Inleiding
Inleiding
Terug naar navigatie - Inleiding - InleidingMet het Tweede Tussenbericht 2026 informeert het college de raad over de belangrijkste ontwikkelingen in de uitvoering van de Programmabegroting 2026. Het betreft zowel nieuwe ontwikkelingen als actualisaties van eerder gemelde afwijkingen. Hiermee ontstaat een actueel beeld van de uitvoering van de gemeentelijke opgaven en van de verwachte financiële prognose voor het einde van het jaar.
Het financiële beeld over 2026 laat een nadeel zien. Tegenover een aantal meevallers zoals de vrijval van reserveringen, de positieve effecten uit de meicirculaire en voordelen binnen onder meer de noodopvang Oekraïne en Wmo-voorzieningen, staan een aantal financiële tegenvallers, waaronder hogere kosten voor specialistische jeugdhulp en stijgende personeelslasten. De grootste nadelen worden echter veroorzaakt door de dotaties aan de reserve voor beleidsimpulsen, reserve sociaal domein en aan de reserve flankerend beleid. De storting in de reserve beleidsimpulsen en in de reserve sociaal domein volgen uit het coalitieakkoord. De storting in de reserve flankerend beleid is een voorstel ter dekking van de kosten die volgen uit de organisatieontwikkeling.
Verder blijkt dat een deel van de geplande activiteiten door capaciteitsvraagstukken, complexe projecten en externe factoren later wordt uitgevoerd dan voorzien. De daarmee samenhangende middelen blijven beschikbaar voor uitvoering in latere jaren. Bij de resultaatbestemming van de jaarrekening 2026 wordt door de raad besloten over deze middelen.
Met de vaststelling van dit Tweede Tussenbericht actualiseert de raad de financiële kaders voor 2026 en ontstaat een zo realistisch mogelijk beeld van de verwachte jaaruitkomst.
Het Tweede Tussenbericht heeft ook een functie in het behouden van de rechtmatigheid. Rechtmatig betekent dat de handelswijze van het college in overeenstemming is met de geldende regels en besluiten. De raad geeft, door het Tussenbericht met bijbehorende begrotingswijziging vast te stellen, toestemming aan het college voor de verwachte afwijkingen.
Leeswijzer
De gemelde afwijkingen in de Tussenberichten geven een doorkijk naar het hele begrotingsjaar. Met dit Tweede Tussenbericht wordt dus een prognose gegeven van het resultaat over 2026. De afwijkingen zijn per programma opgenomen. Per gemelde afwijking staat aangegeven of het een voordeel of een nadeel betreft. De financiële afwijkingen die leiden tot een meerjarig effect zijn in de tabellen aangegeven met 'Meerjarig'. Deze meerjarige effecten zijn verwerkt in de Programmabegroting 2027-2030 met een toelichting in het hoofdstuk 'financiële begroting'. Wanneer er geen meerjarig effect wordt verwacht staat achter de afwijking 'Eenmalig' opgenomen.
Financiële uitkomst op hoofdlijnen
Terug naar navigatie - Inleiding - Financiële uitkomst op hoofdlijnenDe afwijkingen die in dit Tweede Tussenbericht staan, leiden tot een nadeel ten opzichte van de begroting van € 10,806 mln. Dit bedrag bestaat uit meerdere voor- en nadelen. In de tabel hieronder leest u om welke bedragen per programma het gaat. Na deze inleiding volgt per programma een toelichting op de afwijkingen.

In onderstaande tabel staat welke afwijkingen een budgettair effect hebben van € 0,5 mln. of meer. De meest opvallende afwijkingen zijn de dotaties aan drie reserves. De dotatie aan de reserve beleidsimpuls en de reserve sociaal domein (voor in totaal € 10 mln. in 2026) volgen uit het gesloten coalitieakkoord. De dotatie aan de reserve flankerend beleid heeft te maken met de organisatieontwikkeling. Er is gewerkt aan een ontwikkelagenda waarvoor de komende jaren extra kosten gemaakt zullen worden. Het voorstel is om deze kosten te dekken uit de reserve.

Eindejaarsprognose 2026
In onderstaande tabel wordt u meegenomen in de opbouw van de eindejaarsprognose. In de (primitieve) Programmabegroting 2026-2029 (zoals in november 2025 is vastgesteld), is een voordelig begrotingssaldo gepresenteerd van € 420.000. In dit saldo is rekening gehouden met dekking vanuit Vrij inzetbare reserve € 5 mln.
In de Perspectiefnota 2027/Eerste Tussenbericht bent u geïnformeerd over de afwijkingen die verwacht werden voor het jaar 2026. Deze afwijkingen gaven een verbetering van het begrotingssaldo te zien met € 5,845 mln. Het verwacht begrotingssaldo werd daardoor verhoogd naar € 6,265 mln. Daarnaast zijn tot en met juli raadsbesluiten genomen die deels gedekt worden vanuit de Vrij inzetbare reserve voor een bedrag van ruim € 7,9 mln. Het betreft dekking voor de verduurzaming en het binnenklimaat van het CKC en voor de reorganisatie binnen het Sociaal Domein.
Bij dit Tweede Tussenbericht worden afwijkingen verwacht van per saldo - € 10,806 mln. Daarmee komt het begrotingssaldo op een nadeel van € 4,541 mln.

De verwachting is dat de gemeente in 2026 niet alle geplande activiteiten kan uitvoeren. Sommige geplande activiteiten lopen vertraging op en worden waarschijnlijk pas in 2027 uitgevoerd. Dit noemen we de ‘budgetoverhevelingen’. Het besluit over het al dan niet overhevelen van budgetten wordt genomen bij het Eerste Tussenbericht 2027 (Perspectiefnota 2028).
Als de activiteiten zonder vertraging zouden zijn uitgevoerd, zouden de lasten in 2026 € 1,6 mln. nadeliger zijn. Zonder de vertragingen zou het budgettaire effect van dit tussenbericht dan ook € 1,6 mln. lager zijn, te weten (- € 4,541 mln. - € 1,600 mln. =) - € 6,141 mln.
In onderstaande tabel staan de activiteiten die vertraging hebben opgelopen.
