Overzicht algemeen dekkingsmiddelen en onvoorzien

Toelichting per onderwerp

Terug naar navigatie - Overzicht algemeen dekkingsmiddelen en onvoorzien - Toelichting per onderwerp

1. Algemene uitkering verwerking meicirculaire 2026 (voordeel € 1,629 mln.)
De meicirculaire 2026 over de uitkering van de algemene uitkering uit het gemeentefonds, heeft voor Zoetermeer een positief resultaat. Dit wordt vooral veroorzaakt door een positief accres (hogere groei van het gemeentefonds vanwege hogere stijging van het Bruto Binnenlands Product (BBP) ) en door herverdeeleffecten. Daarnaast zijn in 2026 meer middelen ontvangen voor zogenaamde taakmutaties. In totaal levert dit een hogere inkomst op van ruim € 3,3 mln. Voor de taakmutaties wordt rekening gehouden met hogere uitgaven voor een bedrag van € 1,67 mln. U bent hier reeds over geïnformeerd bij via het memo meicirculaire 2026.

2. Treasury (rente en dividend) (voordeel € 400.000)
Bij het opstellen van de Programmabegroting 2026 werd nog uitgegaan van een rentedaling in 2026. In de Perspectiefnota is dit bijgesteld naar een stabiele rente, mede als gevolg van de spanningen tussen de VS, Israël en Iran en de verwachte invloed daarvan op de inflatie.
Inmiddels heeft de ECB de rente eenmaal verhoogd en verwacht de markt voor 2026 nog één tot twee verdere verhogingen. Voor het tweede tussenbericht en de Programmabegroting 2027 gaan we uit van twee renteverhogingen. Hierdoor stijgt de verwachte gemiddelde rente van 1,93% naar 2,15%. Daarnaast ligt de verwachte gemiddelde liquiditeit ongeveer 2% hoger dan bij de Perspectiefnota en komt uit op € 141,3 miljoen. Dit leidt tot een financieel voordeel van € 400.000.

3. Opbrengst OZB (voordeel € 400.000)
De verwachte opbrengst OZB laat per saldo een voordeel zien van circa € 400.000. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door areaaluitbreiding, minder leegstand en een iets hogere opbrengst over het voorgaande jaar. 

4. Inzetten/vrijvallen taakmutaties (voordeel € 2.209.000)
De extra middelen die gemeenten ontvangen van het rijk voor extra taken, worden gereserveerd op OAD in afwachting van duidelijkheid over de besteding van deze middelen. In dit tussenbericht wordt een deel van de reservering ingezet voor de uitvoering van de taken op de betreffende programma's. Hieronder staat verwoord om welke taken het gaat en naar welk programma de middelen gaan. Op de betreffende programma's staat een uitgebreidere toelichting over de taken. 

  • Re-integratiedienstverlening gericht op jongeren € 75.000 in 2026 oplopend naar 375.000 in 2030 (tegenhanger programma 1)
  • Alleenverdienersproblematiek € 75.000 in 2026 en 2027 (tegenhanger programma 1)
  • WMO hulpmiddelen € 50.000 in 2026 (tegenhanger programma 2)
  • Kinderopvang pleegouders € 85.000 in 2026 en 2027 (tegenhanger programma 2)
  • Gemeentelijk antidiscriminatie voorzieningen € 18.000 in 2026 en 2027 (tegenhanger programma 2)
  • Versterking omgevingsveiligheidsdiensten € 18.000 in 2026 en 2027 en € 14.000 in 2028 (tegenhanger programma 5)
  • High Impact Crime € 241.000 in 2026 (tegenhanger programma 5)

Daarnaast vallen er middelen die ontvangen zijn voor taakmutaties vrij, omdat ze niet meer in 2026 worden uitgegeven. Voor een deel zal hiervoor bij de Perspectiefnota 2028 worden voorgesteld deze via resultaatbestemming in 2027 beschikbaar te stellen. 

5. Storting middelen in de reserve arbeidsmarktregio (budgettair neutraal) 
De middelen die in de algemene uitkering ontvangen worden van het rijk voor de arbeidsmarktregio, ontvangen we niet alleen voor Zoetermeer, maar ook voor de overige deelnemers aan de regio. Incidentele middelen die we ontvangen, maar nog niet direct benutten binnen de arbeidsmarktregio, worden gestort in de reserve arbeidsmarktregio. Het gaat om € 276.000.

6. Inzetten reservering voor extra prijsstijgingen (voordeel € 402.000)
De extra prijsstijging (bovenop de gehanteerde algemene prijscompensatie) voor huishoudelijke ondersteuning van € 237.000 (programma 2) en de extra prijsstijging van de automatiseringskosten van € 165.000 voor het sociaal domein (programma 1) kunnen worden gedekt uit de reservering voor extra prijsstijgingen op OAD. 

7. Vrijval groei van de stad en veroudering stad (voordeel € 875.000)
De groei van de stad en de veroudering van de stad leiden tot hogere kosten. Hiervoor zijn budgetten gereserveerd op OAD. Deze reservering wordt voor 2026 ingezet voor de nieuw gevormde afdeling bestuur en strategie voor een bedrag van € 60.000 (overzicht Overhead). De rest van de reservering kan in 2026 vrijvallen. 

8. Hogere storting in reserve Fonds 2040 vanwege groei van de stad (nadeel € 185.000)
Er wordt € 750 per woning gestort in de reserve Fonds 2040 om kosten van bouwprojecten en onderhoud in de buitenruimte te dekken. Het aantal woningen ligt iets hoger dan waar in de begroting rekening mee is gehouden. Dit vraagt om een extra storting van € 185.000

9. Dotatie aan reserve Sociaal domein (nadeel € 5 mln.)
In het dekkingsplan bij het coalitieakkoord is opgenomen dat er een reserve Sociaal domein wordt ingesteld en dat in die reserve € 5 mln. wordt gestort. 

10. Dotatie aan de reserve Dekking tijdelijke intensivering beleid (nadeel € 5 mln.) 
In het dekkingsplan bij het coalitieakkoord is opgenomen dat er zowel in 2026 als in 2027 € 5 mln. wordt gestort in een nieuw te vormen reserve Dekking tijdelijke intensivering beleid. De middelen zullen in de jaren 2027 tot en met 2030 worden onttrokken voor intensiveringen van beleid.

11. Ontwikkelagenda's, dotatie aan reserve flankerend beleid (nadeel € 5 mln.)
Binnen de organisatie zijn voor verschillende afdelingen ontwikkelagenda’s opgesteld. Deze agenda’s zijn gericht op de verdere ontwikkeling van de organisatie en kunnen leiden tot incidentele kosten voor onder meer tijdelijke capaciteit, opleiding, begeleiding en organisatieontwikkeling. De ontwikkelagenda’s van de verschillende organisatieonderdelen bevinden zich in uiteenlopende fasen van uitwerking. Om ruimte te bieden voor de uitvoering van deze ontwikkelagenda’s wordt voorgesteld om voor de periode 2026 tot en met 2028 eenmalig € 5 mln. toe te voegen aan de reserve flankerend beleid. De inzet van deze middelen vindt plaats op basis van afzonderlijke voorstellen en wordt per voorstel afgewogen binnen het beschikbare financiële kader.

Financiële afwijkingen 2026

Terug naar navigatie - Overzicht algemeen dekkingsmiddelen en onvoorzien - Financiële afwijkingen 2026

Bedragen x € 1.000

Nr. Doel-stelling Onderwerp

Lasten/
Baten

Afwijking
TB2 '26

Voordeel/
Nadeel
Meerjarig/
Eenmalig
1   Algemene uitkering (meicirculaire)

Baten

Lasten

3.329

-1.700

Voordeel

Nadeel

Meerjarig

Meerjarig

2   Treasury (rente en dividend) Baten 400 Voordeel Meerjarig
3   Opbrengst OZB Baten 400 Voordeel Eenmalig
4  

Inzet taakmutaties

Vrijval taakmutaties 

Lasten

Lasten

684

1.525

Voordeel

Voordeel

Meerjarig

Meerjarig

5  

Incidentele taakmutatie arbeidsmarktregio

  • Storting in de reserve arbeidsmarktregio

Baten

Lasten

276

-276

Voordeel

Nadeel

Eenmalig

Eenmalig

6   Vrijval reservering extra prijsstijging Lasten 402 Voordeel Meerjarig
7   Vrijval groei en veroudering van de stad Lasten 875 Voordeel Eenmalig
8   Storting in reserve fonds 2040 voor groei van de stad Lasten -185 Nadeel Eenmalig
9   Dotatie reserve sociaal domein Lasten -5.000 Nadeel Eenmalig
10   Dotatie Reserve dekking tijdelijke intensivering beleid Lasten

-5.000

Nadeel Eenmalig
11   Dotatie reserve flankerend beleid Lasten

-5.000

Nadeel Eenmalig
Saldo OAD   -9.270 Nadeel  

 

Afwijking geïnvesteerde activa/voorzieningen

Terug naar navigatie - Overzicht algemeen dekkingsmiddelen en onvoorzien - Afwijking geïnvesteerde activa/voorzieningen

Geen afwijkingen.

Technische begrotingswijziging

Terug naar navigatie - Overzicht algemeen dekkingsmiddelen en onvoorzien - Technische begrotingswijziging
Nr. College/Raad Toelichting
1 Raad

Arbeidsmarktregio Zuid-Holland Centraal
De gemeente Zoetermeer ontvangt en beheert als centrumgemeente van de arbeidsmarktregio Zuid-Holland Centraal de rijksmiddelen die beschikbaar worden gesteld voor de regionale samenwerking. Om de begroting in overeenstemming te brengen met de actuele omvang van deze rijksbijdragen worden middelen overgeheveld van programma 1 naar OAD (Overige algemene dekkingsmiddelen).

Het betreft een bedrag van € 0,281 mln. in 2026, € 0,345 mln. in 2027, € 0,195 mln. in 2028, € 0,191 mln. in 2029 en structureel € 0,187 mln. vanaf 2030. Deze wijziging heeft een administratief-technisch karakter en leidt niet tot een wijziging van het totale begrotingssaldo.

2 College Storting in reserve fonds 2040 
De storting in de reserve fonds 2040 gebeurt binnen programma OAD. Echter er worden hier twee producten voor gebruikt. Dat wordt met deze technische wijziging hersteld.