat naar dat de rente niet lager zou komen dan 1,93% en pas in maart 2026 verder zou dalen.
Inmiddels is dat paradigma compleet veranderd. Door de oorlog in het Midden-Oosten wordt er door de grootbanken gespeculeerd op 1 tot meerdere renteverhogingen in 2026. Voor de Perspectiefnota 2027 gaan we voorlopig uit van een onveranderde rente gedurende de hele looptijd. Mocht het conflict in het Midden-Oosten maanden gaan duren, dan is het waarschijnlijk dat de inflatie oploopt en aannemelijk dat de ECB als reactie daarop inderdaad de rente verhoogt. In dat geval wordt bij de Programmabegroting 2027 een inschatting gemaakt van de nieuwe meerjarige renteopbrengst, welke dan hoger zal zijn dan de huidige raming.
1.6 Inzetten van taakmutaties
In de algemene uitkering ontvangen gemeenten middelen voor nieuwe taken of voor uitbreiding van bestaande taken. Dit zijn de zogenoemde taakmutaties oftewel financiële aanpassingen in het gemeentefonds waarbij het rijk geld overdraagt aan gemeenten. In dit geval worden overheidstaken overgeheveld, waardoor de kosten voor decentrale overheden veranderen. Wanneer het rijk een nieuwe taak aan gemeenten overdraagt (decentralisatie) of een bestaande taak aanpast, verandert de financiering. Gemeenten krijgen extra budget via het gemeentefonds om de nieuwe taak uit te voeren. Taakmutaties zorgen ervoor dat gemeenten financieel worden gecompenseerd voor beleidswijzigingen van de landelijke overheid.
Deze middelen worden gereserveerd op OAD, totdat duidelijk is wat de nieuwe of uitbreiding van de taak betekent qua beleid, uitvoering en benodigde middelen. Voor verschillende taakmutaties is inmiddels duidelijk waar en hoe de middelen ingezet worden. Hierdoor vervalt de reservering op OAD. Het betreft de volgende onderwerpen met daarachter het bedrag en het programma waar de uitgaven staan vermeld:
| Taakmutatie | Bedrag | Jaar/jaren | Nadeel in programma |
| Armoedebeleid (Geldpunt) | € 0,223 mln. | 2026 | P1 |
| Participatiewet in balans | € 0,104 mln. / € 21.000 | 2026 / 2027 | P1 |
| Impulsbudget sociale infrastructuur | € 0,432 mln. | 2026 | P1 |
| Suïcidepreventie | € 0,1 mln. | Structureel | P2 |
| Capaciteit Decentrale Overheden Klimaat- en Energiebeleid (CDOKE) | € 3,8 mln. | Structureel | P3 |
| Koploperschap gebiedsgericht beter benutten | € 0,1 mln. | 2026 / 2027 | P7 |
| Wet versterking regie volkshuisvesting | € 0,217 mln. | 2026 | P7 |
1.7 Reservering groei van de stad
Vanwege de groei van de stad staan middelen gereserveerd om hogere lasten te kunnen dekken. Enerzijds staan er middelen gereserveerd op OAD ten behoeve van hogere kosten voor voorzieningen vanwege meer gebruikers van de voorzieningen door meer inwoners (€ 750 per woning). Anderzijds worden middelen gestort in de reserve Fonds Zoetermeer 2040 ter dekking van de woningbouwprojecten en ter dekking van de hogere kosten van onderhoud van het openbaar gebied door nieuwe straten en wijken (ook € 750 per woning). De groei blijft iets achter bij de verwachting. Hierdoor wordt de reservering op OAD bijgesteld met € 0,1 mln. Daarnaast wordt de storting in de reserve Fonds Zoetermeer 2040 ook met € 0,1 mln. naar beneden bijgesteld.
1.8 Reservering voor vergrijzing
In de begroting is rekening gehouden met mogelijke extra kosten voor de WMO door de vergrijzing. Voor 2026 is de verwachting dat deze reservering niet nodig is en kan vrijvallen ten gunste van het begrotingssaldo.
1.9 Reservering veroudering van de stad
Door de veroudering van de stad worden de kosten voor het onderhoud van de buitenruimte hoger. In afwachting van een nieuwe Nota Onderhoud Openbare Ruimte (NOOR) staat hiervoor € 1,2 mln. gereserveerd op OAD. Voor 2026 kan een deel van de reservering vrijvallen ten behoeve van het dagelijks onderhoud van de wegen voor een bedrag van € 0,6 mln.
1.10 Rentelasten IHP scholen
De bouw van twee scholen uit het Integraal Huisvestingsplan Onderwijshuisvesting 2023 (IHP) is via een bouwheerschap overeenkomst overgedragen aan de betreffende schoolbesturen. Om de ramingen realistisch te houden, zijn de investeringsbudgetten geïndexeerd naar het huidige prijspeil. De hieruit voortvloeiende hogere rentelasten worden gedekt uit OAD.
Onvermijdelijke ontwikkelingen
Niet van toepassing.
Beleidswijzigingen/nieuw beleid
3.1 Dekking formatie projectcontrol
De formatie van projectcontrol (zie Overzicht Overhead) is onvoldoende voor het aantal projecten binnen Zoetermeer. Daarom wordt de formatie met 1 fte schaal 11 uitgebreid ter waarde van € 0,124 mln. Dekking komt vanuit het OAD.
Afwijkingen investeringen en voorzieningen
Terug naar navigatie - Overzicht Algemene Dekkingsmiddelen en onvoorzien - Afwijkingen investeringen en voorzieningen| Afwijking geïnvesteerde activa/voorzieningen: niet van toepassing. | |
| Onderwerp | Toelichting onderwerp |
Technische begrotingswijzigingen
Terug naar navigatie - Overzicht Algemene Dekkingsmiddelen en onvoorzien - Technische begrotingswijzigingen
| Raad | Een aantal reserves en voorzieningen worden waardevast gehouden. Op basis van de laatste standen van deze reserves en voorzieningen wordt prijscompensatie toegevoegd (voor 2026 € 1,1 mln.). Dit gaat ten laste van de gereserveerde middelen voor prijscompensatie die in de begroting zijn opgenomen. |
| Raad |
Op 30 juni 2025 is de Perspectiefnota 2026 vastgesteld. De financiële dekking van de motie 2506-59a, Structurele versterking BOA-capaciteit is momenteel alleen technisch verwerkt en moet nog worden geeffectueerd over de programma’s. |
Risico’s
Terug naar navigatie - Overzicht Algemene Dekkingsmiddelen en onvoorzien - Risico’sNiet van toepassing.